Kerstgroet
Al slijt de deurmat niet van je bezoekjes
en lopen we bij jou ook zelden aan
toch blijft de band die tussen ons gegroeid is
voor altijd als een warm gevoel bestaan
|
KerstgroetAl slijt de deurmat niet van je bezoekjes
en lopen we bij jou ook zelden aan
toch blijft de band die tussen ons gegroeid is
voor altijd als een warm gevoel bestaan
LuchtballonvaartLuchtballonvaart
| achtergrondafbeelding 21 november | |
| Luchtballonvaart | |
|
De heteluchtballon werd op 4 juni 1783 door Joseph en Jacques Montgolfier uitgevonden. Op 19 september 1783 lieten de broers de eerste ballon met passagiers opstijgen. Op 21 november 1783 maakten voor het eerst in de geschiedenis twee mensen een luchtreis, namelijk Jean-François Pilâtre de Rozier en François Laurent d'Arlandes (de markies van Arlandes). |
|
|
Op 19 maart 1784 berichtte de Groninger Courant dat Jan Modderman samen met Gerrit van Olst in Groningen een ballonvaart georganiseerd had. Daarna volgde een geslaagde ballonvaart in Amsterdam op 25 maart 1784 langs de Amstel. |
|
|
De eerste bemande ballonvaart in Den Haag vond plaats op 12 juli 1785, uitgevoerd door Blanchard vanuit paleis Noordeinde. Op 11 augustus 1978 werd de Atlantische Oceaan in 6 dagen per heteluchtballon overgestoken. In 1870 kwam, per ongeluk, de eerste ballon postvlucht aan in Nederland, nabij het plaatsje Castelré landde de Franse ballon l'Archimedes met post uit het omsingelde Parijs (De Frans-Duitse oorlog). |
|
| Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Paulus Potter| achtergrondafbeelding 20 november | |
| Paulus Potter | |
|
Paulus Potter (Enkhuizen, gedoopt 20 november 1625 - Amsterdam, begraven 17 januari 1654) was een Nederlands kunstschilder uit de Gouden Eeuw. |
|
|
Paulus Potter werd geboren in Enkhuizen en leerde het schildersvak van zijn vader Pieter Symonsz. Potter, die volgens sommige bronnen een onbeduidende kunstschilder was. In 1628 verhuisde het gezin naar Leiden waar de vader zich inschreef bij het glasmakersgilde (dus niet als kunstschilder). Nadat zijn moeder was gestorven (1636) trok de ex-vrouw van Pieter Codde bij hen in. |
|
|
In een schetsboek van Jacob de Wet werd genoteerd dat Paulus Potter 12 mei 1642 acht Vlaamse pond had betaald om een jaar lang schilderlessen bij De Wet in Haarlem te mogen volgen. In 1649 huurde Potter een huis in Den Haag van de schilder Jan van Goyen, en schreef zich in bij het plaatselijke schildersgilde. Op 1 mei 1652 vertrok Potter naar Amsterdam op uitnodiging van Nicolaes Tulp, die al een aanzienlijk aantal schilderijen van hem bezat. |
|
|
Potter heeft ongeveer honderd schilderijen nagelaten, de meeste op klein formaat. Potters beroemdste schilderij is De stier uit 1647. Het lijkt alsof de stier vanuit drie verschillende standpunten is geschilderd. |
|
|
Naast vee (koeien, paarden, varkens, schapen en geiten) heeft hij een eenhoorn en beren geschilderd, maar ook een leeuw, een olifant en een kameel. De werken van Paulus Potter behoren tot de Barokke schilderkunst. Na zijn overlijden vertrok zijn weduwe naar Den Haag, waar ook hun dochter, toen 3,5 jaar oud, overleed aan de tering. In het jaar dat Potter overleed, maakte Bartholomeus van der Helst een portret van Paulus Potter, dat in het kader hierboven te zien is. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Sint-Elisabethsvloed| achtergrondafbeelding 19 november | |
| Sint-Elisabethsvloed | |
1404De Sint Elisabethsvloed van 1404 was een watersnood die plaatsvond op of rond "Ook in hetzelfde jaar [1404] was er in de maand november op de dag zelf van Sint-Elisabeth [19 november] zo'n grote overstroming van de zee, dat wallen en dijken tegenover de vloed van de zee geplaatst, op vele plaatsen zijn gebroken, waardoor de zee zich in de lengte en in de breedte over het land verspreidde in het maritieme deel van Vlaanderen en andere gebieden. Huizen werden meegsleurd en dieren en mensen [in deze volgorde] verdronken onverwacht en onverhoopt. [Het was] zo erg, dat de gezwollen zee over haar oevers en dijken uitgroeide in een mate als nooit in de herinnering was gezien; in honderd jaar was de zee niet zover buiten haar boorden getreden. (Jean Brandon van de abdij Ter Duinen)." |
|
|
Gravin Margaretha van Male, toentertijd gravin van Vlaanderen gaf opdracht een algemeen zeewerende dijk aan te leggen. |
|
1421De Sint-Elisabethsvloed van 1421 was een watersnood die plaatsvond op of rond Vermoedelijk werd de ramp veroorzaakt door een bijzonder zware noordwesterstorm, gevolgd door een zeer hoge stormvloed. De dijkdoorbraken en overstromingen richtten in Zeeland en Holland grote verwoestingen aan. |
|
|
Een hardnekkig misverstand wil dat de Biesbosch door deze stormvloed in één nacht is ontstaan. "Daags na Sint-Elisabeth 1421 woedde er 's nachts zo'n hevige storm, dat de wind met orkaankracht in Tiel en elders verschillende huizen omver blies en in Holland door dijkdoorbraken veel schade aanrichtte. Tweeduizend mensen zijn, naar men zegt, verdronken. Bij mensenheugenis was het niet voorgekomen, dat een overstroming zó erg en het peil van het zeewater zó hoog was. Bijna heel Holland is, evenals Vlaanderen en Zeeland ondergelopen. Hierdoor kwam ook de grote Zuidhollandse Waard onder water te staan en ging verloren. Er zijn kerken verplaatst, omdat het overstroomde gebied er nog steeds zo bij ligt en tot nu toe [hij is weliswaar tijdgenoot, maar schrijft dertig jaar later] helemaal niet kon worden herdijkt (uit: de Tielse Kroniek)." Door deze vloed werden de elkaar bestrijdende steden Geertruidenberg en Dordrecht gescheiden (Hoekse en Kabeljauwse twisten). |
|
|
Waarschijnlijk was de vloed niet eens zo hoog. Een naar gevolg van deze vloed voor Dordrecht was dat er uiteindelijk vaarwegen rondom Dordrecht ontstonden, waardoor het zogenaamde stapelrecht van Dordrecht, dat bepaalde dat handelswaar eerst moest worden uitgeladen eer men het mocht doorvoeren, omzeild kon worden. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Is Geschiedenis Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Willem Tell| achtergrondafbeelding 18 november | |
| Willem Tell | |
De legende van Willem TellAltdorf 1307 – Op een staak op het dorpsplein hangt een hoed van de landvoogd van Oostenrijk Gessler. |
|
|
De Habsburgers probeerden in het begin van de veertiende eeuw controle te krijgen over Zwitsers grondgebied. |
|
|
Tell schoot de appel succesvol van het hoofd van zijn zoontje. |
|
|
Van de historiciteit van de legende van Willem Tell is nooit enig bewijs gevonden. |
|
|
Het verhaal van Willem Tell past perfect in de onafhankelijkheidsstrijd van Zwitserland en zijn landsknechten sinds 1291. De rest van de Tell-legende vermeldt alleen dat hij in 1315 zou hebben meegevochten in de Slag bij Morgarten tegen de Oostenrijkse hertog Leopold I en in 1354 zou zijn verdronken in de wilde bergbeek Schächenbach toen hij een kind probeerde te redden. Evenals z'n Engelse 'collega' Robin Hood is Tells avontuurlijk leven vaak verfilmd, ook als erop voortbordurende televisieserie. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Is Geschiedenis Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Tirpitz| achtergrondafbeelding 12 november | |
| Tirpitz | |
|
De Tirpitz was een Duits slagschip dat van 1941 tot 1944 dienst heeft gedaan. De Tirpitz was het grootste Duitse slagschip uit de Tweede Wereldoorlog. |
|
|
De Tirpitz bracht vrijwel haar gehele operationele leven door in de Noorse fjorden. |
|
|
De eerste aanval die de Britse marine op het schip uitvoerde vond plaats op 22 september 1943. De Britten lanceerden vanaf het voorjaar van 1944 de ene na de andere aanval op de Tirpitz, die voor anker lag in de Altafjord. |
|
|
Op 3 april 1944 werd de Tirpitz op zijn ligplaats in de Altafjord verrast door een aanval van jachtvliegtuigen en van Barracuda-torpedobommenwerpers. Hierna werd de Tirpitz verhaald en ging ze voor anker nabij Tromsø. |
|
|
Op 15 september had een aanval van Avro Lancaster bommenwerpers van het 617e squadron wel succes. De Tirpitz ging nu voor anker op een zandbedding. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
US Marine Corps| achtergrondafbeelding 10 november | |
| United States Marine Corps | |
|
Het Marine Corps werd oorspronkelijk opgericht tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog door het Continental Congress op 10 november 1775 als de "Continental Marines". |
|
|
Het United States Marine Corps (USMC) is het marinierskorps van de Verenigde Staten en onderdeel van de Amerikaanse strijdkrachten. Hoewel het korps zich oorspronkelijk voornamelijk bezig hield met de veiligheid aan boord van oorlogsschepen, en met oorlogvoering door middel van landingen in kustgebieden vanuit zee, heeft het US Marine Corps zich ontwikkeld tot een voor veel doeleinden bruikbare, elite strijdkracht binnen de Amerikaanse strijdkrachten. |
|
|
Het US Marine Corps heeft zijn eigen luchtvaartafdeling (Marine Corps Aviation), dat meer gevechtsvliegtuigen telt dan de luchtmacht van menig land. Het Corps valt, net als de US Navy, onder het Department of the Navy, dat geleid wordt door een minister (Secretary of the Navy) en een onderminister (Deputy Secretary of the Navy). |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Berlijnse Muur| achtergrondafbeelding 9 november | |
| Berlijnse Muur | |
|
Onder de Berlijnse Muur verstaat men een tot 100 meter brede constructie van opeenvolgende obstakels die van 13 augustus 1961 tot 9 november 1989 West- en Oost-Berlijn van elkaar scheidde. De totale grens rond West-Berlijn was een onderdeel van de Duits-Duitse grens en was 167,8 km lang, waarvan 45,1 km werd gevormd door de Berlijnse Muur. De Berlijnse Muur was het bekendste symbool van de Koude Oorlog en de deling van Duitsland. Tijdens vluchtacties bij de Berlijnse Muur zijn ten minste 136 mensen om het leven gekomen. De Berlijnse Muur stond in zijn geheel op grondgebied van de DDR. De arbeiders die de Muur bouwden, mochten immers niet op West-Berlijns grondgebied komen. Dit betekende in de praktijk dat als men vanuit het westen naar de Muur liep, men feitelijk gezien al in de DDR was. Westerlingen trokken zich hier weinig van aan, getuige bijvoorbeeld de graffiti op de Muur. Een andere "liefhebberij" was het gooien van blikjes en ander afval over de Muur heen. Maar geheel zonder risico was het niet. Oost-Duitse grenswachten konden via poortjes in de Muur aan de westzijde van de Muur komen en de westerlingen weren of oppakken. Voor zover bekend is dit echter slechts sporadisch gebeurd. Het gebied Lenné-Dreieck behoorde tot de DDR, maar was alleen vanuit West-Berlijn toegankelijk, omdat de Muur via de Ebertstraße om dit stukje grond heen gebouwd was. |
|
|
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd Duitsland, volgens afspraken gemaakt tijdens de Conferentie van Jalta, opgedeeld in vier bezettingszones. De geallieerde machten (de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) kregen elk een deel van het land toegewezen dat zij bezetten en voorlopig zouden besturen. Analoog hieraan werd ook de voormalige hoofdstad van het Derde Rijk verdeeld in vier sectoren. Het gebied dat Berlijn omringde behoorde evenwel in zijn geheel tot de Sovjet-zone, waardoor de Berlijnse sectoren van de overige geallieerde staten een enclave in door de Sovjet-Unie bezet gebied vormden. Het einde van de Tweede Wereldoorlog had intussen het begin van de Koude Oorlog tussen "het Westen" en "het Oosten" ingeluid. Berlijn ging door de bijzondere politiek-territoriale verhoudingen een centrale plaats innemen in de strijd tussen de oostelijke en westelijke inlichtingendiensten. In 1948 kwam de Koude Oorlog met de Blokkade van West-Berlijn door de Sovjet-Unie tot een eerste hoogtepunt. Op 23 mei 1949 gingen de westelijke bezettingszones op in de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland); op 7 oktober van hetzelfde jaar werd de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) gesticht op het grondgebied van de Sovjet- zone. Formeel bleef Berlijn een aparte status houden als van Duitse zijde gedemilitariseerde viersectorenstad, onafhankelijk van de twee Duitse staten. In de praktijk functioneerde West-Berlijn echter steeds meer als een deelstaat van de Bondsrepubliek en werd Oost-Berlijn zelfs tot Hoofdstad van de DDR uitgeroepen. |
|
|
Reeds in de zomer van 1945 werd de grens tussen de bezettingszones in Berlijn afgebakend. Op sommige plekken plaatste men slagbomen en wit-gele houten palen, daarnaast werden kleurmarkeringen op bomen gebruikt. Om de zonegrens te overschrijden had men toestemming nodig; alleen voor pendelaars en boeren werd een zogenaamd klein grensverkeer ingevoerd. Op bevel van het Sovjet- militaire bewind werd een grenspolitiemacht opgebouwd, die op 1 december 1946 voor het eerst in actie kwam. Voor de grenspolitie werden er richtlijnen voor het gebruik van vuurwapens ingesteld. Voor reizen tussen de oostelijke en de westelijke sectoren moest men voortaan over een interzonepas beschikken. De eerste grensafzettingen werden aangelegd: in bosgebieden betrof dit vooral prikkeldraadbarrières, op wegen en straten werden barricades opgeworpen. Sinds de oprichting van de DDR nam een steeds groter aantal burgers uit het oosten zijn toevlucht tot de Bondsrepubliek. In 1952 begon men de Duits-Duitse grens van DDR-zijde af te sluiten met hekken, bewakingsposten en alarminstallaties. Langs de grens werd een vijf kilometer brede verboden zone ingericht, die men alleen mocht betreden met speciale toestemming, die vooral aan lokale bewoners werd verleend. Aan de grenszijde werd dit gebied afgesloten met een 500 meter brede bufferzone, gevolgd door een tien meter brede zwaarbewaakte strook direct aan de grens. |
|
|
De dwars door dichtbevolkt gebied lopende sectorgrens tussen Oost- en West-Berlijn bleef echter relatief open, aangezien deze nauwelijks te bewaken was. Via de lekkende grens verlieten tussen 1949 en 1961 zo'n 2,6 miljoen mensen de DDR en Oost-Berlijn; van hen vluchtten er 47.433 nog in de laatste twee weken voor de bouw van de Muur. Ook voor vele Polen en Tsjechen was (West-)Berlijn een poort tot het Westen. Aangezien het daarbij grotendeels hoogopgeleide jonge mensen betrof, vormde deze uittocht een serieuze bedreiging voor de economie van de DDR en zou uiteindelijk zelfs het voortbestaan van het land in gevaar kunnen komen. Ongeveer 50.000 Oost-Berlijners werkten in West-Berlijn, terwijl ze onder financieel gunstige voorwaarden in Oost-Berlijn of de voorsteden in de DDR woonden. Op 4 augustus 1961 verplichtte het Oost-Berlijnse stadsbestuur de sectorforensen zich te registreren en hun huur voortaan in West-Duitse marken te betalen. Reeds voor de bouw van de Muur controleerde de Oost-Duitse Volkspolizei de naar het westen van de stad lopende straten intensief op verdachte republiekvluchtelingen en smokkelaars. Veel West-Berlijners en in West-Berlijn werkende Oost-Berlijners konden in Oost-Berlijn goedkoop inkopen doen met de op de zwarte markt gunstig om te wisselen Oost-Duitse mark. Dit betekende een verdere verzwakking van de planeconomie van de DDR. De afgrendeling van de grens door middel van de Muur moest ervoor zorgen dat de leegloop van zowel middelen als personen uit de socialistische arbeiders- en boerenstaat definitief een halt toe werd geroepen. De toenemende verwijdering tussen het Oosten en het Westen uitte zich op politiek gebied met een verscherping van de Koude Oorlog (wapenwedloop) en een constante diplomatieke strijd; op economisch gebied stelde het Westen een embargo op technologisch hoogwaardige producten (CoCom) tegen het Oostblok in. De grens was hierdoor meer dan een territoriale scheiding, hij was verworden tot een grens tussen tegenover elkaar staande politiek-ideologische, economische en culturele machtsblokken en invloedssferen. |
|
|
Het aantal dodelijke slachtoffers aan de Berlijnse Muur is niet exact bekend. Een studie uit 2006 kwam tot een aantal van 125 identificeerbare slachtoffers en 81 gevallen waarover twijfel bestond. Volgens de laatste berekeningen in 2011 zijn er 136 slachtoffers gevallen aan de Muur. Zij zijn omgekomen bij een poging het vrije Westelijke deel van Berlijn te bereiken. Aan de kant van het Oost-Duitse regime vielen 8 dodelijke slachtoffers door vuurgevechten met (helpers van) vluchtelingen. Daarnaast heeft een aantal militairen van het Oost-Duitse regime bij de Muur zelfmoord gepleegd. Dit aantal is niet verwerkt in de eerder genoemde 136 slachtoffers. Overigens moet bedacht worden dat het in Europa lange tijd gebruikelijk was bij illegale grensoverschrijdingen met scherp te schieten. Ook langs de Nederlandse grenzen met Duitsland en België zijn doden gevallen, maar wel in aanmerkelijk mindere mate. Buiten de vluchtelingen maakte de Muur nog andere slachtoffers: 5 West-Berlijnse kinderen tussen 5 en 8 jaar kwamen in de loop van de jaren in het water van de Spree terecht en konden door de West-Berlijnse reddingswerkers niet geholpen worden omdat de rivier ter plekke tot Oost-Berlijn hoorde. West-Berlijnse reddingswerkers liepen daar het risico te worden beschoten. Voordat Oost-Berlijnse hulp ter plaatse was waren de kinderen verdronken. Pas in 1976 kon na jarenlange onderhandelingen een overeenkomst worden bereikt tussen West- en Oost-Berlijn en konden West-Berlijnse hulpverleners in dergelijke situaties in actie komen. |
|
|
Tegenwoordig is zelfs op plaatsen waar delen van de Muur behouden zijn weinig meer te merken van de impact die deze scheiding had. Door het samengroeien van de stad is het verloop van de vroegere grens vrijwel onzichtbaar geworden. Het bekendste en langste (1316 meter) overgebleven fragment van de Muur staat langs de oever van Spree aan de Mühlenstraße in Friedrichshain, tussen het Ostbahnhof en de Oberbaumbrücke. Omdat de grens zich hier op de andere oever van de rivier bevond, was dit muurdeel geen onderdeel van de buitenmuur, maar van de zogenaamde Hinterland-Mauer, die het grensgebied aan de Oost-Berlijnse zijde afsloot. Een buitenmuur (aan de West-Berlijnse zijde) was er op deze plaats niet, aangezien de Spree een natuurlijke barrière vormde. In 1990 werd het muurfragment door kunstenaars uit meerdere landen beschilderd en kreeg het de naam East Side Gallery. In 1991 kreeg het de monumentenstatus. En ander restant van de Muur, in dit geval wel van de buitenmuur, is te vinden aan de Niederkirchnerstraße in Berlin-Mitte, nabij de zetel van het Abgeordnetenhaus, het Berlijnse parlement. Ook dit deel van de Muur staat op de monumentenlijst. De grensbouwwerken bij het Muurmonument in de Bernauer Straße zijn daarentegen niet authentiek, maar werden ter bezichtiging opnieuw gebouwd. Lees HIER meer over de val van de Berlijnse Muur. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Wilhelm Röntgen| achtergrondafbeelding 8 november | |
| Wilhelm Röntgen | |
|
Wilhelm Conrad Röntgen (Lennep (Remscheid), 27 maart 1845 – München, 10 februari 1923) was een Duits natuurkundige. Zijn belangrijkste bijdrage was de ontdekking van röntgenstraling, begonnen op 8 november 1895, aan de universiteit van Würzburg. |
|
|
Röntgen werd geboren als enig kind van Friedrich Conrad Röntgen, een textielhandelaar en -fabrikant, en de Nederlandse Charlotte Constanze Frowein uit Amsterdam. Op driejarige leeftijd verhuisde hij in maart 1848 met zijn ouders naar Apeldoorn waar hij de particuliere lagere school van Martinus Herman van Doorn volgde. Op school toonde hij geen bijzondere talenten, in zijn schaarse tijd bestudeerde hij graag de natuur en bouwmachines. Omdat hij in de voetsporen van zijn vader wilde treden volgde hij van 1861 tot 1863 het onderwijs op de Ambachtsschool in Utrecht. Hierbij verbleef hij in het gastgezin van zijn scheikundeleraar Jan Willem Gunning, die hem op het spoor van de natuurwetenschap zette. Hij werd van de school verwijderd toen hij weigerde de leerling aan te geven die een karikatuur van een leraar had getekend. Zonder diploma probeerde hij in 1865 tevergeefs toegelaten te worden tot de natuurkundestudie aan de Universiteit Utrecht. Hij werd afgewezen omdat hij de klassieke talen onvoldoende beheerste. Hij mocht alleen als toehoorder (extraneus) op de universiteit aanwezig zijn. Röntgen volgde er college's in geometrie, stereometrie, fysica, zoölogie, botanie en was lid van het dispuut Nature dux nobis et auspex. |
|
|
Voor zijn verdere carrière zag Röntgen het niet kunnen afleggen van een universitair examen toch als een probleem. Toen hij vernam dat de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich geen voorafgaand diploma verlangde, maar toelatingsexamens afnam, ging hij naar Zwitserland. Hij slaagde voor het toelatingsexamen en studeerde werktuigbouwkunde van 1865 tot 1868, toen hij – met uitstekende cijfers – zijn diploma als werktuigbouwkundig ingenieur behaalde. Daarna volgde hij bij August Kundt eveneens aan de ETH een vervolgopleiding in de natuurkunde. Op 22 juni 1869 promoveerde hij op het proefschrift Studien über Gase. Ondanks eerdere plannen om na zijn promotie terug te keren naar Nederland (Röntgen was in het bezit van een Nederlands paspoort) voor een leraarsfunctie maar besloot in Zwitserland te blijven en zich te richten op een academische carrière. Hij werd door Kundt gevraagd om diens assistent te worden. Hij ging met hem mee naar de Universiteit van Würzburg, waar Kundt een hoogleraarschap had aanvaard. Toen Kundt twee jaar later naar de recent opgerichte Universiteit van Straatsburg ging volgde Röntgen hem opnieuw. Hier behaalde hij zijn academische lesbevoegdheid (habilitatie) waarna hij werd benoemd tot privaatdocent aan die universiteit. |
|
|
Röntgen bekleedde verschillende leerstoelen in onder meer Stuttgart (Hohenheim Universiteit, 1875), Straatsburg (1876-1879), Gießen (1879-1888), Würzburg (1888-1900) en München (1900-1920). Even zag het er naar uit dat Röntgen in 1888 hoogleraar zou worden in Utrecht als opvolger van Christophorus Buys Ballot. Ondanks een riant aanbod koos hij toch voor de Universiteit van Würzburg waar hij Friedrich Kohlrausch als hoogleraar opvolgde. Zijn aanvankelijke belangstelling lag in het verlengde van zijn proefschriftbetrekking bij gassen en hun optische eigenschappen maar ook de merkwaardige elektrische eigenschappen van kwarts, elektrodynamica en thermodynamica. NobelprijsIn 1901 kreeg Röntgen de allereerste Nobelprijs in de natuurkunde, nadat hij in 1896 al de Matteucci Medal ontving. De prijs werd officieel toegekend ter erkenning van de buitengewone diensten die hij heeft geleverd door de ontdekking van de opmerkelijke straling die vervolgens naar hem is genoemd. Röntgen schonk de geldprijs, 50.000 Zweedse kronen, aan zijn universiteit, destijds die van Würzburg, ter verbetering van het laboratorium waar hij zijn ontdekking had gedaan. Zoals Pierre Curie een aantal jaren later ook zou doen, weigerde hij op morele gronden enige vorm van patent op zijn vinding. Evenmin wilde hij dat de gevonden onbekende X-stralen naar hem zouden worden genoemd. In 1908 werd hij opgenomen in de exclusieve Orde "Pour le Mérite". |
|
|
Tijdens zijn studietijd in Zürich had hij zijn toekomstige echtgenote ontmoet, Anna Betha Ludwig, de dochter van een Duitse revolutionair die naar Zwitserland was geëmigreerd. Ze trouwden op 19 januari 1872, na zijn verhuizing naar Würzburg. Het koppel kreeg zelf geen kinderen, maar in 1887 adopteerden ze het toen zes jaar oude nichtje van zijn vrouw, Josephine Bertha Ludwig. Röntgen stierf in 1923, op 77-jarige leeftijd, te München aan darmkanker. Men gelooft echter niet dat zijn werkzaamheden met ioniserende straling daaraan hebben bijgedragen, omdat hij als een van de weinige pioniers routinematig lood gebruikte voor de afscherming van straling: hij kreeg last van een rode huid (erytheem) en trok de juiste conclusie dat dit aan de straling te wijten was. Zijn onderzoek aan röntgenstraling heeft bovendien niet lang geduurd. Volgens zijn testament werd zijn archief met al zijn wetenschappelijke en persoonlijke aantekeningen vernietigd. |
|
Ontdekking van de RöntgenstralingHij was in 1894 begonnen met onderzoek naar 'kanaalstralen', kathodestralen in een leeggepompte glazen buis met ingesmolten elektrodes waar stoten hoogspanning op werden gezet met een Rühmkorff-inductiespoel. Deze buis was een voorloper van de latere röntgenbuis, elektronenbuis en gasontladingslamp. Dit apparaat werd veel gebruikt bij onderzoek door tijdgenoten als Heinrich Hertz, Johann Hittorf, William Crookes, Nikola Tesla en Philipp Lenard. Röntgen herhaalde begin november 1895 een proef van Lenard waarbij een dun raampje van aluminium in de buis was gemaakt om de kathodestralen uit de glazen buis te laten treden. Om al het licht buiten te sluiten omwikkelde hij zijn ontladingsbuis met zwart karton. Ondanks de kartonnen afscherming van de buis zag Röntgen in een volledig verduisterd laboratorium een scherm met bariumplatinocyanide, dat in de buurt stond, oplichten (fluorescentie). Anders dan tijdgenoten negeerde hij dit lichtverschijnsel niet, maar herhaalde hij op vrijdag 8 november deze proef met een dikkere buis van Crookes. Weer trad het vreemde lichtverschijnsel op. Hij vermoedde dat de straling die dit veroorzaakte werden afgegeven toen de kathodestralen tegen het glazen uiteinde van de buis sloegen. Deze stralen hadden een veel groter bereik in de lucht dan de kathodestralen. Röntgen ontdekte dat de stralen ongehinderd door zachte materialen zoals papier en textiel heengingen. In november en december 1895 onderzocht Röntgen systematisch de eigenschappen van deze nieuwe straling, die hij X-straling noemde, naar de onbekende variabele in de wiskunde. In veel talen, onder andere Engels, heet de straling nog steeds zo, maar in andere talen spreekt men van Röntgenstraling. Later werd aangetoond dat ze evenals licht bestaan uit elektromagnetische golven, maar dan met een veel kortere golflengte, tussen 0,01 en 10 nanometer. |
|
|
Later verklaarde Röntgen dat hij, nadat hij voor het eerst zijn eigen skelet zag, zijn proeven in het geheim voortzette om te voorkomen dat hij zijn reputatie zou verliezen indien zou blijken dat hij zich vergist had. Twee weken na de ontdekking, op 22 december, nam hij de eerste foto van de hand van zijn vrouw. Toen zij haar handbotjes zag, riep zij "Ik heb mijn overlijden gezien!" Zeven weken na zijn eerste ontdekking gaf hij nieuws van zijn werk door aan de editoren van het wetenschappelijke tijdschrift van de Fysisch en Medisch Genootschap van Würzburg. Röntgens wetenschappelijke artikel Über eine neue Art von Strahlen werd op 28 december 1895 gepubliceerd. Op 6 januari 1896 meldde een Oostenrijkse krant zijn ontdekking van een nieuwe soort straling, dat werd overgenomen door andere Europese en Amerikaanse kranten waardoor de ontdekking bekend werd bij het grote publiek. Op 13 januari mocht Röntgen op audiëntie komen bij Keizer Wilhelm II om voor een gezelschap van ministers, politieke en sociale personen en wetenschappers zijn stralen te demonstreren. De keizer gaf Röntgen een ridderorde (tweede klasse), terwijl de Universiteit van Würzburg hem een eredoctoraat verleende in de geneeskunde voor zijn ontdekking. Hij publiceerde in totaal drie artikelen over röntgenstralen tussen 1895 en 1897, die in 1898 als een aaneengesloten geheel verschenen in het gerenommeerde tijdschrift Annalen der Physik und Chemie. Röntgen werd beschouwd als de vader van diagnostische radiologie, het medisch specialisme dat beeldvorming gebruikt bij diagnose. |
|
Trivia
|
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |
Sabena| achtergrondafbeelding 7 november | |
| Sabena | |
|
Sabena NV (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne) was van 1923 tot november 2001 de nationale luchtvaartmaatschappij van België. Sabena had haar hoofdkantoor in het Sabena house op Brussels Airport. Na de aanslagen van 11 september 2001 stortte de luchtvaartbranche in en als gevolg hiervan werd op 7 november 2001 Sabena failliet verklaard. |
|
|
Op 31 maart 1919 richtte Georges Nélis met de steun van koning Albert I de SNETA (Syndicat National d'Etude du Transport Aérienne) op. Op 23 mei 1923 werd Sabena door de Belgische Staat opgericht om de SNETA ( Syndicat National pour l'Etude des Transports Aeriens) die in 1919 werd opgericht, over te nemen. De eerste vlucht van Sabena werd al op 23 mei 1923 uitgevoerd, het ging om een vrachtvlucht tussen Brussel en het Britse Lympne met een tussenlanding in Oostende, uitgevoerd met een de Havilland DH-9. De eerste betalende vlucht uitgevoerd door Sabena was van Rotterdam naar Straatsburg via Brussel op 1 april 1924. |
|
|
De maatschappij ontwikkelde zichzelf tot een trendsetter in de luchtvaart. De situatie escaleert in Belgisch Congo na de onafhankelijkheidIn die periode braken er ook verschillende opstanden uit in de Democratische Republiek van Congo, dat sinds 1960 onafhankelijk werd. |
|
|
Sabena kocht twee eerstegeneratie Jumbojets, De Boeing 747-100, en zette deze in 1971 in voor de trans-Atlantische prestigevluchten, naar New York en Chicago, samen met de Boeing 707-320C. Sabena heeft vanaf 1955 sinds de opening van de spoorlijn 36C naar de luchthaven, in samenwerking met de NMBS een eigen treindienst gehad. |
|
|
Aan het eind van de jaren tachtig kwam Sabena in financiële moeilijkheden. |
|
|
De winstgevende Sabenadochter DAT werd overgenomen door de SN Air Holding en werd omgedoopt in SN Brussels Airlines, deze maatschappij behield het S-vormige logo van sabena. Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Op dit moment is een onderzoek bezig naar de oorzaak van het faillissement van Sabena. Het pilotenopleidingscentrum van Sabena, Sabena Flight Academy is in 2004 weer opgestart. |
|
|
Bron : - wikipedia CC 3.0 Artikel overgenomen zonder nazicht op eventuele onjuistheden. |