Encyclopaedia
ENCYCLOPAEDIA BRITANNICA
01
VANDAM, James (°Windhoek, 1953, sedert 1966 in België woonachtig).
Gedreven kunstenaar. Na performances en landart legt hij zich toe op het ongrijpbare en het onzegbare. Fluctuerende werken aangekocht door en in het bezit van Waterstaathuis Nederland, Kuuroord Esterhàzy Hongarije, privécollectie Aquavit, Maffia Memorial House Chicago, Zeemachtmuseum ministerie van Defensie Oostende, privécollectie Villa Tuscolana Frascati, Italië en Church of Noise in L.A., U.S. of A.
Prijs van Edinburgh 1999 voor multidisciplinair project Windy City/Life Underground/(No-)Noise Shadowaddywaddy.
Boekpublicatie: Beyond Things & People: Noises, Shadows, Submarine Art.
Sec. Lit.: Prof. Dr. P. Bellemans, De Dali in Vandam, uitg. Au Secours, Brussel, 1992.
Diverse bijdragen in vakbladen.
Er kwam veel volk afgezwommen op de onderwaterexpositie van de beeldend kunstenaar James Vandam, die na vele stille jaren eindelijk weer eens exposeerde. Op de vernissage waren de glazen altijd vol. Uit de monden van de gelegenheidssprekers ontsnapten bellen. Persmensen snorkelden ijverig heen en weer. De daaropvolgende dagen liep het stedelijk zwembad zowat over van de belangstelling. Vooral in de 'drie meter', zoals de dieperik in de volksmond werd omschreven, was het een borreling vanjewelste.
Vandam exposeerde ruimtelijk werk (op de bodem), schilderijen (aan de zwembadwanden), aquarellen (ondersteboven op het wateroppervlak drijvend) en juwelen (zwevend). Een flink deel van zijn oeuvre was dus permanent in beweging. Iedereen ging tevreden en badnat huiswaarts; een enkeling spuugde onderweg nog een klodder verdunde verf uit.
Twee volle manen na deze geslaagde manifestatie broedde James Vandam al op een vers idee. Dat kwam waarschijnlijk doordat hij nog in de remsporen van zijn vorige heksentoer vertoefde. Je moet het pakken als het zich aandient.
Hij zou schaduwen en geluiden etaleren. Oorspronkelijk wou hij geuren tentoonstellen, maar in een magazine had hij een artikel gelezen over een geurkunstenaar ter gelegenheid van de Zomer van Watou: dat compartiment was al bezet. Als je er niet als eerste bij was, kon je het wel schudden.
Vandam begon zoals gewoonlijk met het opschrijven van vragen, een zijns inziens interessante vorm van hersenhozen.
1. Heb ik altijd licht nodig om schaduwen te veroorzaken?
2. Zo ja, hoeveel soorten licht zijn er?
3. Kunnen schaduwen onzichtbaar zijn?
4. Worden geluiden altijd door beweging veroorzaakt?
5. … ook al is die beweging soms onzichtbaar… ?
6. Kunnen schaduwen schrikken van geluiden?
7. Is stilte gelijk aan ontstentenis van geluid?
8. Zijn er soorten stilte?
9. Hoe verkoop ik dit alles?
Na deze negenproef kwam James Vandam tot de slotsom dat hij voor een bijzonder moeilijke opgave stond.
Lawaai & Donkerte
Gerucht & Deemstering
Muziek & Aura
Was zij hier nog maar.
Waar bijvoorbeeld hield muziek op en begon lawaai? Vanaf wanneer kon je geluiden muziek noemen? Was een vochtvlek op een muur een schaduw met een voorgeschiedenis, een nagelaten voorwerp of een contour? Waren silhouetten familie van schaduwen? Welke duistere figuur kwam in aanmerking om zijn expositie voor geopend te verklaren? Welke geluiden mocht die dan wel voortbrengen? Zouden de bezoekers bij aanschaf van een werk niet geneigd zijn alleen maar met de klank van muntstukken of het geritsel van bankbiljetten te betalen? (In het zwembad hadden ze met zwevende munten en watermerkbiljetten betaald. Maar nu had James graag klinkende munt gehad).
James Vandam zuchtte zo diep dat de overgordijnen meebewogen.
'Ik heb wat anders dan kutschetsen of houtskooltekeningen aan mijn fiets hangen', gromde hij grimmig, terwijl hij een halve jaargang Weekend Knacks in de open haard bonjourde. Het vuur doofde ogenblikkelijk, maar daar sloeg de kunstenaar geen acht op.
'Er zijn ook schaduwen onder water'.
'Zet dat water nu even uit je kop. Hebben we dus al gehad'.
James spoelde een slaappil met een half glas wodka door en zapte naar National Geographic Channel op zijn breedbeeldtreurbuis. Een toeristenschip naderde de Zuidpool. Een luxesloep werd uitgezet. De gegadigden gingen even aan land, namen een foto van de stank van pinguïnuitwerpselen en keerden met flappende oorbeschermers vlug terug.
'Nonnen ruiken naar nootmuskaat', mompelde James met lui articulerende lippen.
'Russen pletten hun frambozen in spierwitte melk. Hoera, de wereld een feest. Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven'.
Daarop ging de kunstenaar slapen. Hij tuimelde in fluctuerende dromen. Het werden nachtmerries bevolkt door vaststaande dingen. Hevig zwetend werd hij wakker, omdat hij dacht dat hij modder in zijn mond had.
Hij had drie kwartier geslapen. Toen sliep hij weer in, droomloos. Iemand, een naam, uit de Encyclopaedia Britannica sliep droomloos weer in. Een vrouw naast zich had J.V. al lang niet meer. Vandam, James: noise (snurkend). Een schaduw schrok zich een bult.
'Aan de schaduw leest men het karakter af'.
'En de voorwerpen dan? De dingen?'
'Die bewegen ook, als de mensen het niet zien. Onbewaakte ogenblikken. Wanneer de mens weer opduikt, houdt het voorwerp zich gedeisd'.
'Noem je dat karakter?'
'Je moet karakter hebben om onzichtbaar te bewegen'.
'Was jij hier nog maar'.
De gesprekken die James hardop met Vandam voerde, vormden na de vragenhersenhoos een tweede voorbereidende fase op een project. Zo ook nu.
'Het schaduwkabinet heeft de touwtjes in handen'.
'Schimmen bij nacht en ontij'.
'De schaduwbokser vechtend tegen zichzelf'.
'Alleen heiligen gooien geen schaduwen af. Of moet het zijn: 'werpen'? De eerste mens zonder schaduw moet nog geboren worden. Dode mensen wordt hun schaduw afgepakt'.
'Des nachts zijn alle dingen zwart of onzwart. Kleuren ontwaken door licht. Zijn die ook als familie van de schaduwen te beschouwen?'
'Genoeg zo, Vandam'.
James stak een Sherlock-Holmespijp op die hij nooit buitenshuis mee durfde te nemen. Hij vond dat er al genoeg artiesten waren met de kleren van de keizer. Ze probeerden allemaal door één dingetje op te vallen. Zat God in het detail? Nee, de duivel begot. De grootste egotrippers trokken godverongelukt naar Tibet, waar het godverongelukt net de kunst was je ego wég te cijferen, niet op te poetsen godverongelukt. Of neem nou New York. Of pakweg de Romeinse heuvels. Ach. Bah.
'Il faut cultiver son jardin. Hiér gebeurt het'.
Vandam wrikte het deurtje van de kooi van Vandam open. Vandam hield zijn kopje even schuin en koos onmiddellijk daarna de vrijheid. Hij fladderde tegen de wandspiegel op, monsterde zichzelf ondersteboven en landde even later op de linkerschouder van baas Vandam.
'Goeiemorgen, Vandam. Beter een tevreden vogel op de schouder van een kunstenaar dan een ontevreden vogel in een kooi, pakweg een slavink'.
'Evelien! Evelien!' kwetterde het beest.
'Evelien is dood. Al een heel eind', riep Vandam. 'Tien jaar!'
'Evelien! Tien! Evelien! Tien!'
'Tien'
James blies barokke rookwolken voor zich uit.
'Huispluimvee', mompelde hij. 'Nog net geen ongedierte. Maar het brengt wat leven in de brouwerij'.
De gedreven kunstenaar J.V. legde een schijfje Rachmaninov op en begon aan zijn dagtaak, na eerst nog enkele pastilles ginseng, look en biergist doorgeslikt te hebben.
02
Het was mei 2025, zevenenvijftig jaar nadat de verbeelding aan de macht kwam. Het donderde en bliksemde. Eric hoopte dat het zo bleef. Maar dat kon niet. Het zou jammer genoeg Vlaams weer worden, blijven: weinig wind, weinig regen, weinig zon, geen lange hittegolven, geen avontuurlijke koudefronten, van tornado's geen sprake, aardverschuivingen evenmin. Regen op een dinsdag in Rome was beklijvender dan een heel jaar Vlaamse weerberichten. Goed dat er politie was. Blij dat Celsius niet vreemdging. Dit was Vlaanderen.
In Erics auto lagen een rode badhanddoek en een fles rode wijn. Hij was op weg. Maar eerst zou hij nog even halthouden. Hij monsterde zijn hoofd in de achteruitkijkspiegel. Het was het zijne niet. Maar het kwam wel bekend over: tien jaar lang had hij kunnen oefenen, zwaarbewaakt maar ongestoord. Wennen hoefde niet meer.
Eric, 65. Er was al zoveel in zijn leven gebeurd, dat hij het gevoel had twee levens geleefd te hebben. Nee, hij zat niet met kuitkramp in de verlengingen, na de echte match. Vooralsnog niet. Hij leefde volop, momenteel. Vanavond, mei 2025, voor hij naar hier reed met zijn rode handdoek en zijn rode wijn, zag hij een meisje in een café worstelen met zo'n ellendige vintage puzzelkubus. Haar man, haar kinderen (2,8 per Vlaams huisgezin, het klopte) en haar schoonouders (statistieken hieromtrent ontbraken) waren al voorgegaan naar huis. Zij bleef koppig zitten. Sympa. Doorbreek die sleur. Gun jezelf elke dag een cadeau, hoe klein ook.
'Je moet nooit iets zoeken', zei ze op een bepaald ogenblik, terwijl ze net wel aan het zoeken was. Ze vond het niet, met die klotekubus.
'Alles komt vanzelf'.
Even later flankeerden twee jonge mannen haar, toevallig binnengewaaid. Maar Eric verliet het café. God zat in het detail. De duivel ook. De verbeelding kon geen zevenenvijftig jaar lang aan de macht blijven.
Zouden ze zijn nummerplaat en zijn auto kennen? De rode draad in hun herinnering weer opnemen? Eric zocht een parkeerplaats onder de boomkruinen op het Conscienceplein, een saaie stalplaats voor tientallen gezinswagens, type Happy People/No Stories/Two Kids/One Nervous Breakdown/No News/We'll Call You//
De in de handdoek gewikkelde fles bonkte op de grond omdat hij over een boomwortel reed die door het asfalt omhooggeduwd werd.
'Godverdomme'.
Een laatste bliksemserpentine doorkliefde de loden lucht.
Conscience? Daar dacht Eric niet over na. Daar dacht hier nooit meer iemand over na. Stel dat iemand over pakweg honderd jaar op een naar hem genoemd plein zou…
'Alles is ijdelheid', mompelde Eric. Hij ontgordelde zich en stapte uit. De fles en de handdoek had hij nog niet nodig. Het was zeven minuten stappen naar cultureel centrum 't Yserleiepand. Hij zoog zijn longen vol met na-onweerslucht. Iemand moest er vanavond aan geloven, maar Eric vertoonde een zekere bereidheid tot uitstel. Het slachten van varkens en passionele meimoorden hield hij voor straks, voor in zijn dromen. Want heden liep hij los. Hij was vrij, na tien jaar. Hij had zeer intens geleefd, samengebald op vier bij vier. Hij had geen graffiti gepleegd, tenzij dit ene: Evelien. Voor het overige waren zijn muren gedecoreerd met schimmen en schaduwen uit het verleden. Een decennium lang hokte Eric tussen vier muren, terwijl de rest van de wereld leed aan het motherfucking-complex (had hij gehoord, vernomen, gelezen). Evelien was al tien jaar niet meer van deze wereld. Eric had daar toen daadwerkelijk zelf de hand in gehad. Zijn vrouw was niet meer.
03
Zevenenvijftig jaar nadat de verbeelding aan de macht kwam, vond in cultureel centrum 't Yserleiepand de expositie Schimmen & Schaduwen van de bekende kunstenaar James Vandam plaats. Vlak voor de vernissage donderde en bliksemde het drie kwartier lang. 't Yserleiepand was, zoals gebruikelijk in Vlaanderen, een 'polyvalent complex'. Je kon er zowel voor kiekens kaarten als een postmodern gemompeld stuk theater met drie keer hetzelfde Engelse woord in de titel bijwonen.
Er liepen oude jonge mannen rond met kunstzinnige sjaaltjes om hun nek, klaar om gewurgd te worden door vrouwen en vriendinnen die ze als aanhangwagentjes met zich meevoerden. James Vandam luisterde met een half oor naar wat de bekende kunstherkauwer Jan Lunet, drie dagen opzettelijk ongeschoren, articuleerde. Steenkoolfilosofie, lammetjespap. Daarna bestudeerde hij de hem omringende aura's en schaduwen, abstractie makend van de tegen elkaar op botsende parfums van de kunstkippetjes die een plaatsje in de pikorde hadden veroverd. Toen, plotseling, overviel het hem, dit besef: hij had beter voor de geurkunsten gekozen. Zijn aanvankelijke idee was het beste geweest. Want hoe meer James Vandam de Schimmen & Schaduwen bestudeerde, hoe intenser hij moord rook. Moord met voorbedachten rade. Moord zo rood als bloed. James inhaleerde diep. Zo rook het in de vitrine bij de slager. Hij werd bevangen door een gevoel van vage angst. Het werd hem vreemd te moede. Hij verkende de aanwezigen met chirurgische blik. Schimmen, schaduwen. Konden schaduwen onzichtbaar zijn? James Vandam plukte een glas van een blad, het startsein voor nog menig ander. Bewonderaars van zijn ongewone werk benaderden hem na de toespraak.
Toen de hanen op de mestvaalten het eerste gregoriaans uit hun strot persten, en de conciërge van CC 't Yserleiepand alle restjes grondsop uit de flessen naar binnen klokte, dreef James Vandam op baren van welbehagen huiswaarts. Hij gooide een handdoek over de kooi van James Vandam en ging, vermoeid tot in zijn ruggenmerg, in de sofa zitten.
04
Waren er soorten van stilte? Had stilte een kleur? Konden schaduwen schrikken van geluiden? 'Aan de schaduw leest men het karakter af'.
En de voorwerpen dan? Konden die zonder tussenkomst van de mens in beweging…
Een arm rees, een arm daalde: KRAK.
Als een Rode Zee spleet de schedel van James Vandam open. De donkerrode wijn vermengde zich met het kunstenaarsbloed. Schedelsplinters en glasscherven gulpten mee op rode golven over de rugleuning van de sofa, over het sneuvelende lijf van Vandam, op de grond. Net als bij zijn eerste moord een decennium geleden sloeg Eric nogmaals toe, om het karwei af te maken. Hij dreef, voorovergebogen over de rugleuning, de kapotgeslagen buik van de fles met beide handen diep in het wezenlijk gelaat van de kunstenaar en liet dan los.
De vogel kwetterde angstig.
'Evelien! Tien! Evelien! Tien!'
Verbaasd keek Eric naar de handdoek over de kooi.
'Godverdomme, spelbreker, ongedierte'.
Hij grabbelde onder de handdoek, opende het deurtje en greep de vogel beet. Die verhuisde naar een nieuwe bestemming. Eric duwde op enkele knoppen van de magnetron en haastte zich dan naar de badkamer. Daar onderging hij een metamorfose. Hij kalefaterde zich grondig, droogde zich zorgvuldig met de rode handdoek af en propte die in zijn jaszak bij de pruik en de ontschminker. Op een snipper papier paste hij de biografie van de kunstenaar aan:
VANDAM, James (°Windhoek, 1953 - Kortrijk, mei 2025).
Daarna verdween hij in de meimorgen.
05
BOUCQUET, Rita (Oostende, 07-07-1963).
Tijdens het Belgisch economisch debacle huisvrouw. Later (jaren negentig) via internetsollicitatie stadswacht te K., middelgrote provinciestad. Hobby's: geen. Tijdgebrek (2,8 kinderen). Of toch: kleine collectie olifantjes, alle materialen (rommelmarkten). Liefde: anderhalve man. Eerste man verongelukt op terugweg van een rommelmarkt, op haar verjaardag. (Dead Male One). Daarna relatie met getrouwde Living Male Two: E. Kinderen ondertussen wat gestudeerd, samenhokkend, uiteindelijk 'het huis uit'. E. ondanks getrouwd erg jaloers. Zelf geen kinderen. Eigenlijk ook alleen op haar lijf uit. Wekelijkse zaadlozing. Mannen! Gaandeweg voet van oorlog. Weerwraak met de tong, onder niet-mannen: telefoontje (in opwelling) naar Evelien. Vreemde reactie. Over and out. Wrange herinnering.
Een warm onweer had Rita altijd al met kleuren geassocieerd: loodgrijs, katholiek paars. Toen ze haar stadswacht-regenhesje (dat ze vanavond net niét nodig had gehad) over de leuning van een stoel drapeerde, vond ze de paarse kleur ervan opeens schreeuwlelijk. Misschien moesten ze met z'n allen solliciteren naar een andere outfit voor de stadswachters, en vooral: een wat vrolijker, rustgevender kleur die verder af stond van de kleuren van de eenheidspolitie en, pakweg, de bonnetjesagentes. Per slot van rekening boden de stadswachters een dienst aan de bevolking. Rita haalde haar schouders op. De laatste twee jaar merkte niemand het als Rita in huis haar schouders ophaalde: Tim en Ann-Sophie waren de deur uit en leidden een eigen leven. Vierhoog in het appartement aan het Palfijnplein was het nu gewoonlijk zo stil als op de maan, terwijl diep beneden haar het leven op aarde zijn gang zijn. Ach: gewriemel, geroezemoes. Hoelang zou het geleden zijn dat een levende ziel zich hier vierhoog aanbood?
Voor de derde moord van zijn leven gebruikte Eric zijn doodgewone gezicht, zoals het hem door de natuur toebedeeld was. Onvermomd ging hij in de vroege meimorgen op zijn doel af, anderhalf uur na zijn tweede moord. Het vorige lichaam was nog warm toen Eric op het Palfijnplein de glazen deuren van residentie Clinton openduwde en zich voor een reeks brievenbussen, namen en knoppen boog. Op deze menselijke ochtenduren bewoog zich hier en daar al een schaarse levende ziel.
Rita werd uit haar slaap gerukt voor een dringende aangetekende zending. Dat tante Pos al van bij het krieken van de dag zo actief was!
Enkele dagen later, na frequent vergeefs gerinkel vanwege Tim en Ann-Sophie en de dienst Stadswachten, trof men haar ontzield in haar appartement vierhoog aan. Ze was gewurgd met haar paarse regenhesje. In de krul van de slurf van een porseleinen olifant stak een stukje papier waarop stond:
BOUCQUET, Rita (Oostende, 1963 - Kortrijk, mei 2025).
JORIS DENOO

