MM & de red rum
MICK MAUSER EN DE RED RUM
Een maritieme droommoord
‘Kunnen de bewegingen van een vlinder in Tokio een regenbui boven Central Park in New York veroorzaken?’ vroeg ik me af. Het was mijn eigen gedachte, maar de formulering ervan had ik gepikt van een personage uit de film ‘Jurassic Park’. Die kerel was net als ik een fan van de chaosleer en een liefhebber van onvoorspelbare attractoren. Ik keek naar het ballet van enkele meeuwen die de boot naar Ramsgate volgden. De zon schitterde in mijn taksvrije fles ’12 years old malt whisky’. Ik nam een slok en plantte de fles tussen mijn benen. Hier op de achtersteven was het windvrij. Ik zat tegen een trap geleund. Drie weken vrij kon ik nemen. Het laatste optreden van onze groep MIRACLE BLUE was pas enkele uren achter de rug. Ik had mijn drumstel ingepakt en met het busje richting binnenland meegegeven. Samen met Marc, onze basgitarist, had ik vanochtend vroeg de ferry Oostende-Ramsgate genomen, na nog enkele uren nachtelijk stappen in De Koningin der Badsteden, en vooral: scoren. We hadden stevig gescoord. De andere leden van MIRACLE BLUE gingen ieder apart even uitblazen, met de hunnen: Vlaanderen, Frankrijk, Turkije. Iedereen wou er even uit. Marc en ik zouden enkele dagen in Zuid-Engeland rondtrekken. Van dat Londengedoe moesten we niks hebben. Daarna zagen we wel. Ik wou vooral mijn eigen rekeningen eens maken, alles op een rijtje zetten en beslissingen nemen. Misschien moest MIRACLE BLUE maar beter splitten. Na zes jaar samen ‘on the road’ was het welletjes geweest. Spanningen alom.
‘Hoi’.
Marc kwam poolshoogte nemen, zware wallen onder de ogen.
‘Jip. Je ziet er niet uit, man. Zijn dat jaarringen of lauwerkransen onder je ogen?’
‘Moe?’
‘Bah ja, ook wel’.
‘Ik heb het spul bij me’.
‘Dat van vannacht?’
‘Ja. Kom je? Of betrouw je het niet?’
‘Nee … nee … ‘.
‘Ik zoek effe de toiletten op hé’.
‘Jaja. Ik blijf hier zitten. Voorzichtig hé’.
‘Ik ben op dek 7, als je me zoekt. De bagage staat in de music bar hier vlakbij’.
‘Oké’.
Marc verdween, op dunne zeebenen. Drugs and rock-’n-roll, dat was Marc. Ik zou hem nooit meer terugzien.
Mick Mauser snelde met zijn jongste naar de toiletten op dek 7. Hij rukte enkele deuren open en mikte het hoofdje van de kleine boven de dichtst bijgelegen wc-pot. Net op tijd. Toen hij even later wat papier van de dispenser ontrolde, hoorde hij een doffe bons in het hokje ernaast, gevolgd door een dreun en gekletter van vallende spullen.
‘Wacht even hier’, gebood hij zijn zoontje. ‘Blijf op het wc-deksel zitten. Ben zo terug hoor’.
De deur ernaast was op de knip. Mick liet zich op zijn knieën zakken en loerde onder de spleet. Er lag iemand in een vreemde kronkel op de grond. Mick bonkte op de deur en riep. Geen antwoord. Na drie pogingen gaf hij het op.
‘Gaat het weer een beetje, jongen?’
Jasper knikte.
‘Kom’.
‘Wat was dat?’
‘O, iemand die gevallen is. Kom’.
Hij leverde Jasper bij Trine af, legde vlug de situatie uit en haastte zich dan naar de informationdesk.
Vijf minuten later werd omgeroepen dat de passagiers de toiletten op dek 7 niet meer konden gebruiken. Mick werd door een steward achter de balie van de infodesk gebracht. Hij vertelde er wat hij gehoord en gezien had en liet er zijn coördinaten achter.
‘Als het nodig blijkt te zijn, zullen we nog contact met u nemen. Blijft u lang in Engeland?’
‘Vier dagen’.
‘Oké. Bedankt. Hier hebt u mijn kaartje. Drink er een hartversterker mee aan de bar, ze zijn op de hoogte’.
‘Dank u’.
‘En?’ vroeg Trine. Mick haalde zijn schouders op.
‘Misschien iemand die doodgewoon van zijn stokje gevallen is’.
‘De toiletcompartimenten op dat dek zijn afgesloten. Er moet toch iets aan de hand zijn’.
‘Ik heb mijn naam en telefoonnummer gegeven. Het leverde me nog zo’n flesjeswhisky op’.
Mick toonde het kaartje.
‘Oostende Lines verzorgt zijn klanten hé’, glimlachte Trine. Ze keek naar Jasper en Lise; die lagen alweer slaperig tussen de bagage op de banken gedrapeerd.
Ik sprong op toen ik de omroeper hoorde. Toiletten dek 7? Blue alert! Ik wrong de fles in mijn jaszak en haastte me naar binnen. Music bar. Tax free shop. Panoramische gang. Pictogrammen Ladies en Gents. Daar was een samenscholing van bootpersoneel; ze vormden een scherm tegen kleinschalig ramptoerisme. Nieuwsgierigheid werd weggewuifd.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Toiletten op dek 8, meneer’.
‘Niks aan de hand’.
‘Deze hier worden tijdelijk afgesloten. Met onze excuses voor het ongemak’.
‘Maar ik … eh … is hier iets … ‘.
‘Dek 8 meneer, sorry’.
Een en ander flitste razendsnel door mijn hoofd. Ik haastte me terug naar de music bar en zocht Marcs reistas. Ik grabbelde en gooide de inhoud dooreen. Geen probleem. Of toch? Ik probeerde na te denken. God! Ik liet Marc gaan … we deelden een ticket … Daar kon narigheid van komen. Veel narigheid. Verdomd, verdomd. Opvallend veel mensen bewogen zich nu richting sanitair. De music bar liep vrijwel leeg. Weer spoedde ik me naar de plaats des onheils. Of toch ongeveer. Paniek borrelde in mij op. Wat als…?
‘Die man is dood’, hoorde ik zeggen. ‘Hij lag dood in het toilet’.
‘Ze hebben hem daar gevonden’.
Op dat ogenblik werd een dringend bericht omgeroepen. Eventuele medereizigers van Marc VdB uit P. werden verzocht zich onmiddellijk aan de informationdesk op dek 7 te melden. Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik dat hoorde. Ik wist meteen hoe laat het was. Al te lang en al te vaak waren we ongestraft gebleven en door de mazen van het net geglipt. Stom, stom, stom!
Toen nam ik een beslissing. Ik ging terug naar de music bar, waar alleen nog een slaperig gezinnetje zat. Ik griste er Marcs en mijn reistas van de zitbank. Op de achtersteven was niemand. De zon flikkerde op het water. Geen wind. Ik nam de fles uit mijn jaszak en nam er drie slokken uit. Daarna gooide ik de fles en de tassen overboord. Vlak daarna sprong ik zonder verder nadenken in het witte schuim. Het was een chaosbeslissing. Er zwierden geen meeuwen meer.
Red Rum had zijn verwoestende werk gedaan en een zoveelste slachtoffer gemaakt. De groep MIRACLE BLUE was nu noodgedwongen gesplit. Basgitarist Marc VdB was aan een overdosis bezweken. Hij stierf in comateuze toestand, op de bootlijn Oostende-Ramsgate. Dagen later spoelde de drummer van de groep levenloos aan, in de omgeving van Margate.
Pas na zijn vakantie in Zuid-Engeland las Mick Mauser in de krant over Red Rum, een zeer pure vorm van heroïne, of nog: ‘Murder’. Red Rum was een ‘populaire’ drug aan het worden; de vraag ernaar was bij de dealers met 300 % gestegen na een drama in de bekende groep SMASHING PUMPKINS. Ook in Europese straten.
‘De lemmingen zijn onder ons’, dacht Mick. Hij grabbelde naar zijn brave pakje taksvrije Marlboro. En hij somde stilletjes op: ‘Lepel, pap, pop, lul, droommoord, koos u de garage dus ook?, Tivoli, I lov’it, A man, a plan, a canal: Panama, Baas, neem een racecar, neem een Saab’.
‘Zit je weer tegen jezelf te praten?’ informeerde Trine.
‘Een afvaart kan ook een uitvaart worden’, antwoordde Mick cryptisch.
JORIS DENOO

