Hoe ik aan de naam tovertaling kwam
en tweedelig als het windstil is
hij maakt mijn kinderziel
zo dronken aan het water
met zijn rare tovertaal
en af en toe gesnater
Vroeger in mijn jeugd, woonde ik in de stad Antwerpen, in de buurt van de dierentuin. Mijn ouders waren toen gelukkige (voor mij althans) bezitters van een toegangspas, zo kon ik er bijna dagelijks wandelen. Altijd bewaarden we oud brood, voor de olifanten, de kruimels voor de eenden in de vijvers. Het was een wonderlijke tijd in de ogen van een kind, die zag hoe op een dag een olifant de hele mand naar boven tilde en genoegzaam kauwde op het riet. Toen de meid met ons de eenden voederde, haar tas omkieperde om de laatste restjes uit te schudden, tot het pasje in het water viel. Met mijn grootouders heb ik eveneens vele malen door de tuinen gestruind, en op een dag wou ik een draaideur uitproberen, ik kon niet meer terug, en tot mijn grootste spijt zijn we dan maar naar huis gegaan.

