Geen verhaal
GEEN VERHAAL
Erica verscheen in de deuropening met haar hairbag nog in slaapstand. Toch heide het brons van de kerktorenklok al elf dreunen in het collectieve bewustzijn. Ze begroette haar bezoeker met een scheet.
‘De wind vanachter, schat. Je zult nu de zwarte walm van alle ramen van je ziel moeten wassen. Hoor: het aperitiefuur heeft geslagen.’
‘Je hoeft de klokkentoren niet te ondertitelen.’
‘Lekker uitgeslapen?’
‘Weet niet, want ik sliep.’
‘Gevat antwoord. Onbeleefd. Laat me erin, warhoofd.’
‘Schaamluizen zoeken de warmte op hé.’
‘Zou Jurka alweer tot de levenden behoren?’
‘Dat betwijfel ik ten zeerste.’
‘Het heeft geen zin haar op te zoeken: net zo goed zit ze alweer ergens op café.’
‘Bij de ondoden dus.’
Het koffiezetapparaat rochelde op het aanrecht. Alom hing een doffe slaapwarmte die hem even de adem benam. Ze had in de sofa gemaft, niet ontdaan van haar kleren, in de feestverpakking waarin ze gisteravond was verschenen en verdwenen.
‘Koffie?’
‘Nee. Thee.’
‘Klootzak.’
‘Verkeerde been?’
Ze gooide hem een builtje toe.
‘Hier. Je weet de warmwaterkraan zijn. Ik duik even de douche in. Zo terug.’
‘Oké schat. Verzuip niet en glij niet uit over de zeep. Jammer voor de jurk!’
Attila gooide het builtje terug in de doos van waaruit ze het geplukt had en plofte in de sofa neer. Miljoenen stofdeeltjes hupten geschrokken op en bleven in de binnenvallende zonnestralenbundel zweven. Belendend weerklonken het spatten en pletsen van reinigend water. Erica spoelde de morene van haar gezicht. Vermoeidheid en misselijkheid verdwenen in vloeibare vorm door het roostertje. Gorgelend, spugend, hoestend en rochelend kwam ze weer tot leven.
‘Ik ben bereid.’
‘De mosselen ook.’
Erica d’Hainaut en Attila Ongenae aten mosselen met friet in Ikea Zaventem. Dat kostte per persoon maar vijf euro, drank niet inbegrepen. Schelpdierenkwekers en zeevruchtenboeren hadden al hevig geprotesteerd tegen deze fair trade prijs. Slachters van rood vlees hadden dat twee maanden eerder ook al gedaan, toen men voor een Ikeabiefstuk amper drie euro neer moest tellen, Scandinavisch-opgewekte glimlach inbegrepen.
In de loop van de zomer ontploften enkele vuilnisbakken in Ikea’s her en der in Nederland en Vlaanderen. Dat was het werk van de nazaten van boze boeren en krasse kwekers. De politie bleef voor een raadsel staan: daders werden nooit gevat en bovendien vielen de afvalaanslagen plotseling stil.
Na de mosselen met friet kochten Erica en Attila een boekenkast. Ze klapten de achterbank in hun auto neer en vervoerden deze aanwinst naar haar appartement in Ganshoren. Daar knutselden ze het ding in elkaar, waarna Erica d’Hainaut een beetje ritueel haar eerste boek op de bovenste plank deponeerde. Het was haar eigen debuutroman, gisteravond aan pers en publiek voorgesteld, die ze onder het pseudoniem Nicky Brandthout had gepubliceerd. Er stak veel bloot, seks, bloed en geweld in ‘Zweltijd’. Redacteur Attila was de pleitbezorger op de uitgeverij geweest. Hij nam het risico voor zijn rekening.
Naast en onder ‘Zweltijd’ van Nicky Brandthout kwamen een paar honderd andere romans te staan waar Erica verder zo weinig mogelijk van wenste te onthouden, teneinde niet gecontamineerd te raken met andermans letteren. Vooral de Zweden waren gevaarlijk. De hele wereld verorberde die Nordic Grim momenteel.
Er ging ergens een belletje rinkelen toen bleek dat in ‘Zweltijd’ een vuilnisbak werd opgeblazen. Dat gebeurde al op bladzijde achttien. Wetsdienaar Alex was een serielezer waar het bloot, seks, bloed en geweld betrof. Hij had de vuilnisbakpassage onderstreept. Het hele politiebureau verrichtte even letterkundig onderzoek. Fictie? Feit? Factie? Fantasie? De f-woorden waren niet van de lucht. En was het nou Nicky of Erica? Waarom zo’n maskerade? En… Brandthout? Zei dat niet genoeg?
‘Maar dat mens gaat toch geen Ikea-vuilnisbakken doen ontploffen als ze zelf in Ikea winkelt!’ merkte de commissaris op. ‘Dat klopt niet met eh… met het profiel van zo iemand. Eh… zo’n afvalterrorist.’
‘Winkelt ze in Ikea?’
‘Ik heb haar daar al tweemaal zien eten.’
‘Ja, natuurlijk: Erica en Nicky, hahaha!!’
‘Voor de goedkoop, zeker.’
‘Dat heeft daar nu niets mee te maken.’
‘Hier in de omgeving stonden ook af en toe vuilnisbakken in brand. Weet je het nog?’
‘Pas maar op met die schrijvers.’
Tot zover de literaire en extraliteraire analyse bij de flikken. Nicky Brandthout zowel als Erica d’Hainaut werden ongemoeid gelaten.
Zatte zotte Jurka kwam Het Sas binnen. De modderstromen van een leven steil bergop kon je zo van haar gezicht schrapen. Ze stevende rechtdoor tot aan het einde van de lange bar. Het Sas was namelijk niet meer dan een diepe corridor met ingebouwde halfcirkelvormige zitbanken en tafeltjes tegen de ene muur en ertegenover een even lange toog die in het midden een flauwe bocht maakte.
‘Godverdomme,’ gromde Sasbaas Kevin. Hij meende het uit de grond van zijn keel.
‘Dag Jurka. Alles goed, kind? Dorst? Pint?’
‘Ja.’
Kevin monsterde het drankpeil van de dag in haar ogen. Hij constateerde een status quo: bezopen, maar functioneerbaar.
‘Het is het jaar waarin je de mosselen zelf open moet wrikken,’ zei Jurka. ‘Ze houden hun schelpen halfdicht. Er is een kier.’
Omstreeks het derde uur in de namiddag lukten haar r-en haar maar half meer.
‘Mosselen, Jurka?’ informeerde vaste toogklant Jean-Philippe met de linkerkant van zijn mond. Hij was herstellend van een kleine beroerte.
Kevin plantte een pint voor haar neer, onhoorbaar articulerend: ‘Hier, giet dat maar in jouw kier’.
‘Kweek je kiekens, Jean-Philippe?’ informeerde Jurka. Zonder zijn antwoord af te wachten, ging ze door: ‘Dan moet je de mosselschelpen met een hamer in gruzelementen slaan en die aan je kiekens voeren. Da’s goed voor… voor… eieren.’
‘Laat geweest gisteren?’ vroeg Kevin.
‘Pff… allemaal papiervolk. En flutchampagne.’
‘Jij bent toch ook paperwork hé, in de eerste plaats: als personage in dat boek.’
‘Maar ik leef tenminste.’
‘Dat zie ik elke week.’
‘Ben jij eigenlijk in leven? Je hangt daar maar… aan je tapkranen… Moet ik jouw vuilnisbakken ook eens in de fik steken?’
‘Knijp eens in mijn arm, Jurka: bewijsmateriaal. En wees blij dat ik met die arm telkens als je komt voor communicerende vaten zorg.’
‘Vuurtje? Hé?’
‘Het is hier rookvrij. Je kunt naar buiten of naar de kelder.’
Zatte zotte Jurka mikte een sigaret in haar hoofd en verdween benedendeks.
‘Heb jij ooit nog uit vuilnisbakken gegeten?’ vroeg ze even later zonder aanleiding of inleiding aan zowel Kevin als Jean-Philippe als Madame Soleil en Ivo, die ondertussen ook hun zitvlees op hun vaste stek hadden gedeponeerd. Ivo en zijn deerne kozen gewoonlijk voor de halfcirkelvormige zitbank vlak bij het gangetje naar de toiletten in de kelderverdieping. Ook in het daglichtgedeelte van Het Sas, meer vooraan, had nu een groepje van vier plaatsgenomen. Kevin spoedde zich ernaartoe; Jean-Philippe knorde hardop.
‘Vuilnis bakken,’ articuleerde Ivo achter haar rug.
Jurka reageerde niet.
‘Vuilnis – pauze – bakken,’ herhaalde Ivo, in een aangepaste dummies versie.
Jurka draaide zich nu op haar kruk om.
‘Een woordspeling, Jurka. Een speling van het woord. Om zo te zeggen.’
Jurka liet haar dronken blikken vernietigend over de gouden en zilveren ornamenten zeilen die Madame Soleil ter hoogte van hals, boezem, polsen en vingers torste.
‘Als ik die allemaal zou verkopen, heb ik voor twee jaar eten, dure varkenspoten heb je daar,’ knikte ze concluderend, waarna ze zich weer omdraaide.
‘Als je geen vuilnisbakken zou molesteren, zou je inderdaad aan proper eten geraken,’ antwoordde de aangesprokene giftig. ‘Pyromaan.’
‘Maar ze is er wel beroemd door geworden: ze staat al in een boek,’ merkte Kevin op, terugkomend voor zijn verse bestelling.
‘Ja: ze is de beste vriendin van die pennenlikker. Ze begint vooral graag zelf over vuilnisbakken, daarom,’ gnuifde Jean-Philippe. ‘Opdat wij over haar en het boek zouden beginnen. Hoe heet het ook weer? Herfsttij? Pluktijd? En waarom moet dat boekenmens twee namen hebben?’
‘Zweltijd,’ riep Jurka fel. ‘En ik… ‘
Toen tuimelde ze van de kruk, als een marionet waarvan de dradendirigent zelf dronken was. Ze bonkte knoerthard met de zijkant van haar hoofd op de hoek van het tafeltje waar Madame Soleil en Ivo zaten. De kruk kukelde weg via het scheenbeen van Jean-Philippe, die een harde gil gaf. Jurka zakte helemaal ineen op de grond, terwijl zich naast de blonde Leffe van Ivo donkere spikkels aftekenden, alsof daar met rode verf was gespat.
‘Godverdomme,’ gromde Kevin andermaal.
‘Bel de 900!’
‘Uit welke oertijd kom jij!?’
‘Ander getal dan: vooruit!’
Toen kwam Patrick Volle Bak binnen. Die bestuurde een taxi. Het noodplan was vlug gesmeed.
‘Ik betaal wel,’ zei Kevin ruimhartig.
Omdat Jurka na herhaald aandringen niet opnieuw tot de bewuste wereld terug wilde keren, werd ze met man en macht door de lange cafécorridor versjouwd tot in de taxi van Volle Bak, die zijn dienstwagen inmiddels vlak voor de deur van Het Sas had geparkeerd. De vier nieuwe klanten knikten collectief meewarig; zotte zatte Jurka was alom bekend.
‘Dat wordt zweltijd,’ zei er een, wijzend naar zijn eigen hoofd.
Even later verscheen Kevin met een emmer warm water en een natte doek vanuit de diepten van Het Sas. Andermaal had zotte zatte Jurka een spoor achtergelaten.
‘Ze verdient het niet om in een boek te staan,’ mompelde Kevin.
‘Nee,’ schudden Madame Soleil en Ivo simultaan. Een boek was iets heiligs.
‘Ze verdient het wel om in de hoek te staan,’ zei Ivo.
‘Weer een speling van het woord, Ivo? Een woordspeling?’ mompelde de deerne spottend. Ze plantte zijn Leffe een halve meter verder, om het dweilen te vergemakkelijken.
‘Die drink ik niet meer uit,’ zei Ivo met een pruilmond. ‘Ik laat deze beker aan mij voorbijgaan.’
‘Hij kan het niet laten hé.’
Nicky Brandthout werd over haar roman geïnterviewd op de regionale televisiezender. Omwille van de ‘expliciete’ inhoud van ‘Zweltijd’ ging de familiezender (‘Tendensen in Lifestyle', ‘Waar naartoe in de provincie?’, ‘Tuinieren met Kamiel’, ‘Koken met streekgewassen’) vooral in op haar pseudoniem. Bij monde van een afgelikte leraar Woord aan de Academie die in bijberoep ook media-ambities koesterde, werden vragen afgevuurd als:
‘Die DT is toch wel correct hé?’ (Olijke lach)
‘Was er van in den beginne al laaiend enthousiasme voor die schrijversnaam?‘ (Woordspelingen met ‘brand’ waren verder niet van de lucht)
‘Hangt er niet een beetje een brandluchtje om het boek?’ (Gesnuif, gegnuif)
‘Vond je je echte naam dan niet goed genoeg?’ (Om die stomme vraag hing een brandlucht!)
Erica d’Hainaut negeerde de verkleinwoorden en de woordspelingen. Ze deed haar best om Nicky Brandthout te zijn.
In het clubhuis van de filmcrew Impuls bekeek beeldregisseur Agatha Camera samen met de voltallige cast (Erica d’Hainaut, aka Nicky Brandthout, Attila Ongenae, ‘agent’ Alex, ‘commissaris’ Freddy, Jurka, Kevin, Jean-Philippe, Anoek ‘Madame Soleil’, Ivo, de vier klanten, Patrick ‘Volle Bak’, ‘reporter’ Wim) de resultaten van de eerste opnamedagen. Ze hielden allen hun adem in, want zelfs geruime tijd voor de montage zou beginnen, kon Agatha Camera reeds dodelijk streng zijn in haar verdict. Ze aarzelde niet om een hele opnamedag in de prullenmand te gooien en alles te laten overdoen. Wie het waagde op te merken ‘In de montage komt dat wel goed’ werd met bliksemende ogen neergesabeld. Agatha kende geen genade, ook niet voor de rushes. Onverwacht storend lawaai en de onvolkomenheid van licht vatte ze als persoonlijke nederlagen op.
Met uitzondering van ‘hm’ en ‘ha’ en ‘hé’ durfde dus voorlopig niemand van de cast een mening te ventileren over bepaalde scènes of shots. Ze wachtten allemaal op het bevrijdende woord van Agatha Camera.
Het verhoopte ‘Prima’ of verlossende ‘Schitterend’ kwam er echter niet. In plaats daarvan beschreef de wijsvinger van de beeldregisseur een langzame beschuldigende kromme naar een bepaalde vlek op het scherm:
‘Wie in hemelsnaam is dat!?’
De vinger bleef nog een paar keren aanwijzen:
‘En hier?!’
‘Kijk: en daar?!’
Telkens als Jurka in beeld kwam, verscheen er luttele seconden lang een efemere kopie van haar, vlak naast haar of gedeeltelijk achter haar, maar niet in exact dezelfde houding. Daarna gomde de figuur bijna onmerkbaar zichzelf uit.
Alle hoofden draaiden zich nu naar Jurka.
Jurka was foetsie. Weggeknipt uit het groepsplaatje.
‘Waar is die nu naartoe!’
‘Ewel: haar evenbeeld achterna.’
‘Haha.’
‘Erica: die scheet in ’t begin staat niet in het script hé,’ merkte Agatha Camera op. ‘Winden laten is niet de bedoeling. Boeren en puffen en zweten en schijten schrijft de scenarist er zelf wel in. Oké?’
Iedereen lachte eventjes gedeisd.
‘Erica?’
Agatha keek opzij naar haar hoofdrolspeelster, maar die bleek eensklaps ook verdwenen.
‘Mm… even plassen zeker. Attila?’
‘Ja?’
‘Laat dat schat; ze is jouw schat niet. Nog niet. Dat staat niet in het script.’
‘Oké.’
‘En dat builtje thee moet in de doos, niet ernaast.’
‘Is dat nu zo…’
‘Jaja!’
‘Had beter koffie gevraagd dan. Ik kijk even waar Erica blijft.’
‘Ja, volg haar schetenspoor maar. Kevin!’
‘Agatha?’ (‘Shit: de hel barst los; de afvallingskoers is bezig’, dacht die).
‘Kevin: kies nu eindelijk eens consequent tussen een Vlaamse of een Franse r. Er zit al genoeg bekakte taal in mijn… in de film.’
‘Ja maar: Jurka mag wel… ‘
‘Kiezen, merde!’
‘Godverdomme,’ gromde Kevin boos, en hij schuifelde op staande voet naar de deur toe. Agatha verwachtte blijkbaar niet eens een reactie; ze keek noch op noch om.
‘Jean-Philippe, kort en goed: de scheenbeenfase is ongeloofwaardig. Je hebt een beroerte gehad, weet je nog wel?’
‘Maar…’
‘Rechterkant… linkerkant… Idem dito: kiezen, merde!’
‘Verdomme.’
‘En wie van jullie drinkt er nu eigenlijk die blonde Leffe?’
‘Ik toch?’ reageerde Ivo.
‘Waarom staat die dan tussen jullie in?’
‘Maar die bloedspatten… ‘
‘Jaah… ‘ zuchtte Agatha hard, veel te hard naar de zin van Anoek. Die gaf Ivo een duwtje. Schouderophalend stapten ze naar de deur, gevolgd door Jean-Philippe. Alex en Freddy keken elkaar aan en knikten.
‘En wij, Agatha?’
‘Dat kan er nog mee door, maar het moet ook opnieuw. Alex houdt zijn boek vast als een maagdenkaars en Freddy lijkt wel opgehangen in dat uniform. Ik wil geen slapstick in mijn… in de film. De tijd van gendarmefilms is voorbij.’
‘Eh… is het interview oké?’ informeerde Wim voorzichtig.
‘En wij?’ vroeg een van de vier caféklanten.
‘Ik struikelde over een van jullie benen,’ merkte Patrick op. ‘Kijk: een blauwe plek op mijn scheenbeen, hier!’
‘Als ik eerlijk mag zijn,’ zei Agatha, terwijl ze verder focuste op het scherm, ‘wanneer, Wim, leer je eens dat bekakte taaltje weer af? Zat er een paprika in je kont, of zo?’
‘Oei!’ deed Patrick, in een poging om grappig te zijn. ‘Een negatieve recensie!’ Er viel een lange stilte. Toen rukte Agatha Camera de usb-stick uit de laptop en mikte die in de papiermand naast de tafel. Ze stond op en keek om zich heen. Er was niemand meer. Op de wand van lokaal 01 van het clubhuis had iemand met ketchup geschreven: CUT! Een vingeroefening. Weer het oude liedje.
JORIS DENOO

