BMI
HET BUREAU DER MEEWARIGE INZICHTEN
Het Bureau der Meewarige Inzichten was gevestigd aan de Sidney Reillylaan, een stadsboulevard met aan weerskanten hoge bomen en een brede middenbeuk met nog hogere bomen. Het leek wel een kathedraal. Dag- en zonlicht kwamen er alleen gefilterd door. Misschien kwam het daardoor dat Maureen Durant een gespikkeld voorkomen vertoonde, zijnde een legertje sproeten op haar gezicht, hals en schouders (… en misschien wel de rest… ). Een maliënkolder van gouden spatten. Ook de geparkeerde auto’s in de laan waren vaak bespikkeld, door de kakbommetjes die de vogels vanuit de boomkruinen dropten. Op de meeste benedenverdiepingen of in sommige souterrains van de grote huizen langsheen de Sidney Reillylaan bevonden zich allerlei kantoren, bureaus, firma’s en kabinetten: een landmeter, een notaris, een Bijbelvaste sekte, enkele advocaten, een koekjesfabrikant, het Franse consulaat, een gynaecoloog, een ontwerper van logo’s, het eenmansbedrijfje Koppie-Koppie voor copywriting, een bescheiden uitgeverij van heemkundige boekjes, het hoofdkwartier van een professioneel toneelgezelschap, een familiaal tandartsenkabinet en dus ook het Bureau der Meewarige Inzichten, op het nummer 47, in de souterrainverdieping met aparte verzonken toegang in de ruime privéwoning van directrice Maureen Durant.
Zij runde al een poos het BMI, dat ze zelf had opgericht, na een beheersbaar fiasco in de ouderwetse papieren uitgeverswereld. Haar personeelsbestand bestond uit Birgit Vandaele, secretaresse en frontvrouw aan de balie. Maureen had een zoon van acht, Paul-Edouard, en een ongevaarlijke man, Carl, die iets vaags en administratiefs voor de stad betekende. Birgit had haar zesde en laatste masculiene vriend wandelen gezonden, verdrong haar kinderwens (er bleven wel nog mogelijkheden over) en bleef verder permanent twijfelen aan haar geaardheid en amputatie of behoud van haar asblonde paardenstaart.
Ja: naarmate de nieuwe eeuw haar plechtige communie had gedaan en ras vorderde, groeide de behoefte aan Begrip. Maureen, een kraan in Bevattingsvermogen, vooral na haar avonturen in de letterkundige uitgeverswereld, had dat Begrip van in den beginne heel fijnmazig hergedefinieerd. Ze stopte de ingrediënten Medelijden en Luisterbereidheid in een maalmolen, hutselde er daarna nog Eerlijkheid en Inleving doorheen en kwam na nog een omwegje via Empathie en Tolerantie uit op een positieve variant van Medeleven. Maar dat klonk te begrafenisachtig. Dat zat in de categorie klamme handdruk, bedrukt gezicht en innige deelneming. Omdat het emo-gehalte in de loop van deze nieuwe eeuw alsmaar toenam, paradoxaal genoeg in de hand gewerkt door de vele realityshows op de beeldschermen, en nadat Maureen te rade was gegaan bij de copywriter in de laan, een knap taalkundige, ging ze over tot de naamgeving. Ze koos onbeschaamd voor ‘Bureau der Meewarige Inzichten’.
Judas (ja, zo heette hij, zijn verwekkers hadden jarenlang hun tanden geknarst wanneer ze een kerk voorbijliepen) van het schrijfbedrijf Koppie-Koppie had haar aangeraden het ouderwetse ‘der’ te (durven) gebruiken in plaats van ‘van de’ en ook voluit te gaan voor het geladen ‘Meewarig’, in de letterlijke zin van het woord. Een beetje zoals het Eenzame Hartenbureau, de naam van een radioprogramma in het laatste decennium van de vorige eeuw, ook zo’n gedurfde doodeerlijke keuze.
‘Maar klinkt ‘meewarig’ niet te negatief?’ had de taalgevoelige Maureen aanvankelijk nog geopperd. ‘Ik moet hierbij precies aan hondenogen denken.’
‘Het is inderdaad ietwat verdacht,’ had Judas toegegeven. ‘Maar dat is het ‘m juist. Het klinkt wel goed. Heden ten dage kunnen ‘ze’ dat hebben. (Wie dat ‘ze’ waren, legde hij niet uit). Overigens zal niemand je op de taalkunde van dit gegeven aanspreken, geloof me. Het zal letterlijk en vrij autistisch geïnterpreteerd worden: mee-warig, mee-gewarig. Het is een omhulsel voor medeleven en medelijden tegelijk, snap je?’
‘Snap je?’ vragen aan Maureen was een belediging.
‘Ja ja,’ zei ze kregel.’Maar zit er toch niet een element van spot in, Judas? Of eh… een soort berusting, of fatalisme? (Ze haakte haar citaatvingers de lucht in). Jammer voor jou dat je kutlikkertje verdronken is? Pijnlijk om te horen hoe je sportieve man die hele meisjesvolleybalploeg bezwangerd heeft?’
‘’De mensen willen bedrogen worden. Nee. Ze zullen blij zijn met de term ‘meewarigheid’. Ze hebben er namelijk nog nooit van gehoord. Het is iets nieuws voor ze.’
‘Goed dan. We gaan ervoor.’
‘En overigens: de afko BMI klinkt ook goed. Beetje als BMW. Alleen durvers winnen.’
‘Een meewarig inzicht, Judas. Ik rij met een simpele Skoda.’
‘Eerder een holle slogan, maar ik meende het. Clichés worden te weinig naar waarde geschat. En Skoda is eigenlijk Volkswagen, onder de motorkap.’
‘Een wijze les. Zend je de factuur naar nummer 47?’
Iets later, thuis nog wat nadenkend over haar Meewarige Inzichten, overtuigde Maureen Durant uiteindelijk zichzelf doordat plotseling, waarschijnlijk door het permanente hersenhozen, het begrip ‘Merkwaardige producten’ in haar hoofd opdook, uit de schimmige tijd van de lessen algebra en wiskunde die ze ooit ‘genoten’ had. Kijk: als zoiets kon, in die wereld van no-nonsense, dan moesten ook Meewarige Inzichten mogelijk zijn. Welja.
Een van de eerste toepassingen van haar Meewarige Inzichten betrof niet een kat (al zou dat gekund hebben), maar een mens. We verklaren ons nader.
Jawel: het was 1 april. Maar dat deed echt niet ter zake. Niks vis, grap, grol, dijengeklets of onderbroekenlol. Een heus allereerste geval voor het Bureau der Meewarige Inzichten. De genaamde Leila Schepers deed een beroep op de splinternieuwe diensten van Maureen en Birgit. Vooraleer ze haar verhaal vertelde, wees ze er uitdrukkelijk op dat het niets met 1 april te maken had. Want, zo verwittigde ze vooraf, dat zou men kunnen denken. Birgit noteerde dit plichtsbewust en zonder ook maar te glimlachen in haar logboek aan de balie. Daarna verwees ze Leila naar de Waarheidskamer.
Ter zake. Een man haastte zich in ijltempo door het warenhuis heen. Hij had weinig tijd, maar belandde – geheel volgens het Wetboekje der Meewarigheid – in een lange file aan de kassa. Terugkrabbelen en opnieuw kiezen was inmiddels uitgesloten. Het was overal even erg. Als een echte man-alleen in een warenhuis sleurde hij gedurende de hele strooptocht zijn winkelwagentje achter zich aan, als een onwillige minnares of een koppig kind. Hij duwde het niet als een huismoedertje braafjes voor zich uit. Ook in de file aan de kassa hield hij het achter zich, alsof het niet van hem was. In zijn wagentje bevonden zich enkele blikken kattenvoer, papieren zakdoekjes, toiletpapier en een fles jenever. Zuchtend om zich heen kijkend merkte de man dat de vrouw achter hem uitdrukkelijk naar zijn winkelwaar staarde. Een paar extra oogopslagen bevestigden dat: ze kon haar ogen niet van de inhoud van zijn wagentje af houden. Het begon zelfs anderen op te vallen. Op den duur kon de man zich niet meer inhouden. Hij haalde diep adem, liep rood aan, draaide zich bruusk om en zei met luider stemme tegen de vrouw: ‘Ja, ik weet het, mevrouw: mijn kat is aan de drank. Je hebt dat goed gezien. En heb je nu genoeg in mijn kar gestaard?!’
Dat zou allemaal niet veel betekend hebben, mochten zowel de vrouw als de man (die elkaar totaal niet kenden) een ander temperament gehad hebben. Er volgde namelijk nog een hele rel. Doelvrouwe Leila Schepers (F.C. Sparta, Eerste Nationale) had zich niet onbetuigd gelaten. Walter Stroef, gehaaste, pas gescheiden kleine ondernemer en baas van de jeneverkat (die heette Whisky, maar dat kwam in het hele verhaal niet voor), evenmin. De harde woorden waren over en weer gevlogen, er kwam zelfs enige fysiek aan te pas, totdat de file zich door dringende tussenkomst van het warenhuispersoneel ontbond en de kassa gesloten werd verklaard. Leila werd trillend van woede naar het kantoortje van de warenhuisdetective gebracht, waar ze tot bedaren werd gebracht. Walter had uiteindelijk vloekend zijn wagentje van zich af geduwd en was dan warenloos door een Uitgang Zonder Aankopen verdwenen.
Een uur lang had Maureen zich in de Waarheidskamer van het Bureau der Meewarige Inzichten met Leila beziggehouden. De warenhuisdetective had Leila de weg naar het BMI gewezen:
‘Haal uw gram daar, mevrouw, ergens anders ga je bot vangen. Psychologen vragen het ei uit uw gat en houden daarna grote kuis in uw portemonnee. Psychiaters zijn zelf zot – niet dat ik nu omgekeerd zeg dat gij zelf zot zijt, nee nee. Het BMI licht voor de helft van de prijs het pak van uw hart.’
‘Maar ik heb al Woedebeheersing gevolgd bij de Belgische Vrouwen Voetbal Bond.’
‘Maar nog geen Omgang met Misverstanden waarschijnlijk?’
‘Nee, dat was de bijscholing achteraf.’
‘Wel: in het BMI krijg je het hele pakket ineens. Geen briefje voor de Ziekenbond nodig; het is vanzelf al goedkoop.’
De warenhuisdetective had er niet bij verteld dat Maureen zijn zus was.
‘Ik kan het weten,’ loog hij er verder dapper op los. ‘Ik was de eerste die een beroep deed op hun diensten en ik ben er bijzonder tevreden over. Ik veranderde zelfs van beroep. Kijk waar ik nu sta. Hier is het adres. Doen!’
‘Dank u,’ zei de doelvrouwe. Ze was helemaal niets meer van plan.
Een week later stond ze aan de balie bij Birgit.
Er was in de Waarheidskamer inderdaad een conclusie gegroeid, met inzicht annex helend effect: doelvrouwen staren intens bij penalty’s en kijken bijzonder scherp toe bij naderend doelgevaar. Negentig minuten lang zijn ze zowel uil als arend. Hun concentratie is legendarisch.
‘Ik werd ruw uit mijn overpeinzingen gerukt,’ klaagde Leila Schepers. ‘Voor mijn ogen ontrolde zich weer een prangende fase uit de recente bekermatch tegen Eendracht Broekzele. Het begin van de strafschoppen, namelijk. Het was erop of eronder. Nou: erin of ernaast, eerder. De match bleef namelijk na verlengingen ook nog onbeslist.’
‘Het is dus eigenlijk uw beroep om eh… te kijken, zogezegd,’ knikte Maureen. ‘Zeg maar: staren.’
‘Zo red ik het als doelvrouwe in Eerste Nationale. Ik kan strafschoppers hypnotiseren. Ik moet door ze heen kijken. Ik moet voorspellend kijken. En die winkelkar van die kerel vlak voor mij… was gelijk een doel.’
‘Aha. De kooi van de keeper hé.’
‘Ja! Weet je: vogels reageren zestien keer vlugger dan mensen; doelvrouwen (en doelmannen natuurlijk ook) doen dat ook vlugger dan anderen. Maar dat vraagt doorgedreven staren.’
(Leila concentreerde zich hierbij even op één volwassen sproet op Maureens linker neusvleugel).
‘En een doorsnee vent in een warenhuis vat dat verkeerd op… ‘
‘Ik was strafschoppen aan het stoppen. Zijn winkelkar interesseerde me geen bal.’
‘Een interessante uitspraak,’ glimlachte Maureen, maar Leila vatte het niet.
‘Het was een lange file. Het schoof maar niet op. Op het ogenblik dat er weer beweging in kwam, stond die hufter voortdurend om zich heen te kijken.’
‘Je hebt dus ook iets terug kunnen zeggen nadat hij… ‘
‘Ja ja. Dat hij beter zou opschieten met zijn snuit- en schijtpapier.’
‘En hij werd kwaad?’
‘Zijn jeneverneus werd bloedrood.’
‘En dan?’
‘Wel eh… een beetje woorden over en weer hé. En duwen en trekken. Ik ben een sportmens. Ik laat me niet doen door een jeneverslurper.‘
‘Er volgde een relletje?’
‘Eet nog een wafel!’ riep die ballendrager.
‘Eet nog een wafel??’
‘Ja. En hij blies er zijn kaken bij op. Als een kikker. Hij deed er van die eh… brede gebaren bij. Begrijp je. Ik duwde dan zijn kar tegen zijn… in zijn… ‘
‘… ballen?’
‘Ja. Ik ben niet voor niets doelvrouwe hé.’
‘Ha ha. Dat luchtte zeker op. En dan?’
‘Hij deed natuurlijk hetzelfde, als een klein kind. Zijn kar tegen mijn kar. Maar mijn kar zat boordevol flessen water.’
‘En?’
‘Maar ik ben keeper hé. Ik pareerde, maar moest toch een stap of twee achteruitzetten, door het gewicht. Daardoor ontstond er achter mij wat chaos. Een beetje een kettingreactie, zeg maar. De mensen trapten elkaar op hielen en tenen. En dan greep het personeel in.’
‘Maar die man vluchtte?’
‘Ze sloten onmiddellijk de kassa af. Iedereen moest achteruit manoeuvreren en opnieuw aanschuiven, ernaast. Die vent duwde vloekend zijn winkelwagen weg en beende door de uitgang zonder aankopen naar buiten.’
‘En jij… ‘
‘Ik eh… Ik stond op ontploffen. Kreeg geen adem. Ik werd opgevangen in een kantoor.’
‘Ietwat van je melk?’
‘Nee, mijn kar met water hadden ze netjes opzijgezet.’
‘Ik bedoel… ‘
‘Die warenhuisman verwees me dan naar hier.’
‘Ah, mijn br… de detective. Ben je… Voel je je vlug uitgedaagd? Gewoonlijk?’
‘Dat valt nog mee. Ik kan zelfs tegen schijnbewegingen.’
‘Het vrouwenvoetbal is waarschijnlijk een harde wereld hé?’
‘Bah ja.’
‘Nu verwacht je van mij dat ik scoor hé?’ glimlachte Maureen.
‘Zou ik dan een slechte doelvrouwe zijn? Dat ik er ene binnen laat?’
(Leila keek weer pal op die sproet. Bull’s eye!).
‘In dat geval… ware het eens niet mis.’
‘Ja, en? Ga je nu scoren?’
‘Dat was maar om te lachen hé. Ik laat je netten niet trillen, zoals ze zeggen. Maar praten kan ook scoren zijn. Het kan je inzicht geven.’
‘Ah ja,’ deed Leila wantrouwig.
‘Mocht je die man opnieuw tegenkomen, wat zou je dan doen? Die kans zit erin hé.’
‘Weet niet… Naar hem blazen als een kat? Hem achtervolgen om te zien waar hij woont?’
‘Het Bureau der Meewarige Inzichten kan wel even meegaan in deze… overwegingen. Een psychiater zou hier zwijgen, of vaag knikken, terwijl hij iets op zou schrijven. Ik niet. Zou je hem ook aanspreken, die… ?’
‘Die teelballentorser? Misschien wel.’
‘Iedere man is een niet-vrouw. Eigenlijk zijn ze bang voor ons. We laten ze de baas spelen. Maar als puntje bij paaltje komt… ‘
‘ … dan staat de keeper er hé!’
‘Eh… ja. Ziezo: het uur is om. Tenzij je nog een… ’
‘Nee. Nee. De tijd is voorbijgevlogen.’
‘Voel je je beter?’
‘Ja. Maar eerlijk gezegd, nu ik hier toch ben: ik had bijna opnieuw hommeles die keer in het warenhuis.’
‘O?’
‘Ja. In het kantoor, met die bewaker. Of detective.’
‘Hoe kwam dat?’
‘Wel, hij verwees me dus door… naar het BMI.’
‘Je hebt ons toch gevonden?’
‘Ja. Maar eerst dacht ik dat hij Body Mass Index bedoelde, je weet wel. Hij vermeldde eerst gewoon BMI, zonder verdere explicatie. Ik dacht… Mijn postuur hé… Allez… Ik dacht… ’t Is verdomme weer van dat… Ik had net aan de kassa die opmerking over wafels eten geïncasseerd… ‘
‘Je dacht dat het weer van dat was?’
(Hoe kon ik, oud-letterkundige uitgeefster, zo stom zijn!)
‘Van dat?’
‘Wel… ‘
‘Mijn lijf, bedoel je? Ik ben keeper hé! Vergeet dat niet. Mijn Index is in orde. Ik sport.’
(Weer zo stom! Dat loopt hier niet goed af!)
‘Nee, nee, ja. We zitten in de Waarheidskamer.’
‘Wat bedoel je dan met ‘van dat’?’
(Stomme copywriter Judas! Jij verklaarde de afko BMI taalkundig heilig!)
‘O… eh… eigenlijk niks speciaals.’
(Klinkt een beetje als BMW!).
‘Toch wel hé! Vind je me te dik?
(Stemverheffing. Leila sprong verrassend kwiek maar ook heftig van haar stoel op en gaf zichzelf een klap op de ene bil van haar zitvlees).
‘Ziet mijn gat er te dik uit in die broek? Is het ‘van dat’, ja?’
‘Maar Leila… ‘
(Ze heeft zitvlees – dit is geen zitvlak in de ware zin van het woord. Hoe kun je daar nu behoorlijk mee keepen!?).
‘De waarheid, madame! Ik moet hier de waarheid horen, in uw Waarheidskamer!’
(De waarheid??? Je ziet er als hangbuikzwijn uit, zoals je daar nu staat).
‘Maar… Zeg maar Maureen. Maar… ‘
‘Daar betaal ik ook voor, Madeen… Maudame… Eh… Mau… Voor een Waar Inzicht.’
‘Het is eigenlijk: Meewarig Inzicht.’
(Ze kan nog niet eens een naam onthouden).
‘Ja ja… Inzicht… Uitzicht… ‘
‘Nu word je weer een beetje boos hé, Leila? Wil je niet weer gaan zitten?’
‘Pff… ‘
‘Misschien moet je toch ook even naar die bijscholing. Overweeg dat… ’
‘Is dat uw Inzicht? Overwegen? Weer een gewichtig woord, ja? Valt het woord ‘gewicht’ ook subiet? Ja? Van dat?’
‘Eh… ‘
‘Ga je misschien ook nog mijn dieet bepalen? Mijn calorieën tellen?’
‘Maar… ‘
‘Ik tel toch ook uw sproeten niet?!’
‘Wat zeg je nu toch… Leila… ‘
(Dat laatste klonk als een echo van een stukje klaagzang uit het oeuvre van De Kreuners en Eric Clapton - Layla).
‘Ik ben hier weg. Zend de rekening maar naar… naar… hier!‘
Leila Schepers plukte haar omvangrijke handtas van de grond, grabbelde er even in, deponeerde een half verfrommeld flapje van 20 euro op het bureaumeubel en verdween met de snelheid van een doelvrouwe, Maureen beduusd achterlatend.
‘Wauw, die is ook overgeschakeld op andere medicatie zeker?‘ zei Birgit, drie seconden later binnenkomend. ‘Is er wat gebeurd? Het ging er hier zo alsmaar luider aan toe… ’
‘Zei ze nog wat misschien?’
‘Wel… eh… ja.’
‘Ja? En?’
‘Ik heb het maar half gehoord, het was zo meesmuilend in het passeren… ‘
‘Wat zei ze?’
‘Iets van Bureau van Mislukte Individuo’s of zo… ‘
‘Individuo’s!?’
Maureen kon het niet helpen, maar ze zag plotseling weer de kont van Leila voor haar. De dubbele portie.
‘Heb jij iets… Is er iets… ?’
‘Nee, nee nee,’ deed Maureen verstrooid.
Dat geval catalogeerde Birgit op haar computer onder de naam Jeneverpoes. De warenhuisrel kwam ook in het logboek van het Bureau. Maureen had de bedoeling haar ervaringen ooit te boek te stellen. Het relaas deed ietwat denken aan indoor verkeersagressie, althans: het stuk dat zich in het warenhuis afgespeeld had. Deel twee betrof eigenlijk het verslag van hoe taalkunde voor misverstanden kon zorgen. 'La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.' Schreef Michel Eyquem de Montaigne. Maureen Durant bracht diezelfde dag nog een bezoek aan Koppie-Koppie. Ze leerde hem het woord ‘individuo’.
JORIS DENOO

