|
Hij ging in 1620 voor het eerst naar Engeland, verbleef er vier maanden, maar werd toen nog niet voorgesteld aan koning Jacobus I van Engeland en keerde nadien terug naar Vlaanderen.
In 1621 ging hij naar Italië waar hij zes jaar verbleef, en er de Italiaanse meesters bestudeerde.
Deze studie gaf hem de basis voor zijn succesvolle carrière als portretschilder.
Hij keerde in 1627 terug naar Antwerpen en schilderde door de jaren heen een groot aantal meesterstukken.
Zijn reputatie kwam Karel I van Engeland ter ore, die hem naar Engeland haalde, waar hij in korte tijd erg beroemd werd.
Hij schilderde portretten van Koning Karel I, Koningin Henriëtta, de groep prinsen en prinsessen, van zichzelf, van zijn maîtresse Margaret Lemon, van de schilders Andries van Eertvelt, Theodoor Rombouts en van vele anderen.
In het latere deel van zijn leven maakte hij alleen schilderijen af die door zijn studenten waren gemaakt naar zijn eigen voorstudies.
In juli 1632 werd hij geridderd en kreeg de titel "sir", en in 1633 werd hij benoemd tot hofschilder des konings.
Hij kreeg een behoorlijk pensioen en trouwde de dochter van Lord Ruthven.
Anthony van Dyck overleed in Londen in 1641.
Hij ligt begraven in de St Paul's Cathedral in Londen.
|