Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
akke.beakke.be
waaroemni-805px.png

Categorie: flora

Buntgras

Buntgras
Bun
B     b    B     b    21  n 4
Buntgras

Buntgras (Corynephorus canescens) is een dicht pollen-vormende vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
De soort is goed aangepast aan droge omstandigheden.
De plant komt van nature voor in het westen van Europa, vanaf Zuid-Scandinavië tot in het Middellandse Zeegebied.
De plant is zo smakeloos dat hij zelfs niet door schapen wordt gegeten.

Het buntgras werd wetenschappelijk beschreven door P.Beauv (Ambroise Marie François Joseph Palisot, Baron de Beauvois, een Frans natuurwetenschapper) in 1812.

Engels : Grey hair-grass
Duits : Silbergras
Frans : Corynéphore blanchâtre, Canche des sables

1478333-e4d5494aae022810ef65b55ba20c3aad.jpg
Buntgras
auteur : Nordlicht    CC 3.0

De grijs-blauwgroene plant wordt 10-35 cm hoog en vormt geen wortelstokken.
De bladscheden zijn roodachtig-purper, iets ruw en onbehaard.
Het spitse tongetje is 2 mm lang.
De zeer stijve, borstelvormig opgerolde bladeren zijn zilverig grauwgroen en ruw.
Ze zijn ongeveer 0,5 mm breed en 6 cm lang.


1478333-8cb27432461e7acc0b7fd79322cc2075.jpg
Corynephorus canescens
auteur : Nordlicht    CC 3.0

Buntgras bloeit in juni en juli.De 2-8 cm lange bloeiwijze is voor en na de bloei samengetrokken.
De vaak roodachtig aangelopen, zilvergrijze bloeiwijze is een pluim. De aartjes zijn 3-4 mm lang en bestaan uit twee bloempjes.
De 4 mm lange, violette kelkkafjes zijn eens zo lang als het onderste kroonkafje. De kafnaald van het onderste kroonkafje is tweedelig.
Het onderste deel is stevig en gedraaid en heeft aan de top een krans van korte haartjes.
Boven deze krans is het kroonkafje knotsvormig en verbreed.
De 1,6 mm lange helmhokjes zijn bruin.

De plant komt voor op droge, meestal kalkarme zangrond.
In de duinen en op stuifzand komt de plant het meeste voor.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:57 1 reactie Reageer op dit bericht

Bultkroos

Bultkroos
Bul
B     b    B     b    21  l 22
Bultkroos

Bultkroos (Lemna gibba) is een overblijvende waterplant die (tegenwoordig) wordt gerekend tot de aronskelkfamilie (Araceae).

Deze soort werd voor het eerst wetenschappelijke beschreven door Linnaeus ( Zweeds arts, plantkundige, zoöloog en geoloog.) in 1753.

Engels : Lemna gibba, gibbous duckweed, fat duckweed
Duits : Bucklige Wasserlinse
Frans : la lentille d’eau bossue, Lemna gibba

1473192-95d652d9d40e7562d163c85f41f43250.jpg
Bultkroos
auteur : Christian Fischer    CC 3.0

De plant bestaat uit een schijfje dat een bladachtige stengel zonder bladeren is en heeft één worteltje.
Het 3-6 x 2-5 mm grote schijfje van dit plantje is dik en sponsachtig.
Van boven is het schijfje bijna vlak en van onderen sterk bolvormig gewelfd.
Als het schijfje tegen het licht gehouden wordt zijn de zeven tot twaalf grote luchtholten goed zichtbaar.
Het schijfje heeft meestal vijf nerven.
Bultkroos plant zich hoofdzakelijk vegetatief voort.


1473192-a9c26322b4265f55aa1972491931a7eb.jpg
Lemna gibba (foto genomen: River Otter in Ottery St. Mary, nabij Exeter, Devon)
auteur : © David Fenwick op www.aphotoflora.com

In de herfst wordt zetmeel in de plant opgeslagen, waarna deze naar de bodem zinkt en daar overwintert.

Bultkroos bloeit van april tot juli met groene bloempjes.

De vrucht is aan de zijkanten gevleugeld.

De plant komt voor in zoet tot brak, zeer voedselrijk water.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 13:58 Reageer op dit bericht

Bulthaarmos

Bulthaarmos
Bul
B     b    B     b    21  l 18
Bulthaarmos

Bulthaarmos (Polytrichum uliginosum) is een soort mos van het geslacht Polytrichum (haarmossen).

Het bulthaarmos is nog maar sinds 2000 als een aparte soort erkend, voordien werd het als een groot uitgevallen variëteit van het gewoon haarmos beschouwd.
Het is een soort van veengebieden en natte bossen.

Wetenschappelijk beschreven door (Wallr.) Schriebl.

Engels : Polytrichum uliginosum
Duits : Polytrichum uliginosum
Frans : Polytrichum uliginosum

1471765-bd6627bd817857dac2321070b8d7008d.jpg

Bulthaarmos
foto op www.naturalist.fr
  • Synoniem: Polytrichastrum commune var. uliginosum Wallr.

De botanische naam Polytrichum is afkomstig uit het Oudgriekse polus, (veel), en thrix (haar), naar het dicht behaarde sporogoon.

De soortaanduiding uliginosum komt uit het Latijn en betekent 'van het moeras'.

Het bulthaarmos wordt traditionaal als een variëteit van het gewoon haarmos beschouwd (P. commune var. uliginosum), doch uit moleculair onderzoek van Bijlsma et al. (2000) blijkt dat er voldoende genetisch verschil is om ze als aparte soorten te beschouwen.

Het bulthaarmos groeit voornamelijk op beschaduwde plaatsen in laag- en hoogveengebieden en in broekbossen.

Over de verspreiding van deze nieuwe soort is nog onvoldoende bekend.


1471765-8410dcab4306cb6c24c8798a72d8a939.jpg
Bulthaarmos
foto op www.naturalist.fr

Het bulthaarmos vormt grote kussenvormige bulten, die bij ouderdom openvallen.
De stengels zijn tot meer dan 25 cm lang, rechtopstaand en onvertakt.
De stengelblaadjes zijn lijnlancetvormig, eindigend op een scherpe tand, grasgroen, aan de basis lichter gekleurd en schedevormend.
De bladschijf is aan de bovenzijde bedekt met overlappende lamellen en daardoor ondoorzichtig.
De bladrand is 2 tot 3 cellen breed en scherp gezaagd.
Bij vochtig weer staan de blaadjes alzijdig afstaand, bij droogte plooien ze zich opwaarts rond de stengel.

De sporofyt bestaat uit een sporenkapsel of sporogoon op een 5 tot 9 cm lange steel.
De sporogonen zijn blok- of tonvormig, met vier langse ribben, en gaan bij rijpheid knikken.
Anders dan bij het fraai haarmos (P. formosum) is er op de overgang tussen steel en sporenkapsel een afgescheiden schijfje te zien.
Jonge sporenkapsels worden bedekt door een puntig, lichtgeel tot lichtbruin behaard huikje.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 12:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Kokosnoot

Kokosnoot
achtergrondafbeelding 10 april
Kokosnoot

Kokosnoot of klapper is eigenlijk geen noot maar een steenvrucht van de kokospalm, waarvan het mesocarp (het vruchtvlees) niet vlezig maar vezelig is.
Daarbinnen zit het harde endocarp, dat het zaad omgeeft met drie duidelijk zichtbare kiemopeningen.
Bij de kieming komt de kiem door een van deze openingen naar buiten.
De drie kiemopeningen zijn de overblijfselen van de in aanleg uit drie vruchtbladen bestaande vrucht.

Het zaad bestaat uit één kiemlob, de palm is immers een eenzaadlobbigge, dat het transport van het reservevoedsel naar de kiemende plant verzorgt.
Het reservevoedsel in het zaad bestaat uit wit, vet, vezelig kiemwit (endosperm), de kokos die onder andere gedroogd als kokosmeel in de handel komt en een half troebele vloeistof, het klapperwater (het vloeibare kiemwit).
Bij een volledig rijpe vrucht bestaat al het kiemwit uit het vezelige kiemwit.

De vrucht bevindt zich in een groene bolster.
Deze wordt na de oogst verwijderd, waarna de harige, houten noot verschijnt die in de winkels ligt.
Het vruchtvlees wordt gebruikt in allerlei gerechten en voor de vulling van de chocoladereep Bounty.


INFO:
Kindjes komen uit bloemkolen of boerenkolen maar NIET uit kokosnoten.
(en dit staat zelfs niet in wikipedia!)

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:50 Reageer op dit bericht

Bruinrode wespenorchis

Bruinrode wespenorchis
bru
B     b    B     b    18  u 111
Bruinrode wespenorchis

De bruinrode wespenorchis (Epipactis atrorubens) is een orchidee uit de onderfamilie Epidendroidae.

De wetenschappelijke naam van deze soort is als voor het eerst wetenschappelijk beschreven door [Hoffm.(Georg Franz Hoffmann was een Duits lichenoloog en botanist).] Besser (Wilibald Swibert Joseph Gottlieb von Besser was een Oostenrijks botanist) in 1809.

De bruinrode wespenorchis komt voor in Midden- en West-Azië en Oost-, Noord- en Midden-Europa. Westelijk tot in Nederland, België en Groot-Brittannië, noordelijk tot de Noordkaap.

Engels : Dark Red Helleborine, Royal Helleborine
Duits : Braunrote Stendelwurz
Frans : L'épipactis pourpre noirâtre, l'épipactis rouge sombre

1308881-abce43bc118b39f35cbb6a3f2d437831.jpg
Bruinrode wespenorchis
auteur : Bouba    CC 3.0

De plant wordt 25-60 cm hoog en bloeit van juni tot juli met naar vanille geurende paars-rode bloemen.
Het bovenste lid van de stengel is vaak langer dan de onderste leden.
Het vruchtbeginsel is dicht bezet met bruinrode haartjes.


1308881-48a53505ad81349a399f08a5bb38decc.jpg
Epipactis atrorubens
auteur : BerndH    CC 3.0

De bruinrode wespenorchis komt op matig vochtige, kalkhoudende gronden tussen het gras voor en groeit op zonnige plaatsen of in lichte schaduw.


1308881-ebda036ee7a0ad05031e6af107aafc4f.jpg
Bruinrode wespenorchis
auteur : Bouba    CC 3.0

In Nederland is de plant zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, op Voorne en bij Amsterdam. Ook gevonden op Terschelling en bij Schoorl.

In Vlaanderen zeer zeldzaam. Nu nog slechts op een plek in Hoboken (Antwerpen).
In Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen (met name in de Famenne).

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 12:05 Reageer op dit bericht

Bruine ringboleet

Bruine ringboleet
bru
B     b    B     b    18  u 84
Bruine ringboleet

De bruine ringboleet (Suillus luteus) is een eetbare paddenstoel uit de familie Suillaceae.

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Roussel in 1796.

De bruine ringboleet leeft op grazige plekken in naaldbossen.
Het is een algemeen voorkomende soort.

Engels : Suillus luteus, slippery Jack, sticky bun
Duits : Butterpilz, Butter-Röhrling
Frans : le bolet jaune, beurré, baveux, nonette voilée

1290034-e04cea39bfce06204dae8f33caa5c1d0.jpg
Bruine ringboleet
auteur : Jerzy Opiola    CC 2.5

De hoed heeft een doorsnede van 7-12 cm en is klokvormig.
Later wordt deze vlakker en vaak krijgt het een kleine, centrale bult.
Bij vocht wordt de hoed kleverig.
De kleur varieert van donker chocoladebruin tot purperbruin.

De steel is 6-8 cm hoog en 1,7-2 cm dik.
De steel is geel met korrels, maar onderaan is deze bruinpaars.

Er is een ring aanwezig, dat eerst witachtig is en later bruinpaars wordt.
Het is vliezig en slijmerig.

De buisjes zijn bleekgeel tot okergeel en klein.
Eerst zijn door een vlies bedekt.


1290034-6dfb69e2325247ece57845d7645e0b94.jpg
Suillus luteus
auteur/foto : Walter J. Pilsak    CC 3.0

De bruine ringboleet groeit van augustus tot november uitsluitend onder dennen.

Jonge exemplaren zijn van oudsher gewild als consumptiepaddestoel maar oudere zwammen zijn zeer week.
De hoedhuid moet voor gebruik worden verwijderd.
De laatste jaren zijn waarschuwingen uitgegaan, dat bij herhaald gebruik van grotere hoeveelheden allergische reacties kunnen optreden, maar het bewijs daarvoor is nog niet geleverd.


1290034-1f2867ad1dba9f544a72b0e07ddb5a22.jpg
Bruine ringboleet
auteur : foto op www.elfenbankje.net

De Bruine ringboleet heeft in Midden-Europa ongeveer 20 verwanten, waarvan de helft in Nederland voorkomt.
Ze hebben allemaal een vettige hoedhuid.
Ze zijn geen van alle giftig.

Het vlees is witachtig tot citroengeel, vooral in de steel.
Het geelwitte vlees van de bruine ringboleet geurt en smaakt zacht en aangenaam, en verandert bij aansnijden niet van kleur .

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - www.natuur-wereld.be
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 22:26 1 reactie Reageer op dit bericht

Brugmansia

Brugmansia
bru
B     b    B     b    18  u 9
Brugmansia

Brugmansia is de botanische naam van een geslacht van planten in de nachtschadefamilie (Solanaceae).
De soorten in dit geslacht vielen vroeger onder het geslacht Datura.
Ze zijn hiervan onder meer te onderscheiden doordat de bloemen bij brugmansia's hangen en bij datura's niet.
Er zijn echter wel cultivars van Brugmansia die wat afstaan en niet zo duidelijk hangen.
Alle soorten zijn zeer giftig.

Engels : Brugmansia, angel's trumpets
Duits : Engelstrompeten
Frans : Les brugmansias

1243677-8a23870d11949566b472f98b7e06ac40.jpg
Brugmansia candida
auteur : Walter J. Pilsak at de.wikipedia    CC 3.0

De planten zijn afkomstig uit Zuid-Amerika, en wel uit Peru en Chili.
Intussen zijn ze als sierplant in Europa en Noord-Amerika redelijk verbreid.

Uit de 7 oorspronkelijke wilde soorten zijn inmiddels honderden verschillende hybriden gekweekt voor in tuinen.

Het geslacht is vernoemd naar Sebald Justinus Brugmans.


1243677-6caaa6c584547e8c4fa041a4275bb499.jpg
Brugmansia
auteur : Claus Ableiter    CC 3.0

De planten zijn te kweken uit zaad, hoewel hybriden meestal gestekt worden, wat voor veel cultivars vrij tot zeer gemakkelijk gaat.
In tuincentra worden de grootbloemige cultivars, ook wel onder de naam Engelentrompet, aangeboden als kuipplant.
De bloemen geven, vooral tegen de avond, een sterk zoete geur af die het hele terras kan vullen.
Ze groeien snel en hebben veel water en mest nodig.
In de tuin, geplant in de volle grond, kunnen ze een grote omvang bereiken.
In het Nederlandse klimaat overleven ze echter de winter niet, ze moeten op een koele plaats vorstvrij overwinteren.

De bloemen zijn tot ca 30 cm lang, hangen meestal, zijn vooral wit tot geel, creme, oranje en rose, en kunnen bij cultivars ook een dubbele kelk hebben.
Vele verspreiden een zware, zoete geur.
De plant bloeit onafgebroken gedurende de gehele zomer.
Een goede potgrond in een ruime behuizing, veel water geven (elke dag) met eens per week een dopje vloeibare plantenvoeding toegevoegd zorgen voor de onafgebroken bloei.

In de herfst moet de plant op een koele plaats in huis worden gezet om te overwinteren.
Dit is ook het moment waarop de plant in vorm kan worden bijgesnoeid.
Water geven moet dan teruggebracht worden tot hooguit eenmaal per week.
In maart de grond in pot of kuip vervangen door nieuwe grond en weer beginnen met regelmatig water geven.


1243677-8af8fc0465d3ef5660202fdc764ed034.jpg
Brugmansia boom
auteur : Jlantzy (Jamie Lantzy)    CC 3.0

Voorkomen van de wilde soorten :
• Brugmansia arborea. Andes (Ecuador tot noord-Chili).
• Brugmansia aurea. Andes (Colombia tot Ecuador).
• Brugmansia insignis. Laaggebergtezone van oost-Peru.
• Brugmansia sanguinea. Andes (Colombia tot Peru en Bolivia).
• Brugmansia suaveolens. Zuidoost Brazilië west naar Bolivia en Peru.
• Brugmansia versicolor. Ecuador.
• Brugmansia vulcanicola. Andes (Colombia tot Ecuador).

De soorten kunnen worden verdeeld in twee natuurlijke, genetisch geïsoleerde groepen.
De sectie Brugmansia bestaat uit de soorten aurea, insignis, suaveolens, and versicolor, en wordt ook wel aangeduid als de 'warme groep'.
De sectie Sphaerocarpium omvat de soorten arborea, sanguinea, and vulcanicola en wordt ook wel aangeduid als de koude groep.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:52 Reageer op dit bericht

Browallia

Browallia
bro
B     b    B     b    18  o 45
Browallia

Browallia is de botanische naam van een geslacht uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
Het geslacht is vernoemd naar de 18e-eeuwse Zweeds-Finse bisschop, wetenschapper en politicus Johan Browallius.

Engels : Browallia, Jamaican forget-me-not(Browallia americana), Amethyst flower(Browallia speciosa), Bush-violet(Browallia speciosa)
Duits : Browallia
Frans : Browallia

1235154-91e9dd750eae46f29c3aab220af735be.jpg
Browallia americana
auteur : Derek Ramsey    GNU Free Documentation License.

De vijftallige bloemen zijn blauw, violet of wit.
Het blad is gaafrandig, soms kleverig. De planten komen voor in tropisch Zuid-Amerika.


1235154-d48e1490ce390c43c8747c44e2512567.jpg
Browallia speciosa
auteur : C T Johansson    CC 3.0

Ze worden vaak gebruikt als kamerplanten :
• Browallia americana (struikviooltje) is een veel gebruikte eenjarige, kruidachtige tuinplant.
• Browallia speciosa is een halfstruik en een veel voorkomende kamerplant. In tuincentra, bloemisterijen wordt deze planten vaak simpelweg met "Browallia" aangeduid.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 20:29 Reageer op dit bericht

Broodboom

Broodboom
bro
B     b    B     b    18  o 29
Broodboom

De broodboom (Artocarpus altilis, synoniem: Artocarpus communis) is een tot 26 m hoge, eenhuizige, in droge tijden bladverliezende boom, die verwant is aan de nangka (Artocarpus heterophyllus) en de tjampedak (Artocarpus integer).
De grijs-bruine stam bereikt een doormeter van 60cm tot 1 meter.

De plant komt van nature voor in Zuidoost-Azië en Polynesië.
Wereldwijd wordt de plant in de tropen tussen beide 17e breedtegraden gekweekt.

Engels : Breadfruit
Duits : Brotfruchtbaum
Frans : L'arbre à pain

1225468-444185ee9e37eb9433c61bfa223d232c.jpg
Broodboom
auteur : Gachet    CC 3.0

De grote, verspreid staande bladeren zijn glanzend groen en bestaan uit vijf tot elf puntige lobben.
Het blad is tot 90 x 50 cm groot en in omtrek eivormig.

Zijn groene, tot 2 kg zware vruchten met wit vruchtvlees worden voornamelijk als hoofdvoedsel gebruikt in Azië.
De vruchten bevatten tot 22% zetmeel en 1-2% eiwi.

De kleine bloemen groeien per geslacht gescheiden in bloeiwijzen in de bladoksels.
Hieruit ontwikkelen zich tot drie oogsten per jaar, die elk tot 50 vruchten opleveren.
De boom blijft tot 70 jaar productief.

Broodvrucht is de naam voor de vrucht van de broodboom, die bekend is geworden dankzij kapitein William Bligh van de HMS Bounty.


1225468-b519a07fee8e9c9a45ae85cf7c8033d8.jpg
broodvrucht aan de broodboom
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0

Eén van de verhalen over de beroemde muiterij op de Bounty was het gevolg van de broodvrucht :
William Bligh heeft 1787 van koning George III de opdracht stekken van de broodboom van Tahiti naar de West-Indië te brengen.
Het moet als een goedkoop voedsel voor slaven in de plaatselijke suikerrietplantages dienen.
Dit was de eerste door een overheid gesteunde poging om een economisch belangrijke plant te verbouwen op een nieuwe locatie.

De matrozen van de Bounty, waren echter verontwaardigd dat het kostbare drinkwater werd gebruikt voor de irrigatie van de zaailingen op het schip en gooiden de lading overboord.


1225468-6662c6f812f6f32605018fbc91026163.jpg
broodvrucht
auteur : US Pacific Basin Agricultural Research Center  -  vrije foto

Als hoofdvoedsel wordt de broodvrucht vooral in Polynesië, het Caraibisch gebied, in Zuid-India en Sri Lanka gebruikt.

De broodvruchten worden groen geoogst, ze is goudgeel als ze rijp zijn en dan hebben ze een sterke, zoete smaak.
Onrijpe vruchten worden gekookt als groente of als puree verbruikt.
Het gebruik ervan is net zo divers als met aardappelen, je kunt ze bakken, in salades verwerken, enz. met behulp van dezelfde recepten.
Wanneer ze volledig rijp zijn is het fruit rauw eetbaar.

De vrucht bevat 16 tot 24 grote kastanjevormige vruchten en daarvan worden de zetmeelrijke zaden na het branden tot meel gemalen.
Zo worden ze verwerkt in deeg en tot brood gebakken.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:18 1 reactie Reageer op dit bericht

Bronskleurig eekhoorntjesbrood

Bronskleurig eekhoorntjesbrood
bro
B     b    B     b    18  o 25
Bronskleurig eekhoorntjesbrood 1223673-5d00ccbfe25a94d7ebade53afe0120a9.jpg

Bronskleurig eekhoorntjesbrood (Boletus aereus) is een boleet uit de familie Boletaceae die veel gegeten wordt in Baskenland en Italië.

Bronskleurig eekhoorntjesbrood komt vooral in Centraal- en Zuid-Europa veel voor.
In koudere klimaten zoals dat in Nederland en België, is zijn voorkomen zeldzaam.

Engels : Boletus aereus
Duits : Bronze-Röhrling, Schwarzhütige Steinpilz
Frans : le bolet bronzé, Cèpe tête-de-nègre

1223673-8f496ff8f7a6feb784c0c3ed6fd8ecb3.jpg
Bronskleurig eekhoorntjesbrood
auteur : © Achim Bollmann    vrij gebruik

Het bronskleurig eekhoorntjesbrood heeft zijn ietwat verouderde naam te danken aan de tint van zijn hoedje, dat chocoladekleurig en soms bijna zwart is.

Hij is vroegrijp en komt veelvuldig voor in de loofbossen van Zuid-Europa, want hij is dol op warmte en licht.


1223673-9c60baf32c43705a70c01f933c45e190.jpg
Boletus aereus
auteur : Roberto Petruzzo  -  vrije foto

Kenmerkend voor deze paddestoel is de kastanje- tot zwartbruine hoed die opvallend contrasteert met de wittige poriën van jonge exemplaren.
De hoed is vijf tot twintig cm breed, halfbolvormig, uitgespreid tot bijna vlak, heeft dik vlees en vertoont vaak rimpels.
Het oppervlak is eerst fluwelig, later glad, en kastanje-, donker- tot zwartbruin.
De buisjes hebben wittige tot bleke poriën totdat de paddestoel volgroeid is, daarna kleuren ze groengeel om uiteindelijk bruinig te worden.
De steel, vijf tot twaalf cm lang en twee tot zes cm dik, is eerst bol, later knots- of cilindervormig en bruin tot roodbruin.
Bovenaan de steel voor tweederde deel bedekt met een fijn netpatroon in dezelfde kleur als de hoed.

Het vlees is dik en aanvankelijk heel stevig, later wordt het zachter.
Op een breukvlak verandert het niet van kleur.
Het is vrijwel reukloos als het vers is en ruikt naar cumarine bij verdroging, de smaak in overheerlijk.

Deze soort kunt u van mei tot oktober ontmoeten onder eiken, minder vaak onder beuken en kastanjes en alleen maar in gebieden met een thermofiele flora.
Hij groeit zowel in het laagland als in heuvellandschap, maar komt zelden algemeen voor.
Vanwege de heerlijke smaak leent dit eekhoorntjesbrood zich voor allerlei culinaire doeleinden.
Het lekkerst zijn de gedroogde paddestoelen, omdat het aroma door het droogproces wordt versterkt.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - www.worldexplorer.be
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:17 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten