Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: flora

Bromeliafamilie-vervolg

Bromeliafamilie 2
bro
B     b    B     b    18  o 20
Bromeliafamilie (vervolg)

Bromelia's zijn een van de meer recente plantgroepen die zijn ontstaan in het einde van het Krijt, ruim 65 miljoen jaar geleden.
Fossiele bromelia's zijn gedateerd op 30 miljoen jaar geleden.
grootste aantal primitieve soorten wordt in de hoge Andes van Zuid-Amerika gevonden.
De West-Afrikaanse soort Pitcairnia feliciana is de enige bromelia, die niet inheems in Amerika en is gedacht Afrika te hebben bereikt via lange-afstands versnippering ongeveer 12 miljoen jaar geleden.


1221081-af9f6980e8465623f19705f659568f83.JPG
bloem van de Pitcairnia feliciana
auteurs : Brunken, U., Schmidt, M., Dressler, S., Janssen, T., Thiombiano, A. & Zizka, G. 2008. West African plants - A Photo Guide. www.westafricanplants.senckenberg.de. - Forschungsinstitut Senckenberg, Frankfurt/Main, Germany.

Mensen gebruiken bromelia's al duizenden jaren.
De Inca's, Azteken, Maya's en anderen gebruikten ze uitgebreid voor voedsel, bescherming, vezels en ceremonies, net zoals ze vandaag de dag nog steeds worden gebruikt.
Europese interesse begon toen de Spaanse veroveraars terug kwamen met de ananas, die werd zo populair als een exotische vrucht dat het beeld van de ananas snel werd ingepast in de Europese kunst en beeldhouwkunst.
In 1776 werd de soort Guzmania lingulata geïntroduceerd in Europa, dit veroorzaakte een sensatie bij de tuinders die nog nooit een dergelijke plant hadden gezien.
In 1828 werd Aechmea fasciata ingevoerd in Europa, gevolgd door Vriesea splendens in 1840.
Deze planten werden zo succesvol dat ze nog steeds een van de meest geteelde bromelia-soorten zijn.


1221081-0c50c9f531e0d69c337f9f6612e51350.png
Vriesea splendens van de bromeliafamilie
auteur : Semolo75  -  vrije foto

In de jaren 1800 begonnen kwekers in België, Frankrijk en Nederland planten te kruisen voor de groothandel.
Veel exotische cultivars werden geproduceerd tot de Eerste Wereldoorlog, waarin kruisprogramma's stopten, wat leidde tot het verlies van sommige cultivars.

De planten ervoeren een toename in populariteit na de Tweede Wereldoorlog.
Sindsdien hebben de Nederlandse, Belgische en Noord-Amerikaanse kwekerijen een uitgebreide kweek van bromelia's.


1221081-e0aac273b5b33ece6352c6e0d8e6ce46.JPG
Hechtia texensis van de bromeliafamilie
auteur : Stan Shebs    CC 3.0

Hoewel de ananas het enige lid van de familie gekweekt voor levensmiddelen is, is het geslacht Bromelia het enige andere bromelia-geslacht met eetbare vruchten.
De vruchten smaken een beetje als ananas, maar worden als minder lekker ervaren en er zitten niet veel vruchten aan elke plant.
Ananasstengels zijn een bron van het eiwit-splitsende enzym bromelaïne, gebruikt om vlees malser te maken.
Omdat verse ananas ook bromelaïne bevat, kan het niet gebruikt worden in gerechten met gelatine omdat het enzym de eiwitten (en dus de gelatine) afbreekt.


1221081-e3d495dbb6add3cdf1a7b458a0e40466.JPG
Guzmania conifera van de bromeliafamilie
auteur : Raimond Spekking  -  CC 3.0

Tevens worden verschillende soorten waaronder Neoglaziovia variegata, een rietachtige plant waarvan de bladeren tot 1,2 meter lang zijn, gecultiveerd als een bron van vezels.
Ze bevatten een vezel bekend als caroa, die wordt gebruikt voor het maken van touw, stof, netten en verpakkingsmateriaal.
Spaans mos (Tillandsia usneoides) bevat een harde, draderige kern die ooit werd gebruikt als materiaal voor de opvulling van bekleding.
Vele andere bromelia's zijn populaire siergewassen, die zowel worden gekweekt als kamerplant in gematigde streken en als tuinplant in warmere streken.

In een toenemend aantal tropische landen is de bromelia als tuinplant op zijn retour, omdat de ziektenverspreidende tijgermug aan het water in een bromelia voldoende heeft om zich voort te planten.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:07 Reageer op dit bericht

Bromeliafamilie

Bromeliafamilie
bro
B     b    B     b    18  o 20
Bromeliafamilie

De bromeliafamilie (Bromeliaceae) is een familie van eenzaadlobbige planten.
De familie ontleent zijn naam aan het geslacht Bromelia.
Het zijn vaak epifytische en epilithische planten die vanwege de fraaie bloemen ook wel als kamerplant gekweekt worden, onder de algemene naam bromelia.
De bekendste vertegenwoordiger is toch wel de ananas (Ananas comosus).
Vaak wordt de familie onderverdeeld in drie onderfamilies: Bromelioideae, Pitcairnioideae en Tillandsioideae.

Engels : Bromeliaceae, the bromeliads
Duits : Bromeliengewächse, Bromeliaceae, Ananasgewächse
Frans : Les Broméliacées, Bromeliaceae

1220407-6fe2932ef2256ff37641bdfa38288c6a.JPG
Ananas comosus van de bromeliafamilie
auteur : MANOJTV    CC 3.0

Bromelia's zijn een sterk gevarieerde groep van organismen, aangepast aan een aantal klimaten.
Het blad heeft veel verschillende vormen, van dunne naalden tot breed en plat, symmetrisch of onregelmatig, puntig of zacht.
De bladeren groeien meestal in een rozet.
Veel bromelia's slaan water op in een soort vijvertje middenin hun rozet, maar er zijn ook geslachten zoals de wortelloze, grijsbladige Tillandsia die alleen via het blad water opneemt en de succulente soorten die in de woestijn voorkomen.
Wortelvormen variëren naar gelang van het soort plant.
Terrestrische bromeliasoorten, zoals de Ananas comosus en Puya chilensis hebben complexe systemen die water en voedingsstoffen verzamelen via de wortels, terwijl epifytische en epilithische bromelia's zich alleen met draad-achtige wortels hechten aan bomen of rotsen.


1220407-7d067ab5d13fe185decd0000216dc577.JPG
Guzmania berteroniana van de bromeliafamilie
auteur : Scott Zona    CC 3.0

Veel cultivars hebben bonte bladeren met groene, paarse, rode, gele, witte en crème kleuren.
De bloeiwijzen van bromelia's zijn ook beschouwd als aanzienlijk diverser dan die van enige andere plantenfamilie.
Sommige bloempieken kunnen een hoogte van 10 meter bereiken, terwijl anderen slechts bloemen hebben van enkele millimeters.
Sommige bromelia's zijn licht geurend terwijl anderen sterk geurend zijn.
De geur van de bloemen van Tillandsia cyanea lijkt op die van kruidnagel.
De grootste bromelia is Puya raimondii (ter grootte van een boom) en de langste het Spaans mos (Tillandsia usneoides).


1220407-a8d611915b96eea271f182363e24da57.JPG
Alcantaraea imperialis van de bromeliafamilie
foto : Accardo Filho    CC 3.0

De bromeliafamilie is alom vertegenwoordigd in het natuurlijke verspreidinsgebied in Amerika.
Bromelia's horen thuis in de tropische en subtropische gebieden van Zuid-, Midden- en Noord-Amerika.
Zij kunnen gevonden worden op een hoogte van zeeniveau tot 4200 meter hoogte, van woestijnen tot regenwouden.

Ongeveer de helft van de soorten zijn epifytisch, sommige zijn lithofytisch, en sommige zijn terrestrisch.
Dergelijke planten kunnen worden gevonden in de Andes-hooglanden, van het noorden van Chili tot Colombia, in de Peruaanse kust-woestijnen, in de nevelwoud regio's van Zuid- en Centraal-Amerika, en in het tropische klimaat van de regio Florida.

Slechts één soort (Pitcairnia feliciana) wordt gevonden in West-Afrika.
Deze stamt waarschijnlijk af van zaden die door trekvogels verspreid zijn.


1220407-394f9bd9b944edeed21aa303ef9ca9aa.JPG
Puya raimondii, de grootste van de bromeliafamilie
auteur : Uta Freund  -  vrije foto
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:30 1 reactie Reageer op dit bericht

Bromelia

Bromelia
bro
B     b    B     b    18  o 19
Bromelia

Bromelia, is een geslacht van eenzaadlobbige, voornamelijk terrestrische planten uit de bromeliafamilie.
Dit geslacht is genoemd naar de Zweedse arts en botanicus Olaf Bromelius (1639-1705).

De planten hebben stugge bladeren die groeien in diep ingesneden rozetten.
De bladrozetten zijn vaak gedoornd.
De bladeren zijn omgebogen als gootjes die het water opvangen.
Aan de basis van het blad bevindt zich een schede, waardoor een waterhoudende bladkoker wordt gevormd.
De bloemen groeien uit het hart van de rozet.
Dit geslacht is voornamelijk te vinden in tropisch en subtropisch Midden- en Zuid-Amerika.

De stevige vezel die wordt gewonnen uit de soorten Bromelia serra en Bromelia hieronymi, bekend als chaguar, is essentieel voor de economie van de Wichí-stam in de Gran Chaco regio van Argentinië.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:34 Reageer op dit bericht

Brokkelzakamaniet

Brokkelzakamaniet
bro
B     b    B     b    18  o 16
Brokkelzakamaniet

De brokkelzakamaniet (Amanita submembranacea) is een in België en Nederland zeldzaam voorkomende eetbare paddenstoel uit het geslacht der amanieten (Amanita).
De soort wordt in België in Vlaanderen, Brussel en Wallonië als inheems (1a) beschouwd.
In België staat de brokkelzakamaniet dan ook niet op de Rode Lijst (status op 26/07/2011).

Engels : Amanita submembranacea
Duits : Grauhäutige Scheidenstreifling, Grauhäutige Streifling
Frans : Amanita submembranacea

1218692-2c0593696739c8c6b68cfe968c026e46.jpg
Brokkelzakamaniet
foto S.Poumarat op mycologie.catalogne.free.fr

De brokkelzakamaniet heeft een hoed die tussen de 5 en 12 cm diameter kan worden.
De kleur is olijfachtig groen tot grijs met een aanvankelijk bleke rand.
De hoedrand is gevoord (gestreept).
De streping verloopt over minder dan een kwart van de afstand rand-centrum.
Op de hoed zijn vaak grijze velumresten aanwezig.
De hoed kan een centraal bultje vertonen (umbo).

De lamellen zijn wit en staan niet bijzonder dicht op elkaar.
Ze hebben de neiging wat grijzig of bruinig te verkleuren bij het ouder worden.
De lamellen liggen vrij van de steel.
Er zijn tevens vrij veel kort lamellen (lamelulae) die bovendien ongelijk verdeeld zijn tussen de langere lamellen.
Deze korte lamellen zijn enigszins afgeplat.


1218692-0642a44f0773cf350c70e65cab95a985.jpg
Amanita submembranacea
auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster    CC 3.0

De steel is bleker dan de hoed, maar niet wit.
De steel heeft geen ring.
De steel heeft grijsachtige schubjes.
De beurs is schilferend en verbrokkeld met een wit tot grijze kleur.
Na het openbreken van de beurs, bij het tevoorschijn komen van de hoed, wordt de kleur snel grijs.
Het uitzicht kan dan omschreven worden als een gecracqueleerd schilderdoek.

De sporen zijn inamyloïd en rondachtig, (soms) ellipsoïde, met een grootte variërend tussen 9,5 en 11 µm.


1218692-d23de944e2e7146d3def5dd37b65ebd4.jpg
Brokkelzakamaniet
auteur : Irene Andersson (irenea) at Mushroom Observer    CC 3.0

De brokkelzakamaniet komt zowel voor in loof- als naaldbos in de maanden augustus-oktober op zurige leembodems.
Deze paddenstoel kan gevonden worden onder dennen, berken, lork of sparren.
In gebergtes kan de soort worden aangetroffen onder fijnsparren.

De brokkelzakamaniet kan makkelijk verward worden met de prachtamaniet, de grijze slanke amaniet en de Amanita battare.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:56 Reageer op dit bericht

Broedbol

Broedbol
bro
B     b    B     b    18  o 6
Broedbol

Een broedbol of bulbil is botanisch gezien een bol en wordt in de bloeiwijze van sommige planten, zoals de Sint-jansui en het moeslook (Allium oleraceum) gevormd en is een vorm van valse viviparie (letterlijk levendbarendheid).
Ook kunnen broedbolletjes ontstaan langs de stengel, zoals bij de knolduizendknoop of langs de bolschijf van de ouderbol, zoals bij de akkergeelster.
In dit laatste geval wordt in de bloembollenteelt van een klister gesproken.

Engels : Bulbil
Duits : Achselbulbillen
Frans : Bulbille

1213337-b250d704f9b5e21f5b05cd6cecda2d76.jpg
Sint Jansui broedbolletjes
auteur : Rasbak    CC 3.0

Bij de vermeerdering van bloembollen wordt verklistering vaak kunstmatig opgewekt door een temperatuurbehandeling of door de bol een kruis te snijden of de onderkant uit te hollen.
Kruisen en uithollen wordt onder andere bij de hyacint gedaan.


1213337-c9b7c174fbe5b4b303e4a106ae6320fe.jpg
Broedbolletjes bij Allium caeruleum
auteur : SEWilco    CC 3.0

Plantensoorten met valse viviparie vormen vaak geen of weinig zaad.
Zo wordt bij de Sint-jansui (Allium fistulosum var. bulbifera, synoniem: Allium cepa var. proliferum) geen en bij de moeslook maar weinig zaad gevormd.

Het is een vorm van vegetatieve vermeerdering.


1213337-f0f5a778c00f6f63eec7d88dd0b136ce.jpg
broedbolletjes langs de stengel van Lilium bulbiferum subsp. bulbiferum
auteur : Mag. Dr. Markus Hohenegger    CC 3.0

Ook sommige varens produceren aan hun bladeren broedbollen.

Soms alleen een enkele aan de top van het blad.
Soms meerdere – tot vele tientallen- onder of bovenop het blad.
Soms alleen langs de centrale steel van het blad, soms ook langs de zijnerven.

Een broedbol is te beschouwen als een weefseluitstulping die in staat is zelfstandig tot een nieuwe volwassen varen uit te groeien.
Soms kan dat alleen als de broedbol aan het blad vast blijft zitten totdat het contact met de grond heeft gemaakt om zich daar met wortels te kunnen vasthechten, zoals bij de kettingvaren, Woodwardia radicans .
Soms valt de broedbol van het blad af op de grond, om daar zelfstandig tot wortelvorming en vervolgens uitgroei te komen, zoals bij de bolletjesvaren, Cystopteris bulbifera.

Soms ontwikkelen de broedbollen zich al verder aan het blad, ook al hebben ze nog geen contact met de grond gekregen om tot een eigen ontwikkeling te komen, tot kleine miniatuur volwassen plantjes, zoals bij enkele Polystichum setiferum vormen, langs de hoofdnerf of bij Asplenium bulbiferum langs de zijnerven, of bij Woodwardia orientalis verspreid over het gehele blad.

Tekst overgenomen van www.nederlandse-varenvereniging.nl

1213337-f651bc90e5e33fff560addf573f510f4.jpg
Broedbolletjes op de Cystopteris bulbifera
foto op : http://www.nederlandse-varenvereniging.nl
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:19 1 reactie Reageer op dit bericht

Brighamia insignis

Brighamia insignis
bri
B     b    B     b    18  i 7
Brighamia insignis

Brighamia insignis is een kortlevende, meerjarige plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae) die endemisch is op Hawaï.

De soort behoort samen met de eveneens op Hawaï endemische soort Brighamia rockii als enige soort tot het geslacht Brighamia.
Beide soorten staan op de rode lijst van de IUCN geclassificeerd als kritiek, waarbij er van beide soorten wordt er aangenomen dat er minder dan 50 exemplaren in het wild leven.

Engels : Hawaiian palm, Brighamia insignis
Duits : Vulkanpalme
Frans : Le palmier de Hawaii, le palmier hawaiien

1164259-78913ce92477213dcaa1dd4841cf9a60.jpg
Brighamia insignis aangeplant op Kauai, Hawai
auteur : Forest & Kim Starr    CC 3.0

De soort was in historische tijden bekend van de eilanden Kauai en Ni'ihau (geen waarnemingen meer sinds 1947), waar de soort van nature voorkwam van zeeniveau tot op 480 m hoogte op rotsige vulkaanhellingen met weinig aarde of op steile kliffen bij zee.
In het laagland kwam de soort voor in droge graslanden of tussen struikgewassen in gebieden met een regenval van minder dan 170 cm per jaar.
Nu zou de soort in het wild alleen nog op Kauai voorkomen.

Bedreigingen voor de soort worden gevormd door menselijke verstoring van leefgebieden van de plant, het grazen van ingevoerde geiten, branden, de ingevoerde mijt Tetranychus cinnabarinus die op de bladeren parasiteert en competitie met ingevoerde, invasieve plantensoorten.
Ook het kleine overgebleven aantal planten maakt de overleving van deze soort risicovol vanwege de lage genetische variabiliteit en de kwetsbaarheid voor natuurrampen.


1164259-db5d4c52ffcad127835c169208a29cad.jpg
Brighamia insignis in bloei
auteur : Daderot    CC 3.0

Wetenschappers hebben hangende aan touwen en touwladders de nog overgebleven planten op moeilijk bereikbare plaatsen handmatig bestoven.
Zaad dat vervolgens van wilde exemplaren is geoogst, is naar botanische tuinen over de hele wereld verstuurd.

Het Nederlandse bedrijf Plant Planet heeft zaden in handen gekregen en is in samenwerking met IUCN een veredelingsprogramma begonnen.

Dit heeft als resultaat opgeleverd dat er een selectie is ontstaan die is geschikt voor teelt in kassen.

De plant wordt momenteel in de handel onder de naam 'Hawaiian Palm' aangeboden.
Een gedeelte van de opbrengst wordt in een fonds gestort met als doel om deze soort en andere bedreigde soorten op Hawaï weer terug te plaatsen in de natuur.


1164259-c2578362737702f377f0d841393ac011.jpg
Brighamia insignis in Limahuli Garden op Kauai, Hawai
auteur : Marie Shanahan  -  vrije foto

De plant maakt deel uit van de National Collection of Endangered Plants.
Namens het Center for Plant Conservation zorgt de National Tropical Botanical Garden voor de bescherming van de plant.

Engelse namen voor de soort zijn Hawaiian palm ('Hawaïaanse palm'), vulcan palm ('vulkaanpalm') en cabbage on a stick ('kool op een stok').
Hawaïaanse namen zijn Alula, Haha, 'Olulu en Pu aupaka.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:54 1 reactie Reageer op dit bericht

Brenne-orchis

Brenne-orchis
bre
B     b    B     b    18  e 40
Brenne-orchis

De Brenne-orchis (Dactylorhiza brennensis) is een zeldzaam voorkomende Europese orchidee van het geslacht Dactylorhiza (handekenskruiden).

Het is een soort die voorkomt in zonnige, vochtige graslanden en kalkmoerassen.
De plant is endemisch in de Brenne, een moerassige streek in midden-Frankrijk.

De botanische naam Dactylorhiza is ontleend aan het Oudgriekse 'dactylos' (vinger) en 'rhiza (wortel), wat slaat op de vingervormige wortelknollen van dit geslacht.

De soortaanduiding brennensis slaat op de streek van voorkomen, de Brenne.

Engels : Brenne Orchid
Duits : Brenne Knabenkraut
Frans : Orchis de la Brenne

1157412-f3def06bc24e58eb5a7611adbf7fa778.jpg
Brenne-orchis

De Brenne-orchis is een overblijvende, niet-winterharde geofyt(levensvorm).
Het is een maximaal 40 cm grote, slanke plant met vier tot zes bladeren.
De bloeiwijze is een min of meer verlengde, armbloemige aar met ten hoogste een dertigtal roze bloemen, die ver boven de bladeren uitsteekt.

De bladeren zijn meestal ongevlekt, lijn- tot lijnlancetvormig, de onderste platliggend, de bovenste opstijgend.
Hoger langs de stengel komen nog enkele schutbladachtige bladeren voor.
De echte schutbladeren, die de bloemen ondersteunen, zijn gekleurd en meestal korter dan de bloemen.


1157412-b6bf1df879398a2938c6e6d0df4d3f7d.jpg
Dactylorhiza brennensis
auteur : Elisabeth Gaillard op www.espacionatural.com

De bloemen zijn roze tot licht-violet gekleurd en vrij groot.
De zijdelingse kelkbladen zijn afstaand, de toppen teruggebogen en aan de binnenzijde donkerder gevlekt.
Het middelste kelkblad vormt samen met de bovenste kroonbladen een helmpje.

De lip is min of meer drielobbig, de zijlobben lichtjes naar achter teruggeslagen, de middenlob aan de basis lichter gekleurd met een honingmerk (de tekening op de lip) van donkerder purper tot lila stipjes en lijntjes.
Het spoor is breed, driekwart de lengte van het vruchtbeginsel en naar onder buigend langs het vruchtbeginsel.

De bloeitijd is van eind mei tot juni.


1157412-45e2262ad0870efb09f36eac583cbc03.jpg
Brenne-orchis

Dactylorhiza brennensis behoort tot het geslacht van de handekenskruiden (Dactylorhiza), die alle sterk op elkaar gelijken.
Ze wordt door sommige botanici als een ondersoort van de grote rietorchis (Dactylorhiza elata) beschouwd.
Ze onderscheidt zich daar vooral van door de beperkte afmetingen en de lichter gekleurde bloemen.

Dactylorhiza brennensis komt voor op vochtige, kalkrijke bodems in volle zon, zoals in vochtige kalkgraslanden en kalkmoerassen.
De soort is endemisch in de Brenne, een moerassige streek in het Franse departement Indre.

Dactylorhiza brennensis wordt net als de meeste andere Dactylorhiza bedreigd door het verdwijnen van zijn voorkeurshabitat door drooglegging, ingebruikname door de landbouw of bosbouw, en vermesting van vochtige biotopen.

In Frankrijk is de Dactylorhiza brennensis momenteel niet beschermd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 12:44 Reageer op dit bericht

Brem

Brem (plant)
bre
B     b    B     b    18  e 37
Brem (plant)

De (gewone) brem (Cytisus scoparius, soms ook Sarothamnus scoparius) is een struik uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) die veel lijkt op de aanzienlijk zeldzamere gaspeldoorn, maar geen doorns heeft.
De struik kan een hoogte van 2 m bereiken.
De takken en twijgen zijn vijfkantig en niet behaard.
Wanneer insecten de bloem bezoeken, wordt het stuifmeel op hen afgeschoten.
Brem komt zeer algemeen voor, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken.
Brem bloeit in mei en juni, soms is er een tweede bloei in de herfst.

Engels : Broom, Common Broom, Scotch Broom, English Broom
Duits : Besenginster, Besenkraut, Besenstrauch, Gilbkraut, Mägdebusch, Mägdekrieg, Rehweide
Frans : Le Genêt à balais, Cytise à balai, Genettier, Grand genêt, Juniesse, Sarothamne, Spartier à balais, Sparte

1155957-ee7cccd93584cdab4132110632cbcf24.jpg
Bremstruik
auteur : MPF Newcastle, UK    CC 3.0

Brem heeft maar weinig bladeren en ze zijn erg klein.
De onderste zijn drietallig handvormig samengesteld, de bovenste enkelvoudig.
De blaadjes vallen gauw af, maar de takken blijven desalniettemin groen.
Brem heeft handvormige samengestelde bladeren.

De bloemen zijn goudgeel en ongeveer 2 cm lang.
Ze vormen losse trossen.
De bloemstelen zijn ongeveer 1 cm lang.
De stijl is opgerold.

Brem draagt een zwarte peul van 2,5-4 cm lang.
Alleen de randen van de peulen zijn behaard, de rest is kaal.


1155957-037b36ac5ea202366431e1d6a2fade26.jpg
bloemen van de brem (detail)
auteur : Jeffdelonge    CC 3.0

De brem vindt men terug in West-, Zuidwest- en Midden-Europa.
Noordelijk tot in Schotland en Zuid-Zweden.
Ingeburgerd elders in gematigde streken.
Ook in Nieuw-Zeeland en op de eilanden Madeira en Tenerife.

Brem groeit liefst op zonnige plaatsen op voedselarme, droge, zure tot zwak zure, kalkarme en vaak omgewerkte grond.
Op hellingen, bermen, langs spoorwegen (spoordijken), bosranden, struwelen, open plekken in loofbossen, langs brede boswegen, kapvlakten, heide, duinen, voormalige akkers, randen van rivierdalen en op wanden van afgravingen zoals zandgroeven.

Van de twijgen van brem kunnen bezems gemaakt worden (in het Engels betekent broom zowel brem als bezem).

Ook de Romeinen kenden deze toepassing al.
Heksen zouden de brem gebruiken voor hun heksenbezem, in andere streken werd de brem juist als een afweermiddel tegen heksen gezien.

In Engeland plantte men brem langs stukjes grond waar schapen graasden, zodat de dieren de bloemen en jonge scheuten aten en zo gezond bleven.

In het verleden werd de vezel van de plant in tijden van schaarste gebruikt als vervanger van jute.


1155957-0f335159d3f14bb3b91b1589af3dad84.jpg
verspreidde brem op een heuvel
auteur : Guido Gerding    CC 3.0

1155957-3588493ecfb232ab137162e51ee9ecc7.png   Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.


Brem bevat het giftige sparteïne, dat een stimulerende werking heeft op het hart.
In de fytotherapie wordt de plant daarom ook gebruikt bij hartzwakte.

Ook wordt brem gebruikt bij lichte reumatische aandoeningen.

Van de jonge scheuten en bloemen werd ook een verzachtende thee en wijn bereid.
De as van de brem werd, gemengd met wijn, gebruikt tegen waterzucht.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - http://wilde-planten.nl
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 04:40 Reageer op dit bericht

Breed wollegras

Breed wollegras
bre
B     b    B     b    18  e 20
Breed wollegras

Breed wollegras (Eriophorum latifolium) is een plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).

De soort komt voornamelijk voor in West-Siberië, de Kaukasus en in Europa, behalve in de meest zuidelijke delen.

Breed wollegras komt verder in heel Europa voor tot op 2100 m hoogte.

Engels : Broad-leaved cottongrass
Duits : Breitblättrige Wollgras
Frans : La Linaigrette à feuilles larges

1145662-91807a7a172f7f644223cd337c3e5440.jpg
Breed wollegras
foto : fitoapteke.org

Breed wollegras is een vaste, pollenvormende plant zonder wortelstokken.
De 2-6 mm brede bladeren zijn v-vormig en hebben een driekantige top.
De plant wordt 30-60 cm hoog en bloeit in april en mei met 4-12 cm lange aren.
De kafjes zijn eennervig.
De aartjes zijn tweeslachtig en hebben een wollig pluis.

Het breed wollegras bloeit van mei tot en met juli als aren.
De aren zijn kleiner dan die van Veenpluis, tot 1 cm.
Ze bevatten tot 30 bloemen.

De vruchten dragen witte haren, die tot 2½ cm lang worden.


1145662-f20385564477ea34480ef536dfc29f48.jpg
Eriophorum latifolium
auteur : J.F. Gaffard    CC 3.0

Groeit op zonnige plaatsen op natte, voedselarme, zwak zure, ijzerrijke grond (humeuze tot venige grond, laagveen en leem).

Het breed klokje groeit in hooiland (blauwgrasland) en moerassen (bronmoeras).

In Nederland is het breed wollegras zeer zeldzaam in het oosten van het land. Elders verdwenen.

In Vlaanderen: op de rode lijst, beschermd, zeer zeldzaam.
In Wallonië: op de rode lijst, bescherdmd, zeer zeldzaam in Lotharingen (in de zuidelijke Ardennen).

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - wilde-planten.nl
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 16:00 Reageer op dit bericht

Breed klokje

Breed klokje
bre
B     b    B     b    18  e 19
Breed klokje

Het breed klokje (Campanula latifolia) is een overblijvende plant, die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae).

De soort komt voornamelijk voor in West-Azië en in grote delen van Noordwest-, Midden- en Oost-Europa.
Westelijk tot in de Eifel en het Sauerland.

De plant wordt ook in de siertuin gebruikt.

Engels : Giant Bellflower, Giant bellflower, Wide-Leaved bellflower
Duits : Breitblatt-Glockenblume
Frans : La campanule à larges feuilles

1145301-c54570857527798e0379ec846f485849.jpg
Breed klokje
foto : Michaela Hinterleitner
auteur : Geiserich77    CC 3.0

De plant wordt 60-90 cm hoog, vormt een dikke, knolachtige wortelstok en heeft een stevige, stompkantige stengel.
De stengel kan kaal of zachtbehaard zijn.
De bladeren zijn zachtbehaard.
De onderste bladeren zijn eirond tot langwerpig en hebben een gevleugelde bladsteel.
De bovenste bladeren zijn zittend.

Het breed klokje bloeit in juni en juli met lichtviolette, maar soms met witte bloemen.
De bloemkroon is 40-55 mm lang en de bloembuis is van binnen onbehaard.
De kelkslippen zijn eirond tot lancetvormig.
De bloeiwijze is een tros.

De knikkende vrucht is een doosvrucht met strooigaatjes waar de zaden door vrijkomen.


1145301-c5388051ce7737715add61759005d157.jpg
De witte Campanula latifolia
foto : Michaela Hinterleitner
auteur : Geiserich77    CC 3.0

Groeit op licht beschaduwde plaatsen op vochtig tot vrij natte, matig voedselrijke, neutrale tot vaak kalkhoudende, humeuze grond (klei en zavel).

Het breed klokje groeit in loofbossen, ravijnbossen, bergbossen (langs beken), langs bospaden, parkbossen en bij buitenplaatsen.

In Nederland is het breed klokje beschermd als zeer zeldzaam ingeburgerd op en nabij buitenplaatsen.

In Vlaanderen: op de rode lijst, zeer zeldzaam ingeburgerd.
In Wallonië: op de rode lijst, zeer zeldzaam ingeburgerd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - wilde-planten.nl
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:32 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten