BRAAF!
In Jorisalem o/d Yserleie herhaalt niets zichzelf. Als er al iets zichzelf moet herhalen, bijvoorbeeld noodgedwongen, dan gebeurt dat met een onregelmaat. God beware ze van symmetrie. Stomme Grieken, die naast die ene zuil altijd een andere zetten. Wat is er mooier dan een boom alleen in een landschap? Wanneer zie je bomen niet meer? Door het bos. De stad Jorisalem heeft daarom ruimte in zichzelf en weidsheid om zich heen. De enige meetkunde is die van de verte. Geen hark brengt structuur in de tuinen en de parken: alleen de wind bloemleest de dode bladeren. Het enige ‘rustgevende’ bekende element uit de oude krampachtige wereld dat ze nog dulden is de gulden snede. Ze tolereren dan uiteraard ook de rekenkundige rij van Fibonacci. De Divina Proportia vind je er bijvoorbeeld terug in de loop van de stadskanaaltjes, de manier waarop de rivier de Yserleie de stad niet in twee gelijke delen splitst, de bloemkoolteelt (uiteraard, zoals overal ter wereld) en het stratenplan, dat vanuit de lucht bekeken ongeveer het getal 1,62 vormt. Dit veroorzaakt hier en daar nog oubollige harmonieusheid. Jorisalemmers hebben respect voor geleerden die hun wetenschap in kunst en cultuur weten om te zetten. Als ze naar binnen kijken, zien ze het stadslandschap van Jorisalem. Dat lijkt noch op Dakpannendorp noch op Verkavelgem. Er heerst een prettige ogenschijnlijke deconstructie die echter zijn eigen wetmatigheden heeft. Er heerst geen dreiging wanneer de avond valt. Als ze naar buiten kijken, zien ze het platteland. Dat lijkt noch op Boerenkoolstronkeradeel noch op Lutjebroek. Het is vlak. Als een gezellige polder. Hun blik stuit niet op een berg, heuvel of vulkaan. Er is water dat zich wiegt in weiden. Het heeft niets van de noeste wanhoop van de landbouwer of de veeteler. Aldus verhouden zich stad en veld prima tot elkaar. De binnenverblijven zijn al even gegeerd als de buitenverblijven. Zowel het woeden van de stad (te horen aan een permanente onderdreun) als het flakkeren van het land (af te lezen aan de eenzame bomen) spreken tot de verbeelding. Men wil hier zijn en men wil daar zijn en ook omgekeerd.
Babbe Bessenstruyck is een van de bekende inwoners. Ze is de eenkleurige chef-kokkin van restaurant Het Laatste Avondmaal. Elke dag kiest ze voor gerechten en dranken in één bepaalde kleur. De oorsprong van die vreemde keuze ligt eigenlijk bij haar nicht Jezebel Malbien, die sedert een reis door India pertinent weigert eender wat roods te eten of te drinken. Babbe buigt die vreemde nuk van haar keukenhulpje om tot een vondst. En dat legt Het Laatste Avondmaal geen windeieren, terwijl zijdelings ook enkele geheime kleurstoffenleveranciers mee van dat walletje eten. Ideale gastronomie voor Jorisalem: elke dag kiest Babbe Bessenstruyck voor een verrassende onaangekondigde kleur. Ook rood. Zelfs zwart. Reserveren betreft dus eigenlijk een blind date met eenkleurig lekkers, maar die kleur blijft een verrassing. Men kiest bij aankomst, na bestudering van de kaart. Die keuze varieert, want sommige kleuren veroorzaken meer gerechten dan andere. Of dranken. Maar hier hebben natuurlijk alweer de kleurstoffenspecialisten en de mixers een hand in. Culinair-visuele mirakels zijn mogelijk. Hoe zou de heer Jezus Christus anders water in wijn veranderd hebben? Op die fameuze bruiloft met wijnwater te Kana? Konijn bijvoorbeeld kan in Het Laatste Avondmaal kameleontische tinten aannemen. Ook de wijnen vertonen miraculeuze schakeringen. Uiteraard keren de kleuren terug, maar dan in onverwachte volgorde. En met soms alweer andere gerechten. Paarse sla en zwarte pasta behoren overigens allang tot de klassiekers. Men kijkt daar niet meer van op. Mogelijkheden legio. Maar feit blijft dat de keuze voor eenkleurige dagen origineel is. Met dank aan nicht Jezebel, die Babbe in de keuken van Het Laatste Avondmaal assisteert, en een donkergroene Bordeaux of een smurfenblauwe radijs wel weet te appreciëren.
In de oude Indiase geneeskunde geloofden ze in kleurenhealing – genezen door het eten van verschillende kleuren voedsel. Daarom is het eten in India nog steeds zo kleurrijk: door verschillende kleuren in je maaltijd te verwerken, hou je je lichaam gezond. En je bordje ziet er ook nog eens mooi uit. Zo denken de traditionele Indiërs over eten:
Rood verwarmt en stimuleert.
Bessen, appels, kidneybonen, vlees, tomaten en radijs zijn goed voor je nieren, blaas en spieren. Te veel rood voedsel kan leiden tot boosheid, irritatie en hyperactiviteit.
Oranje versterkt, kalmeert en bevordert de eetlust.
Mango, wortel, perzik, eigeel, pompoen, papaja en paprika zijn goed voor de benen, maag en de bloedsomloop. Oranje voedsel beschermt je tegen luchtvervuiling en de gevaarlijke uv-straling van de zon.
Geel harmoniseert, laxeert en reinigt.
Gele linzen, bonen, granen, bananen, ananas, maïs en citroen zijn goed voor je maag, lever en zenuwstelsel. Geel voedsel eten werkt kalmerend en stimuleert geluk en welzijn.
Groen voedsel is kalmerend en rustgevend.
Witte druiven, okra, koriander, erwten, bonen, komkommer, mungbonen en melkproducten zijn goed voor je oren, armen, spijsvertering en hart. Melk is ook een groen voedingsmiddel, omdat het de groene energie van gras bevat.
Blauw voedsel werkt antiseptisch, slaapverwekkend en kalmerend.
Rozijnen, bramen, bosbessen, pruimen en paddenstoelen bevorderen de slaap en zorgen voor ontspannen nachtrust zonder nachtmerries. Verder is blauw voedsel goed voor je mond, keel en luchtwegen.
Paars voedsel zet aan tot creativiteit en is antibacterieel.
Aubergine, bieten, uien, kool en druiven zijn goed voor je hoofdhuid, haar en hypofyse. Paars voedsel is verweven met rood en blauw voedsel. Dat maakt het extra voedzaam.
Op woensdag 31 mei rijdt Jezebel Malbien met haar bakfiets naar de seniorie Braaf! aan de periferie van Jorisalem o/d Yserleie, vlak bij de rivier. De lucht zit blauw, de zon schijnt citroengeel, het lentegroen gedijt, maar het is een paarse dag. Ze vervoert een slaatje van bieten en pijnboompitten, lollo rosso, violette appelbessen en aubergine, een pannetje purperen coq-au-vin met dito uien plus een tetra pak druivensap waarop Merlot staat. Er wappert zelfs een paarse sjaal om haar hals. In een gekkenhuiswitte kamer van de seniorie Braaf! woont de heer Barnaby Bessenstruyck, de pa van Babbe. Hij beweert al jaren dat hij de maan gekocht heeft. Men hecht daar geen compleet ongeloof aan, want omstreeks de millenniumwisseling won hij een astronomisch bedrag bij EuroMillions. Het was een voorbeeld van een echte ‘zwarte zwaan’, een onvoorspelbare en compleet verrassende gebeurtenis. Barnaby is bovendien gepensioneerd professor in de Toevalskunde en persoonlijk bevriend met de wereldbekende Nassim Nicholas Taleb, ex-handelaar in Wall Street, filosoof, essayist, schrijver over ‘zwarte zwanen’, voorspeller van de kredietcrisis en distinguished professor in diezelfde Kunde aan de Universiteit van New York. Zijn dochter Babbe mag eigenlijk ook als een ‘zwarte zwaan’ bestempeld worden, want hij kreeg die op hogere leeftijd nog, na een zoveelste relatie met een oud-studente Toevalskunde. Nu doet hij aan kettingroken en naarstig whisky nippen in Braaf! Er heerst hieromtrent een gedoogbeleid. En hij wordt, ter afwisseling met het seniorievoer, door zijn dochter sporadisch met eenkleurigheid gevoederd. Ook dat wordt oogluikend toegestaan.
Jezebel rijdt de brede loopplank naar Braaf! op. De seniorie is namelijk opgetrokken als een schip. Een duidelijke verwijzing naar de Yserleie, de rivier die in Frankrijk ontspringt en de Nedervlaamse stad Jorisalem ooit zoveel welstand heeft bezorgd, toen het vlas nog in zijn sas was. Het rusthuis is omgeven door water met langzame vissen in en voorzien van masten, stuurhut, brug, boegspriet, anker, patrijspoorten, kraaiennest en dies meer. Dat de seniorie Braaf! moet heten, en bijvoorbeeld niet Zuidenbries, of Esmeralda, of Zeewind, of (zoals bij de jongere spotvogels uit de stad) Titanic, is te danken, nou: te wijten aan Meuniere Rozzemussche, een kapitaalkrachtige bewoner alhier van het eerste uur. Die had voor hij naar hier kwam een gigantisch grote hond, die alleen maar naar de naam Braaf! wou luisteren, want dat was het allereerste dwingende woord (een combinatie van compliment en bevel, uit ontzag voor die afmetingen) dat Meuniere ooit tot hem richtte, toen hij de naamloze viervoeter uit een dierenasiel wegkocht. (Een vorige naam mocht niet uitgesproken worden, omdat het dier er kwade herinneringen aan had, en over een nieuwe naam had Meuniere eigenlijk nog niet nagedacht, want het betrof eerlijk gezegd een impulsaankoop). Het beest dacht dus dat hij zo moest heten. Hij was zo angstwekkend groot dat niemand het in zijn hoofd haalde hem een andere naam te geven. Ook zijn baas niet. Braaf! gehoorzaamde van in den beginne al alleen maar als hij als Braaf! werd aangesproken. Toen Meuniere Rozzemussche door zijn nageslacht wegens weduwnaarschap en ouderdom overgehaald werd naar de seniorie te verkassen – het was er voor wie het betalen kon 1: lekker, 2: goed, 3: rustig – bleek dat het hondenbeest op koeformaat er helemaal niet welkom was. Zelfs keffertjes maakten er geen kans. Na moeizame onderhandelingen her en der kreeg Braaf! onderdak bij een vereniging uit Jorisalem-Oost die zich ontfermde over gepensioneerde geleide- en hulphonden, terwijl hij dat dus nooit was geweest. Zijn grootte, zeg maar: hoogte, was hierbij een doorslaggevende factor. Men had dat nog nooit gezien. Als herinnering aan zijn huisdier kocht Meuniere Rozzemussche de directie van de seniorie om, met de rechtstreekse wens dat het rusthuis van dan af Braaf! zou worden genoemd. Hij was immers een van de allereerste bejaarden die er zijn intrek nam. Het ding had toen nog niet echt een naam, met uitzondering van enkele vage voorstellen van de directieraad en de eerste bewoners: Het Beloofde Land (Rozemarijke Pil, een godsdienstfanaat), Exodus (directrice Erna Draadloos), Reizen Hiernamaals (een anonieme grapjas in de ideeënbus), Oud maar niet Out (geriatrisch dokter Clément De Hertogh). Geen van deze voorstellen haalde het van Braaf! De financiële verrichting van M.R. had haar werk gedaan. Dus fietst Jezebel Malbien de loopplank op naar een vaartuig op het land met een hondennaam die op een complimenteus bevel uit aanvankelijk ontzag is gebaseerd.
Barnaby Bessenstruyck (de enige roker in Braaf!) en Meuniere Rozzemussche (die nog altijd wat op zijn enorme hond gelijkt) zitten in de zuidelijke veranda van de maritieme seniorie, de ene met een stevig vierkant laag glas zonder ijsblokjes voor zich, de andere met een dunner hoog glas waarin wel ijsblokjes drijven en waaruit een rietje priemt. Op de grote klok, die eigenlijk een scheepsroer verbeeldt, heeft het aperitiefuur geslagen. Aukje Elsschot, het volslanke keukenhulpje van 106 kilogram, heeft ze klokslag 11 hun drankje gebracht: een dubbele single malt voor Barnaby, die vandaag nog hoog bezoek verwacht, en een Campari-Tonic voor Meuniere. Zoals gewoonlijk blijft ze de heren hierbij nog even gezelschap houden. Directrice Erna Draadloos keurt het gebruik van sterkere dranken niet af, want ze is ervan overtuigd dat die de doorstroming van het bloed bevorderen en de aders schoonspoelen, zodat de inwonende gerimpelden langer gezond blijven, zodat ook de betalingen een ononderbroken lijn vertonen. De scheepslading van Braaf! telt 37 bewoners, die tussen de 81 en 98 jaar zijn. Er heerst stabiliteit van mens en financiën in de seniorie. Er wordt vooralsnog niet te druk gestorven, zodat er evenmin door verse krachten aangemonsterd kan worden, want er zijn maar woonruimtes voor 25 enkelingen en 6 koppels. Er is wel een wachtlijstje – voor wie het betalen kan. Het laatste besje dat hier als nieuweling zijn intrek mocht nemen, was Marieke Mom, zes jaar geleden, drie weken nadat Leopold Geelhand d’Hainaut ’s ochtends vroeg in bidhouding tegen een boomstam aangetroffen werd: hij had zich aan de onderste dikke tak verhangen. Seniorie Braaf! communiceerde hier naar de buitenwereld toe niet over en verbrandde de omver geschopte stoel.
Nul
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
En dan… springt er eensklaps een fabelachtig grote hond op haar af. Het is 31 mei. De zon schijnt citroengeel. Dan die plotse verduistering. Op een paarse dag. De eenmalige slagschaduw van een beest dat nochtans vleugelloos door de lucht zeilt en toehapt. Eerst de keel, dan de coq-au-vin. Gegil, gegrom, gerinkel en gekletter doen Aukje en de oude mannen onder het scheepsroer verschrikt opkijken. In een mum van tijd ontstaat er een paars slagveld op het pad. Niemand is rechtstreeks getuige van het drama, door een zee van hoog struikgewas dat, na het water, de seniorie nog inniger omarmt. Het hondenbeest is alweer foetsie wanneer Aukje Elsschot, aangemaand door meneer Meuniere en meneer Barnaby, zo vlug haar gewicht het toelaat op zoek gaat naar de bron van dat onverwachte lawaai.
Eén
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Het tetra pak druivensap helt door het gehobbel nu gevaarlijk naar de rand van de mand toe. Het kan er bij een volgende bocht zo uit huppen. Jezebel buigt zich voorover om daar iets aan te doen. Daardoor grijpt haar voorste wiel het wapperende uiteinde van haar paarse sjaal. Haar verraste gilletje wordt ogenblikkelijk gesmoord door de wentelende wurgende greep van de sjaal, die zich nu razendsnel als een verward gevlochten touw gaat gedragen. Haar linkerhand klauwt in het ijle, te laat graaiend naar die serpentine. Jezebel wordt over het stuur heen geslingerd en ploft, nog altijd via de dodelijke navelstreng met de bakfiets verbonden, ter aarde neer, waar ze als een gebroken ledenpop roerloos blijft liggen. Uit het tetra pak sijpelt paars bloed. Er groeit een donkere vlek op het pad. Met gesperde ogen staat Rozemarijke Pil door een patrijspoortje van op de eerste verdieping dat tafereel gade te slaan.
Eén
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Van uit de mand weerklinkt een oproep. Jezebel remt met haar ene hand wat af, slaat met haar andere de handdoek weg en graait naar haar iPhone. Babbe. Tezelfdertijd is er de alarmroep van een vogel, maar die hoort ze niet.
‘Ja?’
‘Ben je er al?’
‘Nog net niet. Ben aan het… Aaaahh!! Shit!!‘
‘Wat is er? Wat… ‘
‘Een kakbom! Recht in mijn mand! Overvliegende merels!’
‘Hé?’
‘Merelkwak in mijn mand verdomme! Bah!’
‘Er ligt toch een handdoek over?’
‘Nu niet meer; ik grabbelde naar mijn iPhone. Wat is er? Wat wou je… ?’
‘Keer toch maar terug; ik vergat dat pa allergisch is voor pijnboompitten.’
‘Zitten er dan ergens van die pitten in?’
‘In dat slaatje. Pure gewoonte. Stom van me.’
‘Kan ik niet gewoon zeggen… ‘
‘Of weet je wat: kieper dat slaatje daar ergens in de struiken.’
‘Goed. Doe ik. Tot straks.’
‘Hou je niet te lang bezig.’
Jezebel remt nu helemaal af, in het laatste bochtje tussen de hoge struiken. Op het ogenblik dat ze het te versmaden slaatje in de bescheten keukenhanddoek wikkelt, duikt een miniluchtmacht van kwetterende merels op haar en haar mand af, aangevoerd door een moeder merel, maar ook even achterna gezeten door twee eksters, die na een scheervlucht weer verdwijnen. Vooral het tetra pak waarop Merlot prijkt, lijkt een doelwit te zijn. Gillend laat Jezebel alles vallen, iPhone, voedsel, handdoek, fiets. Ze vlucht struikelend en overal haperend de struik in waar zich al het tweede nest van het seizoen met vijf blauwgroene eieren bevindt. Bijna sterft ze er de dood door duizend sneden, toegebracht door snavels, poten, takken, doornen en bramen.
Niemand legt het verband tussen Merlot, het klassieke druivenras dat in Bordeauxwijnen wordt verwerkt en vernoemd is naar de merel, plus het nest in de struiken van Braaf! De mensen brengen vooral overwegend paarse druiven mee bij hun bezoek aan Jezebel in het ziekenhuis.
Twee
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Ze geeuwt voor de zoveelste keer, want het is weer een lange avond geweest gisteren in Het Laatste Avondmaal. De bij kan haar niet meer ontwijken. Zij evenmin. Het beestje duikt zo haar mond in.
In de zuidelijke veranda stoot Meuniere Rozzemussche zijn drinkbroeder aan, wijzend naar het paadje: ‘Kijk, zonder handen! Ha ha! Dat is… ’
‘Maar… ‘ zegt Barnaby Bessenstruyck. ‘Maar… Dat is mijn… Het is vandaag… ‘
Anderhalve seconde lang molenwiekend met haar armen nadert Jezebel Malbien op haar bakfiets, als een circusartiest, lijkt het wel, om daarna met gesmoord gegil en gesperde ogen en een mond als een Munch-schreeuw zichzelf op de brede trappen naar de glazen deuren toe in de vernieling te rijden. Een paarse kanonnade belegert de transparantie van de zuidelijke flank van het schip Braaf! Purperen tranen biggelen van de ramen. Ook de single malt en de Campari in de veranda kapseizen.
Drie
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
De elektrische fiets betekent niet altijd een weldaad voor de mensheid. Uit de onzichtbare tegengestelde richting vlak achter de bocht komt totaal onverwacht en zonder waarschuwend signaal met hoge snelheid de bloemkoolleverancier van seniorie Braaf! af gesnord. Als steekspelende ridders crashen ze op elkaar in. De volle mand met het paarse lekkers haalt het niet van de lege mand waar de bloemkolen zich in bevonden, en omgekeerd. Met een rotklap die uit vele verschillende geluiden bestaat (metaal, bellen, banden, riet, kiezel, stof, menselijke stemmen, paars voedsel en drank) worden mensen en vehikels herleid tot een wanhopig kluwen ter hoogte van de begane grond.
Vijf
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Rozemarijke Pil wandelt op dat ogenblik met een bosje veldbloemen in haar hand naar het kapelletje in de rozentuin van Braaf! Onverwacht schel fietsbelgerinkel doet haar ijlings naar de buitenkant uitwijken. Hierbij verzwikt ze haar enkel, terwijl ze gelijk keihard op haar tong bijt. De tranen springen haar in de ogen. Ze grijpt met beide handen naar haar mond, hierbij zichzelf met een ruikertje bloemen om de oren slaand. Een fractie van een seconde later rijdt Jezebel aan de uiterste rand van de bocht pardoes op haar in. De mand en het voorste wiel van de bakfiets rammen Rozemarijke midscheeps en tussen de benen. Met een ijselijke gil belandt mevrouw Pil vrijwel onmiddellijk in haar hiernamaals: het struikgewas van Braaf! Er zijn bloemen. Er is een paarse krans.
Acht
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Dat gebeurt eigenlijk voorafbeeldend in haar gedachten, want vlak na de loopplank staat op de brede kiezelsteenmonding naar dat paadje toe een taxi, waaruit zich met enige moeite het vege lijf van de heer Nassim Nicholas Taleb hijst, ex-beurshandelaar in Wall Street, filosoof, essayist, schrijver over ‘zwarte zwanen’, voorspeller van de kredietcrisis en distinguished professor in de Toevalskunde aan de Universiteit van New York. Een harde confrontatie blijft niet uit. Paarse zwanen zijn onmogelijk. Aanvaringen met coq au vin evenzeer, zou je denken. Toch wordt drie kwartier later de wereldbekende Aanvoeler van Toevalligheden die voor Onmogelijk worden gehouden purper en blauw naar het ziekenhuis in Jorisalem o/d Yserleie afgevoerd – zelfs het voorrang eisende zwieplicht op de ambulance kleurt paars onder de blakende zon van 31 mei. Jezebel Malbien volgt de gesneuvelde professor in een tweede ambulance, begeleid door dokter De Hertogh, die in verband met het uur der aperitieven in de omgeving van Braaf! was. Zij is over de kap van de taxi heen geschoven en vertoont allerlei schakeringen van paars en purper die doen vermoeden dat ze in leven zal blijven. Voor het verdere bestaan van de schrijver Taleb wordt gevreesd, gezien zijn leeftijd.
Dertien
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
‘Hij zit in het zuiden!’ wijst directrice Erna Draadloos, die halfweg het pad met drie kranten en een magazine onder haar arm weer op de gebouwen toe stapt. ‘Met Meuniere erbij!’
‘Oké!’
De zuidelijke veranda is hier genoegzaam bekend als ‘het zuiden’.
‘Welke kleur vandaag?’ roept Erna , terwijl Jezebel haar voorbijflitst.
‘Pa… !’
Jezebel krijgt de gastronomische kleur van de dag niet verder uitgesproken. Een dorstige rat van indrukwekkende omvang steekt op dat ogenblik het pad over. Zowel de voedselbezorgster als de directrice slaken een gil. Een ontmoeting met een dergelijk beest in de omgeving van voedsel betekent nooit goed nieuws. In een poging om het overstekend wild te ontwijken, maakt de bakfiets een schaarbeweging, waardoor Jezebel over het stuur heen de struiken in zeilt. Vlak daarna krijgt Erna Draadloos te zien welke kleur die dag voor Barnaby Bessenstruyck bestemd was. De rat spoedt zich naar de hoofdbrok van de coq au vin.
Eenentwintig
Met vrolijk belgerinkel bolt Jezebel Malbien van de loopplank af en zwiert vervolgens een van de paadjes op. Ze weet waar ze moet zijn.
Marieke Mom is er eindelijk in geslaagd de lange helling met haar looprekje af te dalen. Nu de knarsende kiezeltjes. Daar houdt ze van. Het gelijkt op het geluid van zo’n oud koffiemolentje. Welk paadje zal ze vandaag eens nemen? Over een uur en een kwart begint het middageten. Ze kiest voor het korte pad dat naar de pauwenvolière leidt. Er zat ooit een fiere pauw in, Leo genaamd, maar doordat die alsmaar te pas en te onpas zijn eigen naam schreeuwde, werd hij na een anoniem scheldbriefje in de ideeënbus gevolgd door een democratische stembusgang in Braaf! verwezen naar andere oorden. De vogelkooi is nu leeg. Het korte pad begint onmiddellijk links waar het bredere kiezelpad op het zuiden eindigt of begint. Hier in Braaf! benoemen ze de zaken graag via de windstreken. Marieke Mom gaat dus voor het zuiden. Vooraleer haar knarsende wieltjes echter naar links kunnen ombuigen, nadert er sneller, duidelijker en harder geknars. De beide partijen zijn niet aan elkaar gewaagd: de ene is bijzonder traag en frêle, de andere het omgekeerde. Marieke Mom wordt met haar hulpstukje door de bakfiets opgeschept. Een paarse voedertijd wordt haar fataal.
Eén komma tweeënzestig ongeveer (1,618 om exacter te zijn)
Het is een regenboogdag omdat Het Laatste Avondmaal zijn zevenjarige bestaan viert. Babbe Bessenstruyck heeft met de hulp van Jezebel en nog twee stagiairs geopteerd voor avocadosalade met kruidenslakjes, zacht gegaarde makreelfilet en tomatenvinaigrette, of een bloemensalade (Oost-Indische kers, komkommerkruid, rozenblaadjes, korenbloem) met truffeldressing, gepocheerd ei en lamsvlees met lavendel in de jus. Alle tinten zijn er ongeveer. Wie een klassiekertje wil, moet zich tevredenstellen met een rode biefstuk, okerkleurige friet, helgele pickles en donkergroene cresson of de iets pittiger tuinkers. Wat de dranken betreft: geen probleem. Er is geen enkele kleur waar geen drank bij hoort. Zelfs luierbruin, braakgroen of gebroken slijmwit.
36 Jorisalemmers en 19 anderen hebben gereserveerd voor de regenboogavond. Voor de middaglunch dagen zes kaderleden van de firma Koolbloem uit het industrieterrein op, acht dagjesmensen die uit een reisbusje stappen, twee zakenmannen die hier hebben afgesproken, twee doctoraatsstudenten, twee vaste leveranciers van Het Laatste Avondmaal, drie leraressen van het lyceum, een onbekende eenzaat die een krant in cyrillisch schrift leest plus nog tien losse Mensen Met Wat Tussentijd. De makreel, het lam en de biefstuk gaan in gelijke mate over de tongen.
Voor de avondshift zijn er dus 55 kleurrijke eters. Babbe heeft nog wat extra hulp ingeroepen, in de keuken en in de zaal. Alles verloopt naar wens, zodat ook dit verhaal heel harmonieus kan eindigen.
JORIS DENOO