Berichten van 1 oktober 2005 tot 31 oktober 2005
Een aartsmoeilijke engel


.
zij is aartsmoeilijk een engel
met een heilig hoofd en minzaam
beschouw ik
haar zegeningen
die haar omringen
als een lang gewaad
ze haalt ook
gevleugeld uit
niet om te vliegen
maar om het evenwicht
zij torst immers teveel
de voorbije jaren
laag na laag na laag
.
De foto is een schilderij van een mij welbekende kunstenares.
H.M. Racher
wederwoord aan de boodschapper
volledig ben ik hem toegewijd, zonder meer
geen stofje twijfel dwaalt nog naar mijn hart
ik ben slechts stof en in mezelf ben ik niets
meer dan stof, in zijn nabijheid ben ik niets
dat is een grondige waarheid
dat is mijn eindig oordeel
(uit verzen van Ruhani Khaizan)
wederwoord op een hymne aan God
die zijn God als geliefde beschouwt
hij toont mij een Licht dat schittert
en zich weerspiegelt over 't heelal.
zou zijn God ook een vrouw zijn?
de voorbije nacht raakte de maan
toen hij naar de dieptes zocht tot
in haar ronde kraters, vond hij er
schoonheid in een zilver schijnsel
en weet je, als ik 's avonds staar
naar de maan en de sterren te ver
dan word ik dronken en wentelt
mijn bewondering ononderbroken
Met welke mysterieuze hoedanigheden hebt Gij ieder deeltje vervuld? (Ruhani Khazain)
vandaag zal ik
vandaag begin ik opnieuw en herteken ik
strandfiguren met wrakhout in schelpengruis
vergezichten in een vaalblauwe achtergrond
en een zonsondergang in aartsmoeilijk rood
en als het avond wordt, dan wacht ik op de maan
haar schijngestalte, zij kleurt de randen van golven
met haar zilveren schuim
en als het nacht is, dan drink ik het melkwegvocht
met droeve slaapogen en voel ik mezelf zo nietig
en morgen zal ik opnieuw beginnen te tekenen
dezelfde strandfiguren
dezelfde vergezichten maar eerst
nog een zonsopgang in waterkleuren
en met verblindend geel
en de maan, mag even blijven totdat
ik blind geworden ben van te lang te staren naar de zon
opmerkingen
dat zei hij met een stelligheid die niets aan mijn verbeelding overliet
een winterhart
die opeens begon te haperen omdat het ijs
daar om zich heen gegrepen had, en enkele
druppels druipen nog als om het allerlaatste
zuchten weer te geven, het is er winterhard
tot zelfs de tijd bevroren werd onaangedaan
de dagen liet verlopen, zolang het vriezen en
de vorst geen uren kent, tot zelfs de zon er
laag gezonken was, zo klinkt een winterhart
Vertaling in het Engels
The children of the prophet
the children of the prophet, as I call them
in a sacred moment, and while their smile
enchants my mouth, and also their sincerity
while they reach to me with both their hands
and they seem so innocent and too accepting
in their newest youth and they treat each other
with friendship that surely comes from the heart
and with love which they handle in the right way
I lack most of the words to describe it, they don’t
they even sing it out, and they call me brother
even in their holy house, where prayers sound
where I cover my head and leave the footwear
behind and also the impurity of the world at
the entrance, I receive
their innocence is really not of this world
but you could call them rather unprejudiced
because their looks are too bright and they
show their discontent only from the heart
you feel that when it strikes your soul and
I lack most of the words to describe it
they don’t
ontmoeting met een prediker
in een geheiligd ogenblik, terwijl hun glimach
mijn mond versiert en ook hun oprechtheid
terwijl ze naar mij met beide handen reiken
ze lijken me wel argeloos en te ontvankelijk
in hun nieuwe jeugd maar ze bejegenen elkaar
met vriendschap die zeker uit het hart komt
en liefde, waar ze zo oprecht mee omgaan
ik heb geen woorden genoeg, maar zij wel
zij zingen het zelfs uit, ze noemen mij broeder
zelfs in het heilig huis waar gebeden wordt
ik mijn hoofd bedek en mij van het schoeisel
ontdoe om alle onzuiverheid van de wereld
achter te laten aan de ingang, ontvang ik
hun argeloosheid is echt niet van deze wereld
je zou hen eerder onbevangen kunnen noemen
want hun blik is immers veel te helder en het
ongenoegen laten zij enkel in het hart blijken
en dat voel je langs je ziel strijken, terloops
ik heb geen woorden genoeg, maar zij wel
een buitengewone ontmoeting
hoe het ijs brak toen het zo koud was en
het was winter weet je die dag en sneeuw
bedekte het lopen het wachten te zwaar
je klappertande en woorden haperden
je beet ze gewoon in stukken en ik had
moeite om je te verstaan, ik sprak zelf
amper en ik blies mijn adem dampend
mijn jas heb je erg gedragen en ik heb
daar jouw koude lijf gevoeld het rillen
en het huiveren, de bittere koude bleef
alleen achter, tot ik je weer ontmoette
toen het water brak en het warm was
in een steriele kamer, ik droeg blauw
de jas en 't masker hield de adem in
liefdesperikelen
'schrijf mij eens over de liefde'
dat vroeg ze mij onlangs
ik keek bedenkelijk want
weet nog steeds niet hoe ik
'de liefde' schrijven moet
En toen vielen de volgende zinnen in mijn hoofd:
dag malle liefje dag
vol madeliefjes dat mag
op zo'n mooie roze kaart
met rode hartjes
en een zoem
van bloem naar bloem
met rode lippen
en een zoen
van toen, van toen
mijn lief, mijn lief
toen ik nog wat
jonger was
en hartendief
metamorfose
onderaardse gangen, want het duister heb ik
al eeuwen lief, het tasten is een bezigheid die
mij wel bevalt en dat langzaam vordert zodat
ik mij elke wending, elke kronkel voorstellen
kan, er is immers een tijd geweest dat ik zien
kon, mijn ogen schitterden toen staalblauw en
glashard, ik had toen klauwen en geen handen
maar de vleugels draag ik nog, mijn huid is zo
gespannen en mijn oren bovenmaats gegroeid
men zegt mij dat ik duivels ben

