No essef
NO ESSEF
Dit is geen verhaal over de toekomst. Het is echt aan het gebeuren. Het is wetenschap noch fantasie. We noemen dit realiteit. Of werkelijkheid. Die moet u onder ogen zien. Maar dat moet u ook willen. Met de zesentwintig letters van ons alfabet en de tien beschikbare getallen vertel ik u dat we weliswaar met z’n velen alleen zijn op deze ondermaanse wereld, maar dat er nog anderen zijn in de kosmos. Probeer dat te begrijpen. Het cliché ‘geloof het of niet’ heeft hierbij slechts het gehalte van een regel uit een rijmpje voor peuters bij het slapengaan. De begrippen ‘leven’ en ‘dood’ rijmen evenmin nog met hun bekende wereldse betekenissen.
M8ro’s sabelde haar spriet richting 7Y-me’ek, die dankbaar vlakte. Zo kwam xcxc³ uit de onbesmemelde voervouw: broesend, welhaast vrandolien uit der wisse. Zeven onderen ontfermden hun ik-heid over de alleraura’s van xcxc³, die verankerlijk daarna tot de gevreesde ³cxcx werd gemasponeerd. 7Y-me’ek glansde; M8ro’s wedervoer die schijn. Over de alomme restster P*9,oooK sluierde nu vatbaarheid: partikelanige kram- en vromro’s en evenwelle 8Y- en 9Y-me’ek duidden vanzelfheid, zodat de zeven onderen gekweten werden. Uit pure zyzyzyzyquarum zwoef P*9,oooK spiraaldadig even om haar vlixxen baddelpuntas. Zo werd ook de schutgaskleur muimui opgestaven, want zo’n ³cxcx smoerde pas om de (0³)& oooKheden. Naastelijke en vooronderlijke reststerren pprrookten immers per haasmatigheid ook <ijdelijk op een derdemachtje. Zo viel de A in de éénpui op P*9,oooK. Alheelheiden zwormen mijndaleus gis en ges en gos naar hun bracbrac om verder iktaveel te µ*ĦğœƔ (: te södrEn). Dat was echter buiten de onbewemelde 5 gerekend.
Om de zoveel tijd licht mijn tekst op. De woorden lijken een rilling te ondergaan; sommige worden onderstreept; andere lijken te leven. Een paar keer ook duiken onbekende emoticons op wanneer ik over de zinnen zwerf. Eerst dacht ik iets in de trant van het world wide web en internetlinks. Ik raak echter niet op het wereldse digitale netwerk wanneer ik de klassieke clicks en zo uitvoer. Het is iets anders. Er gaat een andere wereld schuil achter mijn cijfers en letters. Ik wens hier opzettelijk ook niet het woord ‘parallel’ te gebruiken. Dat ware iets voor ouderwetse sciencefiction. Numerologie en lettermagie zouden meer in aanmerking kunnen komen. Ook hoor ik soms iets wat stervelingen misschien als ‘zoemen’ zouden omschrijven. Ikzelf heb al begrepen dat woorden hierbij te kort zullen schieten. Ik heb nood aan het ongebruikte 77-percentage van mijn hersencapaciteit. Daar zitten nog behoorlijk wat mogelijkheden opgesloten in cellen. (Geen idee waarom men die ‘grijs’ noemt – misschien omdat ouderen verstandiger lijken?). Vlak na deze opmerking ontsnapt een ongewild stuk tekst aan mij en mijn middelen.
5! 5 was kneperig mots toen die t derdemachtje inbereikte. 5 was immers <ijd algeheel gemasponeerd. (Behebbe: 55, 555, 55555 zyzy). (Behebbequo: S, s, S, Sss). 5Heid vernulde het snaarsnoor van ³cxcx (voorheen dus xcxc³). 5! verparraadde het. 5! 55! Ss! Hier kwam arsobraitsie van! Yklaspp! Zelfs revoonton, want &neind8 dremde! (3! 5! ³! 5!)
Bij dit protest (het is er nu eenmaal; ik kon het niet beletten) past een verhaal dat ik u niet mag onthouden. Het komt gedeeltelijk uit de werkelijke wereld – een nagelaten ik-tekst van een goede kennis (Z) van mij, die me als getuigenis droomgewijs bereikte. (Ik was ook zelf getuige geweest van het dodelijke voorval, waarbij die vriendin (Z) van Maureen en mezelf deze wereld verliet. Bovendien had ik voorheen al vaak van Z gedroomd). De woorden en zinnen schreven naderhand zichzelf – hoewel de mij aangereikte droom toen al niet meer ovenvers was. Het verhaal rees zo uit mijn toetsenbord op. Het bewijst echter ook het gelijk van Zijne Vijfheid. Ik rol het hieronder even uit ter illustratie.
Na de leegte van de flessen hadden we een grote honger naar een volle maaltijd. We lieten de tuin van de jarige Maureen als een rampgebied achter en reden in colonne naar eethuis Het Vagevuur. We droegen het feestvarken op onze schouders naar binnen en weer naar buiten, want het was mooi weer en we wilden op het terras eten. Er was gereserveerd voor tien personen van het menselijk geslacht. Op dat feest – waarvan verder niets ter zake doet, want ik (Z) liet er het leven – zouden we de beroemde kogelvis eten, voorafgegaan door een veilige forel. Een forelgraat deed me de das om. Ik stierf nog voor de gevreesde kogelvis op tafel kwam. Het Vagevuur doofde die dag uit.
Nadat de worggreep van de dood me helemaal te pakken had, dreef ik achterwaarts mijn leven uit. Ik deinsde uit mijn lijf terug en verliet het bestaan op deze aarde. Trillend als een snaar maakte ik de overslag tussen tijd, ruimte en materie en wisselde die in voor het 5-gehalte. (Ik kies hier voor het cijfer 5 als symbool voor iets onbeschrijfelijks). Mijn geluk werd onmiddellijk vermenigvuldigd met honderd. De laatste scènes uit Het Vagevuur bleven nog even vlakbij, maar riepen een feestgevoel op. Ik werd verwelkomd door een grote hoeveelheid 5. Snaargewijs werd ik er zelfs naartoe getrokken, definitief weg uit de vleselijke wereld. Het fameuze licht waarover zoveel geluld werd door teruggekeerden, leek nog het meest op het zonnezwart. Het ontbrak in het wereldse kleurenspectrum, maar nu onderging ik het wel van aan de andere kant, voorbehouden aan niet-mensen.
In een van de eerste 5-slingers wachtte Maria Morfine me op. Een serpentine a-materie leek me naar haar toe te zuigen.
‘Amsterdaman’, groette MM. ‘Men was mens.’
‘Mijn lievelingsnaam’, mompelde ik. ‘Wat deugd.’
‘Zwemt Met De Zalm.’
‘Die ook. Zalf. Ziel goed.’
‘Of Gedroogd Vlees.’
‘Evenzeer. Vleit. Harttik.’
‘Hier ben ik voor. Ontvang.’
Maria Morfine splinterde in talloze partikeltjes.
‘Word getroffen door alle feesten.’
Zacht sissende geurvlagjes namen bezit van me, terwijl ik spreidde en happend lachend hikkend de flinters ontving. Mijn 5 werd een parabolisch vierkant waarvan de opspanning nog veel meer heerlijks beloofde op z’n parallellepipedums.
‘Vlie dan’, vertolkte Maria Morfine. ‘De Zeusen zijn er. Ook de Schaduwwakers. Elke on-man daar en hier. Elke niet-vrouw hier en daar. Is-was. Was-is. Egorosa.’
Mijn begrip werd hoger; mijn 5 intenser. Mezelf kon ik niet voelen, maar nog nooit (ooit? nu? nimmer?) had ik me zo gevoeld. Mijn parabolische vierkant knapte aangenaam pipedanig. 5,5 – maar dit te logisch; keer het om in en buiten zichzelf. Ik zweefde, daalde, steeg, viel en struikelde prettig een eeuwige tel tot ik met kosmiet geladen (of was het watheid? veelektriciteit? maanroes?) opduikelde tot bij Maria Morfine.
‘Maria Morfine, u weer’, groette ik.
Ze verstraalde in een flukse deining.
‘Niet ik’, zei ze. ‘Maria Morfine is-was, was-is. Egorosa.’
‘Hoe dan aan wie mijn watheid besteed?’
‘Niet-vrouw Simon Sevensegel wijst.’
‘U?’
‘Jezebel Ocharmen. Een schuilnaam. Scheldnaam. Ik ben een kant van Maria Morfine. U ziet: onvolmaaktheid is perfect. Vond me. Ga dan. Geen waanhoop.’
Stuiterend belandde ik alweer geboren in de donkerloze zone van Simon Sevensegel, de passantenduider.
‘U wijst waar mijn watheid?’
‘Is het kosmiet?’ vroeg SS.
‘Roes en veel.’
‘Duik, plons. O… uw naam?’
‘Amstelzalm’.
‘Heel goed. Niets zelf. Een aanwinst. Hoedanig.’
Nu deinde ik terloops maar voorgoed het 5-staketsel tegemoet. Nimmer bestond er een gelukkiger niet-mens. 5-5 te weten ook bij ontwijfelheid.
Het scheelde niet veel of er stikten er enkelen van het lachen op mijn crematie. Een visgraat!
Tijdens mijn rouwmaaltijd (de nabestaanden en genodigden kregen rauwkost) vertelde een bevriend verpleger dat verstikking bij een maaltijd een frequente doodsoorzaak betekende. Wekelijks werden er dergelijke gevallen op de Spoedeisende Hulp bij hem binnengebracht.
Het kon me echter allemaal niet meer schelen.
(Z)
Snapt u het nu?
En zie: ik voorvoelde hierna (: na mijn trillende tekst over de restster, na de protestflard, na de mij via een droom aangereikte doodsgetuigenis van Z) hoe het de aarde, onze liefste knikker, ooit zou vergaan. Ik sloeg (stevig rekenend op het toeval, een vertrouwde medestander van mijn lot) een oud boek open en las tot mijn kleine (: geringe) verbazing een splitverhaal over de planeet waarop we leven, geschreven in het abjad. Deze voorspellende fictie verwonderde mij niet, want ik geloofde in het toeval. Het had zich al vaker op die wijze aan mij geopenbaard, zonder rekening te houden met de valse chronologie van verleden, heden en toekomst. M.a.w.: gebeurde dit al? Gebeurt dit nu? Zal dit nog gebeuren? Hier volgt de abjadversie. (Noot: (…) is optioneel. Ik maak het de lezers makkelijk door de ontbrekende klanken zelf te suggereren. Het is tevens een taaltest, mochten de lezers ooit ergens ver weg… Ach, dat leidt ons te ver).
(O)p h(e)t (o)g(e)nbl(i)k d(a)t (E)r(i)c(a) (o)p vr(ij)d(a)g(a)v(o)nd (i)n h(e)rb(e)rg H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l (ee)n t(o)m(a)t(e)ns(a)p (aa)n h(e)t (ui)tsch(e)nk(e)n w(a)s v(oo)r d(e) w(e)th(ou)d(e)r, b(e)g(o)n d(e) (aa)rd(e) (i)n tw(eeë)n t(e) spl(ij)t(e)n. D(e) (aa)rd(e), s(y)n(o)n(ie)m(e)n: w(e)r(e)ldb(o)l, (aa)rdkl(oo)t, bl(au)w(e) pl(a)n(ee)t, w(e)r(e)ld, M(oe)d(e)r (Aa)rd(e), h(e)t (o)nd(e)rm(aa)ns(e). D(a)t g(i)ng (aa)nv(a)nk(e)l(ij)k g(e)p(aa)rd m(e)t (ee)n (o)nh(oo)rb(aa)r g(e)kr(eu)n (ui)t d(e) d(ie)pst(e) (i)ng(e)w(a)nd(e)n v(a)n d(e)z(e) M(oe)d(e)r, d(a)t (a)ll(ee)n (o)p d(e) sch(aa)l v(a)n (ee)n d(i)cht(e)r t(e) r(e)g(i)str(e)r(e)n z(ou) z(ij)n.
D(ie) vr(ij)d(a)g vl(oei)d(e) (o)ng(e)m(e)rkt (o)v(e)r (i)n (ee)n z(a)t(e)rd(a)g, z(oa)ls d(a)t (a)l (eeu)w(e)n h(e)t g(e)v(a)l w(a)s g(e)w(ee)st. M(aa)r d(ie) z(a)t(e)rd(a)g w(oei) h(e)t (o)v(e)r(a)l t(e)r w(e)r(e)ld (o)pv(a)ll(e)nd h(a)rd, (o)ng(ea)cht (o)f h(e)t d(aa)r d(a)g, n(a)cht, z(o)m(e)r (o)f r(e)g(e)ns(ei)z(oe)n w(a)s. H(e)t w(a)s (ee)n t(e)k(e)n (aa)n d(e) w(a)nd. (A)cht(e)nv(ee)rt(i)g (uu)r l(a)t(e)r l(ie)p (e)r (ee)n t(o)t(a)l(e) br(eu)kl(ij)n (o)v(e)r d(e) g(e)h(e)l(e) (aa)rdk(o)rst, v(a)n (oo)st n(aa)r w(e)st, h(ee)n (e)n t(e)r(u)g d(e) w(e)r(e)ldb(o)l (o)msp(a)nn(e)nd. D(e) br(ee)dt(e) (e)rv(a)n b(e)dr(oe)g v(ij)ft(ie)n c(e)nt(i)m(e)t(e)r. (A)ls(o)f d(e) Gr(o)t(e) K(aa)sm(ee)st(e)r v(a)n h(e)t H(ee)l(a)l m(e)t Z(ij)n k(aa)sm(e)s d(oo)r d(e) kl(o)nt w(a)s g(e)g(aa)n (e)n N(oo)rd- (e)n Z(ui)dk(aa)s (o)nh(e)rr(oe)p(e)l(ij)k v(a)n (e)lk(aa)r h(a)d g(e)sch(ei)d(e)n. D(e) br(eu)kl(ij)n l(ie)p z(e)lfs dw(a)rs d(oo)r M(aa)gd(e)nb(u)rg, (o)f (a)ll pl(a)c(e)s. (IJ)l(i)ngs w(e)rd(e)n p(ei)l(i)ng(e)n (ui)tg(e)v(oe)rd, (e)n d(ie) w(e)z(e)n (o)p h(e)t (o)nv(oo)rst(e)lb(a)r(e): d(e) (aa)rdb(o)l w(a)s (i)nd(e)rd(aa)d m(i)dd(e)nd(oo)r (aa)n h(e)t spl(ij)t(e)n. (O)v(e)r (ee)n w(ee)k z(ou) m(e)n (ee)n p(o)lsst(o)k n(o)d(i)g h(e)bb(e)n (o)m v(a)n d(e) (e)n(e) n(aa)r d(e) (a)nd(e)r(e) h(e)lft t(e) h(u)pp(e)n. (E)n w(e)ldr(a) z(ou) m(e)n (aa)n b(ei)d(e) k(a)nt(e)n v(a)n (ee)n br(e)d(e) gr(a)nd c(a)n(yo)n n(aa)r (e)lk(aa)r st(aa)n schr(eeu)w(e)n.
R(ee)ds k(o)lkt(e) (i)n b(e)p(aa)ld(e) str(e)k(e)n (ee)n kl(ei)n(e) h(oe)v(ee)lh(ei)d m(a)gm(a) n(aa)r b(o)v(e)n. D(e) (aa)rd(e) k(oo)kt(e) (i)nw(e)nd(i)g h(e)v(i)g. H(e)t (ei)g(e)n(aa)rd(i)g(e) w(a)s d(a)t z(eeë)n (e)n (o)c(ea)n(e)n (a)ls k(o)k(e)nd w(a)t(e)r (i)n d(e) d(ie)pt(e) v(e)rdw(e)n(e)n, h(oe) sm(a)l d(ie) br(eu)kl(ij)n (aa)nv(a)nk(e)l(ij)k (oo)k w(a)s. G(i)g(a)nt(i)sch(e) l(e)g(e) k(o)mm(e)n bl(e)v(e)n (a)cht(e)r, (a)lth(a)ns: l(ee)g v(a)n w(a)t(e)r, w(a)nt z(e) w(a)r(e)n v(oo)r (ee)n d(e)rd(e) v(o)lg(e)st(ou)wd m(e)t m(e)ns(e)l(ij)k (a)fv(a)l v(a)n (ee)n p(aa)r (eeu)w(e)n w(e)lst(a)nd. (Oo)k d(ie) k(o)mm(e)n v(e)rt(oo)nd(e)n (o)p h(u)n b(o)d(e)ms cr(a)q(ue)l(é), t(o)t z(e) (ui)t(ei)nd(e)l(ij)k n(e)t z(o) g(oe)d (i)n tw(eeë)n spl(e)t(e)n (e)n d(e) (a)ld(u)s (o)ntst(a)n(e) g(eu)l [… (i)n h(e)t v(e)rl(e)ngd(e) v(a)n d(e) (aa)rdg(eu)l… ] g(e)l(ei)d(e)l(ij)k (a)ll(e) (a)fv(a)l (o)psl(o)kt(e) d(a)t (i)n d(ie) r(i)cht(i)ng (a)f gl(ee)d. (O)c(eaa)nw(a)t(e)r (e)n (eeu)w(e)n (a)fv(a)l v(e)rdw(e)n(e)n v(oo)rg(oe)d (i)n d(e) k(o)sm(o)s, l(o)sg(e)l(a)t(e)n d(oo)r d(e) (aa)rd(e), w(aa)rv(a)n d(e) b(ei)d(e) dr(o)g(e) h(e)lft(e)n z(i)ch st(ee)ds v(e)rd(e)r v(a)n (e)lk(aa)r v(e)rw(ij)d(e)rd(e)n.
‘Z(o), d(a)t (i)s d(u)s h(e)t f(a)m(eu)z(e) (ei)nd(e) v(a)n d(e) w(e)r(e)ld,’ c(o)nst(a)t(ee)rd(e) (E)r(i)c(a) n(u)cht(e)r. Z(e) w(a)s (ee)n v(a)n d(e) m(i)lj(a)rd(e)n m(e)ns(e)n (o)p (aa)rd(e) d(ie) n(ie)t (i)n g(o)d (o)f ‘(ee)n’ g(o)d g(e)l(oo)fd(e)n. D(e) (o)v(e)nw(a)rm(e) kl(oo)f v(a)n d(e) (aa)rd(e) l(ie)p (a)ls (ee)n (e)v(e)n(aa)r d(oo)r H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l. (E)r(i)c(a) h(u)pt(e) (o)v(e)r d(e) (i)nm(i)dd(e)ls d(e)rt(i)g c(e)nt(i)m(e)t(e)r br(e)d(e) spl(ee)t, s(i)g(a)r(e)t (i)n d(e) (e)n(e), gl(a)s r(o)d(e) w(ij)n (i)n d(e) (a)nd(e)r(e) h(a)nd. (Ei)g(e)n(aa)r (E)rn(ie) z(a)t m(i)str(oo)st(i)g n(aa)r d(e) sch(eu)r(e)n (i)n z(ij)n m(u)r(e)n t(e) st(a)r(e)n. H(ij) g(e)l(oo)fd(e) w(e)l (i)n d(e) (e)n(e) G(o)d v(a)n h(e)m(e)l (e)n (aa)rd(e).
‘W(aa)r(o)m m(oe)t (ui)tg(e)r(e)k(e)nd H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l g(e)tr(o)ff(e)n w(o)rd(e)n?’ vr(oe)g h(ij) z(i)ch h(a)rd(o)p (a)f.
‘(E)n z(e)gg(e)n d(a)t d(ie) br(eu)k (oo)k d(oo)r d(e) m(a)rkth(a)ll(e) l(oo)pt,’ (a)ntw(oo)rdd(e) (E)r(i)c(a). ‘(Ui)tg(e)r(e)k(e)nd h(ie)r d(oo)r H(e)t W(ie)l (e)n d(oo)r d(e) m(a)rkth(a)ll(e) v(e)rd(o)r(ie). M(ij)n v(a)st(e) sh(o)pp(i)ngpl(e)k’
‘Z(e)lfs d(oo)r M(aa)gd(e)nb(u)rg, h(e)b j(e) h(e)t g(e)l(e)z(e)n?’ z(ei) (E)rn(ie) dr(oe)v(i)g. ‘D(i)t (i)s (e)rg.’
D(e) w(e)r(e)ldp(e)rs b(i)v(a)kk(ee)rd(e) n(a)t(uu)rl(ij)k (o)v(e)r(a)l t(e)r w(e)r(e)ld l(a)ngsh(ee)n d(e) br(eu)kl(ij)n, (aa)n b(ei)d(e) k(a)nt(e)n (e)rv(a)n. (E)lk(e) (e)xtr(a) c(e)nt(i)m(e)t(e)r (o)p(e)n(i)ng w(e)rd n(au)wl(e)tt(e)nd g(e)r(e)g(i)str(ee)rd (e)n b(e)c(o)mm(e)nt(a)r(iee)rd, (i)n (a)ll(e) d(e)nkb(a)r(e) m(ee)t(ee)nh(e)d(e)n v(a)n d(e) w(e)r(e)ld, n(ou): w(e)r(e)ld(e)n. M(e)ns(e)n d(ie) l(a)ngsh(ee)n (o)f (o)p d(e) (aa)rdbr(eu)k w(oo)nd(e)n (o)f w(e)rkt(e)n, w(e)rd(e)n g(eï)nt(e)rv(ie)wd. V(oo)r(a)l M(aa)gd(e)nb(u)rg kr(ee)g d(e) p(e)rsm(eu)t(e) (o)v(e)r z(i)ch h(ee)n. D(e) h(a)lv(e) b(o)ll(e)n z(a)t(e)n n(o)g (o)nl(o)sm(a)k(e)l(ij)k (i)n h(e)t c(o)ll(e)ct(ie)v(e) g(e)h(eu)g(e)n.
‘D(e) kl(oo)f w(o)rdt st(ee)ds gr(o)t(e)r,’ r(a)pp(o)rt(ee)rd(e) m(e)n wr(a)ng, (ee)n cl(i)ch(é) (o)pd(ui)k(e)l(e)nd (ui)t d(e) n(o)n-pr(o)f(i)ts(e)ct(o)r, d(ie) h(e)t v(aa)k h(a)d g(e)h(a)d (o)v(e)r d(e) w(e)lst(a)ndskl(oo)f t(u)ss(e)n N(oo)rd (e)n Z(ui)d.
(Oo)k b(a)rm(ei)d (E)r(i)c(a) w(a)s (a)l (o)nd(e)rvr(aa)gd, (i)n dr(ie) v(e)rsch(i)ll(e)nd(e) t(a)l(e)n. (O)f z(ij) v(oo)rh(ee)n (i)n d(e) (o)mg(e)v(i)ng v(a)n H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l (ie)ts (ei)g(e)n(aa)rd(i)gs (o)pg(e)m(e)rkt h(a)d? (Ie)ts g(e)h(oo)rd (o)nd(e)rgr(o)nds? (Ee)n r(aa)r g(e)v(oe)l h(a)d g(e)h(a)d? V(oo)rg(e)v(oe)l m(i)ssch(ie)n?
‘N(ee), n(o), n(ei)n,’ h(a)d (E)r(i)c(a) g(e)sch(u)d. ‘(O)nl(y) th(e) s(u)dd(e)n w(i)nd (o)n th(a)t S(a)t(u)rd(ay), th(a)t gl(o)b(a)l w(i)nd, (you) kn(o)w. (E)s w(a)r s(o)… ’
‘(A)nd (you) (a)r(e) (a) w(ai)tr(e)ss?’
‘(Ye)s (I) (a)m.’
‘D(o) y(ou) th(i)nk th(i)s (i)s th(e) (e)nd (o)f th(e) w(o)rld?’
‘(I) th(i)nk (i)t’s th(e) b(e)g(i)n(i)ng (o)f tw(o) w(o)rlds.’
‘M(ay) w(e) h(a)v(e) y(ou)r f(u)ll n(a)m(e) f(o)r th(e) r(e)c(o)rds?’
‘(E)r(i)c(a) Bl(a)nc(o).’
‘Th(a)nk y(ou), (E)r(i)c(a) Bl(a)nc(o).’
H(e)rb(e)rg(ie)r (E)rn(ie) w(e)rd m(e)t r(u)st g(e)l(a)t(e)n, w(a)nt d(ie) b(e)h(ee)rst(e) (a)ll(ee)n m(aa)r z(ij)n d(ia)l(e)ct.
T(oe)n d(e) br(eu)kl(ij)n v(ia) d(e) spl(ee)tf(a)s(e) (e)cht (ee)n kl(oo)f v(a)n (a)nd(e)rh(a)lv(e) m(e)t(e)r br(ee)d w(a)s g(e)w(o)rd(e)n, w(e)rd h(e)t v(e)rb(ij)st(e)r(e)nd d(ui)d(e)l(ij)k d(a)t M(oe)d(e)r (Aa)rd(e) (o)p (ee)n b(e)st(aa)n (i)n tw(ee) w(e)r(e)ld(e)n (aa)n h(e)t ((a)fst(e)v(e)n(e)n w(a)s. H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l (e)n d(e) m(a)rkth(a)ll(e) (ee)n k(i)l(o)m(e)t(e)r v(e)rd(e)r w(e)rd(e)n (o)ng(e)n(a)d(i)g (i)n tw(eeë)n g(e)spl(i)tst (e)n d(ie)nd(e)n (o)nv(e)rw(ij)ld h(u)n l(u)cr(a)t(ie)v(e) w(e)rkz(aa)mh(e)d(e)n t(e) st(a)k(e)n. D(a)t g(e)b(eu)rd(e) (o)v(e)r(a)l t(e)r w(e)r(e)ld (i)n d(e) c(o)ncr(ee)t g(e)tr(o)ff(e)n (e)t(a)bl(i)ss(e)m(e)nt(e)n (e)n (o)p (o)p(e)nb(a)r(e) pl(aa)ts(e)n: k(e)rk(e)n, m(u)s(ea), sch(o)l(e)n, p(a)rl(e)m(e)nt(e)n, z(ie)k(e)nh(ui)z(e)n, k(a)z(e)rn(e)s, m(a)rkt(e)n, sp(o)rtt(e)rr(ei)n(e)n, …
(I)n M(aa)gd(e)nb(u)rg v(e)rg(a)d(e)rd(e) (ij)l(i)ngs (ee)n W(e)r(e)ldr(aa)d v(a)n W(e)t(e)nsch(a)pp(e)l(ij)k(e) W(ij)z(e)n; d(e) (a)fk(o) WWW v(e)rsch(ee)n h(ie)r v(oo)r h(e)t (ee)rst. D(e) h(e)lft v(a)n d(e) g(e)l(ee)rd(e)n w(e)rd (e)r p(e)r l(u)chtb(a)ll(o)n (o)f z(e)pp(e)l(i)n (aa)ng(e)l(e)v(e)rd. D(ie) WWW h(a)d g(ee)n g(oe)d n(ieu)ws t(e) m(e)ld(e)n. D(oe)md(e)nk(e)rs v(oo)rsp(e)ld(e)n d(a)t d(e) (aa)rd(e) v(e)rd(e)r (i)n kw(a)rtj(e)s (o)pg(e)d(ee)ld z(ou) w(o)rd(e)n, z(oa)ls (ee)n s(i)n(aa)s(a)pp(e)l. V(oo)r(a)lsn(o)g (e)cht(e)r bl(e)v(e)n (o)p d(e) b(ei)d(e) h(e)lft(e)n d(e) c(o)ns(i)st(e)nt(ie) (e)n d(e) zw(aa)rt(e)kr(a)cht z(i)ch h(a)ndh(a)v(e)n. B(ij)g(e)l(o)v(i)g(e)n g(ooi)d(e)n m(u)nt(e)n (i)n d(e) spl(ee)t. V(e)rz(e)k(e)r(i)ngsm(aa)tsch(a)pp(ije)n v(a)n (ee)n (e)n(e) h(e)lft r(i)chtt(e)n (ij)l(i)ngs f(i)l(ia)l(e)n (o)p d(e) (a)nd(e)r(e) h(e)lft (o)p. D(ie) g(e)l(oo)fd(e)n (oo)k n(o)g (i)n (ee)n g(o)d: d(ie) v(a)n h(e)t g(e)ld. G(eo)l(o)g(e)n g(ooi)d(e)n tr(a)pl(a)dd(e)rs n(aa)r b(e)n(e)d(e)n, m(aa)r w(e)rd(e)n (o)p (ee)n b(e)p(aa)ld d(ie)pt(e)p(u)nt g(e)p(o)ch(ee)rd, g(e)br(a)d(e)n, g(e)k(oo)kt (o)f g(e)r(oo)st(e)rd. D(e) kl(oo)f sp(uu)gd(e) z(e) g(e)r(a)dbr(aa)kt w(ee)r (ui)t. L(a)ngsh(ee)n d(e) h(e)l(e) br(eu)kl(ij)n v(e)rr(e)z(e)n (aa)n b(ei)d(e) k(a)nt(e)n h(o)g(e) (a)fr(a)st(e)r(i)ng(e)n, w(a)nt m(ee)r (e)n m(ee)r h(o)p(e)l(o)z(e)n b(e)st(e)ld(e)n h(u)n v(e)g(e) l(ij)f t(e)r d(ie)pt(e).
W(e)rd h(e)t t(ij)d v(oo)r (o)v(e)rbr(u)gg(i)ng(e)n v(oo)r d(e) b(ei)d(e) w(e)r(e)ld(e)n? R(e)kb(a)r(e) (o)f r(e)kk(e)l(ij)k(e) br(u)gg(e)n (i)n d(e) h(oo)p d(a)t d(e) kl(oo)f (o)p (ee)n b(e)p(aa)ld p(u)nt (o)f (o)g(e)nbl(i)k n(ie)t t(e) br(ee)d w(e)rd, st(a)gn(ee)rd(e), j(a): z(e)lfs w(ee)r m(i)nd(e)r z(ou) w(o)rd(e)n? (I)n M(aa)gd(e)nb(u)rg w(a)s d(a)t (ee)n v(a)n d(e) v(e)l(e) d(i)sc(u)ss(ie)th(e)m(a)’s (o)nd(e)r (i)ng(e)n(ieu)rs, g(eo)l(o)g(e)n, f(y)s(i)c(i) (e)n ch(e)m(i)c(i), n(aa)st d(e) p(a)n(ie)ks(e)ss(ie)s v(a)n d(e) h(u)m(aa)nw(e)t(e)nsch(a)pp(e)rs. M(i)ssch(ie)n m(oe)st(e)n d(e) b(ei)d(e) h(e)lft(e)n z(e)lfs m(e)t gr(o)t(e) m(i)dd(e)l(e)n w(ee)r (aa)n(ee)ng(e)h(e)cht w(o)rd(e)n, m(i)dd(e)ls g(i)g(a)h(a)rp(oe)n(e)n b(ij)v(oo)rb(ee)ld, (o)f r(eu)z(e)n(e)nt(e)rh(a)k(e)n, (o)f m(i)lj(oe)n(e)n k(ie)pw(a)g(e)ns m(e)t ‘c(o)ll(e) t(ou)t’.
(E)r(i)c(a) Bl(a)nc(o) [(o)nd(e)rt(u)ss(e)n n(ie)t m(ee)r w(e)rkz(aa)m (i)n h(e)rb(e)rg H(e)t V(ij)fd(e) W(ie)l w(e)g(e)ns n(oo)dg(e)dw(o)ng(e)n g(e)sl(o)t(e)n, n(ou): g(e)spl(e)t(e)n] d(a)cht th(ui)s n(a) (o)v(e)r (ee)n m(o)g(e)l(ij)k(e) r(e)dd(i)ng v(a)n d(e) w(e)r(e)ld(e)n, d(ie) w(ee)r (éé)n b(o)l m(oe)st(e)n w(o)rd(e)n. B(e)st(o)nd (e)r (ee)n (ei) v(a)n C(o)l(u)mb(u)s t(e)g(e)n d(e)z(e) vr(e)s(e)l(ij)k(e) spl(i)ts(i)ng? (E)r(i)c(a) w(a)s n(ie)t z(o) k(i)nd(e)rl(ij)k dw(aa)s (o)m, z(oa)ls b(e)p(aa)ld(e) z(e)lfv(e)rkl(aa)rd(e) g(e)n(ieë)n, G(o)ds g(e)d(a)cht(e)n t(e) w(i)ll(e)n k(e)nn(e)n. D(ie)ns z(o)g(e)n(aa)md(e) sch(e)pp(i)ng w(a)s (i)mm(e)rs (a)l g(e)spl(e)t(e)n. V(a)n r(e)l(a)t(i)v(i)t(ei)t g(e)spr(o)k(e)n.
(Ui)t M(aa)gd(e)nb(u)rg – n(u) g(e)s(i)t(uee)rd (o)p (éé)n w(e)lb(e)p(aa)ld(e) w(e)r(e)ldh(e)lft; d(e) h(a)lv(e) st(a)d w(a)s (ij)l(i)ngs g(eë)m(i)gr(ee)rd – kw(a)m n(o)g (a)lt(ij)d g(ee)n g(oe)d n(ieu)ws. (E)r kw(a)m z(e)lfs h(e)l(e)m(aa)l g(ee)n n(ieu)ws. D(e) w(e)r(e)ldb(o)l w(a)s (a)ls (ee)n (o)kk(e)rn(oo)t n(e)tj(e)s d(oo)rm(i)dd(e)n g(e)kr(aa)kt (e)n n(ie)m(a)nd l(ee)k d(aa)r (ie)ts (aa)n t(e) k(u)nn(e)n d(oe)n. H(a)d d(e) (i)nh(ou)d v(a)n d(e)z(e) b(ei)d(e) h(e)lft(e)n g(e)n(oe)g v(a)n (e)lk(aa)r? M(oe)st d(e) r(e)m(e)d(ie) d(a)n (oo)k d(aa)r w(o)rd(e)n g(e)z(o)cht?
D(ie)z(e)lfd(e) (a)v(o)nd – d(e) kl(oo)f w(a)s (a)l (a)cht(e)nv(ee)rt(i)g (uu)r l(a)ng n(ie)t m(ee)r br(e)d(e)r g(e)w(o)rd(e)n – b(e)g(o)n n(ie)t (a)ll(ee)n M(aa)gd(e)nb(u)rg (o)p z(ij)n gr(o)ndv(e)st(e)n t(e) d(a)v(e)r(e)n. D(e) h(e)l(e) w(e)r(e)ld(e)n d(e)d(e)n d(a)t. (Oo)k (E)r(i)c(a)’s b(o)rst(e)n l(i)ld(e)n (ee)nskl(a)ps d(u)cht(i)g. D(e) b(ei)d(e) w(e)r(e)ldh(e)lft(e)n bl(e)k(e)n pl(o)ts(e)l(i)ng v(oo)rtd(u)r(e)nd d(oo)r (e)lk(aa)r (aa)ng(e)tr(o)kk(e)n (e)n v(a)n (e)lk(aa)r (a)fg(e)st(o)t(e)n t(e) w(o)rd(e)n. Zw(i)ts(e)rs(e) k(e)rn(o)nd(e)rz(oe)k(e)rs [j(a)r(e)nl(a)ng (i)n h(e)t (u)ltr(a)g(e)h(ei)m (o)p(e)r(e)r(e)nd (i)n d(e) d(ie)p(e) (i)ng(e)w(a)nd(e)n v(a)n h(u)n b(e)rg(e)n] h(a)dd(e)n n(a)m(e)l(ij)k (i)n (ee)n (ui)t(e)rst(e) w(a)nh(oo)psp(o)g(i)ng (ee)n h(oe)v(ee)lh(ei)d z(o) m(oei)z(aa)m v(e)rkr(e)g(e)n (a)nt(i)m(a)t(e)r(ie) (i)n d(e) kl(oo)f g(e)g(ooi)d. (E)r b(e)st(o)nd (ee)n w(a)t(e)rk(a)ns d(a)t (ee)n (o)ntpl(o)ff(i)ng (e)n(e)rg(ie) vr(ij) z(ou) m(a)k(e)n, w(aa)rd(oo)r h(e)l(e)nd w(e)r(e)ldc(e)m(e)nt (aa)ng(e)m(aa)kt z(ou) k(u)nn(e)n w(o)rd(e)n D(ie) (a)nt(i)m(a)t(e)r(ie) g(e)dr(oe)g z(i)ch (e)cht(e)r h(e)l(e)m(aa)l n(ie)t z(oa)ls v(e)rh(oo)pt. (E)r v(o)lgd(e) g(ee)n (o)ntpl(o)ff(i)ng. W(e)l b(o)nkt(e)n n(u) d(e) w(e)r(e)ldd(e)l(e)n (o)n(o)ph(ou)d(e)l(ij)k t(e)g(e)n (e)lk(aa)r, tw(ee)m(aa)l p(e)r s(e)c(o)nd(e). (A)ls(o)f (ee)n gr(a)pp(i)g(e) g(o)d d(e) tw(ee) h(e)lft(e)n v(a)n (ee)n (o)kk(e)rn(oo)t t(e)g(e)n (e)lk(aa)r kl(e)pp(e)rd(e). D(a)t w(a)s n(e)f(a)st v(oo)r (a)ll(e)s (e)n (ie)d(e)r(ee)n. W(a)t b(o)nkt, m(aa)kt br(o)kk(e)n. (E)r(i)c(a) B. g(i)ng (o)p (ee)n b(e)w(aa)kt (o)g(e)nbl(i)k t(e)n (o)nd(e)r (i)n v(uu)r (e)n vl(a)m, s(a)m(e)n m(e)t X(: 4,6,8) 886 263 755 (aa)rdb(e)won(e)rs. M(oe)d(e)r (Aa)rd(e) w(a)s n(ie)t m(ee)r.
De quoncweste tussen ³cxcx en de vampele 5 (Behebbe: 55, 555, 55555 zyzy) deed MA inderdaad evenharig splaffen. De gigpad van ³cxcx versus 5 (Behebbe… ) was nefast geweest voor de blauwe planeet.
Erica Blanco (en ook Ernie natuurlijk, plus iedereen) belandde(n) in de gelukzalige 5-heid.
Z was er al. Haar getuigenis bleek te kloppen.
Mijn tekst NO ESSEF ontbrandde vanzelf.
*---------------------------------------OONED SIROJ---------------------------------------------*

