|
Vanaf 1858, nadat de Muiterij van Sepoy was neergeslagen, beheersten de Britten met uitzondering van het huidige Afghanistan heel het voormalige Mogolrijk.
Rond die tijd werd er ook een begin gemaakt met de bouw van een spoorwegnet door het subcontinent, dat nog altijd een van de meest zichtbare erfenissen van het Britse bewind is.
In de loop van de 19e eeuw hebben zij hun Aziatische bezittingen zelfs nog uitgebreid met Opper- en Neder-Birma, (het zuidelijke deel van het huidige Myanmar), Noordoost-India, de door Tamils beheerste Zuidpunt van India en het eiland Sri Lanka, wat de Mogols nooit gelukt was.
Sri Lanka viel overigens onder een afzonderlijk Brits koloniaal bewind, vanaf 1937 ook de Birmese delen.
Tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse rijk.
In deze periode was Brits-Indië een land waar grote verdeeldheid heerste.
Dat kwam doordat mede doordat de Britten de gebruiken van de Indiërs niet altijd eerbiedigden.
De Britten veroorzaakten veel onrust door bijvoorbeeld heilige koeien te slachten en onreine dieren te eten.
Daardoor ontstond er bij veel Indiërs onvrede met de aanwezigheid van de Britten.
Ten behoeve van hun Indische vazallen en het bestuursapparaat stichtte de Britse koningin een aantal Koloniale Ridderorden.
Omdat in de periode van de Britse overheersing van India elders in de wereld de slavernij werd afgeschaft, werden er veel Indiërs geronseld om te gaan werken als contractarbeider in plaats van de Afrikaanse slaven op de plantages in andere Britse koloniën, maar ook in de Nederlandse kolonie Suriname.
In 1872 werd een tractaat gesloten door de Nederlandse regering met de Britse regering.
Dit werd door Koningin Victoria ondertekend op 10 februari 1872.
Koning Willem III bekrachtigde het zes dagen later.
Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname.
|