Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: varia

Albrecht Dürer

Albrecht Dürer
achtergrondafbeelding 21 mei
Albrecht Dürer

Albrecht Dürer (Neurenberg, °21 mei 1471 - aldaar, †6 april 1528) was een Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance.
De opkomst van de prentdrukkunst, die parallel loopt aan de ontwikkeling van de boekdrukkunst, maakt van Albrecht Dürer de populairste en invloedrijkste Noord-Europese kunstenaar uit deze periode.
Zijn atelier specialiseert zich in druktechnieken.
Met name de kopergravure maakt een grote oplage mogelijk.

Dürer is vooral bekend om zijn veelzijdigheid.
Hij is de bezeten reiziger door Europa en Italië, niet alleen op zoek naar beelden van de renaissance, maar ook naar natuurlijke fenomenen, die hij met veel aandacht vast weet te leggen.
Naast een meesterlijk schilder is hij ook een geniaal graveur en schepper van houtsneden. Ook daar blijkt de invloed van de Gotiek.
Dürer was ook meetkundige.

Dürer is geboren in Neurenberg als de derde zoon van een Hongaarse goudsmid en Barbara Holpe.
Van beiden heeft hij een portret geschilderd.
In 1485 gaat hij in de leer bij zijn vader.
Het oudst bekende werk van Dürer is echter geen edelsmeedkunst maar een zelfportret uit 1484.
Toen zijn talent voor tekenen evident werd deed zijn vader hem in 1484 in de leer bij de schilder en boekillustrator Michael Wolgemuth, waar hij onder andere houtgravuretechnieken leerde.
Na zijn gezellentijd ondernam Dürer reizen naar onder andere de Nederlanden (1520-1521), Zwitserland en - bijzonder belangrijk - Italië.

Dürer was een van de eerste Noord-Europese kunstenaars die de sfeer van de Italiaanse renaissance tijdens een verblijf in Italië onderging.
De belangrijkste invloeden op zijn werk zijn die van Mantegna en Pollaiuolo geweest, later kwam hij onder invloed te staan van de Venetiaan Giovanni Bellini.
Niet alleen door de toepassing van het centraal perspectief, schildertechniek maar ook filosofisch-cultureel is Dürer voor de Noord-Europese kunst een doorbraak.
Voor het eerst heeft een Noorderling, doordrenkt door het Italiaanse humanisme van Michelangelo en Dante, de moed zichzelf in een frontale zelfverzekerde pose op een doek te plaatsen.
Het zelfportret van de schilder is niet alleen een persoonlijk maar ook een cultuurhistorisch document.

Het bekendste is Dürer echter geworden door zijn houtsneden.
Hij profiteerde van de tamelijk jonge techniek in zijn tijd om zijn werk over heel Europa te kunnen verspreiden.
Zelfs in Italië, toch het belangrijkste kunstland indertijd, had hij belangrijke invloed bijvoorbeeld op de schilder Pontormo.
De biograaf Vasari kraakt Pontormo af voor het te excessief gebruik van Dürers vormentaal maar wijst er ook op dat Jacopo in ieder geval niet de enige was die zijn voorbeelden zo af en toe volgde.
Het gaat hier om de houtsnedes van de Grote en de Kleine Passie van Albrecht Dürer uit 1498 en 1511.
Ook zijn Apocalyps-serie met onder meer Die vier apokalyptischen Reiter is bekend.
Deze serie is een belangrijke invloed op het werk van de Engelse dichter-graficus William Blake.

Tevens heeft hij zich beziggehouden met het ontwerpen van versterkingen voor steden.
In 1527 verscheen zijn boek Etliche Unterricht zur Befestigung der Stadt, Schloss und Flecken.
Hierin wordt beschreven hoe stadsmuren beter bestand gemaakt konden worden tegen het toen moderne kanonnenvuur.
Hij stelde voor om grote, halfronde, naar buiten uitspringende torens te bouwen.
Inwendig werden zij voorzien van overwelfde ruimten, eventueel onderverdeeld in meerdere verdiepingen.
In deze ruimten konden het geschut en de bediening gedekt worden opgesteld.
Zij worden over het algemeen beschouwd als voorlopers van het bastion.
Door de enorme afmetingen van deze bouwwerken en de hoge kosten die men moest maken om een stad volgens Dürers methode te bevestigen, is zijn methode zelden op grote schaal in de praktijk gebracht.
Van de Nederlandse steden wordt aangenomen dat Sittard op een versimpelde manier volgens de Dürermethode was versterkt.
Fort Sanderhout, naast de voormalige Putpoort, is een overblijfsel van een bastei.

Tevens was Dürer schermleerling, en heeft in 1512 een boek uitgegeven waarin een groot aantal voorbeelden van het gebruik van diverse wapens worden gegeven.
Hierbij is aandacht voor bastaardzwaard, "Messer", rondeeldolk en worsteltechnieken.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:42 Reageer op dit bericht

Jacob Jordaens

Jacob Jordaens
achtergrondafbeelding 19 mei
Jacob Jordaens

Jacob (soms Jacques of Jacobus) Jordaens (Antwerpen, 19 mei 1593 - aldaar, 18 oktober 1678) was een Vlaamse barokschilder uit de Antwerpse School.

Jacob Jordaens leefde in Antwerpen.
Hij was, net als Peter Paul Rubens, Hendrick van Balen en Sebastiaen Vrancx, leerling van Adam van Noort.
Na eerst onder invloed van de werken van Rubens te werken, ontwikkelde hij tussen 1619 en 1627 een eigen stijl.
Deze is gekenmerkt door een weldoordachte, beheerste opbouw van de compositie, en een prachtig kleurenspel.
De late stijl van Jordaens was sterk door Veronese beïnvloed.
Na Peter Paul Rubens en Antoon Van Dyck is hij de belangrijkste Zuid-Nederlandse historieschilder.
Alle Vlaamse schilders staan in Rubens' schaduw: zij ondergaan zijn invloed, hun succes wordt door zijn roem benadeeld.

Jordaens heeft een voorkeur voor meer volkse uitbundigheid, Driekoningenfeesten.
De figuren zijn grover getekend en de even schitterende kleureffecten bereikt hij met iets zwaardere kleurtonen dan Rubens.
Als 14-jarige ging de koopmanszoon Jordaens in de leer bij Adam van Noort.

In 1615 schreef hij zich in bij het gilde.
Het jaar daarop huwde hij Van Noorts dochter.

Jordaens schilderde vooral grote historiestukken, maar ook genrestukken en portretten, en hij was ontwerper van wandtapijten.
In tegenstelling tot Van Dyck en Rubens was Jordaens nooit hofschilder.
Wel kreeg hij in de jaren '40, na de dood van zijn rivalen, steeds meer (vorstelijke) opdrachten uit het buitenland.
Zo leverde hij schilderijen voor de Oranjezaal van Huis ten Bosch.
Jordaens woonde en werkte zijn hele leven in Antwerpen.
Omstreeks 1650 werd hij calvinist.
Jordaens was een welvarend man en tot op hoge leeftijd productief.

Hij stierf op 85-jarige leeftijd aan de zweetziekte of polderkoorts (verzamelnaam voor ziektes als cholera, tuberculose en malaria).
Zijn dochter, die hem verzorgde, stierf enige uren later. Beiden werden in het Nederlandse Putte begraven.
Meerdere protestanten lieten zich in die tijd aldaar begraven omdat het dorp, liggend in het gebied van de Calvinistische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een kleine protestantse kerk had.
Op de plaats van de verdwenen protestantse kerk en de begraafplaats staat een standbeeld van Jordaens (ontwerp Jef Lambeaux, 1877).
In het voetstuk zijn de bewaarde grafplaten van Jordaens en van zijn leerlingen van Pape en Stalbemt verwerkt.

De vorm van De koning drinkt is zeer expressief en realistisch weergegeven.
Het schilderij is afgewerkt tot in detail door middel van de aquareltechniek en een fijn penseel.
Jordaens maakt gebruik van het licht/donkercontrast.
Het is een mooi kleurenspel en schaduwspel.
De compositie van het schilderij is niet symmetrisch maar er zitten wel richtlijnen in verwerkt.
Het zijn vooral diagonale richtlijnen.
Daarmee legt hij de nadruk op het dynamische van het schilderij.
Jordaens vestigt ook de aandacht op de koning, de koning is het beeldvlak.

Jordaens legde met dit schilderij de nadruk op het 'volkse'.
Hij maakte met zijn schilderijen de indruk dat alles draait rond uitbundigheid en ontspanning.
U ziet op het schilderij de koning eten en drinken met een hele horde mensen langs zijn zijde die zijn vreugde en opgewektheid delen.
De koning deelt met zijn volk en doet zich niet voor als een persoon die beter is dan zijn volk.
Hij ziet hen in het schilderij als gelijkwaardig.
Met als titel van het schilderij 'De koning drinkt' kan men bedoelen dat de koning drinkt op de gezondheid van zijn volk.
De koning drinkt is eigenlijk een schilderij waarop het spel de Driekoningenfeesten is afgebeeld.
Het koningsspel op Driekoningen werd gespeeld door een wisselend aantal spelers.
Via een trekbrief werden de rollen in het spel verdeeld. Tijdens het spel werd veel gegeten en gedronken.
De koning betaalde de drank; bier, wijn of jenever met suiker. Anderen zorgden voor het eten.
De koning leidde het spel. Hij koos de namen waarop gedronken werd.
De nar zorgde ervoor dat iedereen 'Vivat, de koning drinkt' riep.
Wie dat naliet werd gestraft met een zwarte veeg roet over het gezicht.

De stijlstroming waarin het schilderij “de koning drinkt” past is de barok.

Na de dood van Govert Flinck in 1660 kregen Jordaens, Jan Lievens, Jurriaen Ovens, Jacob van Ruisdael en Rembrandt door de gebroeders Cornelis en Andries de Graeff de opdracht een aantal schilderijen te leveren voor de decoratie van het nieuwe stadhuis in Amsterdam.

Willy Vandersteen liet zich in het verhaal De koning drinkt waarschijnlijk inspireren door het schilderij "de koning drinkt".
Ook speelt Jordaens mee in het album De raap van Rubens, waar Lambik hem samen met Antoon van Dyck en David Teniers de Oude, ontmoet in het atelier van Peter Paul Rubens.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 04:33 Reageer op dit bericht

Mount St. Helens

Mount St. Helens
achtergrondafbeelding 18 mei
Mount St. Helens

Mount Saint Helens is een thans nog 2550 m hoge vulkaan in Skamania County in de staat Washington in de Verenigde Staten.
De vulkaan is vooral bekend vanwege de verwoestende uitbarsting in 1980, waarbij tientallen mensen omkwamen en een groot deel van de berg instortte.
Voorheen bereikte de top 2950 m, wat dus neerkomt op een hoogteverlies van 400 m met heden.

De berg maakt deel uit van de Cascade Range.
Net als de meeste andere vulkanen in deze bergketen is Mount Saint Helens een stratovulkaan (Een stratovulkaan is een hoge kegelvormige vulkaan die is opgebouwd uit lagen van gestolde lava en tefra (Met tefra of pyroklasten worden in de vulkanologie en geologie brokstukken in vulkanisch gesteente bedoeld.).).
Hij staat bij de Klickitat-Indianen bekend als 'Louwala-Clough', wat "rokende of vuurberg" betekent.
In het Engels is de berg door George Vancouver vernoemd naar zijn vriend, de Britse Alleyne FitzHerbert, eerste baron St Helens, nadat een Brits team het gebied in de 18e eeuw in kaart had gebracht.

De vulkaan is vooral bekend vanwege de grote uitbarsting op 18 mei 1980, de eerste sinds 123 jaar.
Dit was de meest dodelijke en verwoestende vulkaanuitbarsting in de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Bij de uitbarsting kwamen 57 personen om het leven en raakten 200 huizen, 47 bruggen, 24 km spoorweg en 300 km weg vernield.
De uitbarsting werd voorafgegaan door een beving van 5,1 op de schaal van Richter waarbij de top van Mount Saint Helens instortte en de berg 400 m lager werd.

De hoeveelheid energie die vrijkwam bij de grote uitbarsting van 1980 was vergelijkbaar met honderdvijftigmaal de kracht van de atoombom op Hiroshima.
Voordat de eigenlijke eruptie plaatsvond steeg een enorme pliniaanse wolk uit de kratermond.
De uitbarsting had een VEI (De vulkanische-explosiviteitsindex (Engels: Volcanic Explosivity Index), afgekort VEI, is een maat voor de grootte van vulkanische uitbarstingen.) van 5.

Een grote pyroclastische wolk (gloedwolk), met een temperatuur van rond de 500 graden Celsius, verwoestte alles op zijn weg naar beneden.
Er ontstond een flinke krater (caldera).
Tot in de wijde omtrek werden de bomen platgegooid en de omgeving werd "gezandstraald" over een oppervlak van ca. 600 km².
Onbeschermde personen die door deze pyroclastische stroom werden overvallen werden binnen enkele tellen levend gekookt.
Als de vulkaan niet in een zeer dunbevolkt gebied had gelegen had het aantal slachtoffers enorm kunnen zijn.
De vulkaan was al lang niet meer actief geweest, maar sinds zijn 'ontdekking' in de 18e eeuw noteerde men enkel wat kleinere uitbarstingen.

In de maanden voor de uitbarsting van werd de berg al in de gaten gehouden door de United States Geological Survey (USGS) en werden er mensen geevacueërd.
Op de ochtend van 18 mei 1980 rapporteerde David A. Johnston, een vulkanoloog bij de USGS, als eerste dat de uitbarsting was begonnen.
Enkele tientallen seconden daarna werd hij op zijn veilig geachte observatiepost op 10 km (!) afstand gedood door de pyroclastische wolk.

In september 2004 begon de berg opnieuw te roken, maar een grote uitbarsting bleef achterwege.
Op 8 maart 2005 stootte de vulkaan een ruim 10 km hoge wolk van as en stoom uit, waarna een lichte aardbeving volgde met een kracht van 2,5 op de schaal van Richter.
De rookwolk, die ongeveer een half uur aanhield, was vanuit de wijde omtrek zichtbaar.

Al vóór de catastrofale uitbarsting van de vulkaan was een gebied ingedeeld in twee gevarenzones.
De rode zone lag het dichtst bij de vulkaan en gold als het gevaarlijkste gebied.
De blauwe zone duidde eveneens gebied aan waar levensgevaar dreigde, maar het gevaar gold in dit gebied als minder ernstig.
Het overgrote deel van de slachtoffers viel echter buiten deze zones.
Dit kwam doordat de zones gebaseerd waren op een uitbarsting waarbij de assen en het puin recht omhoog zouden worden geschoten.
De uitbarsting op 18 mei 1980 was echter zijwaarts gericht.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 04:17 1 reactie Reageer op dit bericht

Luchthaven Schiphol

Luchthaven Schiphol
achtergrondafbeelding 17 mei
Luchthaven Schiphol

Schiphol, of Luchthaven Schiphol (in het Engels Schiphol Airport, Amsterdam Airport, Schiphol Airport Amsterdam of Amsterdam Airport Schiphol genoemd), is de grootste Nederlandse luchthaven, en een van de belangrijkste luchthavens van Europa.
Schiphol was in 2010 qua aantallen in passagiersvervoer het vijftiende vliegveld ter wereld.
Het vliegveld ligt in de gemeente Haarlemmermeer en bevindt zich ongeveer 15 kilometer ten zuidwesten van Amsterdam.

Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam-Londen.
Schiphol deed dienst als landingsplaats voor Amsterdam.
Dat jaar waren er 440 passagiers.

Schiphol is de thuishaven van de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen KLM, Corendon, Martinair, ArkeFly en Transavia.
Daarnaast is het de Europese hub van Delta Air Lines en de derde hub van prijsvechter Vueling.
Ook easyJet gebruikt de luchthaven als hub.
De luchthaven ligt enkele meters onder zeeniveau en telt zes start- en landingsbanen.
Op de plaats waar Schiphol nu ligt, heeft eerder een dorp gelegen: Rijk.
De naam "Schiphol" wordt ook gebruikt als plaatsnaam, evenals Schiphol-Oost en Schiphol-Rijk.

De luchthaven is eigendom van de Schiphol Group (statutaire naam: "N.V. Luchthaven Schiphol"), met als aandeelhouders de Nederlandse Staat, en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam.

De naam Schiphol komt al voor in een stuk gedateerd 11 september 1447 ("Sciphol").
De oorsprong van de naam staat niet vast, maar hij zou verwijzen naar een moerasachtig stuk land waar men hout (Gotisch: 'scip') kon halen; naar een bedding voor schepen; of naar de scheepsrampen die juist in deze noordoostelijke hoek van het Haarlemmermeer ("scheeps-hel") veel voorkwamen omdat die lagerwal was bij de meest voorkomende windrichting.
Een andere verklaring die hier enigszins op aansluit wijst op een oud woord 'hol' dat 'graf' betekende.
Weer een andere theorie zoekt het bij een woord dat verwant is met 'hal' (en het Engelse "hall"), wat juist zou duiden op een toevluchtsoord voor schepen in nood, een veilige haven.
Ook kan 'hol' nog duiden op een speciaal aangelegde halfronde dijk in de Haarlemmermeer die er van boven uit zag als een hol.
Hierachter konden schepen schuilen tijdens noodweer.

Volgens een informatiepaneel nabij Bovenkerk van de Stichting 'Oud Aalsmeer' werd 't Schipholl voor het eerst in 1447 genoemd: "Vier maden lands liggende in de Aelsmerbanne in Schipholl".
Betekenis: Laaggelegen land waar takken werden gesneden (Scip = afgesneden tak).
't Schipholl bestond en bestaat uit de Kleine Poel, het Zwarte Pad, het oeverlanden reservaat en het poldertje van Sloothaak met stadskwekerij.
Het gebied behoort waterstaatkundig tot de Buitendijkse Buitenveldertse polder.
Na de noordelijke grenssloot, het voormalige fort en het militaire vliegveld siert nu de nationale luchthaven zich met de naam van dit gebiedje aan de noordoostelijke grens van Aalsmeer: Schiphol.
Die naam is dus in de loop der eeuwen enkele kilometers naar het westen verschoven.

Schiphol wil de komende jaren de capaciteit verder uitbreiden naar 65 miljoen passagiers en tussen de 600.000 en 650.000 vluchten per jaar.
Om de concurrentie aan te kunnen gaan met Frankfurt en Londen Heathrow zou een zevende baan, parallel aan de Kaagbaan, noodzakelijk zijn.
Om dit te realiseren zou er een nieuwe terminal komen aan de noordwestzijde van Schiphol Centrum.
Dit plan is echter in 2009 opzij geschoven.
Hiervoor in de plaats is er in 2010 begonnen aan de realisatie van een nieuw Masterplan 2020-2025.
Dit plan behelst uitbreiding van de pieren ten zuiden van de huidige B-pier, en de aanleg van een nieuwe vertrek/aankomsthal in dit gebied.
Schiphol zal zich blijven concentreren op de hub-functie voor KLM en de SkyTeam luchtvaartmaatschappijen, maar daarnaast ook (sterk) blijven groeien in het low-cost airline segment.
Op de langere termijn na 2020 zullen naar verwachting een aantal chartervluchten (point-to-point leisure vervoer) worden verplaatst naar de regionale luchthavens Lelystad en Eindhoven.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 01:57 Reageer op dit bericht

Frans Hals Museum

Frans Hals Museum
achtergrondafbeelding 14 mei
Frans Hals Museum

Het Frans Hals Museum is een gemeentelijk museum in Haarlem en staat bekend als museum van de Gouden Eeuw.
Het museum is opgericht in 1862 en was gehuisvest in het stadhuis dat voor het museum werd uitgebreid met een aantal museumzalen aan het Prinsenhof.
In 1913 verhuisde het museum naar het Oudemannenhuis, een 17e-eeuws hofje aan het Groot Heiligland.

De collectie is gebaseerd op de rijke verzameling van de stad zelf die al vanaf de 16e eeuw is opgebouwd.
Het museum bezit honderden schilderijen waaronder meer dan een dozijn schilderijen van Frans Hals, waaraan het museum zijn naam dankt.
De moderne collectie is te vinden in het museum de Hallen, een dependance van het Frans Hals Museum.

De schilderijen van Frans Hals, van zijn voorgangers, zijn leerlingen, zijn collega’s én zijn concurrenten bieden een prachtig overzicht van de Haarlemse schilderkunst van de Gouden Eeuw (zie ook: schilderkunst in Haarlem).

In de aanloop naar de Gouden Eeuw waren er enkele zeer getalenteerde schilders in Haarlem, Jan van Scorel en Maarten van Heemskerck en later Cornelis Cornelisz van Haarlem, Hendrick Goltzius en Karel van Mander, die de schilderkunst in Haarlem op hoog niveau brachten.
Zij werkten allen naar Italiaans voorbeeld.

Omstreeks 1600 sloegen enkele kunstschilders een nieuwe richting in.
Zij gingen over tot wat nu de typisch Hollandse schilderkunst genoemd wordt:

  • alledaagse onderwerpen op “huiskamerformaat” in een realistische stijl
  • landschappen
  • zeegezichten
  • stadsgezichten
  • visstillevens
  • bloemstillevens
  • alledaagse tafereeltjes en portretten

Deze nieuwe ontwikkeling had te maken met maatschappelijke veranderingen.
De economie groeide explosief en een geheel nieuwe klantenkring diende zich aan: de rijk geworden burgers.
Zij vroegen om kleine schilderijen met herkenbare voorstellingen.
De schilders specialiseerden zich in één of twee genres en bereikten daardoor een ongekend hoog niveau.

Van al die nieuwe genres zijn in het Frans Hals Museum schitterende voorbeelden te vinden: portretten van Frans Hals, landschappen van Jacob van Ruisdael, huishoudens van Jan Steen, “ontbijtjes” van Floris van Dijck – stuk voor stuk hoogtepunten van de Gouden Eeuw.

Als gemeentemuseum herbergt het Frans Hals Museum vanouds de kunstwerken van de stad.
Het begin van de collectie van de stad Haarlem werd gevormd in 1581, vlak na de Reformatie, toen Haarlem van de Staten van Holland alle goederen van de katholieke kloosters en andere katholieke instellingen in Haarlem kreeg.
In 1590 schilderde Cornelis Cornelisz van Haarlem in opdracht van het stadsbestuur vier grote schilderijen voor het Prinsenhof, een onderdeel van het stadhuis.
Drie van de vier hangen nu in het Frans Hals Museum.
Toen in 1625 de laatste broeder van het belangrijke Sint-Jansklooster overleed, kwam een deel van de kunstwerken van het klooster in handen van de stad, waaronder Jan van Scorels “Doop in de Jordaan”.

In 1797 werden de schutterijen opgeheven.
Negen grote schuttersstukken uit de verenigingsgebouwen werden in het stadhuis in veiligheid gebracht.
Vier van de negen waren geschilderd door Frans Hals, de overige door Pieter de Grebber en anderen.

In 1862 opende het zogenaamde Stedelijk Museum van Haarlem zijn deuren.
Het was gevestigd in het stadhuis. Er werden 123 schilderijen getoond.
De verzameling werd gestaag uitgebreid met schenkingen en een groot bruikleen van het Sint Elisabeth Gasthuis.
In die tijd kende het museum beroemde bezoekers: Monet, Liebermann, Whistler en anderen bezochten het museum om de werken van Frans Hals te bestuderen.

De collectie werd flink uitgebreid door de in 1875 opgerichte “Vereeniging tot uitbreiding der Verzameling van Kunst en Oudheden”.
Zodat de collectie te groot werd en een eigen gebouw verdiende.

In 1913 werd het Frans Hals Museum geopend in het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, een gebouw dat voor die nieuwe functie stevig onder handen was genomen.
De stedelijke collectie verhuisde daarheen.
Sindsdien is de collectie uitgebreid door legaten, schenkingen en aankopen, de laatste mede dankzij de steun van de Vereniging van Vrienden van het Frans Hals Museum en andere instellingen.

Sinds 2000 is Karel Schampers de directeur van het Frans Hals Museum, voorgangers waren onder andere Dick Couvée en Derk Snoep.

Het huidige gebouw van het Frans Hals Museum stamt in oorsprong uit de 17e eeuw: de typisch Hollandse trapgevels aan de voorzijde herinneren aan die periode.
Het museum ligt rondom een binnentuin, die in 17e-eeuwse stijl is aangelegd.

Het museum was oorspronkelijk een Oudemannenhuis, een bejaardenhuis voor mannen.
Wie voor het gebouw staat, ziet meteen dat het oudemannenhuis geen armlastige instelling was.
De toegangspoort (nu de entree van het museum) is fraai versierd met pilasters, een cartouche met wapenschilden en bovenop een beeld van een oude man.
Het Oudemannenhuis werd destijds zo mooi gevonden dat men schreef: het ‘Oldemannenhuys schijnt veel eerder een Paleis van een Prince’.

Het Oudemannenhuis werd gebouwd in opdracht van het stadsbestuur.
Wie het ontworpen heeft, is niet zeker.
Voorheen is gedacht dat Lieven de Key het ontwerp maakte: hij was in die periode ‘stadsmeestermetselaar’ en ontwierp bijvoorbeeld de Vleeshal.
Tegenwoordig echter gaat men er van uit dat het ontwerp afkomstig was van Pieter van Campen (Amsterdam 1568-Haarlem 1615), de vader van Jacob die het Paleis op de Dam bouwde.

Het Oudemannenhuis werd gebouwd in 1607-1611 in opdracht van het stadsbestuur van Haarlem.
Om de bouw te financieren werden een rederijkersfeest en een grote loterij georganiseerd, met een totale opbrengst van maar liefst 55.000 gulden.

Op 1 februari 1609 betrokken de eerste oude mannen het gebouw.
Het waren toen kleine huisjes naast elkaar, gebouwd rondom een vierkante binnentuin.
In elk huisje woonden twee mannen.
Er konden maximaal 60 oude mannen wonen.
In 1810 kreeg het gebouw nieuwe bewoners: 127 wezen werden er ondergebracht.
De oude mannen verhuisden naar het Proveniershuis aan de Grote Houtstraat.
De zolders van de huisjes werden doorgebroken, zodat er ruimte ontstond voor slaapzalen.

In 1854 werd het weeshuis eigendom van de Hervormde Kerk.
Er werd ook nieuw personeel aangenomen, naast de binnenvader en de binnenmoeder.
Er kwamen – in de geest van de Verlichting - nu ook een naaimoeder, een schoolmeester en een kinderjuffrouw in dienst.
In 1858 werd het gebouw uitgebreid met twee klaslokalen.
Ook stadskinderen konden er terecht voor onderwijs.

Het gebouw werd begin 20e eeuw te klein en te duur in onderhoud.
De wezen verhuisden naar een nieuw weeshuis in de Olieslagerslaan.
De gemeente kocht het pand weer terug van de kerk om er de stedelijke kunstcollectie onder te brengen.
Delen van het regelmatig aangepaste gebouw worden gesloopt en in vroeg-17e-eeuwse stijl weer opgebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect L.C Dumont.
De oorspronkelijke plattegrond, de toegangspoort en het hoofdgebouw met de oude eetzaal, de regentenkamers en de ziekenzaal van de oude mannen blijven gehandhaafd.

Op 14 mei 1913 werd het museum geopend.
Het werd genoemd naar Haarlems beroemdste kunstenaar: Frans Hals.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
- tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:19 Reageer op dit bericht

Tandpasta

Tandpasta
achtergrondafbeelding 12 mei
Tandpasta

Tandpasta is een product waarmee de tanden gepoetst kunnen worden.
Dit wordt gedaan om de mondhygiëne te optimaliseren en te behouden.

In vroegere tijden poetsten de mensen ook al hun tanden, echter niet met tandpasta en een tandenborstel maar met een takje van een geneeskrachtige boom of plant.
Ook zout werd wel gebruikt om tanden mee te poetsen.
De voorloper van tandpasta was tandpoeder.
De antieke Egyptenaren gebruikten een mengsel van as, myrthe, gebroken eierschalen en gemalen puimsteen.
Later werden tal van soortgelijke -en soms vreemdsoortige- middelen gebruikt, onder andere ook gemalen botjes.
In 1824 ontwikkelde de Amerikaanse drogist John Peabody tandpoeder van zeep en glycerine dat met een stokje op de tanden werd aangebracht.

Het voordeel van tandpasta boven tandpoeder is, dat het gemakkelijk op de tandenborstel is aan te brengen.

Tandpasta werd voor het eerst geproduceerd in 1850, door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield.
Deze werd gemaakt van zeep en kalk en aanvankelijk verkocht in een glazen pot ('Dr. Sheffields Creme').
In 1892 werd door Sheffield het bedrijf Beecham's opgericht dat de productie en verkoop van tandpasta krachtig toe deed nemen.
Vanaf dat moment werd de tandpasta in tubes verkocht.

De verkoop van tandpasta startte in Nederland omstreeks 1936.
Het werd vervaardigd in de Erdal-fabrieken te Amersfoort.
Pas na de tweede wereldoorlog werd fluoride toegevoegd om tandbederf te voorkomen.

De volgende stoffen zitten in tandpasta:

  • schuur- en polijstmiddelen (ter verwijdering van de tandplaque), zoals Al(OH)3 Voor het schuurmiddel worden ook wel kleine plastic bolletjes gebruikt.
  • humectantia (om uitdroging van de pasta te voorkomen);
  • detergentia;
  • bindmiddel;
  • smaak- en zoetstoffen;
  • conserveringsmiddelen;
  • kleurstoffen;
  • water;
  • stoffen voor therapeutische- of esthetische doeleinden.

Voor tandpasta voor jonge kinderen en kinderen in de wisselfase worden vaak andere samenstellingen van grondstoffen gebruikt en worden minder agressieve grondstoffen gebruikt.
Dat is nodig omdat melkgebitten andere bescherming behoeven dan de blijvende tanden en kiezen en ook omdat sommige jonge kinderen een deel van de tandpasta tijdens het poetsen doorslikken.
Wellicht heeft dat dan weer te maken met het feit dat kindertandpasta meestal een lekker zoete vruchtensmaak en een vrolijke kleur heeft.

Sommige tandpasta's bevatten gekleurde strepen.
Om dit in de tube niet te laten vermengen moet de pasta of gel vrij visceus zijn en dienen de verschillende delen exact dezelfde dichtheid te hebben.
Het eerste zorgt ervoor dat de pasta's niet mengen bij schudden, het tweede sluit de invloed van de zwaartekracht uit.

In tegenstelling tot wat veel (reclame)afbeeldingen willen doen geloven is de hoeveelheid van een erwt voldoende om de tanden mee te poetsen.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 02:43 Reageer op dit bericht

Sony

Sony
achtergrondafbeelding 7 mei
Sony

Sony werd op 7 mei 1946 opgericht door Masaru Ibuka en Akio Morita onder de naam "Tokyo Tsushin Kogyo" (Tokyo Telecommunications Engineering).
In het begin had het bedrijfje slechts twintig werknemers.
Het allereerste product was een rijstkoker.

Toen Tokyo Tsushin Kogyo een Romaanser klinkende naam voor hun bedrijf zocht, om zichzelf beter in de markt te plaatsen, kozen de oprichters voor de naam Sony.
De initialen van de bedrijfsnaam (TTK) werden namelijk al gebruikt door het spoorwegbedrijf Tokyo Kyuko.

De naam Sony was een mix van het Latijnse woord sonus, de oorsprong van geluid, en sonny boy: een in Japan populaire Engelse uitdrukking voor een jong persoon met een vrije en pionierende geest.
Sony was een van de eerste Japanse bedrijven die hun naam in het Latijnse schrift schreven.

Mitsui Banking, de huisbankier van TTK, vond de naamsverandering vreemd.
Als de naam toch veranderd moest worden, moest het Sony Electronic Industries, Sony Teletech of iets dergelijks worden, vond de bank.
Maar Morita en Ibuka hielden voet bij stuk.
Zij meenden dat de bedrijfsnaam niet gebonden moest zijn aan een bepaalde industrie.
Uiteindelijk keurde ook de bank de nieuwe naam goed en Sony Corporation was geboren.

Sony Corporation is een Japans conglomeraat (een groot bedrijf dat uit verschillende divisies bestaat die niet met elkaar in verband staan).
Het wereldwijd aanwezige concern is primair actief als fabrikant van consumentenelektronica en is een grote mediaspeler als globaal mediaconglomeraat.

Hiernaast produceert Sony computerspellen en spelconsoles (Sony Computer Entertainment) en verzorgt het financiële dienstverlening aan Japanse consumenten.
Het hoofdkantoor staat in Tokio, Japan en het concern heeft divisiehoofdkantoren in Berlijn (Europa), New York en Culver City (beide Noord-Amerika).

Van een elektronicabedrijf met twintig werknemers is Sony uitgegroeid tot een wereldwijd vertegenwoordigd concern met meer dan 162.700 werknemers (2012).
Zelf opgericht in 1947, is Sony eigenaar van bedrijven met een langere geschiedenis dan het concern zelf, waaronder het oudste platenlabel ter wereld (Columbia Records, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1888) en Metro-Goldwyn-Mayer (opgericht in 1924).
Sony is de op een na grootste producent van consumentenelektronica ter wereld, achter het eveneens Japanse Matsushita Electric (voornamelijk bekend via de merknaam Panasonic) en vóór het Nederlandse Koninklijke Philips.

De kracht van Sony is het marketen van tamelijk dure, mooi ontworpen, hoog-technologische consumentenelektronica.
In de jaren negentig brak Sony bijvoorbeeld de markt van de spelconsoles open.
Tot dan toe was die verdeeld tussen Sega en Nintendo.
Sony is min of meer verantwoordelijk voor het feit dat Sega geen consoles meer verkoopt.

Sony is ook groot geworden door jarenlang de marktleider te zijn in Japan in veel van de markten binnen de consumentenelektronica.
Door hypes en rages te starten (waaronder met de Walkman), waar Japanners over het algemeen dol op zijn, bereiken zij binnen een bepaalde sector vaak in één klap een groot marktaandeel door de introductie van een nieuw model.

Sony wordt tegenwoordig ook aangeduid als een mediaconglomeraat, dat slaat op het grote aantal film, televisie en muziekbedrijven die het bedrijf bezit.
Hoewel het bedrijf begon als een elektronicafabrikant, is het sinds de jaren 80 zich ook gaan ontwikkelen naast de consumentenelektronica, in het begin voornamelijk door middel van grote overnames, waarbinnen de overnames van CBS Records, Columbia Pictures, Metro-Goldwyn-Mayer, Screen Gems en de MGM Studios (tegenwoordig Sony Pictures Studios) vallen.
Tegenwoordig is Sony door die ontwikkeling richting de media een van de grootste spelers op het gebied van muziek, televisieproductie en film geworden.
Het hoofdkantoor staat in Tokio, Japan en het concern heeft divisiehoofdkantoren in Berlijn (Europa), New York en Culver City (beide Noord-Amerika).

Sony Pictures Entertainment is een van de grootste filmstudio's ter wereld en uitermate dominant op de wereldwijde filmindustrie.
Columbia TriStar Motion Picture Group (Columbia Pictures, TriStar Pictures en Sony Pictures Classics), Metro-Goldwyn-Mayer (MGM), United Artists (door de overname van MGM) en Triumph Films maken onder andere deel uit van de Sony Pictures Entertainment Group.

In 1988 nam Sony Columbia Music/CBS Records over.
Columbia werd omgedoopt in Sony Music Entertainment Group en vormde in 2004 een joint venture met BMG Music van Bertelsmann.
De nieuwe combinatie heet Sony BMG Music Entertainment.
In dit bedrijf bezitten Sony en BMG ieder vijftig procent van de aandelen.
De combinatie Sony BMG, samen met het grootste muziekconcern ter wereld Universal Music Group, beheerst zestig procent van de wereldwijde muziekmarkt, waardoor veel kleinere muzieklabels tegen het samengaan van BMG met Sony Music waren.
Toch keurden zowel de Amerikaanse toezichthouder Securities and Exchange Commission, als de Europese Commissie de fusie goed.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 03:37 Reageer op dit bericht

Penny Black

Penny Black
achtergrondafbeelding 6 mei
Penny Black

De Penny Black is de allereerste postzegel ter wereld, deze werd uitgegeven, te weten op 6 mei 1840 in Groot-Brittannië.
Aanvankelijk werd de postzegel alleen in Londen verspreid en later door heel Groot-Brittannië.
De postzegel draagt de beeltenis van koningin Victoria.

Sir Rowland Hill bedacht het idee om de afzender van poststukken vooraf te laten betalen in plaats van het gebruik om de ontvanger hiervoor verantwoordelijk te houden.
Ook wilde Sir Rowland het systeem van tarieven vereenvoudigen.
Tot de uitgifte van de Penny Black werd het tarief vastgesteld naar aanleiding van de afstand die het poststuk moest overbruggen.
Het idee achter de Penny Black was om één standaardtarief van 1 penny in te voeren voor poststukken tot een bepaald gewicht, de zogenaamde penny postage.

Na ongeveer een jaar werd de Penny Black vervangen door de Penny Red.
Dit werd mede gedaan omdat de rode afstempeling moeilijk te zien was op de zwarte postzegel, terwijl de rode stempelinkt eenvoudig kon worden verwijderd zodat de postzegel opnieuw gebruikt kon worden.

Hoewel de Penny Black de eerste echte postzegel in de wereld was is het geen zeldzaamheid in de filatelie.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:43 Reageer op dit bericht

Chanel No. 5

Chanel No. 5
achtergrondafbeelding 5 mei
Chanel No. 5

Chanel No. 5 is een parfum dat in opdracht van de Franse modeontwerpster Gabrielle 'Coco' Chanel gecreëerd werd door parfumeur Ernest Beaux.

Volgens het verhaal zou Gabrielle Chanel op zeker moment hebben besloten dat haar modehuis ook een eigen parfum moest hebben.
Ze had al de nodige naam gemaakt door de verkoop van simpele mantelpakken, soepele jurken en sportkleding.
Het nieuwe parfum moest de vrouw bevrijden van toen heel gewone eenbloemige geuren en daarom vroeg Gabrielle Chanel aan Ernest Beaux een parfum te creëren, dat als een vrouw ruikt.
"Een vrouw moet ruiken als een vrouw en niet als een roos [bloem]," zei ze.

Ernst Beaux ontwikkelde op basis hiervan twee reeksen van parfums – de ene was genummerd van 1 tot 5 en de andere van 20 tot 24.
Zonder aarzelen koos Chanel voor het vijfde parfum.
Ze bracht het op de markt in 1921, op de vijfde dag van de vijfde maand, omdat ze in het geluk van het getal 5 geloofde.
En inderdaad was het een groot succes.
Wereldwijd wordt er heden ten dage iedere dertig seconden een fles verkocht.

De wereldwijde verspreiding gebeurde door de industriëlen Pierre en Paul Wertheimer.
Samen richtten ze in 1924 de Société de parfums Chanel op.
Tegenwoordig is dit parfumhuis nog steeds in handen van de familie Wertheimer.

Chanel No. 5 is nog steeds één van de best verkochte parfums ter wereld.
Bekende fans waren en zijn o.a. Andy Warhol, Catherine Deneuve en Marilyn Monroe, die ooit beweerde dat ze in bed niets anders droeg dan Chanel No. 5 en daarmee de verkoopcijfers fors deed stijgen.
In 2003 maakte regisseur Baz Luhrmann een twee minuten durende reclamespot voor het parfum.
De Australische actrice Nicole Kidman werd het gezicht van de glamoureuze revival; Audrey Tautou is tegenwoordig het (nieuwe) gezicht van het parfum.
De reclamespot van Luhrmann met Nicole Kidman werd de duurste ooit gemaakt en was vanaf eind 2004 te zien op televisie en in bioscopen wereldwijd.

Chanel No. 5 is een mijlpaal in de parfumerie.
Hoewel het niet het eerste parfum is waarin aldehyden zijn gebruikt, is het wel het eerste grootschalig verkochte parfum dat grote hoeveelheden aldehyden bevat.
Chanel No. 5 is daarmee het eerste parfum van het type dat later bloemig aldehyde is gaan heten.
Andere voorbeelden hiervan zijn: Arpège (Lanvin, 1927), Madame Rochas (Rochas, 1960), Calandre (Paco Rabanne, 1968), Rive Gauche (YSL, 1970) en White Linnen (Lauder, 1978)

De geur bestaat onder andere uit:

  • Topnoten: aldehyden, oranjebloesem.
  • Hartnoten: jasmijn en roos uit Grasse, ylang ylang.
  • Basisnoten: sandelhout, vetiver, muskus en vanille.

De verpakking is een ware designklassieker geworden en bestaat uit een eenvoudige, vierkante flacon, identiek aan de plattegrond van de Place Vendôme in Parijs.
De sobere verpakking zorgt ervoor dat de aandacht op het parfum gevestigd blijft en wordt gezien, en beschreven, als tijdloos, authentiek, hedendaags en modern tegelijkertijd.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 01:44 Reageer op dit bericht

Spam

Spam
achtergrondafbeelding 3 mei
Spam

Spam is een verzamelnaam voor ongewenste berichten.
Spam is ook bekend als Unsolicited Commercial E-mail en Unsolicited Bulk E-mail.
Meestal wordt met de term ongewenste e-mail bedoeld, maar ook ongewenste reclameboodschappen op websites (onder andere fora) vallen onder spam.
Spam is moeilijk te definiëren.
Niet ieder initiatief van mensen of organisaties om contact te leggen is spam.
Spam onderscheidt zich van andere vormen van commerciële communicatie doordat een bericht wordt gestuurd aan een groep die zeer veel groter is dan de potentiële doelgroep.
Omdat deze afbakening te maken heeft met de proporties, zou je verwachten dat het moeilijk is om te bepalen of een bericht spam is of niet.
Vanwege de enorme schaal waarop spammers opereren is het in de meeste gevallen echter zeer duidelijk.

De eerste bekende spam werd verstuurd op 3 mei 1978.
Het was een bericht van het toenmalige Digital Equipment Corporation (DEC, overgenomen door Compaq en nu een onderdeel van Hewlett-Packard).
Marketingmedewerker Gary Thuerk stuurde een aankondiging van een 'open huis', naar aanleiding van de lancering van nieuwe modellen DEC-20-computers, naar iedereen op het toenmalige ARPANET aan de westkust van de Verenigde Staten.

Kenmerken van spamberichten:

  • berichten worden in grote hoeveelheden verstuurd, naar duizenden mensen tegelijkertijd.
  • het spammen heeft een commercieel doel. Meestal bevatten de berichten daarom een verwijzing naar een product of website.
  • de berichten worden verstuurd of geplaatst zonder toestemming of medeweten van de website, of de ontvanger.

De economische bestaansreden van spam is gelegen in de zeer lage kosten van het versturen van e-mail of het plaatsen van een ongewenste reactie op een website.
Een spammer kan rendabel miljoenen spamberichten versturen om slechts één product te verkopen.
Het kost ongeveer 150 euro om 20 miljoen spamberichten te laten verzenden, dat zijn meer dan 100 000 spamberichten per euro.
Er is wereldwijd een levendige handel in bestanden met vele miljoenen e-mailadressen.

De kosten worden evenwel verplaatst naar de ontvangers: tegenover een kleine groep geïnteresseerden staan zeer veel mensen die tijd kwijt zijn met het verwijderen van berichten uit hun mailbox.

Veel internetgebruikers ergeren zich aan spam.
Het verwijderen van die berichten kost veel tijd.
Wereldwijd veroorzaakt spam enorme schade, met name bij Internet Service Providers.
De ergernis is onder Amerikanen wel enigszins teruggelopen, zo constateert onderzoeksbureau Pew Research Center in 2007.
Maar 18 procent van de ondervraagden beschouwt spam als een groot probleem. In 2003 was dat nog 25 procent.

Technische maatregelen tegen spam bestaan uit het blokkeren van de servers van spammers en het filteren van inkomende e-mail.
Spammers wapenen zich hiertegen door zeer veel verschillende servers te gebruiken en door allerlei kenmerken van de e-mail te manipuleren.
Het afzenderadres is vaak vervalst, zodat reageren op spam geen zin heeft.
De ontvanger merkt dit vaak doordat hij op hetzelfde moment een aantal berichten ontvangt die vrijwel (meestal net niet helemaal) gelijkluidend zijn en die van verschillende afzenders afkomstig lijken te zijn.

Spam is een wereldwijd, grenzeloos probleem.
Dat heeft men door; binnen de grenzen van de Europese Unie wordt er al op meerdere vlakken samengewerkt door verschillende landen, waar het CNIL-protocol en de Telecommunicatiewet voorbeelden van zijn.
Zo deelt men informatie over de locatie van spammers om deze vervolgens op te kunnen pakken.
De samenwerking verloopt echter nog niet optimaal.
Door grote verschillen in het vervolgen van spammers en de prioriteitenstelling van landen in de opsporing van spammers ontstaat er een gat in de spamdefensie binnen Europa.
Samenwerking vanuit Europa met landen waarvandaan veel spam wordt verstuurd zoals de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Rusland en China is er nauwelijks.
Het is dan ook moeilijk om spam aan te pakken omdat spam een grensloos bestaan heeft.

Oorspronkelijk was spam de merknaam van een bepaald soort ingeblikt vlees, dat nog steeds bestaat en dat in Nederland bekend staat onder de naam Smac.
De Britse komieken van Monty Python gebruikten het in een sketch om het toen actuele verbod op 'unsolicited advertising' (sluikreclame) op televisie aan de kaak te stellen.
In een lunchroom waar aan alle gerechten ongevraagd spam werd toegevoegd, en waarin een groepje Vikingen uit volle borst zingt: "Spam spam spam spam. Lovely spam! Wonderful spam!", werd normale conversatie door de spam-zangers vrijwel onmogelijk gemaakt, net als bij ongevraagde e-mail.
Ook bij de aftiteling werd te pas en te onpas het woordje "spam" vermeld.
Monty Python liet daarmee zien dat de wellicht wenselijke restricties aan reclame-uitingen op gespannen voet staan met het recht op vrije meningsuiting.
In de latere e-mail-spamdebatten deden e-mailmarketeers ook vaak een beroep op het recht op vrije meningsuiting.

Als tegenhanger van de bekende term spam wordt sinds kort in kleine kring de term ham gebruikt.
Dit is natuurlijk de goede kwaliteit vlees als tegenhanger van de slechte kwaliteit van spam.
Ham is alle e-mail die geen spam is.
Het is niet noodzakelijkerwijs e-mail die de ontvanger wil ontvangen of waar de ontvanger om gevraagd heeft.
Deze term wordt op dit moment in diverse spamfilterpakketten toegepast, veelal bij een techniek waarbij de ontvanger onderscheid kan maken tussen ham en spam om het filter zelflerend te maken.

SPAM is een geregistreerd handelsmerk van Hormel Foods Corporation, maar het woord spam is dermate gebruikelijk geworden dat het niet langer door het merkenrecht beschermd wordt.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 01:11 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten