Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: flora

Braziliaanse rubberboom

Braziliaanse rubberboom
bra
B     b    B     b    18  a 70
Braziliaanse rubberboom

De Braziliaanse rubberboom (Hevea brasiliensis) is een tot 30 meter hoge, rijkvertakte, in droge tijden bladverliezende boom met meestal een slanke kruin.

De Braziliaanse rubberboom komt oorspronkelijk uit het Amazonebekken en is tegenwoordig verspreid over de hele tropen, waar hij in plantages wordt aangeplant.

Engels : Pará rubber tree, rubber tree
Duits : Kautschukbaum, Parakautschukbaum, Gummibaum
Frans : L’hévéa

1133340-a1a232116bd995829ccc8600314a17b7.jpg
Braziliaanse rubberboomplantage nabij Bandjar, anno 1910
auteur : Tropenmuseum of the Royal Tropical Institute (KIT)    CC 3.0

De bladeren zijn afwisselend geplaatst, langesteeld en drietallig gelobd.
De circa 15 cm lange deelblaadjes zijn van boven grasgroen en van onderen blauwgroen door een waslaagje.

De circa 5 mm grote, groenachtige bloemen staan in eindelingse pluimen.
De vruchten zijn driehokkige, tot 5 cm grote doosvruchten met één tot 3,5 cm groot zaad per hok.
De vruchten springen met een knal open, waarbij de zaden tot wel 15 meter kunnen worden weggeslingerd.

De bast is glad, lichtgrijs en bloedt bij verwonding met wit melksap, de latex.
De dikte van de bast varieert van 6,5 tot 15 mm (gemiddeld 10 tot 11 mm) en is afhankelijk van de kloon of de zaailing, de leeftijd van de boom en of de bast al of niet vernieuwd is.
De buitenkant van de bast bestaat uit kurklagen en een groenachtig kurkmeristeem.
Hieronder ligt de oranje-bruine harde bast met een groot aantal steencellen, waarvan het aantal toeneemt van binnen naar buiten.
Verder liggen hierin parenchymcellen, verspreidt liggende zeefvaten en enkele latexvaten.
Onder de harde bast ligt de zachte bast die voornamelijk bestaat uit verticale rijen zeefvaten met enkele dwarse rijen en latexvaten.
Dichtbij het cambium liggen de meeste latexvaten.


1133340-913e26482fc405503cd8368d40ec9c30.jpg
Vruchten en zaden van de Braziliaanse rubberboom
foto boven : Steven Alexander op http://bosque-santa.blogspot.com
foto onder : Propia    CC 2.5 Spanje

De plantages liggen tussen de breedtegraden 15°NB en 10°ZB.
In de 18e eeuw kwam de meeste latex uit de Amazonebekken.
De uitvinding van het vulkaniseren in 1839 leidde tot een sterke vraag naar latex, waardoor de steden van Manaus en Belém rijk werden.
Getracht werd de teelt ook naar andere delen van de wereld uit te breiden.

De Braziliaanse rubberboom levert ongeveer 95% van alle natuurlijke rubber.
Rubberplantages bestaan al zo lang dat tegenwoordig het hout van de uitgewerkte bomen van belang is voor klein meubelwerk en keukengerei.

Latexvaten zijn gespecialiseerde zeefcellen, waarvan de tussenschotten zijn verdwenen.
De latexvaten vormen concentrische cilinders, die tegen de klok in 3 tot 5° gedraaid zijn.
Ook zijn er klonen, waarbij ze met de klok meedraaien.
Het latex-houdende melksap wordt door half spiraalsgewijs (onder een hoek van 25 tot 30°) van links naar rechts aansnijden van de bast gewonnen, waarbij tot op zo dicht mogelijk van het cambium zonder deze te beschadigen wordt gesneden.
Bij elke tapronde, die om de dag of twee dagen kan zijn, wordt de samengeklonterde latex van de vorige insnijding weggehaald en wordt een nieuwe insnijding boven of onder de oude insnijding gemaakt.

Na het tappen duurt het 7 tot 8 jaar voordat de bast volledig hersteld is en opnieuw getapt kan worden.


1133340-8fda432041d6f78369cc4b1d315ec063.jpg
Bladeren van de Braziliaanse rubberboom
auteur : AxelBoldt  -  vrije foto

De zaden blijven maar kort kiemkrachtig, waardoor de verspreiding vanuit Brazilië in het begin moeizaam ging.
H.A. Wickham verzamelde in 1876 ongeveer 70.000 zaden in het gebied tussen de Tapajoz en de Madeira rivier.
Van deze inzameling zijn alle rubberbomen in Azië afkomstig.

De zaden werden op 14 juni 1876 uitgezaaid in de Kew Gardens, waaruit 2800 zaailingen voortkwamen.
De meeste zaailingen werden in 1876 naar Ceylon gestuurd en voor het grootste gedeelte uitgeplant in Henaratgoda.
Hiervan werden in 1888 ongeveer 20.000 zaden geoogst.
Enkele planten werden in 1876 doorgestuurd naar Buitenzorg op Java.

In 1877 werd vanuit de Kew Gardens planten naar de Botanische Tuinen in Singapore en naar Kuala Kangsar in Perak op Maleisië gestuurd.

In 1881 werd van de bomen in Singapore voor het eerst zaden geoogst en in 1884 van die in Kuala Kangsar.

H.N. Ridley (1855-1956) ontwikkelde vanaf 1888 in Singapore een betere methode van latexwinning, betere teeltmethoden en was een belangrijke motor voor de verdere verspreiding van de rubberboom.
De eerste plantage in Maleisië werd in 1898 onder begeleiding van Ridley aangelegd.

Pas na de prijsval van de koffie en aantasting door ziekten van de koffieplant nam vanaf 1910 de rubberteelt in Maleisië sterk toe en werd dit land de grootste rubberproducent.

De meeste rubberplantages liggen vandaag de dag in Zuidoost-Azië, maar er liggen er ook in Afrika.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:12 1 reactie Reageer op dit bericht

Brazielhout

Brazielhout
bra
B     b    B     b    18  a 69
Brazielhout

Brazielhout (Portugees: pau-brasil), ook pernambukhout, pernambuco en voorheen fernambuc genoemd naar de Braziliaanse deelstaat Pernambuco, is een houtsoort die afkomstig is van de in Brazilië inheemse boom Guilandina echinata of de brazielboom.

Het land (Brazilië) dankt vermoedelijk zijn naam aan de kleur van het hout, pau brasil is Portugees voor "hout, zo rood als een gloeiende sintel".
Het hout is oranje van kleur en verkleurt door blootstelling aan lucht en licht tot donkerrood.

Brazielhout is fijn van nerf en behoort tot de zware loofhoutsoorten.
Het is duurzaam en wordt onder andere toegepast voor strijkstokken, knoppen en grepen.
Tot de ontwikkeling van industrieel vervaardigde oxide pigmenten in de eerste helft van de 19e eeuw werd het tevens gebruikt in de verfindustrie.

De gemiddelde volumieke massa is 1100-1270 kg/m3.

Engels : Brazilwood, Pau-Brasil, Pau de Pernambuco, Ibirapitanga
Duits : Brasilholz
Frans : Le pernambouc, bois de Pernambouc, bois-brésil, pau-brasil

1132609-3faf3f571e7ec0962b31c2c1ee864b73.jpg
Brazielboom
auteur : Mauroguanandi    CC 2.0

De brazielboom, is de leverancier van het pigment braziel.
Het pigment is veel toegepast als textielverf.
Brazielhout stond vroeger dan ook bekend als 'verfhout'.

Brazielhout is oranje van kleur.
Door blootstelling aan de lucht verandert de kleur in donkerrood.


1132609-5609fbd5822d713c8d983c3e58049db3.jpg
Bloemen van de brazielboom
auteur : Mauroguanandi  -  vrije foto

Braziel wordt uit het hout van de brazielboom gewonnen.
Om het pigment eruit te halen wordt het hout geraspt.
Vervolgens vermengt men het geraspte hout met water.
Daarna blijft het mengsel een tijd staan.
Door de invloed van zuurstof verkleurt het mengsel van geel naar rood.
Tenslotte wordt zout aan het mengsel toegevoegd.
Daarna laat men het water verdampen, waarbij de zouten en het pigment uitkristalliseren.

Het pigment braziel werd vroeger veel gebruikt om textiel te verven.
Daarnaast is het toegepast in de miniatuurschilderkunst en bij de fabricage van inkt.


1132609-1e3d6156b0dfb006336c38a1eb6a35a8.jpg
Stam van de brazielboom
auteur : Daderot  -  vrije foto

In de 16de, 17de en 18de en 19de eeuw (van 1596 tot 1815) moesten in het Rasphuis in Amsterdam jonge mannelijke gevangenen hout van de brazielboom (Caesalpinia echinata) met behulp van een acht- tot twaalfbladige raspzaag tot poeder raspen.
Dit poeder werd aan de verfindustrie geleverd, waar het door vermenging met water, oxidatie en inkoken, werd omgezet in een pigment, braziel geheten.
Dit werd onder meer gebruikt als textielverf.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:58 Reageer op dit bericht

Brave hendrik (plant)

Brave hendrik (plant)
bra
B     b    B     b    18  a 67
Brave hendrik (plant)

De brave hendrik (Chenopodium bonus-henricus) is een vaste plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).

De plant komt in Nederland voor in Limburg (vooral in bosrijke omgeving), Zuid-Holland, Gelderland en Overijssel.

Engels : Good King Henry, Poor-man's Asparagus, Perennial Goosefoot, Lincolnshire Spinach, Markery
Duits : Gute Heinrich, Wilder Spinat
Frans : Le chénopode bon-henri, Ansérine bon-henri, épinard sauvage

1131716-b1f01dd961c29db51375fd579295fada.JPG
Brave hendrik
auteur : Thomas Mathis    CC 3.0

De brave hendrik is een zeer oude groente, waarvan de geplukte bladeren maar één dag bewaard kunnen worden.
De jonge bladeren kunnen als spinazie gegeten worden en de jonge scheuten kunnen als een soort asperges klaargemaakt worden.

Zie Recepten

De smaak van het blad is mild en zacht.

Zaden kunnen in de handel gekocht worden.
Ook heeft de plant een aantal geneeskrachtige werkingen.
In Duitsland worden de zaden van de brave hendrik gebruikt voor het vetmesten van kippen en wordt daar Fette Henne genoemd.
De wortels worden ook wel gebruikt tegen hoest bij schapen.


1131716-d7f85497b6e1eb0fcc098110b3587b1e.JPG
Chenopodium bonus-henricus
foto : K Andersent

De brave hendrik komt voor op bewerkte, vochtige, zeer stikstofrijke grond rondom boerderijen, mesthopen en plekken waar geürineerd wordt.

De plant wordt 15-60 cm hoog en bloeit van mei tot augustus met een vrij korte, sterk vertakte bloeiwijze.
De groene bloemkluwens zitten op de zij-assen dicht bij elkaar.

De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen.

De soort staat op de Belgische Rode lijst van planten als bedreigd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 19:24 Reageer op dit bericht

Brandnetel

Brandnetel
bra
B     b    B     b    18  a 46
Brandetel

Brandnetel (Urtica) is een plantengeslacht waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen.
Het geslacht kent een 30-45 soorten, waarvan er 4 in Midden-Europa voorkomen.

De botanische naam Urtica dioica komt van het Latijnse uro "ik brand", wat verwijst naar de pijnlijke en/of irriterende brandharen van de plant, en het Griekse dioica "2 huizen", wat verwijst naar de mannelijke en vrouwelijke planten.
De Nederlandse naam gaat terug op een proto-Germaans woord *nat-ilo-, verkleinwoord van *nato-.
De brandnetel is kosmopolitisch en een cultuurvolger.

In Nederland en België komen de grote brandnetel en de kleine brandnetel voor.
De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren, van de kleine brandnetel staan ze rechtop.
Beide brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde van het blad.

Engels : Nettle
Duits : Brennnesseln
Frans : Les orties

1123527-e6fb32686a6587053f12a60e302d1239.jpg
Grote brandnetel

1123527-547d9554e2960748ff2e637a25ce9ec1.jpg
Kleine brandnetel

De bovengrondse delen van brandnetel zijn rijk aan carotenen, vitamine C en ijzer.
Ook komt vitamine D in de plant voor.
Tot 20 % aan kiezelzuur, kalium en nitraat kan in de plant voorkomen.
Gedroogde brandnetels, liefst voor de bloei, zijn een goed voer voor geiten en konijnen, vanwege het hoge eiwitgehalte.
Geiten eten de grote brandnetel ook graag vers.
Zeer jonge planten, die nog geen brandharen hebben, kunnen vers aan konijnen gevoerd worden.

De Romeinen die in onze koude streken gelegerd waren, haalden soms brandnetels over hun benen om het warm te krijgen.
In de Middeleeuwen maakten de monniken kleine zweepjes van brandnetelstengels en sloegen hun lichaam ermee als boetedoening.


1123527-043f81062fb7994626194d60e8a8fe9a.jpg
Kleine brandnetels - Urtica urens
auteur : Leo Michels    CC0 1.0

Brandnetels worden gemeden door de mens omdat de brandharen van de plant bij aanraking zeer pijnlijk zijn.
Het is een van de weinige onkruiden die iedereen bij naam kent.
Aan de top van de knop van iedere brandhaar zit een weerhaakje dat bij aanraking in de huid vast komt te zitten.
Daarbij breekt de knop van de brandhaar af en komt een mengsel van stoffen in de huid die de brandende en langdurig aanhoudende pijn veroorzaken.
Ook ontstaan op de huid lichtere, jeukende bultjes, die netelblaren worden genoemd.

Onderzoek uit 1849, 1947 en 1969 toonde aan dat de brandharen acetylcholine, histamine, serotonine en mierenzuur bevatten.
Laatstgenoemde stof zou de belangrijkste veroorzaker van de pijn zijn.
De afgelopen 100 jaar is weinig onderzoek verricht op dit gebied.
Wat wel bekend is, is vaak gebaseerd op twijfelachtige referenties of kwalitatief slecht onderzoek.
Of mierenzuur werkelijk de belangrijkste veroorzaker van de pijn is, zal nader onderzocht moeten worden.
Onderzoek uit 2006 toonde aan dat oxaalzuur en wijnsteenzuur waarschijnlijk de veroorzakers van de aanhoudende pijn zijn.
Van acetylcholine, histamine, serotonine kon niet overtuigend worden aangetoond dat zij een belangrijke bijdrage aan de pijnlijke effecten leveren.

Wat de histamine betreft is het zelfs onduidelijk of deze afkomstig is van de brandharen of uit de mestcellen in de huid.
Wie gedwongen is een brandnetelstengel vast te pakken, kan dat het beste met een licht opwaartse beweging doen, omdat de brandharen van de stengel iets naar boven wijzen.
De brand van de kleine brandnetel is pijnlijker en meer stekend dan van de grote.
Beide soorten hebben op de wortels geen brandharen en de bovenzijde van het blad bevat minder brandharen dan de onderzijde.


1123527-de44e0a88552a14cffa48e7981bc0ef4.jpg
brandharen van de brandnetel
auteur : Jerome Prohaska    CC 3.0

De grote brandnetel komt voor op stikstofrijke, humushoudende grond en vaak op halfbeschaduwde plaatsen.
Is vaak te vinden op afvalplaatsen en verlaten bouwplaatsen.

Op de brandnetel komen ongeveer 50 vlindersoorten voor, waaronder atalanta, brandnetelmot, brandnetelmotje en distelvlinder.
De atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia, enkele uiltjes en het landkaartje leven alleen van de grote brandnetel.

De kleine brandnetel komt voor op akkerland en in moestuinen, waar de soort als onkruidprobleem wordt beschouwd.
Dit omdat al zeer snel nieuw zaad gevormd wordt.
Ook op opengewerkte grond in de duinen.
In kippenmest van los lopende kippen kan zeer veel zaad van de kleine brandnetel zitten.


1123527-46f9038defe7dcc617de0f4a1bf4ded8.jpg
Grote brandnetels - Urtica dioica
auteur : Leo Michels    CC0 1.0

Gebruik

Jonge brandnetelstengels van de grote brandnetel kunnen als een soort spinazie gegeten worden.
In het voorjaar smaken de ongeveer 20 cm lange stengels het beste.
Zeer jonge stengels kunnen als sla gegeten worden.
Van brandnetels kan soep gemaakt worden.
Ook de bladeren van de brandnetel kunnen voor consumptie gebruikt worden.
Hiervoor moeten de bladeren, na het plukken, worden gedroogd op een droge en luchtige plaats.
Hierna kan er van de gedroogde bladeren thee worden getrokken.
De brandharen worden geneutraliseerd zodra ze eventjes in heet water gezet worden.
Het beste is om alleen jonge bladeren te gebruiken.
Dit kan later in het seizoen bereikt worden, door alleen de topjes (3 cm) te oogsten.
Oude bladeren hebben teveel nitriet. Vroeger werden boter, vis en vlees in brandnetelbladeren verpakt om ze langer fris te houden.
Het blijkt dat stoffen in brandnetel bacteriegroei tegengaan.
Een Friese specialiteit is brandnetelkaas.

De bovenste bloeiende stengel met bladeren met niet meer dan 10% stengelaandeel van twee niet in Nederland voorkomende soorten, is gedroogd te gebruiken als geneeskrachtig kruid en heeft een iets bittere smaak.
Voor dit doel wordt hoofdzakelijk in het wild verzameld in Bulgarije, Hongarije, Rusland, voormalig Joegoslavië en Albanië.
De planten bevatten ca. 1-2% flavonoïden, speciaal glucoside en rutinoside van quercetine, isorhamnetine en kamferolie, maar ook isorhamnetine-3-O-neohesperidoside.
In kleinere concentraties verschillende alifatische organische zuren (chlorogenzuur), maar ook hydroxycumarine scopoletine.
Alleen in de grote brandnetel komt 0,03-1,6 % koffie-oylappelzuur voor.

Bloedzuiverend, bloedstelpend, zwak vochtafdrijver, anti-allergisch, voedzaam.

Indicaties. - Huidaandoeningen, zoals eczeem - Allergische aandoeningen, zoals hooikoorts en astma. - In de menstruatie om zware bloedingen te verlichten. - Bij een vergrote prostaat (gebruik hierbij de wortel).


1123527-8fb4ed89582d6b0ca6b25f65b55ea14b.jpg
Brandnetelthee

Bladeren en stengels geweekt in water geven een geur die uitstekend geschikt is voor de bestrijding van luizen.
Brandnetels worden ook in haarwater gebruikt.
Brandnetelspiritus wordt gebruikt voor behandeling van de hoofdhuid en haren tegen roos en vet haar.

Brandnetelgier is een middel dat gebruikt kan worden ter bestrijding van allerlei soorten luis en rupsen.
Hiervoor moeten forse brandnetels 24 uur in een emmer met schoon water op een koele plaats worden gezet.
Het water door een doek zeven om zaad te verwijderen.
Het water voelt nu prikkelig aan en kan gebruikt worden in een verstuiver of gieter.


1123527-207b510394d475497a1bce4b2573ff20.jpg
Brandnetelkaas

Lange tijd werd de grote brandnetel voor het verven van wol gebruikt.
Na voorbehandeling met aluin kon wol wasgeel geverfd worden.
Na voorbehandeling met zink en nabehandeling met koper en in een ammoniakbad kreeg wol een intense grauwgroene kleur.
Voor het verven is ongeveer 600 g brandnetel per 100 g wol nodig, de verftoon wordt beïnvloed door het pluktijdstip en het verven.
Uit de stengel van de grote brandnetel worden vezels gewonnen en verwerkt tot neteldoek.
Ook wordt er tegenwoordig op kleine schaal van brandnetels stof geproduceerd ter gebruik in de mode.

Modelabel Brennels heeft in provincie Flevoland (NL) eigen brandnetelplantages en ontwikkelt daar een innovatief productieproces voor het losweken van de hoogwaardige vezels.
Het netelgaren wordt gemengd met katoen.
De brandnetelvezel is van nature een holle vezel die een isolerende werking geeft tijdens het dragen.
Uit de praktijk blijkt dat brandnetelstof door die holle vezels makkelijker aanverft
De kleuren worden daardoor mooi en diep.
Wanneer de brandnetelvezel gemengd wordt met andere vezelsoorten, neemt het die eigenschappen over.
Door brandnetelvezel te mengen met bijvoorbeeld wol, worden de eigenschappen en de uitstraling van de wol in de stof versterkt.
Brandnetelvezel is 30 tot 50% lichter dan katoenvezel.
Daarnaast is de vezel ook sterker dan die van katoen.


1123527-06c8dcedd9f3d51ed4b41afee13bd516.jpg
Brandnetelsoep

De plant werd ook gebruikt voor de productie van papier en textiel.

In het Amazonegebied wordt de brandnetel nog steeds gezien als helende plant.
Wanneer een lid van de stam een infectie oploopt wordt deze bedekt met verschillende brandnetels.
Hier hangt ook een religie aan vast.
In het oude gesproken Quechua wordt deze plant uitgesproken als "brenshumie", hetgeen betekent "god van de prikkels".
Deze prikkels zetten de pijn die door de ontsteking is ontstaan om in de pijn die ietwat vriendelijker aanvoelt.

In Engeland worden wedstrijden "brandnetel eten" gehouden het World Nettle Eating Championship.
Hierbij worden de bladeren met de vingers tot een prop gevouwen, met de niet stekende bovenzijde aan de buitenkant, waarna de prop ingeslikt wordt.
Het maagzuur in de maag neutraliseert de brandharen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:09 Reageer op dit bericht

Brandende liefde (plant)

Brandende liefde
bra
B     b    B     b    18  a 34
Brandende liefde (plant)

Brandende liefde (Silene chalcedonica synoniem Lychnis chalcedonica) is een meerjarige plant met intens rode bloemen, vandaar de Nederlandse naam.
Brandende liefde komt van nature voor in Rusland.

Engels : Burning Love, Dusky Salmon, Flower of Bristol, Jerusalem Cross, Maltese Cross, Nonesuch
Duits : Brennende Liebe, Scharlachlichtnelke, wegen der auffälligen Blütenform, Malteserkreuz, Jerusalemer Kreuz
Frans : Lychnis croix de Malte, Croix de Jérusalem

1118153-1d229be928456b64b87d3a1539fad761.jpg
Brandende liefde
auteur : Wouter Hagens  -  vrije foto

Het is een goede snijbloem en een populaire borderplant.
De plant is eenvoudig uit zaad op te kweken.
Brandende liefde behoort tot het geslacht Silene en is verwant aan onder meer Silene coronaria (prikneus).


1118153-3b9f6f7306004bfb01c5fec9f96ac1c5.jpg
Lychnis chalcedonica
auteur : Kurt Stueber    CC 3.0

De onvertakte plant wordt ongeveer 35cm hoog, de bloemen 70-100 cm hoog en bloeit van juni tot augustus.
De 1-3 cm grote bloemen zitten in een enkelvoudig scherm.
Een scherm bestaat uit 10-50 bloemen.
De bloem heeft vijf diep ingesneden kroonbladen, waardoor de bloem op het Maltezer kruis lijkt.
Hieraan heeft de plant een van zijn engelse namen, Maltese Cross, te danken.
Het lancetvormige, middengroene blad is 2-12 cm lang en 1-5 cm breed.
De vrucht is een doosvrucht.

De plant is bladverliezend en goed winterhard.
Men plaatst de Brandende liefde best in de zon of halfschaduw, houdt van een vochtige bodem.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 22:21 Reageer op dit bericht

Braam(plant)

Braam plant
bra
B     b    B     b    18  a 4
Braam - plant

Braam is de naam van het plantengeslacht met de wetenschappelijke naam Rubus.
Het is ook de naam van de vruchten van enkele belangrijke vertegenwoordigers van dit geslacht.

Tot het geslacht Rubus behoren meer dan 600 soorten.
De systematiek van braam is echter ingewikkeld door de grote vormenrijkdom als gevolg van hybridisatie, apomixie en polyploïdie.
De meeste bramensoorten zijn min of meer ingewikkelde kruisingsproducten tussen verschillende soorten.
Sommige bramensoorten kunnen ook met framboos gekruist worden.
Hieruit zijn de Loganbes en de Taybes ontstaan.

Engels : Rubus
Duits : Rubus
Frans : Les ronces

1103833-da2a6f3167536aa823aae7faa77f948f.jpg
Peterseliebraam (Rubus laciniatus), onrijp, halfrijp en rijp
auteur : Olof Ekström    CC 3.0

De cultuurbraam is ontstaan uit kruisingen van verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden.
Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom onder het geslacht Rubus en de sectie Moriferi gerangschikt.

Voor de teelt van bramen worden alleen nog stekelloze rassen gebruikt.
Deze rassen zijn ontstaan uit kruisingen tussen verschillende Rubus soorten en worden alleen onder de geslachtsnaam Rubus vermeld.
Een bekende veelgebruikte doornloze cultivar is de Rubus "Thornless Evergreen".


1103833-5a752ad4079ff07a60402ec82f6e79e3.jpg
bloesem van de braam
auteur : Tael    CC 3.0

De Gewone braam (Rubus fruticosus) is een in heel Europa inheemse plant die met name langs bosranden voorkomt.
De plant is een heester die 2 tot 6 meter hoog wordt.
Elk jaar worden nieuwe stengels gevormd.
Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven.

De bloei is van eind mei tot september en de bestuiving vindt plaats door insecten, met name bijen en hommels.
Er zijn vruchten vanaf augustus.


1103833-32f31e23b7a0b6cecd1b0b0114cf23df.jpg
verbraming
auteur : GerardM    CC 3.0

De braam is door zijn stekels redelijk beschermd tegen de vraat van grote grazers.
Wanneer hij eenmaal aangeslagen is, neemt hij meer en meer ruimte in.
Dit biedt dan tevens de gelegenheid aan bomen als de eik om tot wasdom te komen.

De braam is overal in de wereld geïntroduceerd. Met name in Zuid-Afrika geldt deze exoot als een onkruid.
Ook in Nederland wordt de braam soms als een onkruid gezien, wanneer hij de ruimte krijgt overwoekert hij snel veel ruimte.
Dit verschijnsel wordt ook wel "verbraming" genoemd.

De braam vermeerdert zich door zaad, wortelstekken, zomerstekken en afleggen.
De top van eenjarige stengels kan, als deze de grond raakt, gaan wortelen.
Om de eigenschap van de moederplant te behouden dienen deze door vegetatieve wijze te worden vermeerderd.
Sommige stekelloze rassen geven echter nog wel gestekelde wortelopslag.


1103833-974849a03cde676aa25620e30bca702c.jpg
bloem van de Rubus odoratus
auteur : Sten Porse    CC 3.0

Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt.
De vruchten zijn donkerblauw.
Bramen hebben een zoete smaak en worden zowel vers gegeten als verwerkt in bijvoorbeeld bramenjam.

Ook de bladeren van de braam kunnen voor consumptie gebruikt worden.
Hiervoor moeten de bladeren, na het plukken, worden gedroogd op een droge en luchtige plaats.
Hierna kan er van de gedroogde bladeren thee worden getrokken.

Bijgeloof in het Verenigd Koninkrijk zegt dat na 15 september bramen niet gegeten dienen te worden.
De duivel zou ze dan geclaimd hebben en een merkteken op de bladeren achtergelaten hebben.
Mogelijk vindt de legende zijn oorsprong in de grotere kans op infectie in de tweede helft van september van de Botrytis cinerea.
Aangetaste vruchten hebben geen prettige smaak en kunnen giftige stoffen bevatten.

Ook is het niet raadzaam bramen die langs een drukke verkeersweg groeien te plukken, vanwege de opeenhoping van giftige stoffen zoals in het verleden van lood.

Er wordt aangeraden wilde vruchten steeds te wassen, en liefst nog te koken, of te verwerken in jam.
Op plaatsen waar vossen voorkomen kunnen wilde vruchten namelijk besmet zijn met lintworm via de uitwerpselen van vossen.
In Nederland en België is dit echter vrij zeldzaam.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:30 Reageer op dit bericht

Braakrussula

Braakrussula
bra
B     b    B     b    18  a 2
1103238-e45eb33d57b8a4d25a9b42bbc46ee897.gif   Braakrussula

De braakrussula (Russula emetica) is één van de vele rood-kleurige russula's.
De soort dankt zijn naam aan het feit dat het een zeer giftige paddenstoel is.
Wanneer het gegeten wordt heeft het vreselijke diarree tot gevolg.

De braakrussula komt voor op natte gronden en komt voor in Europa, Noord-Afrika en Azië of is vrij algemeen.

Engels : the sickener, Russula emetica
Duits : Spei-Täubling, Kirschroter Spei-Täubling
Frans : La russule émétique

1103238-a346bb38e8b6e723230c6cd5ef8da76c.jpg
Braakrussula
auteur : Debivort    CC 3.0

De kleverige bolle hoed van de paddenstoel is ongeveer 3-10 cm breed en felrood met witte schakeringen.
De binnenkant is wit en zeer scherp van smaak.
De steel is ongeveer 7 cm hoog en 1 cm in diameter en wit.
De paddenstoel heeft een opvallende fruitige geur.


1103238-d684e51d96391ac33fe929884d941209.jpg
Russula emetica
auteur : Bobzimmer (Mushroom Observer.org)    CC 3.0

De smaak is zeer scherp en men zegt dat wanneer deze paddenstoel gekookt wordt deze smaak verdwijnt samen met zijn giftige eigenschap.
Toch is het niet aan te bevelen om deze paddenstoel te eten.

Deze russula's groeien van juli tot november onder dennen, sparren en berken.
Ze houden van een zure, vochtige en met mos bedekte grond.
Ze komen voor van het laagland tot hoog in de bergen.

Binnen de soort Russula emetica wordt door specialisten een groot aantal variëteiten onderscheiden.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 23:51 Reageer op dit bericht

Braaknoot

Braaknoot
bra
B     b    B     b    18  a
1102463-e45eb33d57b8a4d25a9b42bbc46ee897.gif   Braaknoot

De braaknoot (Strychnos nux-vomica) is een boom uit de familie Loganiaceae die voorkomt in India en zuidoost Azië.

Engels : Strychnine tree, Nux vomica, Poison Nut, Semen strychnos, Quaker Buttons
Duits : Gewöhnliche Brechnuss, Brechnuss, Krähenaugenbaum, Strychninbaum, Brechnussbaum
Frans : noix vomiques, noix qui font vomir
1102463-453e027aa21ed00ec35598b75cd0b2cd.JPG
Braaknoten
auteur : H.Zell    CC 3.0

Het is een middelgrote boom met 5 tot 7cm grote bladeren die groeit in een open habitat.

De braaknoot is een bron voor het uiterst giftige strychnine dat gewonnen wordt uit de zaden in de groen-oranje vruchten van de boom.


1102463-2ca09fdb4e950f376e9fd1d8fb63b57c.JPG
Braaknootboom met vruchten
auteur : J.M.Garg    CC 3.0

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Strychnos’, is van Griekse oorsprong en er wordt vaak de nachtschade mee aangeduid.
Zoeken we dieper dan is het mogelijk dat het woord een verbastering is van het Griekse woord ‘strix’ waarmee een mythisch wezen werd aangeduid dat gedurende de nacht schreeuwt en ondersteboven hangt (een vleermuis), maar een tweede uitleg is ‘heks’ en daardoor komen we al snel op de giftigheid van het dodelijke strychnine.
Het tweede deel ‘nux-vomica’ is een combinatiewoord uit het latijn: ‘nux’ is ‘noot’ en ‘vomica’ is ‘braken’.
Samen is dat de braaknoot.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:23 Reageer op dit bericht

Boysenbes

Boysenbes
boy
B     b    B     b    15  y 2
Boysenbes

De boysenbes (Rubus loganobaccus × laciniatus × idaeus) is een kruising tussen de loganbes, de gewone braam en de framboos.

Engels : Boysenberry
Duits : Boysenbeere
Frans : boysenberry

1101827-1612df76da0cf8a26cca6ac5cdbee4c2.jpg
Boysenbes
auteur : Mmxx    GNU Free Documentation License 1.2

Een boysenbes heeft stekels, is licht aromatisch en is mild van smaak en zwart van kleur.

Net als de braam en de loganbes kan de plant als klimplant worden geleid.


1101827-8524dc2ba9707915af39cc4441f24b23.jpg
links vrucht en bloemen - rechts Boysenbessengaard

De bes zou vernoemd zijn naar Rudy (Rudolph) Boysen, een boswachter.
In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met het kruisen van bosbessen.

De Boysenbes zou het resultaat zijn van een kruising tussen een dauwbraam en een loganbes en een friszure smaak hebben.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:14 Reageer op dit bericht

Bowiea volubilis

Bowiea volubilis
bow
B     b    B     b    15  w 2
Bowiea volubilis

Bowiea volubilis is een bolgewas uit de aspergefamilie (Asparagaceae).
De plant stamt uit Zuid- en Zuidoost-Afrika.
De soort bestaat uit een grote groen-bruine bol waaruit groene hangende of klimmende stengels met daaraan kleine blaadjes ontspruiten.
Er komen kleine lichtgroene stervormige bloemetjes aan.

Engels : Climbing Onion, Sea Onion
Duits : Zulukartoffel, Kletterkartoffel, Kletterzwiebel
Frans : Bowiea volubilis

1098284-6391cbb9970560b15506d890bca927b4.jpg
Bowiea volubilis

De bol dient om voedsel in op te slaan en Bowiea heeft daarom ook weinig water nodig.
Eens in de zoveel tijd (meestal in de zomer) sterft de plant geheel af en houdt een rustperiode.
De bol kan maandenlang zonder water worden bewaard en begint op gegeven moment weer uit te lopen.


1098284-f2362a8a705658af46b990e94a58956b.jpg
drie generaties bowiea
auteur : Kweniston    CC 3.0

Bowiea volubilis wordt het best matig warm gekweekt in de volle zon met matige hoeveelheden water - tijdens de rust geheel droog - en een lage tot matige relatieve luchtvochtigheid.
Vermeerdering geschiedt door het delen van de bollen (vegetatief) of uit zaad (dit schijnt niet moeilijk te zijn).
Bij het groter worden van de bol gaat deze vervellen en soms groeien aan de binnenkant van dat vel kleine bolletjes, die opnieuw geplant kunnen worden.
De bol dient altijd boven de grond te worden gezet in een niet te grote pot.


1098284-8416b232364d73242358a9e07cd0c4e2.jpg
Bowiea volubilis
auteur : Dave Pape  -  vrije foto

Als de plant voor het raam wordt geplaatst, dan erboven een draad spannen en de uitlopers zullen zich erlangs gaan slingeren en vertakken.
Op deze wijze vormt zich de 'vitrage'.

De bladeren en bol van de plant zijn sterk giftig en inname ervan kan tot een hartstilstand leiden.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:19 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten