opmerkingen
dat zei hij met een stelligheid die niets aan mijn verbeelding overliet
opmerkingen
een winterhart
Vertaling in het EngelsThe children of the prophet
the children of the prophet, as I call them
in a sacred moment, and while their smile
enchants my mouth, and also their sincerity
while they reach to me with both their hands
and they seem so innocent and too accepting
in their newest youth and they treat each other
with friendship that surely comes from the heart
and with love which they handle in the right way
I lack most of the words to describe it, they don’t
they even sing it out, and they call me brother
even in their holy house, where prayers sound
where I cover my head and leave the footwear
behind and also the impurity of the world at
the entrance, I receive
their innocence is really not of this world
but you could call them rather unprejudiced
because their looks are too bright and they
show their discontent only from the heart
you feel that when it strikes your soul and
I lack most of the words to describe it
they don’t
ontmoeting met een prediker
een buitengewone ontmoetinghoe het ijs brak toen het zo koud was en
het was winter weet je die dag en sneeuw
bedekte het lopen het wachten te zwaar
je klappertande en woorden haperden
je beet ze gewoon in stukken en ik had
moeite om je te verstaan, ik sprak zelf
amper en ik blies mijn adem dampend
mijn jas heb je erg gedragen en ik heb
daar jouw koude lijf gevoeld het rillen
en het huiveren, de bittere koude bleef
alleen achter, tot ik je weer ontmoette
toen het water brak en het warm was
in een steriele kamer, ik droeg blauw
de jas en 't masker hield de adem in
liefdesperikelen'schrijf mij eens over de liefde'
dat vroeg ze mij onlangs
ik keek bedenkelijk want
weet nog steeds niet hoe ik
'de liefde' schrijven moet
En toen vielen de volgende zinnen in mijn hoofd:
dag malle liefje dag
vol madeliefjes dat mag
op zo'n mooie roze kaart
met rode hartjes
en een zoem
van bloem naar bloem
met rode lippen
en een zoen
van toen, van toen
mijn lief, mijn lief
toen ik nog wat
jonger was
en hartendief
metamorfose
poëtische beschouwingen
Schrijf eens een gedacht
verdoken plaatsen
wisselvallig weer
een stoer paard
ich bin feuergefährlich
stormvloedkering
bezinningWetenschappelijke artikels staan er vol van 'Intelligent Design'. Een drijvende kracht die de schepping stuurt? Eerder een Deus ex Machina, of de duvel uit het doosje.
Voor mij is het eerder de zoveelste poging van de mens om onrechtstreeks zijn falen toe te geven. Er moet wel iets zijn, en het liefst dan de volmaaktheid zelve. Maar zou het niet eerder kunnen dat 'de schepping' op zich reeds onvolmaakt is? Eerder heb ik het al aangehaald, die magnifieke zin 'in den beginnen was het woord', en om verder te gaan zeg ik dan 'enkel het eerste woord was heilig'.
Volmaaktheid wordt ons niet in de schoot geworpen, daar moeten we zelf op zoek naar gaan. Er zijn voorbeelden inderdaad, meer dan genoeg trouwens, maar telkens evolueert het naar macht over mensen. Ik ben maar een straat- of een toogfilosoof meer niet dus. De boom herkent men aan zijn vruchten, en ze smaken allemaal naar bittere ontgoocheling.
men houdt hier enkel van plantsoen
en gesnoeide struiken we zouden wel
eens te onstuimig kunnen worden
zoals de wind met stormen speelt
Een grote schoonmaak dus, zoals een kruistocht of een jihad (waarom klinkt er in dat woord toch steeds de haat?), die zou ons op het rechte pad moeten brengen? Daar geloof ik dus niet in, een dergelijke houding getuigt voor mij van minachting.
zelfs mij durven ze aan te sporen, ik haal schouders
op en schud van nee dat niet, het stoelgeld is te duur
geworden en huilen klinkt niet goed in koor, daarvoor
ben ik te weinig kuddedier gebleven, ik val niet meer
aanbiddelijk neer, mijn kniën zijn versleten ze willen niet
de benen laten buigen, zelfs niet
voor een eerbiedwaardig doel
Er is teveel onverdraagzaamheid in de wereld, het begint steeds bij simpele dingen en vreemdelingen. Alhoewel het probleem nooit simpel is, dat zou men te graag willen daarom dat we overal de 'duivel' zien en een 'hand van god'. Dan kunnen we van ons afschudden als stof.
We leggen de oorzaak elders, buiten ons bereik, zodat we met een gerust geweten kunnen stellen dat het ons probleem niet meer is. We zullen wel bidden voor het zieleheil van hen die het verkeerde pad volgen. De fout ligt niet bij ons dus, daarvoor zijn we te godsdienstig voor, en de wereld kan je toch niet veranderen, dus hoeven we onszelf ook niet meer te veranderen, gemakkelijk toch? Deus ex Machina, we roepen hem wel aan als het te gortig wordt. En diegenen die tegen de stroming willen ingaan, drukken we de kop in, leggen hen het zwijgen op, stalken we tot ze het beu worden om zich nog met ons te meten.
Geloof ik in god? In ieder geval niet in de jouwe, god is voor mij heel persoonlijk en dan toch weer niet. Geen drijvende kracht dus, want wat weten we trouwens over 'kracht'? Een entiteit misschien, maar dat zou ik als 'ik god was' als een belediging opvatten. Dus een personaliteit helemaal niet en het 'al' helemaal niet want het universum is verre van volmaakt, het heelal is strijd en is dat altijd geweest. En kom niet af met een strijd tussen 'goed' en 'kwaad', want dan krijg je mij pas kwaad.
Het Eerste Woord is het begin van alles. De volmaaktheid is iets om na te streven, maar dat is moeilijk omdat we zelfs niet in de verste verte kunnen beseffen wat 'volmaakt' eigenlijk betekent. We zien slechts een flauwe afspiegeling ervan met onze beperkte zintuigen, en we beschrijven het amper met onze armzalige woordenschat.
enkele pertinente vragen over niets
zoek een opheldering, maar geen uitleg
enkel klaarheid om te weten waarom
er niets is, of iets dat niets betekent
geen leegte dus, want daar was ooit
iets, dat is ook iets wat niet duidelijk is
leeg is slechts een tijdelijke toestand
want leeg moet eerst vol geweest zijn
en niets veronderstelt dat de rest iets is
begrijp je dat?
men zou een nieuw woord moeten uitvinden
maar hoe kan zoiets?
je bent er immers nooit geweest
je kan je dat niet voorstellen
de oude haven
larie
windjammerEen windjammer is de term voor een, meestal vierkant getuigd, groot zeilschip (een tall ship) dat in de achttiende en de negentiende eeuw werd gebruikt voor de handel.
Ze komen altijd in de zomer vierkant opgetuigd de Schelde afgevaren.
Het kraken van spanten, de touwen, de zeilen het jammeren in de wind
De scheepsbel, de glazen klinken, en de windas zucht van man en macht
strandentussen maneschijn en laag getij huist een stil refrein
een wederkerend schuiven van een zilveren rand
het zachte schuimen van de golven
een schuine glimlach van de maan
ik weet het wel, dit werd al meer dan duizend keer beschreven
en toch hou ik van het schuiven van een zilveren rand
de maan is er toch ook
om zich te spiegelen
in de ruimte
aan de zon
1 reactie op dit bericht
de roker
Groetjes
de gelegenheidsroker.