Smashing
SMASHING
(EEN VOLLEYVERHAAL)
‘Ergens geld in pompen.’
Die dwaze uitdrukking, al net zo waterachtig als de term ‘witwassen’, wordt nog het vaakst in de mond genomen door kloothommels die zelf geen nagel enz… (vul hier zelf maar een of andere roestige metafoor in).
Adriaan Gorters, volslank ondervoorzitter van volleybalclub VC WESTAVO (onderaan Eredivisie Mannen bungelend), zaakvoerder in de wijnimport, nam hedenavond ook dat grootsprakerige werkwoord in de mond, hangende aan de kantinetoog van het Sportcentrum, zijn biotoop.
‘’t Stad moet meer geld pompen in WESTAVO, alleen dan kunnen we in Eredivisie blijven. ’t Is een investering naar de toekomst toe.’
De ondervoorzitter glom in zijn vel bij deze profetische woorden. Hij keek de halve cirkel omstanders diep in de glazen, op zoek naar beaming en bevestiging. Daarbij stootte hij op gekuch, geknik, gewenkbrauw, beademing. Men staarde naar zijn dunne enkels die in vreselijke sokken gekneld zaten, en die dat immense lijf probeerden te stutten, een voet steunde op de spijl van zijn barkruk, de andere tipte sportief de grond, daarboven ondernam een donkerblauwe broek een poging om midscheeps alles samen te houden – 121 kg – , en nog hoger gloeide een rode lantaarn op, waarover een sliert overgebleven haar gedrapeerd lag.
Adriaan Gorters zuchtte, zwenkte zijn lijf ietwat en wenkte om verse bieren, een aantal worstenvingertjes spreidend richting barvrouw Lydia: 5 + 1 = 6. Lydia knikte begrijpend bij deze optelsom in gebarentaal.
‘Dat is al een paar jaar hetzelfde liedje hé, Adriaan.’
‘Ge zit gij in de verkeerde partij zeker?’
‘De sponsors mogen ook een keer wat meer ophoesten.’
‘Ja maar, godverdomme… ‘ repliceerde Adriaan, maar hij maakte zijn zin niet af wegens tijdelijk gebrek aan adem: zijn lijf maakte een moeizame zwik telkens als hij een vers bier van de toog plukte en overhevelde naar de halve cirkel. Na de distributie der bieren hervatte Gorters zijn eloquentia dankzij geregelde luchttoevoer die hij in adem omzette.
‘We zijn toch professioneel bezig hé! Ze mogen dat wel niet vergeten. Als we zakken, blijft het volk weg. En geen volk is geen geld. Maar we hebben er verdomme veel nodig om te blijven.’
‘Kun je ze dan beter doen spelen door meer geld te pompen in… ‘
‘Maar ja! Maar ja! We betalen ze meer. We kopen een buitenlander. We… Er zijn zoveel mogelijkheden. Geld opent alle deuren.’
‘De deur naar een lagere afdeling bijvoorbeeld,’ meesmuilde Gerard Vermoere.
Kort gelach.
Adriaan Gorters keek hem even woedend aan. Die Vermoere moest hij niet. Als voorzitter van de supportersclub had die te veel in de pap te brokken, terwijl hij geen klap uitvoerde. Ja: lawaai maken op de tribune, en meedrinken uit de clubkas. Had nog nooit een euro gesponsord, of toch, één luttele keer, in ruil voor gigantische lelijke reclamepanelen die al jaren de randen van het speelveld ontsierden:
GERADVERTISING – Uw partner in PR – Teasing & Pleasing.
Wanneer zou die eigenlijk eens met vers geld over de brug komen? En met kleinere panelen, gvd! Het was jaren geleden dat die vent nog ‘gestuikt’ had.
‘Ge weet allemaal goed genoeg met hoeveel ik er zelf in zit hé,’ formuleerde Gorters dreigend, en hij nam een hink-stap-slok van zijn pint, die hij als een urinestaaltje in zijn knuist klemde. Niet te geloven dat die knuist ook wijnglazen hanteerde. Zijn mededeling sorteerde viervoudig geknik. Vermoere vertikte het; hij genoot nog na van zijn oneliner en grimlachte Gorters frontaal toe.
De spelers van VC WESTAVO sijpelden nu een na een binnen; de woensdagtraining was afgelopen. Bezijden de rode lantaarn van ondervoorzitter Gorters materialiseerde zich nu het krullenhoofd van Lydia: ‘Wat drinken jullie nog van Rick met ck?’
Zes glazen bewogen even bevestigend.
Waarom niet. Bah ja. De laatste. Mm. Nog ene. One for he road. We hebben maar dat.
Rick – wel degelijk met ck, hij had daar zo lang op gehamerd dat hij nooit meer van deze titulatuur af raakte – combineerde drie dingen: hij bediende de scoreborden, hij was al jaren bankzitter en hij was de zoon van de echte grote voorzitter van VC WESTAVO, de welvarende en goed boerende ondernemer Adelin Masschelein. Het ene had heel hard met het andere te maken. Rick met ck verscheen nog altijd in speelplunje in de zaal, bij alle matchen en trainingen. Toen hij nog de respectieve jeugdploegen van WESTAVO doorliep, was er even hoop voor deze zoon van de voorzitter: hij naderde razendsnel de 1 m 90, maïs en zonnebloemen achterna. Bij de overstap naar het Grote Sportleven viel echter een en ander stil. Maar que faire met zo’n rijzige, ongetalenteerde rechtstreekse nazaat van een steenrijke voorzitter die de club al jaren financieel staande en gaande hield? Rick zelf maakte echter geen probleem van een permanent bankzitje. Hij beschouwde het als een ereschavotje. Van op die plek bestuurde hij zelfs de elektronische puntenpanelen. Zeer sporadisch werd hij nog eens ingezet, als geheim wapen bij vriendenmatchen. Voor de rest had hij zich toegelegd op de technologie van de scoreborden en alomtegenwoordigheid op het veld, naast het veld, in de kantine en op de bussen bij uitwedstrijden. Weliswaar altijd in speelplunje: een rustig statement. Men schatte hem ondertussen al bijna 30, en men vermoedde al die jaren al ook ietwat minimal brain damage. In een notendop: een pint van Rick met ck moest je dus niet weigeren.
‘Rick! Rick. Rick! Rick! Gezondheid, Rick. Santé Rick, dat we er nog vele mogen mogen.’
Glimlachend in de verte beantwoordde Rick de heildronken. Bij ontstentenis van zijn pa – die het altijd te druk had en zelfs vele matchen spijbelde – nam hij de honneurs waar. Niemand vond dat erg. Iedereen gunde het hem. Misschien ambieerde hij zelfs het voorzittersschap, mocht zijn pa… Eenzelfde scenario voltrok zich overigens ten kantore van de firma, zegge en schrijve: firma’s, van de bouwonderneming MASSCHELEIN & ZN: bankzitten, getallen bijhouden, wat pr-gedoe. In afwachting, weet je wel. Rick Masschelein, niet-spelend volleybalspeler uit Eredivisie, zat gebeiteld.
De Westhallen waren eigendom van MASSCHELEIN & ZN. VC WESTAVO had er uiteraard zijn thuishaven. Ook aan andere ploegen en sporten werden zalen en terreinen verhuurd. Ondervoorzitter Gorters regelde alles, samen met secretaris Vasco Dehaene, een gepensioneerde leraar Frans. De Stedelijke Sporthallen Wimbledon werden door WESTAVO nooit meer gebruikt; de politieke cultuur van de jaren ’80 – ’90 had ook de sportieve zaken vertroebeld en Adelin Masschelein ging zowaar zijn eigen sporthallen bouwen, vlak bij de nieuwe ring om de stad, vlot bereikbaar. Alleen de recreatieve of de onbemiddelde sportverenigingen maakten nog gebruik van de Stedelijke Sporthallen Wimbledon.
Op een avond belde Rick met ck bij Gerard Vermoere aan. Hij was niet alleen. Oud-WESTAVO-speler Johan Bossiers, thans kapitein van het recreatieve veteranenploegje van de stedelijke brandweer VETBRAVO, vergezelde hem.
‘Pa heeft het te druk momenteel,’ viel Rick met de deur in huis.
‘… en ik wou ook niet onmiddellijk aan de grote alarmbel hangen… ‘ vulde Johan B. aan.
PR- & AD-man Gerard Vermoere knikte, terwijl hij zich de metafoor van de alarmbel probeerde voor te stellen.
‘… maar er moet ons toch iets van het hart… ‘ vervolledigde Rick.
‘Ah?’ deed Gerard. Hij wipte de kroontjes van drie flessen pils. ‘Vertel eens.’
‘We denken dat we hier bij de juiste man zijn… ’t Ligt namelijk nogal gevoelig, ziet u… ‘
‘Zoals u weet,’ stak Johan Bossiers van wal, ‘zijn er momenteel geen pleinen of uren meer vrij voor VETBRAVO in de Wimbledon.’
Gerard Vermoere knikte.
‘We speelden er drie jaar, maar nu blijkt alles volzet. Veteranen en recreatieve ploegen krijgen de laatste kansen. Voor ons zijn die nu nihil. Zelfs al zijn we brandweer. Raar maar waar. Enfin. We moeten noodgedwongen uitwijken… ‘
‘… naar de Westhallen… ‘ vulde Gerard aan.
‘… ja, eh… maar: daar moet betaald worden, hé.’
‘Eh… ja, dat is de gang van zaken, ook oud-spelers van WESTAVO… ‘
‘Jaja, dat begrijp ik wel, maar de kwestie is… ‘
‘Oké… eh… ?’
‘De kwestie… het rare is… ‘ nam Rick nu weer over, ‘ … het rare is dat VETBRAVO het geld – het gaat over 175 euro per twee weken – cash aan ondervoorzitter Gorters moet betalen, en niet mag gireren… eh… van diezelfde ondervoorzitter. Het mocht niet op een rekening gestort worden, zei hij.’
‘Wij denken… ‘
‘Tiens… jaja… ‘ onderbrak Gerard Vermoere, terwijl hij wijs, begrijpend en vooral verstandhoudend knikte, ‘jaja… we zijn al mee !’
‘Geld pompen/geld pompen/geld pompen/of verzuipen,’ zong het even in zijn hoofd.
‘Als oud-speler van WESTAVO vind ik dat bijzonder vreemd!’ zei Johan Bossiers.
Rick knikte heftig.
‘Wie weten daar nog van?’ informeerde Gerard.
‘Intussen wel onze hele ploeg, ja. Maar niemand durft echt… Ik als oud-speler van… ‘
‘Ja, dat begrijp ik.’
‘Het ligt gevoelig, hé.’
‘Ja, het is gevoelige materie,’ beaamde Gerard. In zijn hoofd hoorde hij Adriaan Gorters weer geld pompen, geld pompen, geld pompen.
‘Het zit niet zuiver.’
Rick en Johan bleven nog een zestal pilsen lang ten huize van supportersvoorzitter Gerard Vermoere, hun begripvolle partner in teasing & pleasing. Er werd volop creatief gedacht. Het viel Vermoere o.a. in dat Gorters al vaker zijn reclamepanelen openbaar in het belachelijke getrokken had. Hij zou daar eens een aardig smashke op geven, zie.
‘Ik ga daar werk van maken!’ beloofde hij twee uren later aan de voordeur.
Tegen de volgende zaterdag had Vermoere van GERADVERTISING eindelijk zijn reclamepanelen vervangen… door vele andere. Groot was de verbijstering van ondervoorzitter Adriaan Gorters toen hij de zaal betrad ter gelegenheid van een belangrijke thuiswedstrijd. Het publiek op de tribune begreep aanvankelijk niets van de ongeveer twintig borden die hoog en onbereikbaar aan de muren waren bevestigd. Tegen het einde van de wedstrijd zou dat niet meer zo zijn: het lopend vuurtje zou zijn werk gedaan hebben. Op elk bord prijkte vreselijk duidelijk zwart op wit de droge boodschap: 175 € - HUUR MIJ
Een ware Warhol-constellatie in de Westhallen !
De scoreborden verzopen zelfs in die zee van gigantische prijsetiketten.
Adriaan Gorters’ rode lantaarn kleurde paars en purper en groen. Zijn woedende blikken bezeilden even de supportersmeute, op zoek naar Gerard Vermoere, zoals gewoonlijk hoog op de tribune tronend, als een onderkoning tussen zijn lawaaierige stamleden. Die gunde hem zelfs geen blik; hij was druk bezig met het organiseren van het supporterskabaal. Toch voelde Gorters dat Vermoere hem wel degelijk in de mot had, hij, dat nietige dikke onderdeurtje hier diep beneden aan de voet van de tribune. Spot, negatie, afstand, hoogte. De doodsteek werd toegebracht door de aanwezigheid van de voltallige VETBRAVO-ploeg, die opvallend postgevat had vlak naast de supportersmeute. Zowel schuimbekkend van woede als bang tot in zijn ruggenmerg verliet Gorters de zaal en spoedde zich via een haastpint in de kantine naar huis. Que faire?
In het holst van diezelfde nacht verschafte de ondervoorzitter zich toegang tot de sporthal, samen met twee ijlings opgetrommelde klusjesmannen die een extraatje wel zagen zitten. Het zweet en het lawaai waren al verdampt; VC WESTAVO had enkele uren geleden andermaal de duimen moeten leggen voor de sterkere bezoekende ploeg.
Ver over middernacht lagen alle borden op stapels van vijf op de grond. 20 x 175 €. Hoog boven aan de muur hadden ze zoveel kleiner geleken; hier beneden en tijdens het transport op de ladders waren die ondingen veel zwaarder en groter gebleken. Het zweet gutste van Gorters’ hoofd.
‘En nu?‘ opperde een van de klusjesmannen. ‘Is er vervoer?’
‘Ze kunnen niet in mijn auto… ‘ zuchtte Gorters. ‘Alleszins niet met jullie erbij… Eh… ‘
‘Laten we die dingen ergens buiten tegen de muur zetten, aan de achterkant. Er zit niets anders op.’
‘Oké, vooruit.’
‘Gelukkig zijt gij de ondervoorzitter. Als de politie hier zou passeren… ‘
‘Jaah… ‘ zuchtte Gorters. ‘Kom, opschieten.’
Ze zeulden de borden per twee naar buiten, trappen op, trappen af, deuren door, tot op het gazon achter de sporthal. Daar werden de dingen tegen de muur neergepoot.
Na gedane zaken stopte Adriaan Gorters zijn handlangers ieder 175 euro toe.
‘Magisch getal,’ grinnikte de ene.
‘Huur mij.’
‘Haha.’
Gorters grijnsde groen. Hij zweette als een das, zijn hart bonkte als een drumstel en hij kreeg messteken ter hoogte van zijn ribbenkast.
‘Kom, we gaan de lichten in de zaal doven en ik breng jullie naar huis.’
11 november. Neufchâteau. De frisse Ardense bossen in. Enkele weken later diende VC WESTAVO die verre verplaatsing te ondernemen teneinde een andere slabakkende ploeg uit de onderste regionen van Eredivisie partij te geven.
‘De hoop is dus gewettigd dat hier iets in de wacht gesleept kan worden’: de provinciale krant had het preluderend fraai vertolkt. Men tankte diesel en hoop en begaf zich op weg. Twee bussen van DE REISVOGEL met spelers en supporters (gemixt, bij een eventueel ongeval bleef ten minste de helft van de ploeg intact) vertrokken die zaterdagmiddag naar de duistere Ardennen. Het regende oude wijven; het gebladerte van gesneuvelde soldaten woei over de wegen.
‘Toch ’n prachtige streek hé, onze Ardennen’, opperde Vasco Dehaene.
‘Onze?’ wenkbrauwde Rick met ck.
‘Al die bomen bezorgen mij claustrofobie, net traliewerk’, merkte Adriaan Gorters op. Zijn dikke lijf dijde over de breedte van de achterste bank uit. De plaats van de stouterds op schoolreizen. Zijn armpjes wezen als bij de gekruisigde naar het westen en het oosten, de goede en de slechte moordenaar, maar er zat niemand naast hem om te luisteren of zich te bekeren. 175 euro had hem de das omgedaan.
‘Ja: je ziet er nooit eens een echte Arden!’ riep een van de spelers. ‘Er staan te veel bomen in de weg!’
‘Hahaha!’
In de andere bus, waar vooral ook supporters meereisden, heerste een gezapige sfeer, met het oog op een vermoedelijk makkelijke overwinning bezuiden de taalgrens. Gerard Vermoere viel zelfs in slaap, terwijl hij toch gewoonlijk de busmicro geen minuut met rust kon laten, teasend & pleasend.
Op de tribunes in Neufchâteau werd duidelijk dat de WESTAVO-achterban partij gekozen had en in tweeën aan het splitten was. Gerard Vermoere verzamelde de meerderheid rond zich; Adriaan Gorters moest het stellen met een aantal ouwe getrouwen uit het ancien regime. Rick met ck had zichtbaar partij gekozen voor Vermoere. Dat verontrustte Gorters grondig. Na de wedstrijd (2-3 in het voordeel van VC WESTAVO, een voorlopige herademing, maar eigenlijk eerder een beademing) werd het schisma nog duidelijker, in de aftermatch-biotoop van de Ardense ploeg. Bovendien gingen de diehardsvan Neufchâteau helemaal niet akkoord met het gefluit van de scheidsrechter; ‘vendu!’ scoorde hoog in het vocabulaire.Het kwam zelfs tot een rel, waarbij Vermoere bij het zoveelste ‘vendu!’ de meest verhitte Ardenners met een Pilatusgebaar naar ondervoorzitter Gorters verwees.
Die ene laffe hoofdknik zou VC WESTAVO doen ophouden te bestaan. Hij had het effect van een vernietigende, besluitende smashbinnen de drie meter, met uitdijende rimpels alom.
De discussies en de bieren namen toe. Gorters werd er het epicentrum van. Wanhopig trakteerde hij in het rond, vriend en vijand, maar in plaats van te blussen en te sussen veroorzaakte hij alleen maar aanwakkering der gemoederen. De scheidsrechter was wijselijk al gevlucht, met achterlating van zijn das, die hem door een woedende Ardense supporter onverwacht met een schaar van het lijf geknipt was. Vrezend voor zijn leven had de scheids de benen genomen. Ook Rick met ck was al verdwenen, met de beide buschauffeurs. Hij rook dreiging en onheil, en ging zich verschansen in een van de bussen. Weldra diende ook de WESTAVO-ondervoorzitter de vlucht naar de bus te nemen, met zijn getrouwen, achtervolgd door vele vijanden, uit het andere en uit zijn eigen kamp.
Uitgerekend op 11 november speelde zich op de parkeerterreinen voor de Ardense sporthal die avond een veldslagje af. Boomlange volleybalspelers, amechtige bestuursleden en rood aangelopen supporters bekogelden elkaar in de beide landstalen met alles wat los-vast zat of stond van binnen en buiten de kantine. Uiteindelijk vlogen ze elkaar ook in de haren.
De fototoestellen van de sportreporters flitsten hevig. De twee chauffeurs van DE REISVOGEL stonden er aan de rand van een bosje wezenloos op toe te kijken. Ook zij waren ijlings weer weggevlucht, uit de veilige cocon van hun bus, die in deze omstandigheden net zo goed hun doodskist kon worden. Toen ze de bende zagen naderen, hadden ze hun vervoermiddel hermetisch afgesloten.
De beide REISVOGEL-bussen deden dienst als wering. Ze waren al aan een kant grondig geblutst en geschramd, toen plotseling een ervan aan de andere kant vuur vatte. Enkele anderstalige onverlaten hadden met bladeren en takken en ander zwervend materiaal een kampvuur veroorzaakt vlak bij de bus. Er waren al grote zwarte blakervlekken te zien. Een steekvlam schoot omhoog.
‘Verdomme, verdomme!!’ riep een van de chauffeurs. ‘Waarom verbaast me dat niet!?’. Onmiddellijk daarop vluchtten enkele gedaantes de duistere Ardense bossen in. In plaats van de bluswerken te organiseren, zetten de meeste heethoofden de achtervolging in.
Achter een van de ramen van de brandende bus verscheen nu plotseling een verbijsterd gezicht: Rick Masschelein, niet-spelend volleybalspeler uit Eredivisie, zat thans helemaal niet gebeiteld.
‘Miljààrde!!’ brulde een van de chauffeurs. ‘Die was ik glad vergeten!!’ Hij snelde ijlings naar zijn raket om de zoon van de grote voorzitter te bevrijden.
Ja, in de laagste regionen van Eredivisie Volleybal Mannen viel die avond wat te beleven. De donkere Ardennen vertoonden die elfde november een felle gloed.
En eigenlijk lag 175 € aan de basis.
Niet meer, niet minder.
Geeneens een smashing bedrag.
De week daarop werd VC WESTAVO oneervol begraven. Eindelijk besteedden de kranten eens uitvoerig aandacht aan de ploeg. Dat gebeurde echter niet op de sportpagina’s. De fameuze foto van Rick, in paniek achter het raam van de brandende bus, verscheen bijvoorbeeld op de voorpagina van de provinciale krant. Eronder prijkte de foto die de volgende fase had vereeuwigd: de uitgebrande bus.
‘En wij zouden daar geld in moeten pompen!?’ had de burgemeester zich in een interview laten ontvallen. ‘Sport kan verdorie de gezondheid schaden!’
‘De geldkraan gaat onmiddellijk dicht!’ vaardigde Masschelein Sr. uit. ‘En De Westhallen zijn bij dezen te huur!’
Deze allerlaatste steekvlammen hielpen VC WESTAVO alleszins definitief naar de andere wereld.
JORIS DENOO


