Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Een aartsmoeilijke engel


.
zij is aartsmoeilijk een engel
met een heilig hoofd en minzaam
beschouw ik
haar zegeningen
die haar omringen
als een lang gewaad
ze haalt ook
gevleugeld uit
niet om te vliegen
maar om het evenwicht
zij torst immers teveel
de voorbije jaren
laag na laag na laag
.
De foto is een schilderij van een mij welbekende kunstenares.
H.M. Racher
wederwoord aan de boodschapper
volledig ben ik hem toegewijd, zonder meer
geen stofje twijfel dwaalt nog naar mijn hart
ik ben slechts stof en in mezelf ben ik niets
meer dan stof, in zijn nabijheid ben ik niets
dat is een grondige waarheid
dat is mijn eindig oordeel
(uit verzen van Ruhani Khaizan)
wederwoord op een hymne aan God
die zijn God als geliefde beschouwt
hij toont mij een Licht dat schittert
en zich weerspiegelt over 't heelal.
zou zijn God ook een vrouw zijn?
de voorbije nacht raakte de maan
toen hij naar de dieptes zocht tot
in haar ronde kraters, vond hij er
schoonheid in een zilver schijnsel
en weet je, als ik 's avonds staar
naar de maan en de sterren te ver
dan word ik dronken en wentelt
mijn bewondering ononderbroken
Met welke mysterieuze hoedanigheden hebt Gij ieder deeltje vervuld? (Ruhani Khazain)
vandaag zal ik
vandaag begin ik opnieuw en herteken ik
strandfiguren met wrakhout in schelpengruis
vergezichten in een vaalblauwe achtergrond
en een zonsondergang in aartsmoeilijk rood
en als het avond wordt, dan wacht ik op de maan
haar schijngestalte, zij kleurt de randen van golven
met haar zilveren schuim
en als het nacht is, dan drink ik het melkwegvocht
met droeve slaapogen en voel ik mezelf zo nietig
en morgen zal ik opnieuw beginnen te tekenen
dezelfde strandfiguren
dezelfde vergezichten maar eerst
nog een zonsopgang in waterkleuren
en met verblindend geel
en de maan, mag even blijven totdat
ik blind geworden ben van te lang te staren naar de zon
opmerkingen
dat zei hij met een stelligheid die niets aan mijn verbeelding overliet
een winterhart
die opeens begon te haperen omdat het ijs
daar om zich heen gegrepen had, en enkele
druppels druipen nog als om het allerlaatste
zuchten weer te geven, het is er winterhard
tot zelfs de tijd bevroren werd onaangedaan
de dagen liet verlopen, zolang het vriezen en
de vorst geen uren kent, tot zelfs de zon er
laag gezonken was, zo klinkt een winterhart
Vertaling in het Engels
The children of the prophet
the children of the prophet, as I call them
in a sacred moment, and while their smile
enchants my mouth, and also their sincerity
while they reach to me with both their hands
and they seem so innocent and too accepting
in their newest youth and they treat each other
with friendship that surely comes from the heart
and with love which they handle in the right way
I lack most of the words to describe it, they don’t
they even sing it out, and they call me brother
even in their holy house, where prayers sound
where I cover my head and leave the footwear
behind and also the impurity of the world at
the entrance, I receive
their innocence is really not of this world
but you could call them rather unprejudiced
because their looks are too bright and they
show their discontent only from the heart
you feel that when it strikes your soul and
I lack most of the words to describe it
they don’t
ontmoeting met een prediker
in een geheiligd ogenblik, terwijl hun glimach
mijn mond versiert en ook hun oprechtheid
terwijl ze naar mij met beide handen reiken
ze lijken me wel argeloos en te ontvankelijk
in hun nieuwe jeugd maar ze bejegenen elkaar
met vriendschap die zeker uit het hart komt
en liefde, waar ze zo oprecht mee omgaan
ik heb geen woorden genoeg, maar zij wel
zij zingen het zelfs uit, ze noemen mij broeder
zelfs in het heilig huis waar gebeden wordt
ik mijn hoofd bedek en mij van het schoeisel
ontdoe om alle onzuiverheid van de wereld
achter te laten aan de ingang, ontvang ik
hun argeloosheid is echt niet van deze wereld
je zou hen eerder onbevangen kunnen noemen
want hun blik is immers veel te helder en het
ongenoegen laten zij enkel in het hart blijken
en dat voel je langs je ziel strijken, terloops
ik heb geen woorden genoeg, maar zij wel
een buitengewone ontmoeting
hoe het ijs brak toen het zo koud was en
het was winter weet je die dag en sneeuw
bedekte het lopen het wachten te zwaar
je klappertande en woorden haperden
je beet ze gewoon in stukken en ik had
moeite om je te verstaan, ik sprak zelf
amper en ik blies mijn adem dampend
mijn jas heb je erg gedragen en ik heb
daar jouw koude lijf gevoeld het rillen
en het huiveren, de bittere koude bleef
alleen achter, tot ik je weer ontmoette
toen het water brak en het warm was
in een steriele kamer, ik droeg blauw
de jas en 't masker hield de adem in
liefdesperikelen
'schrijf mij eens over de liefde'
dat vroeg ze mij onlangs
ik keek bedenkelijk want
weet nog steeds niet hoe ik
'de liefde' schrijven moet
En toen vielen de volgende zinnen in mijn hoofd:
dag malle liefje dag
vol madeliefjes dat mag
op zo'n mooie roze kaart
met rode hartjes
en een zoem
van bloem naar bloem
met rode lippen
en een zoen
van toen, van toen
mijn lief, mijn lief
toen ik nog wat
jonger was
en hartendief
metamorfose
onderaardse gangen, want het duister heb ik
al eeuwen lief, het tasten is een bezigheid die
mij wel bevalt en dat langzaam vordert zodat
ik mij elke wending, elke kronkel voorstellen
kan, er is immers een tijd geweest dat ik zien
kon, mijn ogen schitterden toen staalblauw en
glashard, ik had toen klauwen en geen handen
maar de vleugels draag ik nog, mijn huid is zo
gespannen en mijn oren bovenmaats gegroeid
men zegt mij dat ik duivels ben
poëtische beschouwingen
je stoort en je haar onstuimig
verwart, je kan het opbinden
weet je, een paard heeft manen om
te behagen als het waait en de pauw
zijn veren klappen dan dicht, voor
hem moet het windstil zijn, jij hebt
je handen, jij kan er veel mee doen
het is de windjammer met vierkante
zeilen, die het waaien proeft telkens
hij tegen de stroom invaart en kraakt
tot in de kern van zijn houten romp
zo ben ik ook, ik vind de wind
nooit jammer, ik hou ook van zijn
jammerklacht.
Schrijf eens een gedacht
te schrijven, zo tussen mijn neus en lippen,
blauwe ogen die mogen er ook wel bij
als ze glanzen dus en de tong die hou ik
nog even, in bedwang want die gebruik
ik teveel om te verbijten
'ik bedoel' zei ze ook zoals alle vrouwen
er is dus geen man die dat begrijpen wil
ze wou slechts weten of ik gevoelig ben
en of het zou blijken uit...
'ik wou' zei ik en meende
dat ik wel een afstand kon bewaren want
ik schrijf slecht in vervoering, en moet mijn
verstand behoeden
verdoken plaatsen
Hier wordt geen eten meer verspild
want zelfs de maden moeten leven
en de schimmels bloeien erg groen
het aanrecht groeit hier elke dag
de hoogte in, soms is er overvloed
en ongenoegen om te verwarren
want alles wordt hier nauwgezet
er is plaats genoeg om tot zichzelf
te komen, een bed dat overlangs
steeds halfleeg is, en een overvolle
tafel om het zware hoofd te breken
met beide handen en met stapels
kranten, en een lege plastic fles
nog drie houten stoelen onbezet
wisselvallig weer
-
alleen de getaande schepen
slepen teer de langgerekte
golven door de trage stroom
en zeewaarts meer
waar water geduldig is
keer op keer tot het getij
te wisselvallig het laagland
overspoelt en het wassen
onbedwingbaar blijkt
---
we hebben een stormvloedkering en
een ruwdam aangelegd, een stuwdam
verderop in 't hooggebergte
een stuwend meer
maar een regenvloed keert telkens terug
naar plaatsen waar het ooit verdampte
ik de zon verdoemde om haar warmte
---
een stoer paard
als ze het gras klieven
en hij ademt vrieslucht in
door brede neusvleugels
en dampen uit het hoofd
hij snokt, zelfs als hij stilstaat
en laat dan flanken sidderen
vroeger, veel vroeger droeg
hij een pantser, een ijzeren
man met een zwaard en een harnas
dat met zonlicht verblindde
zo de vrees verwekte
en een slagveld schiep
nu verwekt hij enkel bewondering
het hoofd lijkt mij te vragen
of ik ook een harnas heb?
ich bin feuergefährlich
ik ben braakmondig en
spuw het vuur vanuit mijn
vuurgevaarlijk gehemelte
doe huig werd ruig geschroeid
die tanden zwartzuur glazuur
der tong veelvuldig gespleten
ich bin ein Drache und Donnerwetter
een mythomane pyromaan, en
ik heb gisteren nog van de maan
gegeten en een zon verdronken
in aartsmoeilijk rood gezonken
dronken
de hemel heb ik paars geschuurd
en beurs geslagen met harde vragen
mijn eigen sterrenbeeld heb ik er
geschapen en weer een melkweg
uitgemoord, gedronken
ich bin die Rache und soll Feuer sein.
Is ie mooi of niet? Want wat is mooi, zeg me dat eens?
stormvloedkering
langgerekte golven door
de stroom zeewaarts meer
want het water is geduldig
keer op keer als het getij
te wisselvallig het laagland
overspoelt en het wassen
onbedwingbaar blijkt.
we hebben een stormvloedkering en
een ruwdam aangelegd, een stuwdam
verderop in 't hooggebergte, een meer
maar een regenvloed keert telkens terug
naar plaatsen waar het ooit verdampte
bezinning
Wetenschappelijke artikels staan er vol van 'Intelligent Design'. Een drijvende kracht die de schepping stuurt? Eerder een Deus ex Machina, of de duvel uit het doosje.
Voor mij is het eerder de zoveelste poging van de mens om onrechtstreeks zijn falen toe te geven. Er moet wel iets zijn, en het liefst dan de volmaaktheid zelve. Maar zou het niet eerder kunnen dat 'de schepping' op zich reeds onvolmaakt is? Eerder heb ik het al aangehaald, die magnifieke zin 'in den beginnen was het woord', en om verder te gaan zeg ik dan 'enkel het eerste woord was heilig'.
Volmaaktheid wordt ons niet in de schoot geworpen, daar moeten we zelf op zoek naar gaan. Er zijn voorbeelden inderdaad, meer dan genoeg trouwens, maar telkens evolueert het naar macht over mensen. Ik ben maar een straat- of een toogfilosoof meer niet dus. De boom herkent men aan zijn vruchten, en ze smaken allemaal naar bittere ontgoocheling.
men houdt hier enkel van plantsoen
en gesnoeide struiken we zouden wel
eens te onstuimig kunnen worden
zoals de wind met stormen speelt
Een grote schoonmaak dus, zoals een kruistocht of een jihad (waarom klinkt er in dat woord toch steeds de haat?), die zou ons op het rechte pad moeten brengen? Daar geloof ik dus niet in, een dergelijke houding getuigt voor mij van minachting.
zelfs mij durven ze aan te sporen, ik haal schouders
op en schud van nee dat niet, het stoelgeld is te duur
geworden en huilen klinkt niet goed in koor, daarvoor
ben ik te weinig kuddedier gebleven, ik val niet meer
aanbiddelijk neer, mijn kniën zijn versleten ze willen niet
de benen laten buigen, zelfs niet
voor een eerbiedwaardig doel
Er is teveel onverdraagzaamheid in de wereld, het begint steeds bij simpele dingen en vreemdelingen. Alhoewel het probleem nooit simpel is, dat zou men te graag willen daarom dat we overal de 'duivel' zien en een 'hand van god'. Dan kunnen we van ons afschudden als stof.
We leggen de oorzaak elders, buiten ons bereik, zodat we met een gerust geweten kunnen stellen dat het ons probleem niet meer is. We zullen wel bidden voor het zieleheil van hen die het verkeerde pad volgen. De fout ligt niet bij ons dus, daarvoor zijn we te godsdienstig voor, en de wereld kan je toch niet veranderen, dus hoeven we onszelf ook niet meer te veranderen, gemakkelijk toch? Deus ex Machina, we roepen hem wel aan als het te gortig wordt. En diegenen die tegen de stroming willen ingaan, drukken we de kop in, leggen hen het zwijgen op, stalken we tot ze het beu worden om zich nog met ons te meten.
Geloof ik in god? In ieder geval niet in de jouwe, god is voor mij heel persoonlijk en dan toch weer niet. Geen drijvende kracht dus, want wat weten we trouwens over 'kracht'? Een entiteit misschien, maar dat zou ik als 'ik god was' als een belediging opvatten. Dus een personaliteit helemaal niet en het 'al' helemaal niet want het universum is verre van volmaakt, het heelal is strijd en is dat altijd geweest. En kom niet af met een strijd tussen 'goed' en 'kwaad', want dan krijg je mij pas kwaad.
Het Eerste Woord is het begin van alles. De volmaaktheid is iets om na te streven, maar dat is moeilijk omdat we zelfs niet in de verste verte kunnen beseffen wat 'volmaakt' eigenlijk betekent. We zien slechts een flauwe afspiegeling ervan met onze beperkte zintuigen, en we beschrijven het amper met onze armzalige woordenschat.

