Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: fauna

Buidelslaapmuizen

Buidelslaapmuizen
Bui
B     b    B     b    21  id 10
Buidelslaapmuizen

Buidelslaapmuizen (Cercartetus) zijn een geslacht van klimbuideldieren uit de familie der dwergslaapmuizen (Burramyidae).

Deze soort komt voor in de bergen van Nieuw-Guinea en in het oosten en zuiden van Australië.

Het geslacht Cercartetus werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1841 door Constantin Wilhelm Lambert Gloger een Duits zoöloog en ornitoloog.

Engels : pygmy possums, Cercartetus
Duits : Schlafbeutler
Frans : Le genre Cercartetus, phalangers loirs

1420604-8fbed6ff37e6c8bfc9ebed6320916d75.jpg
Kleine buideleikelmuis (Cercartetus nanus)
foto op listentothedawn.tumblr.com

Buidelslaapmuizen zijn kleine, muisachtige, voornamelijk in bomen levende buideldieren.
Ze hebben een donkere ring rond de ogen, waardoor het lijkt alsof ze verdrietig kijken.
De staart is vrijwel onbehaard en soms opgezwollen bij de wortel. De klauwen zijn klein.

Deze dieren eten voornamelijk insecten, andere geleedpotigen en nectar, maar sommige soorten eten ook stuifmeel, fruit of kleine skinks (hagedissen).
Alle soorten bouwen een rond nest van bladeren en soms boombast.


1420604-ce0fbc41af112c94705d471b04606127.jpg
Kleinste dwergbuidelratten (Cercartetus Lepidus)
foto : Dave Watts / davewattsphoto.com op www.biodiversitysnapshots.net.au

Er zijn vier soorten:

  • Papoeabuidelslaapmuis (Cercartetus caudatus) (binnenlanden van Nieuw-Guinea; Noordoost-Queensland)
  • Buideleikelmuis (Cercartetus concinnus) (Zuidwest- en Zuid-Australië)
  • Kleinste dwergbuidelrat (Cercartetus lepidus) (Tasmanië, Kangaroo-eiland en een deel van het vasteland van Zuidoost-Australië)
  • Kleine buideleikelmuis (Cercartetus nanus) (Oost- en Zuidoost-Australië inclusief Tasmanië)

De Papoeabuidelslaapmuis en de kleinste dwergbuidelrat werden vroeger tot het aparte geslacht Eudromicia Mjöberg, 1916 gerekend.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 16:26 2 reacties Reageer op dit bericht

Buidelmollen

Buidelmollen
Bui
B     b    B     b    21  id 9
Buidelmollen

De buidelmollen (Notoryctemorphia) zijn een orde van de buideldieren die voorkomt in het noordwesten van Australië.
De orde omvat slechts één familie, de Notoryctidae, met slechts één geslacht, Notoryctes, en twee soorten, de kleine buidelmol (N. caurinus) en de gewone buidelmol (N. typhlops).

Het geslacht Notoryctes werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1891 door Edward Charles Stirling een Australisch antropoloog.

Engels : Marsupial moles
Duits : Beutelmulle
Frans : Les taupes marsupiales

1419707-eab80cd35b8214111f6427c375bf7859.jpg
Grote buidelmol (Notoryctes typhlops)
auteur : Bartus.malec    CC 3.0

Ze zijn ofwel de zustergroep van alle andere levende Australische buideldieren, ofwel alleen van de buideldassen.

Buidelmollen worden 120 tot 160 mm lang, hebben een staart van 20 tot 25 mm en wegen 40 tot 70 gram.
Ze hebben korte sterke poten, geen functionele ogen en oren gereduceerd tot een simpele opening.


1419707-faef4f4f13880ed2068d93e10370890b.jpg
Grote buidelmol (Notoryctes typhlops)
foto op es.acam.wikia.com    CC 3.0

Ze hebben een leerachtig "schild" over de bek, een kleine mond, en grote klauwen aan de derde en vierde voortenen voor graafwerk.
Ze leven solitair, meestal ondergronds, hoewel ze volgens sommigen na zware regen aan de oppervlakte komen.

Ze graven zowel ondiepe tunnels door zacht zand als diepe holen.
Ze eten insecten.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 19:06 Reageer op dit bericht

Buidelhazen

Buidelhazen
Bui
B     b    B     b    21  id 5
Buidelhazen

Buidelhazen of haaswallabies (Lagorchestes) zijn een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in Australië.

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven als typesoort Macropus leporides in 1841 door John Gould, een Brits ornitholoog en schilder van dieren, vooral vogels.

Engels : Lagorchestes, hare-wallabies
Duits : Hasenkängurus, Lagorchestes
Frans : Les lièvres-wallabies, Lagorchestes

1417947-dc0c8511a7b85d47eddd8f41f229557b.jpg
buidelhaas
afbeelding : © Australian Museum Research Library op australianmuseum.net.au

De buidelhazen danken hun naam aan het feit dat ze wat betreft uiterlijk en leefwijze enigszins lijken op de hazen.
Het zijn overwegend nachtactieve planteneters die solitair leven.

Er zijn vier soorten buidelhazen.
Twee soorten zijn inmiddels uitgestorven en tegenwoordig is alleen de brilbuidelhaas nog redelijk algemeen.

  • † Lake Mackaybuidelhaas (Lagorchestes asomatus)
  • Brilbuidelhaas (Lagorchestes conspicillatus)
  • Westelijke buidelhaas (Lagorchestes hirsutus)
  • † Oostelijke buidelhaas (Lagorchestes leporides)

1417947-1c8e31e943fdecc77a48e88c501a4435.jpg
Brilbuidelhaas (Lagorchestes conspicillatus)
afbeelding : © Australian Museum Research Library op australianmuseum.net.au

Naast de buidelhazen van het geslacht Lagorchestes is er nog een andere buidelhaas, de gestreepte buidelhaas (Lagostrophus fasciatus).
Deze soort is niet nauw verwant aan de andere buidelhazen.
Overigens is de nauwe verwantschap tussen de overige soorten ook controversieel.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:02 1 reactie Reageer op dit bericht

Buideleikelmuis

Buideleikelmuis
Bui
B     b    B     b    21  id 4
Buideleikelmuis

De buideleikelmuis (Cercartetus concinnus) is een klimbuideldier uit het geslacht der buidelslaapmuizen (Cercartetus).

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1845 door John Gould, een Brits ornitholoog en schilder van dieren, vooral vogels.

Deze soort komt voor in het zuidwesten van West-Australië en in het zuiden en zuidoosten van Zuid-Australië, oostelijk tot de westelijkste delen van Nieuw-Zuid-Wales en Victoria, en ook op Kangaroo-eiland.

Engels : southwestern pygmy possum, western pygmy possum, mundarda
Duits : Cercartetus concinnus
Frans : Le Cercartetus concinnus, Southwestern Pygmy Possum, Western Pygmy Possum, Mundarda

1416716-a97809be8b662948b560c6e4061de00c.jpg
buideleikelmuis (Cercartetus concinnus)
foto : William Archer op esperancewildlife.blogspot.be

De buideleikelmuis is een klein, muisachtig buideldier.
De bovenkant van het lichaam is bruin en is scherp gescheiden van de witte onderkant.
Rond de ogen zit een smalle donkere ring. De staart is nauwelijks behaard.
De lange, ronde oren en de weinig behaarde bek zijn allebei vleeskleurig.
De kop-romplengte bedraagt 70 tot 100 mm, de staartlengte 70 tot 95 mm en het gewicht 8 tot 18 g.


1416716-2b08c6851e16156edf35bef9eabe1824.jpg
buideleikelmuis (Cercartetus concinnus)
foto : William Archer op esperancewildlife.blogspot.be

Deze soort is 's nachts actief en kan zowel op de grond als in bomen worden gevonden.
Het dier eet geleedpotigen en nectar en bouwt een nest van boombast en bladeren in een boomholte of iets dergelijks.

Vrouwtjes kunnen per jaar twee of drie nesten tot zes jongen krijgen.
Dikwijls zijn er wel meer embryo`s aanwezig maar het vrouwtje heeft slechts zes tepels en zal maximum zes jongen werpen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Buideleekhoorn

Buideleekhoorn
Bui
B     b    B     b    21  id 3
Buideleekhoorn

De buideleekhoorn (Gymnobelideus leadbeateri) is een klimbuideldier uit de familie der buideleekhoorns (Petauridae).
Het is de enige soort van het geslacht Gymnobelideus, dat het nauwst verwant is aan de suikereekhoorns (Petaurus).

Engels : Leadbeater's possum
Duits : Hörnchenbeutler
Frans : Le phalanger de Leadbeater

1414975-4c07080874ad51eb373016b13e21ac64.jpg
buideleekhoorn (Gymnobelideus leadbeateri)
foto : Dan Harley op www.australiangeographic.com.au

Deze soort is van boven olijfgrijs, van onder vuilwit.
Over de rug, van de neus tot de staart, loopt een donkere streep.
De wangen en de keel, die beide de kleur van de onderkant hebben, worden gescheiden door een andere donkere streep.
De staart is dik en behaard.
De kop-romplengte bedraagt 150 tot 170 mm, de staartlengte 150 tot 180 mm en het gewicht 100 tot 160 g.

Deze soort is 's nachts actief en leeft in bomen.
De buideleekhoorn bouwt een nest in een boomholte.
Geschikte nestholtes bevinden zich over het algemeen in bomen van meer dan 120 jaar oud.
Het dier eet geleedpotigen en acaciasap.
In de winter en de lente worden de jongen geboren (meestal twee per worp).


1414975-a45c52e231efda8036186bd73fa82c1d.jpg
een baby buideleekhoorn (gewicht 25gr)
foto : Emma Campbell op www.australiangeographic.com.au

Deze soort komt voor ten noordoosten van Melbourne (Victoria) in eucalyptusbossen.

De buideleekhoorn is een bedreigde diersoort.
De soort werd niet gezien tussen 1909 en 1961 en momenteel bevindt driekwart van zijn leefgebied in bossen die bedoeld zijn voor houtproductie.
Slechts drie procent van het leefgebied van de buideleekhoorn ligt in natuurreservaten.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:43 Reageer op dit bericht

Brooks huisgekko

Brooks huisgekko
bro
B     b    B     b    18  o 37
Brooks huisgekko

Brooks huisgekko (Hemidactylus brookii), ook wel Brooks tjiktjak genoemd, is een hagedis uit de infraorde gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae.

Het verspreidingsgebied van deze succesvolle soort is erg groot: de gekko komt voor in zuidelijk Azië, India, Zuid-Amerika, Mexico, westelijk Afrika, maar ook in Thailand, Sri Lanka en de Filipijnen.

Engels : Brook's House Gecko
Duits : Afrikanische Hausgecko
Frans : Hemidactylus brookii

1229262-939d8ccb8ffc10a4b7049efedf0aca3a.jpg
Brooks huisgekko
auteur : © Alejandro Lozano  op www.gekkonids.com

De kleur is oranje-bruin met zwarte vlekkenpatronen, meestal in rijen op de rug en flank, een korte staart met stekel-achtige bultjes aan de staartwortel en op de flanken.
De lengte is ongeveer 15 centimeter inclusief de staart.
De staart is gebandeerd en over het hele lijf zitten kleine, witte vlekjes.
De ogen hebben een oranjebruine iris.

De kleefkussentjes (lamellae) onder de tenen zijn niet zichtbaar maar wel aanwezig, zoals bij alle huisgekko's.
De mannetjes kunnen van de vrouwtjes onderscheiden worden doordat mannetjes een iets dikkere staartwortel hebben.


1229262-7ee336e576b7c11918895a4c29b5469b.jpg
Hemidactylus brookii
auteur : © Ray So  www.biosch.hku.hk

De hagedis leeft in hoogvlakten op een hoogte tot 2100 meter boven zeeniveau, maar komt ook voor langs de kust op klippen.
Het bijzondere is dat deze gekko zich al in Amerika gevestigd had voor er mensen arriveerden, wat doet vermoeden dat ze letterlijk op een boomstam van het ene naar het andere continent zijn gedreven, zoals ook het geval is met een andere soort, de Afrikaanse huisgekko (Hemidactylus mabouia).


1229262-be3bf531f02c4364ee7b0d88a55e0d13.jpg
Brooks huisgekko
foto op reptile-database.reptarium.cz

Het voedsel bestaat uit kleine insecten, hun larven en ook wel spinnetjes.
Brooks huisgekko komt ook wel eens in huizen voor, maar is minder afgeplat en aangepast als de veel bekendere tjitjak (Hemidactylus frenatus) en Europese tjitjak (Hemidactylus turcicus).

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:00 Reageer op dit bericht

Brookesia

Brookesia
bro
B     b    B     b    18  o 34
Brookesia

Brookesia is een geslacht van hagedissen uit de familie kameleons (Chamaeleonidae). De meeste soorten daarvan zijn pas in de jaren zestig tot de jaren negentig van de 20e eeuw voor het eerst beschreven. De verschillende soorten blijven vrij klein, kennen een zeer goede camouflage en leven in geïsoleerde, ontoegankelijke gebieden. Hierdoor is over veel soorten nog weinig bekend en de meeste soorten hebben nog geen Nederlandse naam.

Net zoals een aantal andere geslachten als Calumma en Furcifer komen alle soorten vrijwel uitsluitend voor op het eiland Madagaskar, slechts enkele leven ook op omliggende eilandjes als Nosy Bé.

Engels : Brookesia
Duits : Brookesia, Stummelschwanzchamäleons
Frans : Brookesia, Brookésies

1227882-13d1f755abc8d76990f36769db1fd45f.jpg
Een juveniele Brookesia micra (max. lengte 29mm.) op een luciferkop
auteur : Frank Glaw, Jörn Köhler, Ted M. Townsend, Miguel Vences    CC 2.5

De Brookesia-soorten worden ook wel kortstaartkameleons genoemd, omdat ze niet zo groot worden en vaak een sterk zijdelings afgeplat lichaam hebben om maar zoveel mogelijk op een boomblad te lijken.
Het geslacht Rhampholeon is verwant aan Brookesia, samen vormen de twee de onderfamilie Brookesiinae.

Rhampholeon soorten worden wel met bladkameleons en komen niet voor op Madagaskar maar leven op het continentale deel van Afrika, voornamelijk rond Malawi en Tanzania.


1227882-38bb817744b36160089c52ef820ca6fb.jpg
Brookesia superciliaris in het Ranomafana National Park, Fianarantsoa province, Madagascar
auteur : Axel Strauß    CC 2.5

De grotere soorten worden rond de tien centimeter, de kleinste blijven ongeveer drie cm.
Ook de kleinst bekende kameleon, Brookesia micra, behoort tot het geslacht Brookesia.

Alle soorten hebben een relatief korte staart, en kennen allerlei trucjes om de gelijkenis met een blad te versterken.
Sommige soorten gaan volledig in hun omgeving op door huidflappen op kop en rug, bladrand-achtige rugkammen of nerf-achtige tekeningen.

Kortstaartkameleons worden meestal niet zo hoog in bomen en struiken aangetroffen maar blijven meer bij de bodem.
De meeste soorten leven in beboste gebieden met een hoge luchtvochtigheid.


1227882-500b7e7a2b40fc588fce95d2837c6b7d.jpg
Brookesia nasus in het Ranomafana National Park, Fianarantsoa province, Madagascar
auteur : Axel Strauß    CC 2.5

Momenteel zijn er 26 soorten gekend in het geslacht.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 19:26 Reageer op dit bericht

Brokkelster

Brokkelster
bro
B     b    B     b    18  o 15
Brokkelster

De brokkelster (Ophiothrix fragilis (Abildgaard)) is een stekelhuidige uit de klasse van de slangsterren (Ophiuroidea).
De brokkelster werd in 1789 voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Abildgaard, in O.F. Müller.

Engels : Ophiothrix fragilis, common brittle star
Duits : Ophiothrix fragilis, Zerbrechlicher Schlangenstern
Frans : L'ophiure fragile

1218463-adfed482854c9f1f679d5225094a4d34.jpg
Brokkelster
foto © Rokus Groeneveld op www.diverosa.com

Het dier bestaat uit een schijf van 2 cm doorsnede en vijf armen tot 7 cm lang.
De kleur varieert.
Zoals alle slangsterren hebben brokkelsterren geen zuignappen aan de voetjes.
Ze slaan hun armen om stenen om zich voort te trekken en om voedseldeeltjes uit het water te vissen.

De Latijnse naam fragilis (breekbaar) dankt het dier aan het feit dat zijn armen gemakkelijk breekbaar zijn.
Nu is dat niet zo erg, want de brokkelster heeft, net als alle zeesterren, een prima regeneratievermogen.

Ze komen voor onder stenen en zeewier tot 500 m (incidenteel zelfs tot 4.000 m!) diep.
Het schijnt, dat hoe dieper de dieren leven, hoe feller de centrale plaat gekleurd is en hoe langer en breekbaarder de armstekels zijn.


1218463-3d3e65f856c9e92d6f7ed8ba8ae2e3c8.jpg
Ophiothrix fragilis
foto © Rokus Groeneveld op www.diverosa.com

Het is een algemeen voorkomende soort, die in sommige jaren - vooral na zachte winters - hele tapijten kan vormen van wriemelende armen.
Dit kan zo erg worden, dat het een plaag wordt.
Andere dieren worden verstikt of krijgen geen voedsel meer, omdat de brokkelsterren alles opeten.
Dit is de laatste jaren in de Oosterschelde enige malen opgetreden.

De verspreiding is van de Oostzijde van de Atlantische Oceaan, van Noorwegen tot Zuid-Afrika, ook in de Middellandse Zee komen ze voor.


1218463-31ca3d3d16d524c86f295a7758f52cbb.jpg
Brokkelster bij een anemoon
auteur : PedroPVZ    CC 3.0

De voortplantingsorganen zitten op de onderkant van de centrale schijf, tussen de armen.
Er zijn mannetjes en vrouwtjes, alhoewel je ongeveer een brokkelster moet zijn om het verschil te kunnen zien.
Er zijn nauw verwante soorten die aan broedzorg doen, maar de brokkelster laat de geslachtscellen gewoon los in het water.
Daar vindt de bevruchting plaats.
Er ontstaan weer (net als bij andere stekelhuidigen, maar wel met vormvariaties per soort) speciale pluteuslarven, kunstwerkjes om te zien, die na een verblijf in het plankton een gedaanteverwisseling ondergaan en uitgroeien tot volwassen brokkelsterren.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - www.soortenbank.nl
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 19:59 Reageer op dit bericht

Breedkopskink

Breedkopskink
bre
B     b    B     b    18  e 27
Breedkopskink

De breedkopskink (Plestiodon laticeps) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).
De soort behoorde lange tijd tot het geslacht Eumeces.

De breedkopskink komt voor in een groot aantal staten in het zuidoostelijk deel van de Verenigde Staten.

Engels : broad-headed skink
Duits : Plestiodon laticeps
Frans : Plestiodon laticeps

1148417-9407e64c99f6df1a3ec4926226491b1b.jpg
Breedkopskink
auteur : © www.virginiaherpetologicalsociety.com

De breedkopskink heeft een forse kop die breed en driehoekig is dankzij de grote bek.
Hiermee kan een beet worden toegediend die erg pijnlijk is maar geen verwondingen zal veroorzaken.

Het is een van de twee grotere soorten uit het geslacht Plestiodon met ruim 30 centimeter en de staart maakt daarvan bijna de helft uit.

Het lichaam is erg rond en de staart groot en dik zodat de hagedis een worst-achtig uiterlijk heeft.
De schubben zijn erg glad en een tekening ontbreekt bij volwassen mannetjes, de vrouwtjes hebben vijf lichte strepen op de kop en in de nek tot aan de staart en juvenielen zijn donkerbruin tot zwart, duidelijk gestreept en hebben een blauwe staart.
In de paartijd kleurt de kop van de mannetjes helder oranje om zo een vrouwtje te lokken.
Vrouwtjes zijn bij deze soort iets groter dan de mannetjes.


1148417-94dea64ae7c0a6540733a1fb6dae1428.jpg
Plestiodon laticeps
auteur : Tod Pierson    CC 3.0

De breedkopskink komt voor in een groot aantal staten in het zuidoostelijk deel van de Verenigde Staten, en leeft in bossen, bosranden en andere gebieden met bomen, vooral eikenbomen hebben de voorkeur.

Het is een van de weinige Plestiodon- soorten die regelmatig klimt, al is het voornamelijk om te vluchten en rusten, jagen doet de skink het liefst op de bodem tussen de bladeren en het mos.
Het voedsel bestaat uit insecten en andere ongewervelden.


1148417-8aef4ff76c0555529c841e894fe0a7c2.jpg
Breedkopskink

De mannetjes zijn alleen in de paartijd erg territoriaal en bevechten elkaar om het grootste vrouwtje.
Het aantal eieren dat een vrouwtje produceert hangt namelijk samen met de grootte van het vrouwtje en er worden 8 tot 22 eitjes gelegd.

Het vrouwtje bewaakt deze tot ze uitkomen wat wel meer verwante soorten doen.

De juvenielen zijn bij de geboorte ongeveer 6 tot 8 centimeter lang.

Er werd in de streken waar de breedkopskink voorkomt nog wel eens verondersteld dat deze soort giftig is, en de soort wordt zelfs 'schorpioen' genoemd.
Dit is echter een mythe, buiten een pijnlijke beet is de skink totaal ongevaarlijk voor de mens.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:31 Reageer op dit bericht

Braziliaanse slangenhalsschildpad

Braziliaanse slangenhalsschildpad
bra
B     b    B     b    18  a 71
Braziliaanse slangenhalsschildpad

De Braziliaanse slangenhalsschildpad (Hydromedusa maximiliani) is een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae).

De Braziliaanse slangenhalsschildpad komt alleen voor in het Zuidoosten van Zuid-Amerika.
Bij de kust van Espiritu Santo, Minas Gerais, Rio de Janeiro en Säo Paulo in Zuidoost Brazilië.

Engels : Brazilian snake-necked turtle
Duits : Hydromedusa maximiliani
Frans : Hydromedusa maximiliani

1134144-f1d0358b2d5281b46622226b590e8ad2.jpg
Braziliaanse slangenhalsschildpad - mannetje

De enige andere soort uit het geslacht Hydromedusa is de Argentijnse slangenhalsschildpad (Hydromedusa tectifera), die een veel bultiger schild heeft, deze soort heeft een glad schild.
Beide soorten hebben een zeer lange, slang-achtige nek die even lang is als het schild.
De nek kan niet worden teruggetrokken maar wordt onder de schildrand gevouwen bij gevaar.
De onderzijde van de nek is geel, en er is een lichte kiel op het schild zichtbaar, vooral bij jongere exemplaren die naarmate het dier ouder wordt vervaagt of zelfs verdwijnt.

Het nekschild is naar achteren geplaatst en vormt zo een zesde wervelschild.
Over de zwarte kop en nek loopt een lichte lengteband.

De lengte van het schild is iets langer dan 20 centimeter bij volwassen exemplaren.
De carapaxkleur (rugschild) is bruin, het plastron (buikschild) is meer geel van kleur.


1134144-a857b5be38cc3b508e0107a732890472.jpg
Braziliaanse slangenhalsschildpad - vrouwtje
foto : Franco L. Souza op http://www.iucn-tftsg.org

De soort is sterk aan water gebonden hoewel ze ook graag van de zon geniet.
De habitat bestaat uit ondiepe, heldere wateren als rivieren, meren en moerassen, zowel met een zachte bodem als met een meer stenige ondergrond.

De schildpad is voornamelijk carnivoor en eet insecten en andere geleedpotigen, amfibieën en wormachtigen.
Ook plantendelen vormen een klein deel van het menu, en vermoedt wordt dat ook vissen en dode zoogdieren worden gegeten.

Vijanden van de schildpad zijn poema's, jaguars, wasberen, neusberen en otters.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:00 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten