Naar de inhoud

Balhoofdplaatjes van oude en recentere merken

Merkplaatjes, klevers en transfers
akke.beakke.be
Een balhoofdplaatje is een logo van de fabrikant of het merk dat is aangebracht op de balhoofdbuis van een fietsframe. Balhoofdplaatjes werden al eind 19e eeuw toegepast en waren vaak gemaakt van metaal. Ter bevestiging aan de balhoofdbuis kunnen daarin nagels of schroeven zijn gebruikt. Bij moderne(re) fietsen kunnen tevens, al dan niet met lijm, balhoofdplaatjes van kunststof zijn aangebracht. Ook kan een balhoofdbuis voorzien zijn van een transfer/sticker.

Aangepast --- STELLA (Fr)

STELLA (Fr)

Stella ----Ets. Fonteneau fabricant de cycles & machines à coudre- 21 Chaussée de la Madeleine te Nantes - Loire Atlantique----- France/Frankrijk

Het verhaal begon in 1919 wanneer Pierre Fonteneau zijn fabriek oprichtte in Nantes, aan de Chaussée de la Madeleine

Stella was een merk die zich vooral in de wielrennerij onderscheidde, in 1948 werd Louison Bobet in het team aangenomen. Louison Bobet won onder andere zijn eerste twee Tours de France (1953 en 1954) op Stella-fietsen en zijn wereldkampioenschapstitel in 1954.Gekroond met deze glorie werden ze ingewijd als de fietsen van de kampioenen. Het professionele wielerteam werd in 1948 opgericht door Pierre Fonteneau. Hij was een perfectionistische ingenieur met een sterk karakter, een vakman verliefd op mooi vakmanschap, een autoritaire en visionaire baas wiens bedrijf de eeuwwisseling van de jaren 1970 niet overleefde. Ze werden het kleine team die de grootte wielerploegen van fietsfabrikanten zoals Gitane of Alcyon bang maakten. Stella had 12 renners, terwijl grote ploegen als Mercier er wel 30 konden hebben. De renners waren goed voorbereid, hadden een echte teamspirit en werkten echt voor elkaar.  De goede uitslagen volgden zich op. Zonder de renners Guénard, Barbotin en Bobet zou Pierre Fonteneau een kleine fietsenfabrikant gebleven zijn.

Maar nu was Pierre Fonteneau niet langer tevreden zijn met de verkoop van Stella-fietsen in het Westen. Hij richtte zijn pijlen op Indochina en Algerije. Later zouden het de Verenigde Staten zijn. Hij zou de eerste zijn die in supermarkten verkocht, daarna in catalogi. Het was ook om zijn bedrijf te promoten dat Pierre Fonteneau besloot om in 1952 met zijn ploeg deel te nemen aan de Ronde van Algerije. Pierrot Barbotin was niet enthousiast om deel te nemen. Na twee koersen in Algiers en Oran, en voor de start van de ronde , nam de  Stella agent hen  mee naar een kleine haven waar ze oesters aten. De volgende dag  kon Barbotin de eerste etappe, Algiers-Medea, niet uitrijden! Hij had een  darmontsteking.  Hij keerde terug naar Frankrijk, maar Fonteneau was woedend. Hij was ervan overtuigd dat Barbotin  zonder reden had opgegeven... Hij wilde hem laten betalen voor het vliegticket voor de terugreis... Pierre Fonteneau  was zeker niet de gemakkelijkste.

Het avontuur van het Stella-team eindigde in 1954. Bobet vertrok naar Mercier. Barbotin, naar Saint-Raphaël. Het was de tijd dat merken die niets met wielrennen te maken hadden begonnen  investeren in wielerploegen. Martini contacteerde Fonteneau, maar hij weigerde. Samenwerken met iemand die niet uit de wielerwereld kwam was voor hem ondenkbaar. De "fietscouturier" Pierre Fonteneau bleef  een ambachtsman in de nobele zin van het woord. Elke werknemer had zijn werkbank, de fietskaders werden gemaakt in de rue Laennec, en ze werden gemonteerd in de chaussée de la Madeleine. Deze productiemethode was niet aangepast aan de Amerikaanse markt, naar waar Stella in zijn hoogtijdagen 300 fietsen per jaar naar exporteerde. Het was een cruciale tijd, ze hadden naar een industriezone moeten verhuizen, geld moeten lenen om een fabriek te bouwen. Maar mijn Pierre  sprak geen Engels, en is nooit naar de Verenigde Staten gegaan, hij had geen juridische en boekhoudkundige opleiding... Pierre Fonteneau was voor  de techniek en de  innovatie.

In de jaren 1950 rustte hij de fietsen van zijn renners uit met een versterkte achterbuis, dat was  om prestatieverlies te voorkomen bij het trappen als een danser. Twee decennia later, in het ouderlijk appartement waar de eettafel als tekentafel gebruikt werd, stond hij om vijf uur 's ochtends op en maakte zijn echtgenote wakker met de woorden: “Ik heb het gevonden”.”Wat gevonden?” “De vouwfiets”. De plooifiets waarvan het stuur naar beneden werd geklapt en die in een koffer paste. De pocket-bi. Het was niet genoeg om het Stella-bedrijf te redden.  Een Amerikaanse importeur deelde eind de jaren zeventig de genadeklap uit.

 



2703618-4e241d8897e09b01f57849f21f179f92.jpg

2703618-1167610aa17b0813233fe82d99403e41.jpg

2703618-6e08cae7969409185803b042d5e9a2e0.jpg

2703618-93f03429006fd2b36a5c124701a5c50b.jpg

2703618-712b17c3120c0c8f747d7ea7ea78c75f.jpg

2703618-efc974da1fa1f41ef3096cbe820f8a0a.jpg
Geschreven door phd om 15:42 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Aangepast - OMEGA (Fr)

OMEGA (Fr)

Omega ---------France/Frankrijk

OMEGA was een merk dat in Parijs werd opgericht maar later van eigenaar wisselde. Op 18 februari 1899 diende de heer Martial Bergeron het laatste grafische ontwerp van het Parijse merk in . OMEGA werd op 12 januari 1904 gekocht door Marius Lecomte fils (MLF) uit Lyon.

-        Omega --- cycles sans chaîne. Lauvergniat & Ferrand , constructeurs . Bureaux & ateliers de construction 22 Avenue d' Italie à Paris et maison de ventes 27 Boulevard Poissonniére à Paris

-        Omega- Maison Leconte fondée en 1863 , cycles & machine à coudre

Het Huis van Lecomte, gesticht door I. Lecomte in 1863, werd sinds 1897 geleid door een van zijn zonen, Marius Lecomte.  De naai- en breimachines werden door het huis gebouwd onder hun eigen handelsmerk. Later werd er uitgebreid met fietsen. Aanvankelijk verkochten ze Peugeot fietsen. Maar na de aankoop van het Parijse merk OMEGA registreerde Marius Lecomte junior het fietsmerk op 12 januari 1904 opnieuw op zijn naam in Lyon. Na de installatie van de productieapparatuur hoefde hij geen Peugeots meer te verdelen.

De firma Lecomte bezat aan de quai de Retz 15 (nu quai Jean-Moulin) en  op de Place de Lyon twee grote winkels voor de detailhandel in naaimachines, rijwielen en reserveonderdelen, evenals twee aangrenzende reparatiewerkplaatsen. Daarnaast was Maison Lecomte ook een tussenpersoon tussen de fabrikant en de detailhandelaar. De groothandel in naaimachines en fietsen werd samengebracht in een zeer groot pand, in 30 rue Pierre-Corneille, het hoofdkantoor van het Maison Lecomte,. De burelen bonden zich op 15, Rue Bugeaud.

 

2703617-d461e8efcb20b02f61a4d05ff2bdf741.jpg

2703617-e24785aaceb9bf8010a5de401aa18762.jpg

2703617-ae1d883fc04ad0241001e627fdccd740.jpg

2703617-3a40b6281dabe371f43296ce481c8b43.jpg

2703617-c330c3ce4162c3f621304763b8c688d2.jpg

Geschreven door phd om 15:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Nieuw - RHONSON (Fr)

RHONSON (Fr)

Rhonson cycles ------ 195 Avenue Felix Faure----- Lyon – Rhône------France/Frankrijk

Cycles Rhonson was een Frans merk van fietsen en bromfietsen, gevestigd in Villeurbanne en later in Lyon , opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkeerden de fabrieken van Georges Blettel in Villeurbanne, waar auto-accessoires werden geproduceerd, in grote problemen door een gebrek aan afzetmarkten. Na hun terugkeer uit de oorlog werden ze overgenomen door drie mannen, waaronder de twee kinderen van meneer Blettel. Zij besloten de fabriek om te vormen tot een fietsenfabriek. Administratieve beperkingen verhinderden hen echter om een nieuw bedrijf op te richten, dus besloten ze een klein bestaand merk uit Lyon over te nemen en het om te dopen tot "Rhonson", een samentrekking van de namen Rhône en Saône , de twee emblematische rivieren van de regio Lyon.

Vanaf het begin huurden ze gekwalificeerde ingenieurs in om hun eerste modellen te ontwerpen. Hun ambitie was om lichtgewicht fietsen met gesoldeerde onderdelen te verkopen aan de luxe en zelfs ultraluxe fietsenmarkt . Het eerste assortiment omvatte ook een racefiets, ontworpen om hun toekomstige wielerteam uit te rusten, evenals hun eerste gemotoriseerde fiets. Deze modellen werden tentoongesteld op de beurs van Lyon in 1941.

Rhonson is in Frankrijk vooral bekend vanwege de productie van bromfietsen, waaronder het topmodel, de Rhonsonette.

In 1959 werd de besloten vennootschap VAP (een fusie van Alcyon-Lucer en Rhonson), beter bekend als VAP SA, opgericht. Deze vennootschap bestond tot 1967.

Rhonson-Dunlop wielerteam: 1943-1951           

Het team nam vanaf het begin deel aan wielerwedstrijden in de onbezette zone. Het team bleef bestaan ​​tot 1951 met René Buche als sportief directeur.

Verschillende bekende renners hebben deelgenomen aan wedstrijden binnen de gelederen van het team, waaronder Edouard Fachleitner, Pierre Baratin, Antonin Rolland en Joseph Soffietti.

https://forum.tontonvelo.com/viewtopic.php?t=12255

https://fr.wikipedia.org/wiki/Cycles_Rhonson

https://fr.wikipedia.org/wiki/Antonin_Rolland

 



2703612-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2703612-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2703612-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

2703612-27b6e06024ee2384cd12390c322a710a.jpg

2703612-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg
Geschreven door phd om 15:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Nieuw - CYCLES L ????E ?X (FR)

CYCLES    L ????E ?X (FR)

Cycles  L ????E ?X  –--------- SEGRÉ-----------France/Frankrijk

Segré is een voormalige gemeente in het departement Maine-et-Loire in West-Frankrijk. Op 15 december 2016 werd deze samengevoegd met de nieuwe gemeente Segré-en-Anjou Bleu.



2703611-68af047d680e3473ee3030b979c2de42.jpg

2703611-f121d135f39f03e48da5fe5e8ced5b0a.jpg
Geschreven door phd om 15:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Nieuw - PIERROT (?)

PIERROT (?)

PIERROT --------------------?

“Pierrot” is geen bekend klassiek fietsmerk uit de 20e eeuw. De naam werd vermoedelijk gebruikt in België en/of Frankrijk.

De naam komt voor bij een recent Canadees fixie-merk, of het is mogelijks een  lokale/kleinschalige oud fietsmerk zonder brede documentatie. Er bestaat ook een modern Frans merk “Pierrot”, maar dat maakt accessoires (geen fietsen) en is pas opgericht in 2020, dat heeft dus niets met oude fietsen te maken.

Pierrot is een klassieke toneelfiguur uit de Italiaanse commedia dell’arte, een vorm van improvisatietheater die vanaf de 16e eeuw populair was in Europa.

Pierrot is meestal herkenbaar aan:

een wit geschminkt gezicht

losse, witte kleding

een melancholische, dromerige uitstraling

In tegenstelling tot veel andere komische figuren is Pierrot geen luidruchtige grappenmaker, maar eerder:

naïef en gevoelig

stil en soms verdrietig

vaak verliefd… maar ongelukkig (meestal op Colombina, die hem niet terugliefheeft)

Door de eeuwen heen werd Pierrot vooral een symbool van:

de tragische clown

onbeantwoorde liefde

kwetsbaarheid achter een masker

Hij komt niet alleen voor in theater, maar ook in kunst, muziek en literatuur. Bekende voorbeelden zijn schilderijen van Antoine Watteau en invloeden in moderne popcultuur. Kort gezegd: Pierrot is de “sad clown” avant la lettre — een figuur die tegelijk ontroert en herkenbaar menselijk is.



2703477-e741189e70d10e7db4c3b43ac21d3fc8.jpg

2703477-f121d135f39f03e48da5fe5e8ced5b0a.jpg
Geschreven door phd om 11:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Nieuw - GIRAFE (?)

GIRAFE (?)

Girafe Cycles ----------------------------?

Er is opvallend weinig betrouwbare informatie te vinden over een fietsmerk “Cycles Girafe”. Dat is meestal een teken dat het géén bekend, groot of historisch goed gedocumenteerd merk is.

Wat wél waarschijnlijk is:

- Mogelijk een klein of lokaal merk / label. Veel oudere fietsen (zeker in België, Frankrijk en Nederland) werden door kleinere ateliers gemaakt of door grotere fabrieken geproduceerd en onder verschillende merknamen verkocht. Dat betekent dat “Cycles Girafe” eerder een lokale merknaam of handelslabel kan zijn geweest, eerder dan een grote fabrikant zoals Gazelle of Peugeot.

- “Cycles …” wijst vaak op Frans-Belgische oorsprong. De naamstructuur “Cycles + naam” werd vooral gebruikt in Frankrijk en Wallonië / Brussel maar ook in Vlaanderen.

Dat kan erop wijzen dat het merk Frans of Belgisch was, mogelijk actief in de eerste helft van de 20e eeuw (± 1900–1960).

- Geen bekende industriële fabrikant. In lijsten van bekende (oude) Belgische en Europese fietsmerken komt “Girafe” niet voor, terwijl andere historische merken wél gedocumenteerd zijn.

Dat suggereert: geen grote productie en mogelijks een korte bestaansperiode of een rebrand .



2703476-b66a03d4e1b8045d9b36364cf84b5b9f.jpg

2703476-f121d135f39f03e48da5fe5e8ced5b0a.jpg
Geschreven door phd om 11:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Aangepast - LION RAPIDE (B)

LION RAPIDE (B)

Cycles Lion Rapide -- Aalst /Alost ---------- België

Lion-Rapide is een Belgisch historisch merk van fietsen, invalidenwagens en motorfietsen. Deze laatste werden ook als Salira op de markt gebracht.

Ze werden geproduceerd door Steveninck & Fils, vanaf 1953 S.A. Lion Rapide, Alost ( Aalst ) van 1936 tot 1957.

Voorgeschiedenis

Het bedrijf werd in 1923 opgericht door het echtpaar Camille Steveninck-Huylebroek in Hofstade. Hun zoons werden direct bij het bedrijf betrokken: Frans voor de administratie en verkoop en Lucien voor de techniek. Tevens werd Adolphe Föhl (later betrokken bij Kreidler) als adviseur aangetrokken. Het bedrijf deed aan emailleren en vernikkelen maar bouwde daarnaast ook (zeer degelijke) fietsen. Deze fietsen werden al snel populair, het bedrijf te klein en in 1930 verhuisde men naar de Pieter Couckestraat in Aalst, maar enkele jaren later was het bedrijf hier alweer uit gegroeid en verplaatste men het naar de Kattestraat. Er werden toen al gemotoriseerde fietsen (waarschijnlijk met 60- en 74 cc Sachs-blokjes) en invalidenwagens gemaakt.

Lion-Rapide motorfietsen: Vanaf 1936 werden echte motorfietsen gemaakt, waarbij men vasthield aan de inbouwmotoren van Sachs, nu met 100- en 125 cc. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de productie stilgelegd, maar de familie ontwikkelde in deze jaren een hydraulische telescoopvork. Bovendien werden - clandestien - enkele triporteurs op bestelling geleverd. In 1946 ging het bedrijf direct weer aan de slag. De Duitse Sachs-blokken moesten uiteraard wijken, men ging over op Britse Villiers-tweetakten, aanvankelijk van 125- en 200 cc.

De familie Steveninck besloot het meteen groots aan te pakken: er werden testrijders ingehuurd om de nieuwe voorvork te testen en er kwamen coureurs die de seriemotorfietsen in betrouwbaarheidsriten bestuurden. Het bedrijf groeide weer uit zijn pand en de productie-afdeling verhuisde naar Erembodegem. Lion-Rapide had zijn succes grotendeels te danken aan het feit dat men zich bij de "lichte" motorfietsjes had gehouden; in de crisisjaren waren die nog te verkopen en ook kort na de oorlog waren ze betaalbaar en nuttig voor veel klanten. Maar in 1951 kwam er toch een omslag: Er werd een viertakt gepresenteerd met het 350 cc kopklep-blok uit de FN M13.

Salira

In 1953 werd het familiebedrijf een NV (Société Anonyme Lion Rapide (Salira). Vanaf dat moment werden de motorfietsen onder twee merknamen gevoerd: de "luxe" modellen als "Lion Rapide", de "volksmotoren" als "Salira". In 1955 verdween de naam "Lion Rapide" geheel, en werden alleen nog Salira-modellen aangeboden.

 



2703472-3650d848cff5f75580fc1d454e5da41a.jpg

2703472-3f86eb90fae0b826e4be2ab5d9cda7ea.jpg

2703472-62265a9458bb51c69b2814a3dbe30feb.jpg

2703472-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg
Geschreven door phd om 11:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Aangepast - WILHELMINA (Nl)

WILHELMINA (Nl)

Rijwielen Wilhelmina – Nederland

Oprichter: W. van den Brink, Zeist – Merkinschrijvin:1896

Vestiging: Zeist , Amsterdam, Haarlem.

Stopzetting: 1962

Tussen 1817 toen de loopfiets met een beweegbaar stuur werd ingevoerd en het op de markt komen in 1885 van de veiligheidsfiets (Safety) - een lage velo met twee even grote wielen en een kettingaandrijving - heeft de fiets veel ontwikkelingen ondergaan. De vondst van de luchtband in 1888 verhoogde het comfort. De fiets maakte na 1885 een enorme opmars bij het grote publiek. Voor die tijd was het bezitten van een fiets hoofdzakelijk aan de elite voorbehouden. De fiets werd  ook gebruikt voor recreatie. De jonge koningin Wilhelmina vond fietsen een gezonde ontspanning en kocht in 1897 in het Oostenrijkse Wenen een fiets. Maar de minister-president verbood haar om te fietsen, hij deed dat met de woorden: “Wij moeten dus Uwe Majesteit vriendelijk verzoeken van Haar voornemen af te zien, ook al is het gevaar, dat in wielrijden ligt, zeer gering.”

De fiets verhoogde ook de mobiliteit van de arbeiders en  van andere werknemers.

Oprichter  Jan Van den Brink (1855-1922) was van oorsprong timmerman en maakte ook houten velgen en spatborden voor derden. Hij zag de progressieve populariteit van de fiets ( eind negentiende eeuw sprak men vaak over machine ) en besloot om dit transportmiddel ook te gaan fabriceren. In 1894 werd Van den Brink lid van de één jaar eerder opgerichte ‘Nederlandsche Vereeniging de Rijwielindustrie’ (RI), een vereniging van rijwielfabrikanten. In 1900 werd de verenigingsnaam veranderd in Rijwiel- en Automobiel Industrie (RAI). In 1895 stond hij met 19 fietsen van het merk Dürkopp op een door de ‘de Rijwielindustrie’ georganiseerde rijwielententoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam. Hoofdvertegenwoordiger voor Utrecht van dit Duitse merk was de firma J.A. Deumer Cramer in Utrecht en Van den Brink was blijkbaar de lokale agent. Achter zijn woning aan de Karpervijver 17 bouwde hij in 1895 een fabriek. Het jaar daarna werd hij en de bouwkundige D.P.I. Harmsen zakenpartners. Misschien is dat een aanwijzing dat Harmsen de fabriek ontworpen heeft. In ieder geval de herbouw uit 1897. In zijn fabriek werkten aanvang 1896 17 mannen en op het eind van het jaar ongeveer dertig.

De onderneming ging voortvarend te werk. In Amsterdam werd op 20 februari 1896 in de Galerij van het Paleis van Volksvlijt een fietsenwinkel geopend,  enkele weken later gevolgd door een winkel in de Schoutenstraat te Utrecht. De kwaliteit van de Wilhelmina-fietsen werd afgemeten aan de behaalde successen en overwinningen op wielerwedstrijden. In Utrecht werden op 26 april 1896 de eerste wedstrijden van het seizoen gereden. De verslaggever van de Weekbode was in de uitgave van 29 april 1896 lyrisch over het behaalde resultaat. Terecht wees hij erop dat niet alleen het talent van de coureurs belangrijk was, maar ook het materieel waarover zij beschikten.

 

Van den Brink kon de interesse van Maurice (Maurits) Adler (1873-?) voor zijn bedrijf te beïnvloeden. In die dagen was Adler een bekende wielrenner, in 1892 werd hij op de internationale wielerwedstrijden te Arnhem kampioen tricycle (driewieler). Maurice werd in Parijs geboren en groeide op in Amsterdam. Hij heette Maurice maar zijn jeugdvrienden noemden hem Puck. Hij was nog geen 1.60 m lang, voor zijn generatie was dat onder de gemiddelde lengte, hij had bruine ogen en zwart haar. In 1894 schreef Adler het boek ‘Baan en Weg’, een boek over de wielrennerij. In datzelfde jaar kwam hij met een nieuwe fietsband op de markt, die hij samen met A.J.J. Lindner, een Amsterdamse kurkenfabrikant, had ontwikkeld en waarop ze in verschillende landen een patent hadden aangevraagd. De band hadden ze de Griekse naam Arrektos gegeven en bestond uit kurk en rubber. Adler studeerde enkele jaren medicijnen, maar besloot uiteindelijk om in zaken te gaan. Bij akte van 15 november 1894 was hem door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam handlichting verleend ‘tot het drijven van handel in rijwielen en aanverwante artikelen, hetzij alleen hetzij in vennootschap met anderen, het beschikken over al zijne inkomsten uit dien handel en het sluiten van alle verbintenissen tot dien handel betrekkelijk.’ In de jaren 1896-1897 was Adler inwoner van Zeist.

Behalve de compagnon van Van den Brink werd hij in 1910 ook zijn schoonzoon. Hij trad toen in het huwelijk met diens dochter Jansje (1885-1949).

Op 7 maart 1896 stichtten Van den Brink en Adler een vennootschap met de firmanaam Adler & van den Brink. Hun doel stond beschreven als volgt: “het vervaardigen van Rijwielen, onderdeelen daarvan en artikelen daartoe behoorende en de handel daarin, alsmede in artikelen tot het vak behoorende, doch door de Vennootschap niet zelf vervaardigd.” Voor de datum van7 maart maakten ze al gebruik van die firmanaam. Van den Brink had als fabrieksmerk Kampioen gekozen, maar die naam werd niet lang gevoerd. De firma Adler & Van den Brink liet al op 8 februari 1896 de merknaam Wilhelmina inschrijven. De fiets werd naar de jonge koningin Wilhelmina genoemd.

Een felle brand verwoeste op 26 november 1896 de fietsenfabriek en ook de ernaast gelegen timmerwerkplaats en een houten opslagloods van textielgroothandel G. Wees & Weiss, die aan de andere kant van de fabriek stond. Door een achteloosheid van een van de arbeiders was er een desastreuze brand ontstaan. De heropbouw werd op 2 april 1897 gegund aan aannemer R. Mouw in Hilversum. Binnen een paar maanden was de fabriek weer opgebouwd en kon de productie worden hervat. Ondanks alle problemen die zich tijdens het eerste jaar hadden voorgedaan werden in dat jaar 332 fietsen gefabriceerd.

 Op 10 maart 1897 werd de firma Adler & van den Brink ontbonden en op diezelfde dag richtten Adler en Van den Brink samen met een aantal investeerders de naamloze vennootschap Maatschappij tot Exploitatie der Rijwielenfabriek ‘Wilhelmina’ te Zeist op. De verwachting was dat in het eerste jaar 1500 à 1800 fietsen gefabriceerd zouden worden en dat de productie uitgebreid zou worden tot 4.000 à 5.000 per jaar. Doch, acht maanden later, op 12 oktober, werden beide directeuren door de raad van commissarissen geschorst. Zij beschuldigden Adler en Van den Brink van: onbetrouwbaarheid, handelingen in strijd met de statuten en slecht beheer. In een tumultueuze buitengewone aandeelhoudersvergadering op 25 oktober werden zij ontslagen.

‍De zaken gingen blijkbaar niet zo goed, want ook Adler sprak in oktober 1897 over een rijwielcrisis. De Europese markt werd immers overspoeld met Amerikaanse fietsen. In de algemene vergadering van aandeelhouders op 23 mei 1899 werd besloten om de vennootschap te ontbinden en Breman werd tot liquidator benoemd. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg op die datum driehonderdduizend gulden. De ontbinding had plaats bij notariële akte van 20 juli.

In De Kampioen, het tijdschrift van de ANWB (Algemeenen Nederlandsche Wielrijders-Bond), stond in het nummer van 2 juni 1899 te lezen: “Op de laatstgehouden vergadering der aandeelhouders in de Wilhelmina-rijwielefabriek te Zeist is besloten tot likwidatie over te gaan. Dit verwondert ons niets; we hadden ’t al eenigen tijd verwacht. De eenigen, die wij beklagen, zijn de arme werklieden en hun gezinnen (hun aantal was in den laatsten tijd achter al aanzienlijk geslonken) en de oud-directeuren, de heeren Adler en Van den Brink.” Dat die twee heren met name genoemd werden, maakt duidelijk dat zij in 1897 geslachtofferd werden.

 De fietsenfabriek aan de Karpervijver 17 c.a. werd op 24 juli in Amsterdam geveild. De nieuwe eigenaar van de ‘Rijwielenfabriek “Wilhelmina”’ werd de naamloze vennootschap Constructiewerkplaatsen te Zeist. Deze vennootschap werd op 3 augustus 1899 opgericht door J.L.A.H. Wesselmann te Utrecht en J.K. Bakker te Zeist. Directeur was de genoemde vennoot Bakker. Dit bedrijf bleek geen zakelijk succes te zijn, want op 23 en 24 juli 1902 werd in Amsterdam de complete inventaris van de Constructie-werkplaatsen te Zeist en van de fietsenfabriek Wilhelmina openbaar geveild, evenals het fabrieksmerk Wilhelmina.

Vier maanden later werd het fabrieksgebouw c.a. op 17 november bij opbod en op 24 november bij afslag in Amsterdam openbaar geveild. De veiling werd 24 november opgehouden.

Merknamen

Bij de openbare verkoop in 1899 werden, mee verkocht: ‘de Patenten, Handelsmerken en het recht op naam van bovengenoemde Fabriek.’ Bedoeld werd de fietsenfabriek Wilhelmina. De ontslagen directeuren probeerden toch nog om  de merknaam Wilhelmina - die op 6 november 1897 als Wilhelmina Rijwielen, Zeist, Holland ingeschreven was op naam van Maatschappij tot exploitatie der rijwielfabriek ‘Wilhelmina’ NV - via de rechter terug te krijgen, doch Zonder succes.

 Tot 1898 stond in het beeldmerk behorende bij de merknaam een afbeelding van koningin Wilhelmina als jong meisje met hangend lang haar. In het jaar van haar troonsbestijging werd het beeldmerk gewijzigd. De staatsiefoto van H.W. Wollrabe van 1897 diende als voorbeeld. In een ellips staat een borst-beeld van de jonge vorstin met diadeem op opgestoken haar. Daaromheen binnen de ellips de tekst: WILHELMINA | RYWIELEN en horizontaal: TRADE | MARK. Aan de bovenzijde een kroon en aan de onderzijde een lint met de tekst: ZEIST | (HOLLAND). Er is geen aanwijzing gevonden dat dit beeldmerk is ingeschreven bij het ‘Bureau voor den Industrieelen eigendom’ als uitvoerder van de Merkenwet 1893.

Zeker is de inschrijving op 2 december 1897 van het beeldmerk waarvan de beschrijving luidt: ‘Het merk vertoont eenen struik met bloemen (madeliefjes) en bladeren, omgeven door eene ellips; schuin door die ellips en bloemenstruik is vermeld het woord: WILHELMINA, tusschen twee evenwijdig loopende lijnen, terwijl voor en achter dat woord zich twee cirkeltjes vertoonen. Om deze ellips vertoonen zich in rond druk de woorden: MAATY. TOT EXPLIE DER RIJWIELENFABRIEK, in drukletters. Het geheel is omgeven door eene dubbellijnige ellips, aan welker boveneinde eene kroon en aan welker benedeneinde een lint is bevestigd, waarop in rond druk de woorden: ZEIST | HOLLAND.’

De Maatschappij tot Exploitatie der Rijwielenfabriek ‘Wilhelmina’ liet op 2 februari 1899 nog twee beeldmerken registreren. Een beschrijving luidt: ‘Het merk bestaat uit twee concentrische dubbel lijnige cirkels, tusschen den buitensten en den binnensten cirkel zijn, in ronddruk, de woorden: de koningin, met hoofdletters geplaatst. Tusschen de letters: D en N bevindt zich, op de binnensten eene blokpunt.’ en van de ander: ‘Het merk bestaat uit de woorden: de koningin. In schrijfletters.’‍

De fabrieksmerken Wilhelmina en De Koningin die op de veiling van 23 en 24 juli 1902 werden aangeboden, werden gekocht door de Belgische ondernemer Julius Holz. Hij liet beide merknamen op 14 maart 1903 inschrijven. Over de merknaam Achilles is na 1902 niets bekend. Hij adverteerde in De Kampioen van 1 mei 1908: ‘Wilhelmina Met recht het wonder der Nederlandsche Industrie. De Wilhelmina Rijwielenfabriek, vroeger te Zeist, thans te Amsterdam, is een der oudste fabrieken in Nederland, en heeft zich sedert de laatste jaren uitsluitend toegelegd op het fabriceeren van ééne kwaliteit rijwiel: Het beste. Tweede of derde klasse machines worden van dit merk niet in den handel gebracht.’

De fabriek verhuisde in 1915 naar Amsterdam en later in 1929 naar Haarlem. In 1929 kocht de fa. Pieter Dik, Gedempte Oude Gracht 79 in Haarlem, het merk Wilhelmina. In 1962 werd het opgeheven.

In 1970 ging het handelsmerk Wilhelmina naar Gazelle. Gazelle heeft enkele seizoenen kinderfietsjes met het merk Wilhelmina gemaakt, maar gebruikt het merk inmiddels niet meer. De afbeeldingen van prinses en koningin Wilhelmina op de balhoofdplaatjes van de fietsen volgden de beeldenaar van het muntgeld: zo is er een Wilhelmina met hangend haar (1896 - 1904), met opgestoken haar fijn en grof, etc. Overigens heeft rijwielfabriek Wilhelmina niets met het bekende merk carbidlantarens te maken.

EEN GROOT ZAKENMAN

De dag na hun ontslag in 1897 gingen Adler en Van den Brink alweer een vennootschap onder firma aan met de naam Adler en van den Brink. Het doel van de firma was hetzelfde als van de firma opgericht op 7 maart 1896 en ontbonden 10 maart 1897. De vennootschap werd aangegaan voor de duur van vijf jaar en bij niet schriftelijke opzegging automatisch telkens voor één jaar verlengd. In 1922 vierde hij zijn 25-jarig ondernemerschap. Hij rekende dus vanaf dit tijdstip.

De fiets was al aan eind negentiende eeuw aan zijn opmars begonnen. In 1907 kwamen er goedkopere automobielen op de markt. Die vonden vooral aftrek onder de gegoede burgerij (artsen, advocaten, notarissen, ondernemers enz.).  Na de Eerste Wereldoorlog werd ook de motorfiets populair.

Adler richtte tussen 1899 en 1912 enkele handelsvennootschappen op om handel te drijven in fietsen, zijn eerste liefde, en auto’s en motorfietsen te importeren. Hij bracht zijn eigen HIMA-fiets (afkorting van Handel- en Industrie Maatschappij voorheen M. Adler) op de markt. Vervolgens deed hij van alles op import- en exportgebied van staal en ijzer. In zijn speech op zijn jubileumfeest in 1922 zij hij: ‘Wij hebben een groote exportzaak, doen zaken direct met de grootste firma’s in het buiten- en binnenland (…).’ Het succes waarop hij in 1922 kon roemen, hield niet stand. Een tien jaar later stortte zijn zakenimperium ineen. Waarschijnlijk als gevolg van de crises van de dertiger jaren. Oprichter  Jan Van den Brink  overleed in 1922 aan de gevolgen van een beroerte.

Met zijn zakelijk inzicht en zoals hij met zijn fietsmerk HIMA heeft bewezen, zou Maurice Adler van de Wilhelmina-Rijwielen een succes hebben kunnen maken als hem langer de kans was gegeven. Dan zou het fabrieksgebouw aan de Karpervijver niet leeg zijn komen te staan en dus niet beschikbaar zijn geweest voor Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken voorheen J.A.A. Gerritsen.

Bron:

https://www.zilverkamerzeist.nl/publicaties-fietsenfabriek-wilhelmina-aan-karpervijver.html

http://www.rijwiel.net/wilhelmn.htm

 

2701783-cbaa16ff86c17b7abad4eb5f352e2954.jpg

2701783-eb739078326bf5611f090889b165eeaf.jpg

2701783-5819f27b0ff4523cbfb4c99da69d8fd1.jpg

2701783-941445994f6893d050a9458a0b1433e7.jpg

2701783-36517e2cc2a68bd7dd54f251f7d5f71a.jpg

2701783-452ed962f442c8281bfdc16b7a1662d7.jpg

2701783-b03f8bdadf865e410d7f4417c0703ed9.jpg

2701783-5ec20f0fdaed4efcfd918b48dc0bddf6.jpg

2701783-f76669d2f03983413886a6d33fd6080e.jpg

Geschreven door phd om 15:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Balhoofdplaatjes van oude en recentere merken

↑ Terug naar de berichten