MAKE LOVE, NOT WAR
De 38-jarige bibliothecaris Vasco Dehaene (asblonde haren, geen bril) bleef zijn minnares Annabel Deprez (thuiswerkend) amper zeventien zaadlozingen trouw. Toen wipte hij, in de periode van de klassieke voorjaarsstormen, over op een andere vrouw: Mandy Vandenbossche, de schoonste schoonmaakster van het instituut, in zijn geheime gedachten en gedichten ook genoemd 'Ladypoes', bij hevige dronkenschap 'Spartakut'. Annabel verdween; Mandy kwam. Het was goed zo.
Vasco Dehaene streelde boeken en proefde woorden. Hij had er zelfs zijn beroep van gemaakt. 'Boekhouder', antwoordde hij soms glimlachend, gevolgd door 'grapje'. Tevens hield hij van een wakkere kut. In de ogen van Mandy werden honderden boeken weerspiegeld, maar zelf had ze nooit meer gelezen dan haar verplichte titeltjes op school: 350 gram Ruyslinck, 180 gram Vandeloo, enkele plakjes Koning van Katoren. Daar was het bij gebleven, en het was goed zo.
Toen Vasco 38 werd, deed hij een schokkende ontdekking: hij begon van koffie te houden. Hij werd verslingerd op de hete damp die in sluiers over de rand van zijn bakje troost waaierde. Ook werd hij telkenmale ietwat opgetild door de cafeïne en zweefde hij bij elke slok even tussen hemel en aarde: hij werd voorwaar een Mohammed van de Mokka. Tot voor deze gezegende leeftijd slurpte hij koffie zoals hij Annabel en enkele anderen placht te nemen: slordig voltankend. Op 38-jarige leeftijd begon Vasco Dehaene tevens nauwlettend de verouderingsverschijnselen bij anderen in de gaten te houden. Geriatrie werd een passie. Wallen onder de ogen bijvoorbeeld beschouwde hij niet langer als lauwerkransen, maar als jaarringen, zoals bij de bomen. Verlangen naar een bepaalde datum of gebeurtenis deed hij ook niet zo hevig meer. Dat er vooral niks voorviel, vond hij al aardig meegenomen in het belang van de wedloop tegen de tijd. Meer en meer hield hij rekening met de weersomstandigheden. Langer aarzelde hij voor zijn kleerkast. Vaker spiedde hij de Vlaamse luchten af. Gedachten aan een hoofddeksel verdrong hij voorlopig. Hoofddeksels vervormden het gelaat, maakten je oud, wijzigden de gedaante en klapten het deksel op je neus. Die dingen werden 'gedragen' door oudere schoolmeesters en wezens die werkzaam waren in de verzekeringssector. Kortom: ongelukkig was de bibliothecaris Vasco Dehaene niet, maar hij begon lelijk van koffie te houden.
Alzo zat Vasco die donderdagmiddag aan de koffie. Dat was hij althans van plan. Als kind al wou hij apotheker worden, zoekend naar het levenselixir. Formules, poeders en reageerbuizen fascineerden hem echter meer dan wetenschap en handigheid. Daarom ook zat hij nu te snakken naar koffie, maar tevens te sakkeren op dat verdomde zetapparaat dat wel rochelde als een oude apotheker na houdbaarheidsdatum, maar geen druppel zwarte troost veroorzaakte. Vasco Dehaene slaagde er niet in koffie te zetten, meer dan 100 jaar na de Max Havelaar. Het regende ook oude wijven: een poel van ellende. Hij legde het apparaat het zwijgen op en keek treurig naar de regen. Het was een muisgrijze donderdagmiddag in Vlaanderen, na de voorjaarsstormen. Het regende tergend: alsof het nooit ofte nimmer op zou houden. Vasco was alleen in de koffiekamer. Ofschoon zich in het Instituut voor Interbellumstudie nu honderden mensen bevonden, was het overal zo stil als op de maan. Af en toe drong een ver, onbestemd gerucht tot hier door. Het versterkte de stilte.
Vasco Dehaene ging aan een venster staan. Ginds, half verzonken, bevond zich zijn bibliotheek: zijn Titanic, zijn Elba, zijn Interbellumboekerij. Om de naslagwerken in dat souterrain te bereiken, moest je een trapje met vier treden nederdalen en je voeten soppen in een altijddurend kokhalzend afvoerroostertje waar je niet omheen kon. De studentes en studenten uit het Instituut voor Interbellumstudie, kort: IVIS, daagden meestal in Vasco's krocht op om te fotokopiëren. Die vervelende, lawaaierige, kankerverwekkende lichtbak was een obstakel in diens bestaan op deze aarde, nou: 'onder' deze aarde. Al 15 jaar lang reproduceerde hij miljoenen overdrukjes, die als lijkbleke, platte drollen werden uitgebraakt en verkocht aanvankelijk à 1 BEF, later 2 BEF, nog later 10 eurocent de bladspiegel. Niemand trok zich ooit iets aan van dat prachtige gedicht voor in elk boek:
'Niets uit deze uitgaaf mag zonder toestemming van de uitgever etc .. etc .. '.
Hoe graag ook had Vasco eens toegegeven aan zijn experimenten- en ontdekkingsdrift door bijvoorbeeld in alle rust en kalmte de contouren van een studente op reproduceerbaarheid te controleren!
['Dag lieve Ann-Sofie'. (Katlijn, Veerle, Line)
'Dag meneer Vasco. Alles kits hier beneden?'
'Ja, dank je. Je mag je nu ontkleden.'
'Graag, meneer Vasco. Helemaal?'
'Helemaal, kind. Van onder tot boven.’
'Alstublieft.'
'Pico bello. Als je nu even op je buik op het apparaat wil gaan liggen ... ja, zo ... de benen eventjes spreiden ... wacht, ik neem dat potlood weg … '
'Hihi, net een autootje boven de put!'
'Ja hé, Ann-Sofie. Net een autootje ... een smeerbeurt, haha. Nog even wat drukken, ja ... '
'Het voelt lekker koel aan, meneer Vasco.'
'Is dat zo. Mm … even denken … DIN A4 ... DIN A3 ... '
'Zou u niet meteen een groot formaat nemen, meneer Vasco?'
'Waarom niet eigenlijk hé, kind. En 100 exemplaren. Hupsakee, daar gaat ze dan, de machine!'
zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz]
Vasco Dehaene ging weer zitten. Treurig bekeek hij het impotente koffiezetapparaat. Hoofden van Lebak! Waarom gaf die godverongelukte fotokopiemachine er nooit eens de brui aan!? Hij controleerde hoeveel tijd hij nog had voor de eerste studenten weer niet zouden komen. Nog 7 minuten had hij. Dan toefde hij weer tussen de boeken, om geld te verdienen, waarmede hij kocht: weer andere boeken, een appartement, drank, kleren, levensmiddelen … koffie!
Klop klop.
Mandy Vandenbossche kwam binnen, de schoonste schoonmaakster van het IVIS.
'Dag meneer Vasco.'
Ook hij groette.
'Heeft u nog geen koffiegezet?'
Wat was ze lief.
Hij ontkende inderdaad.
'Dan zal ik dat maar even doen, daar word ik toch voor betaald, hé.'
'Zeker,' bevestigde Vasco. Hij keek naar niets, naar buiten, door opake gordijnen als lijkwaden, om te camoufleren dat hij er niet in geslaagd was deze koffie te zetten. Mandy moest eens denken dat hij ook thuis niet ... !
Klik, deed ze. Ook bukte ze zich een keer op haar prachtige hurken. Daarna prutste ze wat aan het bovenstel van het apparaat. En zie: het wonder geschiedde.
'U hàd er al water ingedaan, en koffie!' constateerde Mandy verrast.
'Ja,' knikte Vasco. Hij speelde verstrooidheid.
'Doch zonder resultaat. Ik moet ergens een dwaasheid hebben begaan.'
Onmiddellijk na deze Chinese zelfbeschuldiging werd Vasco kwaad op zichzelf.
'Ziedaar de eerste druppels reeds, meneer Vasco.'
Mandy gebruikte wel vaker boekentaal; ze werkte al behoorlijk lang in deze geletterde omgeving.
'Zeker. Mijn dank is groot, Mandy.'
De schoonmaakster wierp nog een laatste, goedkeurende blik op het koffiezetapparaat en ging weer weg.
'Godverdomme,' zei hij.
Het werd tijd om tussen de verzonken boeken te gaan zitten, laatste sessie van vandaag, van 15 uur 10 tot 17 uur 30. Op de koffie wachtte hij niet meer.
Vasco Dehaene liep over het glimmende binnenplein. De IVIS-studenten noemden dit het Plein van de Hemelse Vrede. In het fietsenberghok in de hoek bijvoorbeeld harpoeneerden jongens hun tong in de mond van meisjes. Of ze grepen ze bij hun truitje. Ginds besteeg Mandy Vandenbossche op haar hagelwitte klompjes ijverig de trap naar de aula. Hijzelf daalde vier treden af, sopte zijn rechtervoet in het gorgelende afvoerroostertje en trad zijn fotokopiebedrijf binnen. Het voorportaal van zijn bieb was een leeszaaltje: een ruim van licht voorziene krocht die door middel van veel vensters rechtstreeks op het Plein van de Hemelse Vrede uitgaf. Daardoor had Vasco Dehaene een laag-bij-de-gronds, doch prima panorama op de onderste ledematen van de menselijke soort. Zelf zat hij daarbij in een tussen de boekenrekken uitgespaarde vierkante ruimte: verboden terrein voor de studenten, die hun boeken aan zijn balie dienden op te vragen. Wat hij aldus van de mensen te zien kreeg, waren de benen en een stukje van het onderlijf, tot op navelhoogte ongeveer. Na verloop van jaren was hij erin geslaagd op eender welk onderlijf de bijhorende kop in te vullen, ook al verbleven de meeste studenten hier maar drie jaar. De studie van de kopvoeters (hun stap, hun tieten, hun onzichtbare stem) vormde aldus, naast het lezen en het fotokopiëren, een belangrijk onderdeel van zijn dagtaak in deze catacomben.
De studenten zelf bestudeerden de interbellumproblematiek: de periode tussen WO I en WO II met name, zoals ze het gewoonlijk afkortten. Omdat een interbellum een tijdsstrook tussen twee oorlogen is, zitten we dus voortdurend in een interbellum. Je mag het draaien en keren zoals je het wil. De nobele doelstelling van het IVIS luidde als volgt: 'Door de studie van het interbellum wordt gepoogd bij te dragen tot het zo lang mogelijk rekken van het aan de gang zijnde interbellum.'
Een voortdurend uitstellen van oorlog, zeg maar, zolang de voorraad vrede strekte.
'Maar uitstel is daarom nog geen afstel,' zei Vasco Dehaene plotseling hardop. Hij schrok van zijn eigen stem. Vlug sprong hij op om te controleren of er zich niemand tussen de boekenrekken bevond. Het ordeningsprincipe in zijn bieb was het alfabet, maar dan op zijn meest onbruikbare wijze: het betrof namelijk een landenalfabet. In compartiment A vond je dus zowel Angola als Albanië als Afghanistan, waaronder dan telkens de boeken alfabetisch op de auteursnaam gerangschikt stonden. Wie dàt systeem had uitgedokterd, moest een grote steenezel geweest zijn. Stel dat Japan oorlog begon te voeren met Rusland: dan moest de arme Vasco heen en weer draven tussen twee verafgelegen compartimenten. Terwijl het zoveel eenvoudiger had gekund! Al sinds 1918 (het jaar waarin het IVIS werd opgericht) was dit onnuttige systeem in voege. Daardoor was ook de boedel niet om aan te zien; alle formaten, kleuren, diktes en oorlogen stonden aldus kriskras door elkaar geordend. Van A tot Z was de boekerij van het IVIS een grote puinhoop. Elke aanvraag tot rationalisatie stuitte op een stug veto bij de directie, die de naam van de stichter alzo in ere wou houden.
Geen enkele luistervink hield zich bij een der landen respectievelijk letters op. Gerustgesteld ging Vasco weer zitten. Wat zou hij uitvreten vanavond? Zijn kleurentelevisie was naar de knoppen. Het betrof een vreemd mankement: het ding wou simpelweg niet meer ùit. Gisteravond had Vasco dan maar de hele bedrading ineens met een nijdige ruk uit diverse contacten getrokken. Onmiddellijk daarna ontstond een stank als van verschroeide haren. Toch ging hij slapen als vanouds. Niets gebeurde, maar zijn tv was wel degelijk stuk. Die wou nu niet alleen meer uit, bovendien wou hij vanochtend ook al niet meer in.
Terwijl Vasco naar buiten staarde, naar het binnenplein, naar niets, vormden zijn lippen de naam 'Mandy'. En daarna: 'Annabel'.
'Mandy.' 'Annabel.' 'Mandy.' 'Annabel.'
Hij proefde de beide namen en betastte ze met zijn tongpunt.
Hij hutselde de letters: 'Manbelly.' 'Annaman.'
Plotseling sprong hij op. Besluitvaardig begaf hij zich naar de afdeling Peresjtroika / Glasnost in het compartiment USSR/GOS. Dit was hét zorgenkind van de boekhouder; alfabetisch gezien was het een kluwen. Sinds 1988 had hij daarom ook een Russische hoek in de leeszaal geïnstalleerd: steeds meer studenten immers wensten boeken en drukwerk omtrent dit fenomeen te kopiëren. Uiteindelijk had Vasco een deel van deze gezochte ontspanningslectuur gemakshalve maar bijeengezet, zich niks meer van dat onlogische achterhaalde alfabet aantrekkend.
Hij kantelde een nooit meer geraadpleegde, halve jaargang van Kroniek van de Lopende Gebeurtenissen uit de rij. Daarachter was de fles verborgen. De whisky legde de omloop van zijn mond af en verdween dan zegevierend benedendeks. Daarna slikte hij een reukloze lookpastille door. Tijdens de week beperkte Vasco zich tot het innemen van deze levensverlengende, bloedzuiverende dingetjes: drie per dag. In de weekends daarentegen gaf hij zich over, volmondig, aan zijn, hij ontkende het niet, lookverslaving. Alle door hem genuttigde levensmiddelen gingen dan gepaard met echte, messcherpe look. Het was een prima manier om gezond te blijven: het zuiverde je bloed, het rekte je leven, het hield andere mensen van je af, en het belette je, wegens stankstraling, andermaal te gaan stappen. Het betekende gelijk een besparing. Voldoening alom dus. Alhoewel: was dat wel nodig, dat rekken? Stel dat er weer een nieuwe oorlog op komst was ... Eigenlijk zat de boekhouder Vasco dus zo'n beetje met een lookprobleem.
Peinzend verborg hij de fles weer achter de Samizdat-jaargangen. Stappen, was hij daar niet eens dringend aan toe? In zijn USSR/GOS-hoek bleef hij daar een wijle over prakkezeren, leunend tegen de grote Ontspanningsgeschriften van nieuwlichtende politici.
'Een donderdag,' mompelde hij. Hij keek op zijn horloge.
'Kwart voor vier uur. Looft de Heer. De dag schuift op. Het regent nog.'
Wat werd het vanavond?
'Bier & Biologie misschien,' fluisterde hij in het Engels. 'Downtown.'
Gisteravond hoorde hij krek hetzelfde zeggen, door een kletsnat meisje in een BBC-feuilleton, net voor zijn treurbuis de geest gaf. Door Bier was ze dronken genoeg geworden om aan Biologie te doen: het afhandelen van enige lijven, het bepotelen van enkele lichamen. Nuchterheid was daarbij inderdaad volkomen overbodig.
Liet Vasco zichzelf hedenavond ook vol lopen en daarna weer leeg? Of zou hij zichzelf weer eerst pijnigen, look etend? Zichzelf aldus tot honkvast thuisblijven veroordelend? En dan, bij nader inzien, naar de peterselie grijpen, het bekende stankwerende tegengif? Om uiteindelijk omstreeks het middernachtelijke uur toch nog uit te rukken?
Altijd beter dan zichzelf af te rukken. Zo zielig.
Overdaad schaadt.
Een overdaad aan peterselie kan uw gezondheid ernstige schade toebrengen.
Hij kreeg geweldige trek in een sigaret. Minutenlang had hij nodig om dat verlangen te onderdrukken. Nooit zou hij echter roken in zijn catacomben! Het betrof hier een versterving waar hij ten hemel schreiende moeite voor moest doen. Terwijl hij naar buiten staarde, wachtend op tekens van leven van de kopvoeters, proefde hij de volgende woorden:
kreeft
ladypoes
spartakut
openbare boekerij
wederom kreeft
Het was verleden jaar geweest, mei-juni ongeveer. Het academisch jaar aan het IVIS liep ten einde. De studenten trokken zich terug om te roken en te hengsten in hun naar te weinig slaap en te veel soloseks stinkende hokken, holen en kotten. Het was heel erg stil in het IVIS. Zo stil moest het op de maan ook zijn. Vasco's fotokopiemachine zweeg als vermoord. Hij was een gelukkig mens. Het Plein van de Hemelse Vrede lag er zonovergoten maar leeg bij. Afgelopen die kuiten- en dijenparade. De directie was spoorloos (Thailand, Benidorm, Polen). De docenten waren naar huis.
Op een bloedhete middag, de kraaien gingen te voet, kwam Mandy Vandenbossche met emmer en zwabber de bieb binnen.
'Tja,' zei Vasco, opkijkend uit een biografie over vader Kennedy, 'ook dat moet gebeuren, nietwaar.'
'Nietwaar,' bevestigde Mandy glimlachend. Ook toen al had ze die sneeuwwitte klompen aan haar voeten. Haar kieltje vertoonde zomerse afmetingen: het reikte tot ver boven haar knieën, zoals bij de meisjesdokters in het Australische tv-feuilleton Flying Doctors. De mooie schoonmaakster bukte zich en schoof een van haar witte klompen, die ze verloren had bij de treden benedenwaarts, weer aan haar fraai gevormde voet. Terwijl ze vervolgens een en ander nat begon te maken, bladerde Vasco ter afwisseling in de memoires van generaal De Gaulle. Doch een gesprek drong zich op: het was 32 graden in de schaduw, en iedereen was weg.
Mandy Vandenbossche was een vriendelijke, mooie meid, alleen maar geteisterd door het schoonmaakstersuniform van het IVIS. Blauw natuurlijk, de kleur zonder seks of erotiek: formidabel ellendig hemeltergend lelijk blauw. Zelfs dat kieltje. Het scheen dat M. Vandenbossche haar weekends in discotheken sleet; soms sliep ze maar een nacht per weekend!
'Eigenlijk is het niet nodig dat ik uw boekerij onder sop, meneer Dehaene,' merkte ze plotseling op.
'Met de studenten die weg zijn, blijft de boel hier proper.'
Vasco keek uit zijn memoires op.
'Nee,' bevestigde hij, 'inderdaad. Helemaal niet. Wil je koffie?'
Het was eruit.
Ze had een petieterig moedervlekje op de linkerdij.
'Ah!' lachte ze verrast. 'Zou ik?'
'Ik trek twee koffies uit de automaat naast de kaartenkamer, minuutje,' zei Vasco, besluitvaardig opspringend.
Vijf minuten later zaten ze in de leeszaal gezellig troost uit plastic bekers te slurpen.
'Voor koffie zou ik een moord begaan,' bekende Mandy toen in een opwelling. Een witte klomp kletterde op de grond.
'O ja!' deed Vasco verbaasd. 'Dat heb ik soms met sigaretten'.
'Ha,' zei ze, 'iedereen heeft wat.'
Was het de warmte? De stilte? De vakantie in het verschiet? Het eilanderige gevoel in het verlaten IVIS? Hij wist het niet meer: plotseling bood hij haar en zichzelf toen zomaar een sigaret aan! Driedubbel tegendraads handelde hij:
1. Mandy Vandenbossche rookte niet.
2. Hijzelf rookte nooit in zijn bieb, zijn cenakel!
3. Roken was hierbinnen strikt verboden.
'Hé!' deed ze verrast. Een tweede klompje viel pardoes op de vloer, en ze greep zonder nadenken. Hij reikte haar vuur aan en improviseerde een asbakje met de boekwikkel van Komen de Russen?, deel 2. Uiterst onhandig begon Mandy Vandenbossche te roken, heen en weer zwiepend met haar ene been over het andere. Het was toen dat haar schoonheid hem begon op te vallen.
'Jij bent waarschijnlijk ook een Kreeft,' waagde hij het plotseling te zeggen.
'Nee ..!' protesteerde ze lachend, 'kuisvrouw.'
'Ik bedoel: van sterrenbeeld.'
'O,' zei ze verlegen, 'juist, ja. Hoe ... hoe weet u dat zo vlug?'
'Kreeften zijn geheelonthouders die voor alle verslavingen openstaan,' doceerde hij toen. 'Geef ze de kans, en ze doen het. Eigenlijk zijn het ook bodemloze vaten, of stille waters zoals ze soms zeggen. Ze kennen geen mate: het is niks of het is alles. Onrustige naturen ook. U bijvoorbeeld rookt nooit, maar rookt wel nu. Ik bijvoorbeeld rook nooit in mijn bieb, maar nu wel.'
'Bieb,' had hij gezegd. 'Bieb.'
'Haha!' lachte ze. 'Kreeft, hé!'
Dat was verleden jaar geweest, in een broeikashitte: hete koffie, verzengende benen, en een schone schoonmaakster die nog had gezegd:
'Laten we eens lekkere kreeftensoep maken.'
Dit jaar, tijdens de klassieke voorjaarsstormen, en omdat Annabel zelf toch niet meer opbelde, had Vasco tussen de IVIS-boekenrekken de voorpagina van Mandy Vandenbossche opengeslagen. Ze bleef komen: schoon, proper, stilletjes, vlezig en kruidig. Het was goed zo.
Hoe het gesprek toen nog verder was verlopen, wist Vasco niet zo goed meer. Daar naderde namelijk een kopvoeter, zijn gedachtestroom onderbrekend.
'Weinig sexappeal,' constateerde hij met kennersblik. 'Erudiet, dat wel. Wat lezen we vanavond, jongedame? Jouw appartementje of het mijne? Broodje-polemologie of broodje-kut?'
De kopvoeter verdween weer in de regen. Vasco Dehaene bedacht plotseling dat hij Mandy nog nooit op een uitstapje had geïnviteerd. Moest hij dat doen? Hun interbellaire liefde hoefde zich toch niet altijd hier tussen de IVIS-boeken af te spelen!? Maar zou ze dan willen blijven tot de ochtendkoffie?
Hij stond op en pakte het nooit geraadpleegde Richtlijnen voor Middellang-Afstandsdenken uit een rek, compartiment Koude Oorlog. Op de achterkant van dat lijvige boekdeel had Vasco een spiegel vastgekleefd. Hij zette het boek voor zich op tafel en bestudeerde zijn gezicht. Onder zijn linkeroog vormde zich een permanente wal. Hij had nochtans diverse volgeslapen nachten achter de rug. Twee rimpels begonnen zich dwars over zijn voorhoofd af te tekenen. Ook dat nog. Onder het rechteroog kromp ook een en ander ineen. De huid leek er meer verschrompeld dan pakweg de huid van de wang onmiddellijk daaronder. Van heel dichtbij had die een blauwachtige schijn. De haren dan. Behoorlijk lang droeg hij die, zoals het een bewaker van boeken betaamt. Vooraan had hij al inhammen. Die camoufleerde hij door de haren errond nog wat langer dan de andere te laten groeien. Zijn grote bruine ogen waren oceanen waarin
... STOP!
'De ogen van een koe,' riep lang geleden zijn moeder eens, in een zoveelste driftbui. Vasco was toen nog een puber.
'Koeienogen!'
Ze spuwde het woord uit zoals een echte koe haar staart heft om de drek de vrije loop te laten.
'Waarom geen spiegeleieren?' dacht de zoon al die jaren. Goed, al goed, oké: oceanen van koeienstront dan. Dag mama. Wat wil je voor je verjaardag?
Aan dat haar zou hij iets moeten doen. Heden ten dage roetsjten ze het allemaal af, tot vlak tegen hun schedel, om oprukkende kaalheid te verbergen. Een goede oplossing, daar niet van. Kaalheid opgetild tot mode: je moest er maar voor uit durven te komen. Gedaan met ten oosten en ten westen van de kop de haren op te sparen en die dan over de kale middenberm van het schedeldak te plakken. Vasco beademde de spiegel.
Daar verscheen een bos van benen op het Plein van de Hemelse Vrede. Hij stopte de Richtlijnen weer weg. Honderden kopvoeters spoedden zich nu door de Vlaamse regen.
< Niemand een kopietje?
Iemand een vluggertje?
Een ijlings overdrukje?
Dat is dan 10 eurocent, Pieter.
Nee nee, Myriam: recto-verso zelfde prijs, papier speelt geen rol.
Mag ik morgen betalen?
Niets uit deze uitgaaf mag zonder toestemming ...
De directeur heeft het niet graag.
Voor een keer …
Allez dan, Hannelore. >
Leve het interbellum: het bleef maar duren. Want ‘de Golf’, dat was geen echte oorlog. Noch I, noch II. Dat was CNN. En Joegoslavië was kinderspel. De achtertuin van Europa.
'DAG BOEKENWURM!' klonk het plotseling knoerthard tussen de rekken. Vasco had het verwacht, en toch schrok hij zich rot. Zijn hart sprong als een jojo op en neer. Met een ruk schoof hij zijn stoel achteruit. Dat die binnendeur op de gang ook nog open was, natuurlijk.
'Dag Mandy, je deed me potvolkoffie wel schrikken!'
'De meesten zijn al naar huis,' zei ze zacht.
Vasco keek naar buiten: 'Ja, de school loopt leeg. Kom je?'
Hij sloot de beide deuren en draaide de bordjes om.
GESLOTEN. TERUG OM 16.45.
Via de Russische hoek legden ze het circuit af naar de letter G (Golf, GOS). Vanaf de G waren de boekenrekken hoger, tot en met de W. Vooral het J-compartiment breidde sterk uit: de versplintering van Joegoslavië had er alsnog een ruim onderkomen gekregen. Vasco nam de linkerhand van Mandy in zijn rechterhand en schuifelde met haar langs de interbellaire literatuur, terwijl hij en passant met zijn linkerhand vele boekenruggen streelde. De X en de Y waren in een lagere, houten kast geherbergd. Die vormde tevens de bergplaats voor boekjes, brochures, pamfletten en krantenknipsels over petieterige eilandjes, soms atollen, waar nucleaire proeven plaatsvonden. Het Bikini-eilandje bijvoorbeeld zat niet in het B-compartiment. En de Zuidzee, op zich geen land, zat niet in de Z-afdeling. Bij deze explosieve houten kast gekomen, schopte Mandy Vandenbossche resoluut haar hagelwitte klompen uit en stak een handje toe. Met vereende krachten schoven ze de X/Y-kast 50 cm naar voren. Achter de kast stond een veldbed, voor niemand zichtbaar. Het was een achtergebleven souvenir, van toen het IVIS tijdens de Tweede Wereldoorlog als Duits lazaret werd gebruikt. Mandy bukte zich en gooide haar klompjes in hun donker liefdeshol, dat ze weer hermetisch afsloten met de X/Y-kast.
Haastig pelde de schoonste schoonmaakster haar kleren af. De bibliothecaris deed hetzelfde. Toen drukte hij zijn blanke vredesduif uit het interbellum stevig tegen zich aan. Zolang de voorraad Vlees & Vrede strekte, zou hij haar en haar moedervlekje beminnen, met lange, krachtige stralen Darwinzaad.
Het was donderdag, en het bleef maar oude wijven regenen.
JORIS DENOO