Nieuw -ROBOL (Fr)

ROBOL (Fr)
Robol Cycles ------------- Frankrijk


Balhoofdplaatjes van oude en recentere merken
Nieuw -ROBOL (Fr)
ROBOL (Fr)
Robol Cycles ------------- Frankrijk


Nieuw - RHONSON (Fr)
RHONSON (Fr)
Rhonson cycles ------ 195 Avenue Felix Faure----- Lyon – Rhône------France/Frankrijk
Cycles Rhonson was een Frans merk van fietsen en bromfietsen, gevestigd in Villeurbanne en later in Lyon , opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkeerden de fabrieken van Georges Blettel in Villeurbanne, waar auto-accessoires werden geproduceerd, in grote problemen door een gebrek aan afzetmarkten. Na hun terugkeer uit de oorlog werden ze overgenomen door drie mannen, waaronder de twee kinderen van meneer Blettel. Zij besloten de fabriek om te vormen tot een fietsenfabriek. Administratieve beperkingen verhinderden hen echter om een nieuw bedrijf op te richten, dus besloten ze een klein bestaand merk uit Lyon over te nemen en het om te dopen tot "Rhonson", een samentrekking van de namen Rhône en Saône , de twee emblematische rivieren van de regio Lyon.
Vanaf het begin huurden ze gekwalificeerde ingenieurs in om hun eerste modellen te ontwerpen. Hun ambitie was om lichtgewicht fietsen met gesoldeerde onderdelen te verkopen aan de luxe en zelfs ultraluxe fietsenmarkt . Het eerste assortiment omvatte ook een racefiets, ontworpen om hun toekomstige wielerteam uit te rusten, evenals hun eerste gemotoriseerde fiets. Deze modellen werden tentoongesteld op de beurs van Lyon in 1941.
Rhonson is in Frankrijk vooral bekend vanwege de productie van bromfietsen, waaronder het topmodel, de Rhonsonette.
In 1959 werd de besloten vennootschap VAP (een fusie van Alcyon-Lucer en Rhonson), beter bekend als VAP SA, opgericht. Deze vennootschap bestond tot 1967.
Rhonson-Dunlop wielerteam: 1943-1951
Het team nam vanaf het begin deel aan wielerwedstrijden in de onbezette zone. Het team bleef bestaan tot 1951 met René Buche als sportief directeur.
Verschillende bekende renners hebben deelgenomen aan wedstrijden binnen de gelederen van het team, waaronder Edouard Fachleitner, Pierre Baratin, Antonin Rolland en Joseph Soffietti.
https://forum.tontonvelo.com/viewtopic.php?t=12255
https://fr.wikipedia.org/wiki/Cycles_Rhonson
https://fr.wikipedia.org/wiki/Antonin_Rolland





Nieuw - CYCLES L ????E ?X (FR)
CYCLES L ????E ?X (FR)
Cycles L ????E ?X –--------- SEGRÉ-----------France/Frankrijk
Segré is een voormalige gemeente in het departement Maine-et-Loire in West-Frankrijk. Op 15 december 2016 werd deze samengevoegd met de nieuwe gemeente Segré-en-Anjou Bleu.


Nieuw - M. MURAI (FR)
M. MURAI (FR)
Murai Marcel cycles- constructeur de cycles -- 7, Rue Saint-Nicolas -- Saumur - Maine et Loire ---- France/Frankrijk
https://forum.tontonvelo.com/viewtopic.php?t=41983


Nieuw - GEO'S (Fr)
GEO'S (Fr)
Geo's cycles -- marque déposée standart ou fabrication de Luxe ----- France/Frankrijk


Nieuw- CH (Fr)
CH (Fr)
CH ----BACH--------------Les 3 Moulins---------- Rezé


Nieuw - PIERROT (?)
PIERROT (?)
PIERROT --------------------?
“Pierrot” is geen bekend klassiek fietsmerk uit de 20e eeuw. De naam werd vermoedelijk gebruikt in België en/of Frankrijk.
De naam komt voor bij een recent Canadees fixie-merk, of het is mogelijks een lokale/kleinschalige oud fietsmerk zonder brede documentatie. Er bestaat ook een modern Frans merk “Pierrot”, maar dat maakt accessoires (geen fietsen) en is pas opgericht in 2020, dat heeft dus niets met oude fietsen te maken.
Pierrot is een klassieke toneelfiguur uit de Italiaanse commedia dell’arte, een vorm van improvisatietheater die vanaf de 16e eeuw populair was in Europa.
Pierrot is meestal herkenbaar aan:
een wit geschminkt gezicht
losse, witte kleding
een melancholische, dromerige uitstraling
In tegenstelling tot veel andere komische figuren is Pierrot geen luidruchtige grappenmaker, maar eerder:
naïef en gevoelig
stil en soms verdrietig
vaak verliefd… maar ongelukkig (meestal op Colombina, die hem niet terugliefheeft)
Door de eeuwen heen werd Pierrot vooral een symbool van:
de tragische clown
onbeantwoorde liefde
kwetsbaarheid achter een masker
Hij komt niet alleen voor in theater, maar ook in kunst, muziek en literatuur. Bekende voorbeelden zijn schilderijen van Antoine Watteau en invloeden in moderne popcultuur. Kort gezegd: Pierrot is de “sad clown” avant la lettre — een figuur die tegelijk ontroert en herkenbaar menselijk is.


Nieuw - GIRAFE (?)
GIRAFE (?)
Girafe Cycles ----------------------------?
Er is opvallend weinig betrouwbare informatie te vinden over een fietsmerk “Cycles Girafe”. Dat is meestal een teken dat het géén bekend, groot of historisch goed gedocumenteerd merk is.
Wat wél waarschijnlijk is:
- Mogelijk een klein of lokaal merk / label. Veel oudere fietsen (zeker in België, Frankrijk en Nederland) werden door kleinere ateliers gemaakt of door grotere fabrieken geproduceerd en onder verschillende merknamen verkocht. Dat betekent dat “Cycles Girafe” eerder een lokale merknaam of handelslabel kan zijn geweest, eerder dan een grote fabrikant zoals Gazelle of Peugeot.
- “Cycles …” wijst vaak op Frans-Belgische oorsprong. De naamstructuur “Cycles + naam” werd vooral gebruikt in Frankrijk en Wallonië / Brussel maar ook in Vlaanderen.
Dat kan erop wijzen dat het merk Frans of Belgisch was, mogelijk actief in de eerste helft van de 20e eeuw (± 1900–1960).
- Geen bekende industriële fabrikant. In lijsten van bekende (oude) Belgische en Europese fietsmerken komt “Girafe” niet voor, terwijl andere historische merken wél gedocumenteerd zijn.
Dat suggereert: geen grote productie en mogelijks een korte bestaansperiode of een rebrand .


Nieuw - RAPIDE (B)
RAPIDE (B)
RAPIDE Cycles ---Lannoy Hilaire ------------ Kortrijk/Courtrai------- België


Aangepast - LION RAPIDE (B)
LION RAPIDE (B)
Cycles Lion Rapide -- Aalst /Alost ---------- België
Lion-Rapide is een Belgisch historisch merk van fietsen, invalidenwagens en motorfietsen. Deze laatste werden ook als Salira op de markt gebracht.
Ze werden geproduceerd door Steveninck & Fils, vanaf 1953 S.A. Lion Rapide, Alost ( Aalst ) van 1936 tot 1957.
Voorgeschiedenis
Het bedrijf werd in 1923 opgericht door het echtpaar Camille Steveninck-Huylebroek in Hofstade. Hun zoons werden direct bij het bedrijf betrokken: Frans voor de administratie en verkoop en Lucien voor de techniek. Tevens werd Adolphe Föhl (later betrokken bij Kreidler) als adviseur aangetrokken. Het bedrijf deed aan emailleren en vernikkelen maar bouwde daarnaast ook (zeer degelijke) fietsen. Deze fietsen werden al snel populair, het bedrijf te klein en in 1930 verhuisde men naar de Pieter Couckestraat in Aalst, maar enkele jaren later was het bedrijf hier alweer uit gegroeid en verplaatste men het naar de Kattestraat. Er werden toen al gemotoriseerde fietsen (waarschijnlijk met 60- en 74 cc Sachs-blokjes) en invalidenwagens gemaakt.
Lion-Rapide motorfietsen: Vanaf 1936 werden echte motorfietsen gemaakt, waarbij men vasthield aan de inbouwmotoren van Sachs, nu met 100- en 125 cc. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de productie stilgelegd, maar de familie ontwikkelde in deze jaren een hydraulische telescoopvork. Bovendien werden - clandestien - enkele triporteurs op bestelling geleverd. In 1946 ging het bedrijf direct weer aan de slag. De Duitse Sachs-blokken moesten uiteraard wijken, men ging over op Britse Villiers-tweetakten, aanvankelijk van 125- en 200 cc.
De familie Steveninck besloot het meteen groots aan te pakken: er werden testrijders ingehuurd om de nieuwe voorvork te testen en er kwamen coureurs die de seriemotorfietsen in betrouwbaarheidsriten bestuurden. Het bedrijf groeide weer uit zijn pand en de productie-afdeling verhuisde naar Erembodegem. Lion-Rapide had zijn succes grotendeels te danken aan het feit dat men zich bij de "lichte" motorfietsjes had gehouden; in de crisisjaren waren die nog te verkopen en ook kort na de oorlog waren ze betaalbaar en nuttig voor veel klanten. Maar in 1951 kwam er toch een omslag: Er werd een viertakt gepresenteerd met het 350 cc kopklep-blok uit de FN M13.
Salira
In 1953 werd het familiebedrijf een NV (Société Anonyme Lion Rapide (Salira). Vanaf dat moment werden de motorfietsen onder twee merknamen gevoerd: de "luxe" modellen als "Lion Rapide", de "volksmotoren" als "Salira". In 1955 verdween de naam "Lion Rapide" geheel, en werden alleen nog Salira-modellen aangeboden.




Nieuw - JONGE LEEUW - FRED. BOUW (B)
JONGE LEEUW - FRED. BOUW (B)
JONGE LEEUW - FRED. BOUW----------------Merxem (Merksem)--------- België
Merksem (vroegere spelling: Merxem ) is een district van de gemeente en stad Antwerpen.


Nieuw- J.D.V. (B)
J.D.V. (B)
J.D.V. Cycles -------------J. DE VIDTS ---------------- Hekelgem ------België
Hekelgem is een dorp in de provincie Vlaams-Brabant.


Nieuw - J.DEVIDTS (B)
J.DEVIDTS (B)
J.D.V. ---- Cycles J.DEVIDTS --------Devidts Jean --------Hekelgem (Vlaams Brabant) -------België


Nieuw - FAVORI (B)
FAVORI (B)
FAVORI ------ J.REYNAERTS -------Berchem-------- België


Aangepast - ADS
ADS (B)
ADS -- De Smaele Arthur -- Aalst/Alost – België
De Smaele Bollyn – Vredesplein 7 - Aalst




Aangepast - WILHELMINA (Nl)
WILHELMINA (Nl)
Rijwielen Wilhelmina – Nederland
Oprichter: W. van den Brink, Zeist – Merkinschrijvin:1896
Vestiging: Zeist , Amsterdam, Haarlem.
Stopzetting: 1962
Tussen 1817 toen de loopfiets met een beweegbaar stuur werd ingevoerd en het op de markt komen in 1885 van de veiligheidsfiets (Safety) - een lage velo met twee even grote wielen en een kettingaandrijving - heeft de fiets veel ontwikkelingen ondergaan. De vondst van de luchtband in 1888 verhoogde het comfort. De fiets maakte na 1885 een enorme opmars bij het grote publiek. Voor die tijd was het bezitten van een fiets hoofdzakelijk aan de elite voorbehouden. De fiets werd ook gebruikt voor recreatie. De jonge koningin Wilhelmina vond fietsen een gezonde ontspanning en kocht in 1897 in het Oostenrijkse Wenen een fiets. Maar de minister-president verbood haar om te fietsen, hij deed dat met de woorden: “Wij moeten dus Uwe Majesteit vriendelijk verzoeken van Haar voornemen af te zien, ook al is het gevaar, dat in wielrijden ligt, zeer gering.”
De fiets verhoogde ook de mobiliteit van de arbeiders en van andere werknemers.
Oprichter Jan Van den Brink (1855-1922) was van oorsprong timmerman en maakte ook houten velgen en spatborden voor derden. Hij zag de progressieve populariteit van de fiets ( eind negentiende eeuw sprak men vaak over machine ) en besloot om dit transportmiddel ook te gaan fabriceren. In 1894 werd Van den Brink lid van de één jaar eerder opgerichte ‘Nederlandsche Vereeniging de Rijwielindustrie’ (RI), een vereniging van rijwielfabrikanten. In 1900 werd de verenigingsnaam veranderd in Rijwiel- en Automobiel Industrie (RAI). In 1895 stond hij met 19 fietsen van het merk Dürkopp op een door de ‘de Rijwielindustrie’ georganiseerde rijwielententoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam. Hoofdvertegenwoordiger voor Utrecht van dit Duitse merk was de firma J.A. Deumer Cramer in Utrecht en Van den Brink was blijkbaar de lokale agent. Achter zijn woning aan de Karpervijver 17 bouwde hij in 1895 een fabriek. Het jaar daarna werd hij en de bouwkundige D.P.I. Harmsen zakenpartners. Misschien is dat een aanwijzing dat Harmsen de fabriek ontworpen heeft. In ieder geval de herbouw uit 1897. In zijn fabriek werkten aanvang 1896 17 mannen en op het eind van het jaar ongeveer dertig.
De onderneming ging voortvarend te werk. In Amsterdam werd op 20 februari 1896 in de Galerij van het Paleis van Volksvlijt een fietsenwinkel geopend, enkele weken later gevolgd door een winkel in de Schoutenstraat te Utrecht. De kwaliteit van de Wilhelmina-fietsen werd afgemeten aan de behaalde successen en overwinningen op wielerwedstrijden. In Utrecht werden op 26 april 1896 de eerste wedstrijden van het seizoen gereden. De verslaggever van de Weekbode was in de uitgave van 29 april 1896 lyrisch over het behaalde resultaat. Terecht wees hij erop dat niet alleen het talent van de coureurs belangrijk was, maar ook het materieel waarover zij beschikten.
Van den Brink kon de interesse van Maurice (Maurits) Adler (1873-?) voor zijn bedrijf te beïnvloeden. In die dagen was Adler een bekende wielrenner, in 1892 werd hij op de internationale wielerwedstrijden te Arnhem kampioen tricycle (driewieler). Maurice werd in Parijs geboren en groeide op in Amsterdam. Hij heette Maurice maar zijn jeugdvrienden noemden hem Puck. Hij was nog geen 1.60 m lang, voor zijn generatie was dat onder de gemiddelde lengte, hij had bruine ogen en zwart haar. In 1894 schreef Adler het boek ‘Baan en Weg’, een boek over de wielrennerij. In datzelfde jaar kwam hij met een nieuwe fietsband op de markt, die hij samen met A.J.J. Lindner, een Amsterdamse kurkenfabrikant, had ontwikkeld en waarop ze in verschillende landen een patent hadden aangevraagd. De band hadden ze de Griekse naam Arrektos gegeven en bestond uit kurk en rubber. Adler studeerde enkele jaren medicijnen, maar besloot uiteindelijk om in zaken te gaan. Bij akte van 15 november 1894 was hem door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam handlichting verleend ‘tot het drijven van handel in rijwielen en aanverwante artikelen, hetzij alleen hetzij in vennootschap met anderen, het beschikken over al zijne inkomsten uit dien handel en het sluiten van alle verbintenissen tot dien handel betrekkelijk.’ In de jaren 1896-1897 was Adler inwoner van Zeist.
Behalve de compagnon van Van den Brink werd hij in 1910 ook zijn schoonzoon. Hij trad toen in het huwelijk met diens dochter Jansje (1885-1949).
Op 7 maart 1896 stichtten Van den Brink en Adler een vennootschap met de firmanaam Adler & van den Brink. Hun doel stond beschreven als volgt: “het vervaardigen van Rijwielen, onderdeelen daarvan en artikelen daartoe behoorende en de handel daarin, alsmede in artikelen tot het vak behoorende, doch door de Vennootschap niet zelf vervaardigd.” Voor de datum van7 maart maakten ze al gebruik van die firmanaam. Van den Brink had als fabrieksmerk Kampioen gekozen, maar die naam werd niet lang gevoerd. De firma Adler & Van den Brink liet al op 8 februari 1896 de merknaam Wilhelmina inschrijven. De fiets werd naar de jonge koningin Wilhelmina genoemd.
Een felle brand verwoeste op 26 november 1896 de fietsenfabriek en ook de ernaast gelegen timmerwerkplaats en een houten opslagloods van textielgroothandel G. Wees & Weiss, die aan de andere kant van de fabriek stond. Door een achteloosheid van een van de arbeiders was er een desastreuze brand ontstaan. De heropbouw werd op 2 april 1897 gegund aan aannemer R. Mouw in Hilversum. Binnen een paar maanden was de fabriek weer opgebouwd en kon de productie worden hervat. Ondanks alle problemen die zich tijdens het eerste jaar hadden voorgedaan werden in dat jaar 332 fietsen gefabriceerd.
Op 10 maart 1897 werd de firma Adler & van den Brink ontbonden en op diezelfde dag richtten Adler en Van den Brink samen met een aantal investeerders de naamloze vennootschap Maatschappij tot Exploitatie der Rijwielenfabriek ‘Wilhelmina’ te Zeist op. De verwachting was dat in het eerste jaar 1500 à 1800 fietsen gefabriceerd zouden worden en dat de productie uitgebreid zou worden tot 4.000 à 5.000 per jaar. Doch, acht maanden later, op 12 oktober, werden beide directeuren door de raad van commissarissen geschorst. Zij beschuldigden Adler en Van den Brink van: onbetrouwbaarheid, handelingen in strijd met de statuten en slecht beheer. In een tumultueuze buitengewone aandeelhoudersvergadering op 25 oktober werden zij ontslagen.
De zaken gingen blijkbaar niet zo goed, want ook Adler sprak in oktober 1897 over een rijwielcrisis. De Europese markt werd immers overspoeld met Amerikaanse fietsen. In de algemene vergadering van aandeelhouders op 23 mei 1899 werd besloten om de vennootschap te ontbinden en Breman werd tot liquidator benoemd. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg op die datum driehonderdduizend gulden. De ontbinding had plaats bij notariële akte van 20 juli.
In De Kampioen, het tijdschrift van de ANWB (Algemeenen Nederlandsche Wielrijders-Bond), stond in het nummer van 2 juni 1899 te lezen: “Op de laatstgehouden vergadering der aandeelhouders in de Wilhelmina-rijwielefabriek te Zeist is besloten tot likwidatie over te gaan. Dit verwondert ons niets; we hadden ’t al eenigen tijd verwacht. De eenigen, die wij beklagen, zijn de arme werklieden en hun gezinnen (hun aantal was in den laatsten tijd achter al aanzienlijk geslonken) en de oud-directeuren, de heeren Adler en Van den Brink.” Dat die twee heren met name genoemd werden, maakt duidelijk dat zij in 1897 geslachtofferd werden.
De fietsenfabriek aan de Karpervijver 17 c.a. werd op 24 juli in Amsterdam geveild. De nieuwe eigenaar van de ‘Rijwielenfabriek “Wilhelmina”’ werd de naamloze vennootschap Constructiewerkplaatsen te Zeist. Deze vennootschap werd op 3 augustus 1899 opgericht door J.L.A.H. Wesselmann te Utrecht en J.K. Bakker te Zeist. Directeur was de genoemde vennoot Bakker. Dit bedrijf bleek geen zakelijk succes te zijn, want op 23 en 24 juli 1902 werd in Amsterdam de complete inventaris van de Constructie-werkplaatsen te Zeist en van de fietsenfabriek Wilhelmina openbaar geveild, evenals het fabrieksmerk Wilhelmina.
Vier maanden later werd het fabrieksgebouw c.a. op 17 november bij opbod en op 24 november bij afslag in Amsterdam openbaar geveild. De veiling werd 24 november opgehouden.
Merknamen
Bij de openbare verkoop in 1899 werden, mee verkocht: ‘de Patenten, Handelsmerken en het recht op naam van bovengenoemde Fabriek.’ Bedoeld werd de fietsenfabriek Wilhelmina. De ontslagen directeuren probeerden toch nog om de merknaam Wilhelmina - die op 6 november 1897 als Wilhelmina Rijwielen, Zeist, Holland ingeschreven was op naam van Maatschappij tot exploitatie der rijwielfabriek ‘Wilhelmina’ NV - via de rechter terug te krijgen, doch Zonder succes.
Tot 1898 stond in het beeldmerk behorende bij de merknaam een afbeelding van koningin Wilhelmina als jong meisje met hangend lang haar. In het jaar van haar troonsbestijging werd het beeldmerk gewijzigd. De staatsiefoto van H.W. Wollrabe van 1897 diende als voorbeeld. In een ellips staat een borst-beeld van de jonge vorstin met diadeem op opgestoken haar. Daaromheen binnen de ellips de tekst: WILHELMINA | RYWIELEN en horizontaal: TRADE | MARK. Aan de bovenzijde een kroon en aan de onderzijde een lint met de tekst: ZEIST | (HOLLAND). Er is geen aanwijzing gevonden dat dit beeldmerk is ingeschreven bij het ‘Bureau voor den Industrieelen eigendom’ als uitvoerder van de Merkenwet 1893.
Zeker is de inschrijving op 2 december 1897 van het beeldmerk waarvan de beschrijving luidt: ‘Het merk vertoont eenen struik met bloemen (madeliefjes) en bladeren, omgeven door eene ellips; schuin door die ellips en bloemenstruik is vermeld het woord: WILHELMINA, tusschen twee evenwijdig loopende lijnen, terwijl voor en achter dat woord zich twee cirkeltjes vertoonen. Om deze ellips vertoonen zich in rond druk de woorden: MAATY. TOT EXPLIE DER RIJWIELENFABRIEK, in drukletters. Het geheel is omgeven door eene dubbellijnige ellips, aan welker boveneinde eene kroon en aan welker benedeneinde een lint is bevestigd, waarop in rond druk de woorden: ZEIST | HOLLAND.’
De Maatschappij tot Exploitatie der Rijwielenfabriek ‘Wilhelmina’ liet op 2 februari 1899 nog twee beeldmerken registreren. Een beschrijving luidt: ‘Het merk bestaat uit twee concentrische dubbel lijnige cirkels, tusschen den buitensten en den binnensten cirkel zijn, in ronddruk, de woorden: de koningin, met hoofdletters geplaatst. Tusschen de letters: D en N bevindt zich, op de binnensten eene blokpunt.’ en van de ander: ‘Het merk bestaat uit de woorden: de koningin. In schrijfletters.’
De fabrieksmerken Wilhelmina en De Koningin die op de veiling van 23 en 24 juli 1902 werden aangeboden, werden gekocht door de Belgische ondernemer Julius Holz. Hij liet beide merknamen op 14 maart 1903 inschrijven. Over de merknaam Achilles is na 1902 niets bekend. Hij adverteerde in De Kampioen van 1 mei 1908: ‘Wilhelmina Met recht het wonder der Nederlandsche Industrie. De Wilhelmina Rijwielenfabriek, vroeger te Zeist, thans te Amsterdam, is een der oudste fabrieken in Nederland, en heeft zich sedert de laatste jaren uitsluitend toegelegd op het fabriceeren van ééne kwaliteit rijwiel: Het beste. Tweede of derde klasse machines worden van dit merk niet in den handel gebracht.’
De fabriek verhuisde in 1915 naar Amsterdam en later in 1929 naar Haarlem. In 1929 kocht de fa. Pieter Dik, Gedempte Oude Gracht 79 in Haarlem, het merk Wilhelmina. In 1962 werd het opgeheven.
In 1970 ging het handelsmerk Wilhelmina naar Gazelle. Gazelle heeft enkele seizoenen kinderfietsjes met het merk Wilhelmina gemaakt, maar gebruikt het merk inmiddels niet meer. De afbeeldingen van prinses en koningin Wilhelmina op de balhoofdplaatjes van de fietsen volgden de beeldenaar van het muntgeld: zo is er een Wilhelmina met hangend haar (1896 - 1904), met opgestoken haar fijn en grof, etc. Overigens heeft rijwielfabriek Wilhelmina niets met het bekende merk carbidlantarens te maken.
EEN GROOT ZAKENMAN
De dag na hun ontslag in 1897 gingen Adler en Van den Brink alweer een vennootschap onder firma aan met de naam Adler en van den Brink. Het doel van de firma was hetzelfde als van de firma opgericht op 7 maart 1896 en ontbonden 10 maart 1897. De vennootschap werd aangegaan voor de duur van vijf jaar en bij niet schriftelijke opzegging automatisch telkens voor één jaar verlengd. In 1922 vierde hij zijn 25-jarig ondernemerschap. Hij rekende dus vanaf dit tijdstip.
De fiets was al aan eind negentiende eeuw aan zijn opmars begonnen. In 1907 kwamen er goedkopere automobielen op de markt. Die vonden vooral aftrek onder de gegoede burgerij (artsen, advocaten, notarissen, ondernemers enz.). Na de Eerste Wereldoorlog werd ook de motorfiets populair.
Adler richtte tussen 1899 en 1912 enkele handelsvennootschappen op om handel te drijven in fietsen, zijn eerste liefde, en auto’s en motorfietsen te importeren. Hij bracht zijn eigen HIMA-fiets (afkorting van Handel- en Industrie Maatschappij voorheen M. Adler) op de markt. Vervolgens deed hij van alles op import- en exportgebied van staal en ijzer. In zijn speech op zijn jubileumfeest in 1922 zij hij: ‘Wij hebben een groote exportzaak, doen zaken direct met de grootste firma’s in het buiten- en binnenland (…).’ Het succes waarop hij in 1922 kon roemen, hield niet stand. Een tien jaar later stortte zijn zakenimperium ineen. Waarschijnlijk als gevolg van de crises van de dertiger jaren. Oprichter Jan Van den Brink overleed in 1922 aan de gevolgen van een beroerte.
Met zijn zakelijk inzicht en zoals hij met zijn fietsmerk HIMA heeft bewezen, zou Maurice Adler van de Wilhelmina-Rijwielen een succes hebben kunnen maken als hem langer de kans was gegeven. Dan zou het fabrieksgebouw aan de Karpervijver niet leeg zijn komen te staan en dus niet beschikbaar zijn geweest voor Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken voorheen J.A.A. Gerritsen.
Bron:
https://www.zilverkamerzeist.nl/publicaties-fietsenfabriek-wilhelmina-aan-karpervijver.html
http://www.rijwiel.net/wilhelmn.htm









Aangepast - THORWALD (B)
THORWALD (B)
Thorwald – A. Impe -- Torhout/ Thourout -- België
Fietsen Ampe dat opgericht werd door Alphonse Ampe bestond sedert 1936 en werd op 1 februari 2022 overgenomen door Cool Electro Cycles.


Aangepast - LA COURONNE ACC (B)
LA COURONNE ACC (B)
LA COURONNE ACC --- Carlier A ---- Kortrijk/Courtrai ( 1935-'36 ) – België
La Couronne.
In de Kortrijkse Meersstraat (vroeger Meerschstraat of Rue de la Prairie) was op het nr. 12 van 1914 tot 1970 de firma La Couronne van Albert Carlier gevestigd, daar werden de fietsen en de bakfietsen La Couronne vervaardigd. Carlier was ook invoerder van het driewielig bedrijfsvoertuig van de Britse Reliant Motor Company. Op 1 januari 1935 voltooide de Britse firma een driewielig bedrijfsvoertuig dat werd aangedreven door een 600cc eencilinder JAP-motorfietsmotor. In werkelijkheid leek dit vreemde voertuig meer op een motorfiets die was versmolten met de achterkant van een auto. Reliant stopte begin 1940 met de productie van voertuigen en stortte zich vervolgens op de oorlogsinspanningen.
Een aantal ander merken van Carlier Armand: L' ALOUETTE / CARLlER/ LA COURONNE ACC/ PALMER/
ROYAL STANLEY/ THE MARSHALL. Carlier A was ook agent voor Raleigh.
CONDOR was blijkbaar van Carlier J.& Co
Tekst over de familie Carlier gevonden op https://forum.tontonvelo.com/viewtopic.php?t=49353 :
De familie Carlier was, in samenwerking met anderen in de regio Kortrijk, zeer actief in de fietsenproductie in Kortrijk. Het merk Palmer was verbonden aan het bedrijf van Armand Carlier. Er was ook het bedrijf Carlier-Rosseneu-Lefebvre, waar Joseph Carlier en Jules Carlier deel van uitmaakten. Daarnaast was er het bedrijf van Valère Carlier, dat naast dat van Armand Carlier gevestigd was. Ik dacht even dat het hetzelfde bedrijf was, maar de merken zijn verschillend en de periodes overlappen elkaar. Naast zijn eigen merken was Armand Carlier ook in heel België de agent voor het Britse merk Raleigh.







Aangepast - LA PERLE (F)
LA PERLE (F)
La Perle cycles -----33 rue du Pont de Creteil ------- Saint Maur – Seine ----- France/Frankrijk
Het fietsenbedrijf La Perle (De Parel) was gevestigd in Saint-Maur, Seine-Maritime, Frankrijk. La Perle Cycles, opgericht rond 1930, was gevestigd in St Maur des Fossés 94 en op 33 Boulevard du Pont de Créteil.
Verschillende bronnen op internet melden dat het bedrijf in 1955 failliet ging, maar De Cycling Archives ( http://www.cyclingarchives.com/ ) vermelden dat wielerteams tot 1957 La Perle-fietsen gebruikten.
Afgaande op het gebrek aan informatie en het lage aantal La Perle-fietsen dat te koop werd aangeboden, lijkt het een klein bedrijf te zijn geweest. Je vraagt je af hoe ze zich een wielerteam konden veroorloven. Misschien lukte dat niet, en dat zou de reden kunnen zijn waarom ze failliet gingen.
De eerste sporen van dit merk in wielerwedstrijden werden aangetroffen in 1935. De renners droegen een rode trui met een witte streep.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige wielrenner Francis Pélissier, bijgenaamd "Le Grand", directeur van La Perle cycles. Vervolgens leidde hij prestigieuze renners als Edouard Fachleitner, André Darrigade, Hugo Koblet, Ferdinand Kübler, Jacques Dupont, ...
De befaamdste overwinning voor La Perle was de Tour de France-overwinning van Hugo Koblet in 1951, wat hen waarschijnlijk nog wel even op de been heeft gehouden.
De jaren vijftig waren een moeilijke tijd voor de Franse fietsenindustrie, die veel klanten verloor aan bromfietsen en scooters. Begin de jaren vijftig maakte de algemene daling van de fietsverkoop het voor bedrijven zoals La Perle zeer moeilijk om een wielerploeg in stand te houden. De komst van commerciële bedrijven, naast wielerbedrijven, in de wielerwereld hielp renners dan ook om van de werkloosheid af te komen.
Francis Pélissier en La Perle beleefden een fantastisch jaar in 1953, dat door de komst van een jonge, 19-jarige renner , Jacques Anquetil, die de Grand Prix des Nations won. Jacques Anquetil koerste succesvol voor La Perle in de seizoenen 1954 en 1955 en behaalde enkele belangrijke overwinningen. In 1956 verhuisde hij naar Helyett. Franse wielerteams konden het zich doorgaans niet veroorloven om hun renners naar Italiaanse wedstrijden te sturen, maar een concessie van de Franse wielerbond stond toe dat Franse renners een contract met Italiaanse teams kregen om in Italië te racen. Jacques Anquetil reed dus voor La Perle, behalve in Italië, waar hij een contract had met Bianchi.






?
?
Dit balhoofdplaatje vertoont gelijkenissen met het plaatje van het merk VELEA

