Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: dieren

Buideldassen

Buideldassen
Bui
B     b    B     b    21  id
Buideldassen

Buideldassen (Peramelemorphia) zijn een orde van buideldieren die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea, inclusief een aantal nabijgelegen eilanden, zoals Ceram en Kiriwina.
Deze orde omvat ruim twintig soorten.
In Australië worden deze dieren (met uitzondering van de langoorbuideldassen) aangeduid als "bandicoot", een term uit het Telugu die oorspronkelijk voor het knaagdierengeslacht Bandicota werd gebruikt.

Engels : Peramelemorphia, bandicoot, bilbies
Duits : Nasenbeutler, Beuteldachse
Frans : Les péramélémorphes, bandicoots, bilbies

1414424-f76570673f12c37fd99d0d64c68eedfc.jpg
Tasmaanse buideldas (Perameles gunnii)
foto ©  Zoos Victoria

Buideldassen zijn kleine tot middelgrote, op de bodem levende dieren.
Ze hebben over het algemeen een lange, spitse snuit.
Doordat de achterbenen langer zijn dan de voorbenen, hebben de dieren een huppelende gang.
Ze gebruiken de klauwen aan de voorbenen om naar eten te graven.
Ze hebben 46 tot 48 hoogkronige tanden.
Net als bij de klimbuideldieren zijn de tweede en derde teen aan de achtervoet vergroeid, waardoor het lijkt alsof er uit één teen twee klauwen komen.
Hoewel alle buideldassen op de grond leven, zijn ze te vinden in habitats zo verschillend als woestijnen en tropische regenwouden.


1414424-7095d11645ce085b2be33be694d9294b.jpg
langoorbuideldas (Macrotis)
foto : Blue Bear op www.acuteaday.com

Meer dan andere buideldiergroepen zijn de buideldassen in gevaar gebracht door de Europese kolonisatie van Australië.
Door de jacht door vossen en katten, door concurrentie van schapen en hazen en door vernietiging van het leefgebied zijn al drie soorten uitgestorven (de varkenspootbuideldas, de kleine langoorbuideldas en de woestijnbuideldas); veel andere soorten zijn bedreigd.

Buideldassen zijn alleseters; ze eten insecten en kleine gewervelden als hagedissen en muizen, maar ook vruchten, zaden en ander plantaardig materiaal.
Ze gebruiken hun lange snuit om voedsel te vinden in zelfgegraven gaten of op de bodem.


1414424-0d834985f8994e6bf44298dd9e4a6ad2.jpg
Gewone kortneusbuideldas (Isoodon obesulus)
foto Ian McCann op www.biodiversitysnapshots.net.au

Behalve in de paartijd zijn buideldassen strikt solitair; ze reageren agressief op soortgenoten.
Vele soorten markeren hun territoria met geursporen.
Naast hun reukzin is ook hun gehoor belangrijk.
Buideldassen zijn voornamelijk 's nachts actief; overdag slapen ze in zelfgegraven holen, legers of grasnesten.
Ook holle boomstammen en verlaten konijnennesten worden wel gebruikt.
Als ze in hun nest door een vijand worden verrast, proberen ze op een onberekenbare en woeste wijze te ontkomen.
Doordat de aanvaller verward wordt, lukt het hen meestal te ontkomen.


1414424-f626d3270aa42531e0f319e121d84f20.jpg
Grote kortneusbuideldassen (Isoodon macrourus)
foto : ozwildlife    CC 3.0

Buideldassen hebben over het algemeen een zeer korte draagtijd, vaak niet meer dan twee weken.
Anders dan bij andere buideldieren is er een primitieve placenta aanwezig.
De goed ontwikkelde buidel heeft een naar achteren gerichte opening.
Vaak hebben de jongen klauwen om de buidel te bereiken die later weer uitvallen.
Hoewel vrouwtjes zes tot tien mammae hebben, worden er meestal maar twee tot vijf jongen geboren.

Er worden tegenwoordig vier families van buideldassen erkend, waarvan een fossiel, een recent uitgestorven en twee nog levend.
Thylacotinga bartholomaii, een Eoceen fossiel, vormt mogelijk een vijfde familie.
De fossiele familie Yaralidae wordt als een aparte superfamilie, Yaraloidea, tegenover de recente Perameloidea geplaatst.
De indeling van de recente buideldassen is enkele malen veranderd; de huidige indeling is voornamelijk op genetische gegevens gebaseerd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:21 Reageer op dit bericht

Koningspinguïn

Koningspinguïn
achtergrondafbeelding 1 mei
Koningspinguïn

De koningspinguïn (Aptenodytes patagonicus) is een pinguïnsoort die eilanden rond Antarctica bewoont en in grote kolonies broedt.
De koningspinguïn is op de keizerspinguïn na de grootste pinguïnsoort.
Deze twee pinguïnsoorten zijn nauw met elkaar verwant.

De koningspinguïn eet voornamelijk vis, krill en inktvis.

Koningspinguïns worden onderverdeeld in twee ondersoorten:

  • A. p. patagonicus, die broedt op Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden en de Falklandeilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan.
  • A. p. halli, die broedt op de Kerguelen, Crozeteilanden, Prins Edwardeilanden, Heard en Macquarie-eilanden in de zuidelijke Indische Oceaan en ten zuiden van Australië en Nieuw-Zeeland.

De koningspinguïn is ongeveer 90 centimeter groot en is wat dunner en kleiner dan de keizerspinguïn.
Verder heeft de koningspinguïn een grijsblauwe rug, een witte buik en een oranje wangvlek.

Het ei maakt circa 30 % van het lichaamsgewicht van het vrouwtje uit.
Ze geeft het aan het mannetje dat broedt en gaat naar zee.
Het mannetje verliest ongeveer 50 % van zijn lichaamsgewicht tijdens het wachten op het vrouwtje.
Als het ei na circa 50 dagen uitkomt zorgen de ouders om de beurt voor voedsel.
De jongen brengen lange perioden in hun eentje door.
De ouders komen maar met grote tussenpozen voedsel brengen.
Het ei broeden ze tussen hun poten en een stukje warme huid.

De koningspinguïn komt vrijwel op elk sub-Antarctisch eiland voor zoals Vuurland, Falklandeilanden, Macquarie-eiland, Prins Edwardeilanden en Kerguelen.
De eilanden daar hebben een iets warmer klimaat dan op Antarctica.
De keizerspinguïn daarentegen leeft langs de kust van Antarctica.

In de 18de eeuw toen men de Grote Oceaan ging verkennen ontdekten ze op de eilanden rond Antarctica de koningspinguïn.
In de 19de eeuw hebben robbenjagers duizenden pinguïns het leven gekost, waardoor ze op sommige eilanden bijna niet meer voorkwamen.
Maar tegenwoordig wordt er niet meer op de koningspinguïn gejaagd en is het aantal koningspinguïns op de eilanden weer aangegroeid.
In totaal zijn er (2008) een paar miljoen koningspinguïns.

Pinguïns zijn traditioneel erg populair in dierentuinen.
In de dierentuin van Edinburgh, Antwerpen en Rotterdam hebben ze koningspinguïns.

Nils Olav, de mascotte van het Noorse Koninklijke Garde is een koningspinguïn.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 03:17 Reageer op dit bericht

Bruinkopslingeraap

Bruinkopslingeraap
bru
B     b    B     b    18  u 109
Bruinkopslingeraap

De bruinkopslingeraap (Ateles fusciceps) is een slingraap van de klade apen van de Nieuwe Wereld.

De wetenschappelijke naam van deze soort is als voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Gray (John Edward Gray, was een Brits zoöloog.) in 1866.

De bruinkopslingeraap komt voor in de oerwouden in het noorden van Zuid-Amerika en in Midden-Amerika.

Engels : Black-headed spider monkey
Duits : Braunkopfklammeraffe
Frans : L'atèle à tête brune

1308221-8fe7b68b3db982cfe613bfd6e9b36abb.jpg
Bruinkopslingeraap
auteur : Patrick Müller    CC 3.0

De bruinkopslingeraap doet zijn naam eer aan door van tak naar tak en van boom tot boom te springen om zo grote afstanden te overbruggen.
Het is ook een echte boombewoner, die zelden of nooit op de grond komt.

De bruinkopslingeraap wordt 40 tot 54cm groot (zonder staart).
De staartlengte varieert van 71 tot 85,5cm.
De mannetjes hebben een gemiddeld gewicht van 8,9kg, de vrouwtjes zijn iets lichter.


1308221-4a92458577e36365af684c588701202d.jpg
Ateles fusciceps
auteur : Chensiyuan    CC 3.0

Zijn menu bestaat voornamelijk uit vruchten, maar daarnaast eet hij ook bladeren, boombast, jonge twijgjes en honing.
Zo nu en dan eet hij ook dierlijk voedsel, zoals vogeleieren en insecten.

Het is een dagactief groepsdier dat in grote groepen samenleeft.
Naar men aanneemt, zijn de dieren in dergelijke groepen familie van elkaar.

Ze leven in de vochtige tropische en subtropische regenwouden op hoogtes tussen de 100 en 1700meter, maar worden ook hoger waargenomen naarmate hun leefgebied inkrimpt.


1308221-5eeed4165b3a7e9fbb7a09f3275e6bbe.jpg
Bruinkopslingeraap
auteur : foto op www.animalesextincion.es

De voortplanting is bij bruinkopslingerapen niet seizoensgebonden.
Bruinkopslingeraapvrouwtjes krijgen doorgaans eens per 2 of 3 jaar één jong dat geboren wordt na een draagtijd van 7.5 maanden.
Het jong wordt ongeveer 4 maanden door de moeder op de buik gedragen.
Het jong klemt zich hierbij stevig vast in de vacht van de moeder en slaat zijn staart stevig om de staartbasis van de moeder heen.
Als het jong groter en zwaarder wordt, draagt de moeder het op de rug.

Op de IUCN lijst staan ze gemarkeerd als met uitsterven bedreigd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:59 Reageer op dit bericht

Bruine rat 4

Bruine rat - vervolg3
bru
B     b    B     b    18  u 83
Bruine rat (vervolg3)

Door het selectief fokken van de bruine rat is de albino laboratoriumrat ontstaan.
Zoals muizen, worden deze ratten regelmatig gebruikt voor medische, psychologische en andere biologische experimenten.
De reden hiervoor is dat ze snel geslachtsrijp zijn, ze gemakkelijk te huisvesten zijn en omdat er gemakkelijk in gevangenschap mee gefokt kan worden.
De laboratoriumrat dook voor het eerst op in de jaren 90 van de 19e eeuw.

Wetenschappers hebben voor experimentele redenen veel verschillende foklijnen van ratten gefokt.
Voor kankeronderzoek, bijvoorbeeld, zijn veel laboratoriumratten met een extra aanleg voor kanker gefokt.
In het algemeen zijn deze foklijnen niet transgeen, omdat de eenvoudige technieken van genetische transformatie, die voor muizen gelden, niet werken voor ratten.
Dit heeft als nadeel dat onderzoekers, die vele aspecten van het gedrag en de fysiologie van ratten meer op die van mensen vinden lijken en het dier beter te observeren vinden dan muizen, hun observaties niet kunnen herleiden naar onderliggende genen.
Veel experimenten worden dan ook, ongewild, door deze beperkende factor op muizen uitgevoerd.
In oktober 2003 hebben onderzoekers succesvol twee laboratoriumratten gekloond door middel van de problematische techniek van kerntransplantatie.
Misschien leidt dit tot het gebruik van ratten als genetisch onderzoeksmiddel.


1289414-89e19425553ac281d02edaa28d634581.jpg
laboratoriumrat

De tamme rat wordt ook gehouden als huisdier.
Ze worden beschouwd als tam, aanhankelijk en leergierig.
Ook zijn ze relatief schoon, maar ze vergen toewijding en onderhoud.
Ze worden maar twee tot drie jaar oud en zijn bevattelijk voor luchtwegproblematiek en kanker.

Dat laatste heeft zijn oorzaak in het feit dat de tamme rat van de laboratoriumrat afstamt.
Door middel van speciale fokprogramma's, in bijvoorbeeld een rattery, probeert men deze genetische kenmerken eruit te fokken.
Er zijn vele stammen laboratoriumratten.
Er zijn ook stammen die speciaal zijn gefokt om juist tumorongevoelig te zijn.


1289414-45d2bd8a6561ce90d61be84519f04e5c.jpg
wat hoor ik
auteur : Oskila    CC 3.0

Het is ten stelligste af te raden, slechts één rat te houden.
Een rat is een sociaal dier en zonder contact met soortgenoten gaat hij gedragsstoornissen vertonen, zoals een obsessieve knaagdrang, barberen (het dwangmatig verwijderen van haren uit de vacht op een specifieke plek), agressie en depressie.
Een rat die in zijn of haar eentje gehouden wordt is niet aanhankelijker dan een rat in een groep.
Men merkt zelfs dat ratten vaak hun groep, en dan in het bijzonder de groepsleider, zullen navolgen in zijn of haar affectie voor de mens.
Het is van belang om niet-gecastreerde mannetjes en vrouwtjes niet bij elkaar te zetten.
Inteelt en erfelijke aandoeningen zijn een niet te onderschatten probleem onder tamme ratten en er wordt dan ook aangeraden om het fokken over te laten aan gekwalificeerde ratteries, zoals bijvoorbeeld in Engeland, waar men bijzonder stabiele lijnen heeft.
Er worden onnatuurlijk veel ratten in gevangenschap geboren, in tegenstelling tot in de natuurlijke omgeving waar de geboorte van jonge ratten sterk wordt gereguleerd door seizoensfactoren en sociale factoren.
Het is voor een vrouwtjesrat bijzonder ongezond om constant drachtig te zijn en om op te jonge leeftijd drachtig te worden (dit kan leiden tot aandoeningen in de bekkenzone, ondergewicht, en zelfs tot levensbedreigende gezondheidstoestanden).
Een ritten (jonge rat) kan al met 5 weken vruchtbaar zijn.
Daarom dienen ratten ouder dan 4,5 week niet bij ratten van het andere geslacht in hetzelfde verblijf te zijn.


1289414-acadb8959e60363a945d221bb8b836d6.jpg
tamme rat
auteur : AlexK 100    CC 3.0

Vooral in gevangenschap zijn er ratten van meerdere typen en tekeningen te onderscheiden.
Ratten met dumbo-oren hebben voor veel mensen een lieflijker uiterlijk, en volgens sommige ook een liever karakter waardoor ze populairder zijn dan ratten met normale oren, een verschil in karakter is echter niet aangetoond.
Men heeft ook de rex, fuzzy en naaktratten variaties.
Het houden van de laatste variatie staat ter discussie vanwege gezondheidsredenen (lichaamswarmte regulatie, etc) bij dit type.

Ratten hebben voldoende eiwitten nodig.
Vroeger dacht men dat dit per se van dierlijke oorsprong moest zijn, maar tegenwoordig is bijna al het rattenvoer vrij van vlees.
In de meeste dierenwinkels is speciaal rattenvoer te krijgen met voldoende eiwitten.
Gewoon knaagdierenvoer is meestal niet geschikt vanwege het hoge gehalte aan vitamine A.
Tevens dient men er op toe te zien, dat het voer niet te oud is (maximaal drie maanden), omdat daarna het vitamine-gehalte tot bedenkelijke niveaus terugloopt.
Ratten mogen verder niet in een te kleine kooi gehouden worden.
Indien de kooi te klein is zal ruzie ontstaan tussen de ratten.
Daarnaast dient de groep regelmatig te kunnen genieten van een vrije loop, en dagelijkse aandacht.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 02:53 1 reactie Reageer op dit bericht

Bruine rat 3

Bruine rat - vervolg2
bru
B     b    B     b    18  u 83
Bruine rat (vervolg2)

Het is een alleseter, die voornamelijk leeft van eiwit- en zetmeelrijk voedsel.
Hij leeft onder andere van graan, zaden, slakken, larven, kikkers, jonge zoogdieren, vogeleieren en aas, maar zal ook aan botten knagen en aan andere ongewone producten zoals zeep en kaarsen.

Kannibalisme komt ook voor, voornamelijk ten gevolge van een eiwittekort.
De bruine rat legt soms voedselvoorraden aan.
Dit gebeurt voornamelijk door ondergeschikte ratten en zogende vrouwtjes.


1288558-161dd25b8df5bb7afa4dab47810ad172.jpg
Bruine rat
auteur : foto op www.biopix.dk

De bruine rat is een intelligent en sociaal dier dat een groot aanpassingsvermogen heeft.
Een voorbeeld hiervan is dat het dier zogenaamde tradities kent.
Dit houdt in dat bepaalde populaties sterk afwijkend gedrag en afwijkende eetgewoontes en zelfs jachttechnieken kunnen vertonen in vergelijking met andere populaties, die van generatie naar generatie overbrengen.
Dit schijnt opmerkelijk te zijn voor kleine zoogdieren en is meestal geografisch bepaald.

Ratten leven in kleine sociale groepen, bestaande uit een dominant mannetje, een harem vrouwtjes en enkele ondergeschikte mannetjes.
Deze groepen kunnen zich vaak samenvoegen tot grotere kolonies.
Dieren uit dezelfde groep leven vreedzaam naast elkaar, vreemdelingen worden door mannetjes verjaagd, soms zelfs gedood.
Grote kolonies zijn toleranter tegenover vreemdelingen dan kleine.
De hiërarchie binnen een groep bepaalt wie mag paren en eten.
De dieren communiceren met elkaar via piepende, fluitende en gillende geluiden, maar ook met ultrageluid.
Vrouwtjes met jongen laten zelden andere ratten in hun nest, alhoewel sommige kolonieleden worden getolereerd.


1288558-b2bad3ce3e7d488185d6ebe1c9c68fdb.jpg
Bruine rat
auteur : © kleinsaeuger.at

Bruine ratten planten zich het gehele jaar door voort, mits er voldoende voedsel is en er geen extreme temperaturen zijn.
De voortplanting zal toenemen en er zullen meer jongen geboren worden wanneer de populatiedichtheid daalt (bijvoorbeeld door menselijk ingrijpen).
De draagtijd is 20 tot 23 dagen.
Een vrouwtje kan één tot vijftien jongen per worp krijgen, maar meestal krijgt het vrouwtje zeven tot negen jongen.
Grotere vrouwtjes krijgen grotere worpen.
Een vrouwtje krijgt tot vijf worpen per jaar.
Per jaar krijgen vrouwtjes op deze manier gemiddeld 24 jongen.

De jongen worden blind en naakt geboren.
Na zeven tot tien dagen hebben de dieren de ogen geopend en zijn ze volledig behaard.
De groei wordt beïnvloed door de worpgrootte : dieren in kleinere worpen groeien sneller.
Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen.
Jongen die zich te ver van het nest wagen, worden teruggebracht, indringers worden weggejaagd en bij verstoring zal ze de jongen verplaatsen naar een ander nest.
Na ca. 21 dagen, als de dieren ongeveer 40 gram zwaar en 110 millimeter lang zijn, worden de dieren gespeend.
Vrouwtjes zijn geslachtsrijp na vier tot vijf weken, als ze ongeveer 136,5 tot 152 gram wegen.

De bruine rat kan in het wild wel drie jaar of ouder worden.
De levensverwachting wordt beïnvloed door de genen (ouderdom is mogelijk overerfelijk), voedselkwaliteit en geslacht : vrouwtjes leven gemiddeld langer dan mannetjes.
De belangrijkste natuurlijke vijanden zijn marterachtigen en uilen, en in stedelijk gebied de huiskat.
Een agressieve rat is in staat wezels en andere kleine roofdieren weg te jagen.


1288558-4eb3a5910e809158aea877dd411de56f.jpg
jongen van de bruine rat
foto © MJR Jordan op wildpro.twycrosszoo.org

De bruine rat was en is de oorzaak van veel overlast voor de mens.
Dit heeft de mens echter ook voor een groot deel aan zichzelf te wijten.
De bruine rat kan zich namelijk zo goed in de buurt van de mens handhaven, omdat die zijn afvalprobleem vaak niet netjes oplost(e).
In een stad waar het riool was gemoderniseerd verdween het rattenprobleem grotendeels.
Het is echter nog steeds zo dat de rat, vooral in de derde wereld, een groot probleem is voor de landbouw.

De bruine rat staat bekend als een ziekteoverbrenger.
In de westerse wereld heeft de mens er niet veel last van, maar in de derde wereld, is hij nog steeds één van de belangrijkste overbrengers van ziekten.
Ziekten die de bruine rat kan overbrengen zijn onder andere de ziekte van Weil, hantavirus, tularemie, pest, en rattenbeetkoorts.
De pest komt gelukkig amper meer voor en ook al was de zwarte rat de grootste pestverspreider, de bruine rat is net zo goed in staat om deze ziekte over te brengen.
Hier geldt ook dat toen de mens er een betere hygiëne op na ging houden, de ratten vanzelf ook minder van belang werden als ziekteverspreiders.
Er worden ieder jaar nog enige gevallen van de ziekte van Weil geconstateerd in Nederland, (10-30) ca. 75% als import. Het hantavirus is al jaren niet meer gezien en dan uitsluitend als import.
Ook tularemie is na de oorlog in Nederland slechts één keer gesignaleerd.
De kans om een van deze ziekten in Nederland op te lopen is minimaal.

Om de rattenplagen in te dammen, is rattengif ingezet.
In eerste instantie werden antistollingsmiddelen gebruikt.
Dit had in het begin succes, totdat de dieren resistent werden tegen deze middelen.
Daarna werd een tweede generatie antistollingsmiddelen ingezet.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 20:43 Reageer op dit bericht

Bruine rat 2

Bruine rat - vervolg
bru
B     b    B     b    18  u 83
Bruine rat (vervolg)

De bruine rat verschilt van de eveneens in Europa voorkomende zwarte rat (Rattus rattus) door de kortere, behaardere oren, de kleinere ogen en de kortere, dikkere staart.
Ook is de staart bij de bruine rat aan de onderzijde lichter gekleurd dan aan de bovenzijde, terwijl de staart van de zwarte rat uniform gekleurd is.
De zwarte rat heeft over het algemeen een zwarte vacht en de bruine rat een grijsbruine, maar er bestaan ook bruine ratten met een zwarte vacht en zwarte ratten met een bruine vacht.

In sommige populaties is 1 of 2% van alle bruine ratten melanistisch. (Melanisme is het tegenovergestelde van albinisme en betekent dat een enkel individu van een (meestal dier)soort een overwegend zwarte kleur heeft, terwijl andere individuen een andere, meestal lichtere kleur hebben.)


1287340-784db13238f79c67d10b1f9ea584e633.jpg
Bruine rat
auteur : © Tomas Cekanavicius

1287340-9ff6452af51d349c812907707d40c2c8.jpg
Zwarte rat
auteur : Kilessan    CC 3.0

Inmiddels komt de zwarte rat in Nederland in het wild bijna niet meer voor.
Sporadisch wordt hij nog aangetroffen in een pakhuis in havens, als hij meekomt met bijvoorbeeld een vracht graan.
Als in de Nederlandse natuur een rat wordt waargenomen, zal het dus bijna altijd om een bruine rat gaan.

In België worden ze zeer zelden (een tiental in 2012) en sterk verspreid waargenomen.

Toen de bruine rat zich in Europa had gevestigd werd het een hevige concurrent van de zwarte rat, door zijn betere aanpassingsvermogen aan het koude klimaat.
Als een bruine en een zwarte rat samen in een kooi worden gestopt, doodt de bruine rat de zwarte en eet hem vaak op.
Omdat de vlooien van de zwarte rat de belangrijkste overbrengers waren van de pest, werd met de aankomst van de bruine rat tevens de pest grotendeels een halt toegeroepen.
De bewering dat de bruine rat de pestrat was, is dus onjuist.
Daarentegen heeft het dier er juist voor gezorgd dat de zwarte rat, als cultuurvolger, uit Europa werd verdrongen en daarmee ook de pest.


1287340-5734bd33a122f874aeab5ca369f5d117.jpg
Bruine rat
auteur : Bas Kers    CC 2.0

De bruine rat vestigt zich het liefst in een vochtige en een niet te warme omgeving.
De bruine rat voelt zich dus al snel ergens thuis, vooral in de buurt van de mens.
Zijn favoriete habitats zijn kelders, kruipruimten, schuren, stallen, vuilnisbelten, graan- en houtopslagplaatsen, aan de rand van sloten en dijken, onder de grond in uitgebreide holen en op sommige plekken in de buurt van riolen en ander vervuild water.
Bruine ratten leven echter ook in gebieden waar geen mensen voorkomen, zoals op onbewoonde eilanden.
In sommige delen van Rusland zijn bruine ratten zo'n zeventig kilometer van menselijke nederzettingen aangetroffen.
In tropische gebieden houden ze zich echter meestal in de buurt van nederzettingen op, tenzij er weinig concurrentie met andere knaagdieren is.
Een bruine rat die 's zomers in de natuur bij slootkanten leeft, trekt 's winters vaak naar de warmte van huizen.

Het territorium wordt meestal niet ver van de voedselbronnen gevestigd.
Hij graaft een hol met een diameter van 65 tot 90 millimeter, vaak in een oever of onder een boomwortel, maar ook in de vlakke grond.
Ook maakt hij nesten onder vloeren, in hooimijten, tussen muren en in andere holle ruimtes rond menselijke nederzettingen.
Bij de ingang van het hol laat de rat meestal hopen aarde achter, die in de loop van de tijd vanzelf wordt platgestampt.
In open gebieden graven de dieren ondergrondse gangenstelsels, die zelden dieper gaan dan vijftig centimeter.
Holen zijn bovengronds aan elkaar verbonden met paadjes.


1287340-b4c1e3f09c8f686c5484ecab3b074f3e.jpg
Bruine rat
foto op www.sintantoniusabt.nl

Zijn actieradius is veel groter en kan soms enkele vierkante kilometers bedragen.
Op een nacht kunnen ze tot vier kilometer afleggen, waarbij ze zich meestal langs heggen en struiken bewegen.
De grootte van dit gebied is omgekeerd evenredig aan het voedselaanbod en zal daarom in een stad veel kleiner zijn dan op het platteland.

De bruine rat is voornamelijk 's nachts actief, in twee piekuren, het eerste enkele uren na zonsondergang en de ander enkele uren voor zonsopgang.
Ze kunnen echter ook overdag waargenomen worden, bijvoorbeeld als er 's nachts veel predators actief zijn.
Ook zullen ondergeschikte ratten, die door dominante ratten worden belemmerd 's nachts voedsel te zoeken, overdag vaker actief zijn, voornamelijk als er een hoge populatiedichtheid is.

De bruine rat is een behendig zwemmer (hij kan tot wel 72 uur in het water blijven) en is in staat om 77 centimeter hoog en 120 centimeter ver te springen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:50 Reageer op dit bericht

Bruine rat

Bruine rat
bru
B     b    B     b    18  u 83
Bruine rat

De bruine rat (Rattus norvegicus) is een zoogdier, behorende tot de orde van de knaagdieren.

De soort is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Berkenhout in 1759.

De bruine rat komt over bijna de gehele wereld voor, maar ontbreekt in enkele onbewoonde tropische en subtropische gebieden.

Engels : Brown rat, common rat, street rat, sewer rat, Hanover rat, Norway rat, brown Norway rat, Norwegian rat, wharf rat
Duits : Wanderratte
Frans : Le rat brun, surmulot, rat surmulot, rat d'égout, rat de Norvège, rat gris

1286722-faabf07b255e6de9b02c3b6ae46e6294.jpg
Bruine rat
auteur : Reg Mckenna    CC 2.0

De soort is ook wel bekend onder de namen Noorse rat, rioolrat, waterrat, stadsrat, of kortweg rat met variëteiten laboratoriumrat en tamme rat.
Met de naam "waterrat" wordt vaker de woelrat bedoeld.
De bruine rat is één van de succesvolste zoogdieren ter wereld en komt tegenwoordig over bijna de gehele wereld voor tot in de binnenlanden van Afrika.
Zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied was waarschijnlijk een deel van Noord-China.
Zijn nauwste verwanten zijn de Aziatische soorten Rattus pyctoris en Rattus nitidus.

De wetenschappelijke naam norvegicus, die in het Nederlands Noors betekent, heeft niets te maken met de oorsprong van de bruine rat.
Sommige wetenschappers zeggen dat de naamgeving te maken heeft met de bewering dat in Noorwegen voor het eerst begonnen was met wetenschappelijk onderzoek naar dit knaagdier.
Die Noorse onderzoekers moeten hun onderzoek dus op ratten buiten Noorwegen verricht hebben, want de soort werd pas in 1790 voor het eerst in Noorwegen waargenomen terwijl de toevoeging norvegicus al in 1769 werd gegeven.


1286722-c10515f5132853502ef52d0db2effed9.jpg
Rattus norvegicus
auteur : © Losch

De kop-romplengte bedraagt 214 tot 290 mm, de staartlengte is 150 tot 230 mm en het lichaamsgewicht 150 tot 520 gram.
De zwaarst bekende bruine rat woog 794 gram.
Mannetjes worden groter dan wijfjes.
De bijna kale staart is altijd korter dan het lichaam.
De staart heeft 160 tot 190 ringen.
Het dier heeft kleine licht behaarde oren en, in het wild, over het algemeen een ruige grijsbruine vacht.
De vacht is aan de buikzijde lichtgrijs van kleur.
In het wild komen verscheidene variaties voor, van zwart tot bruin.
Soms zijn de voorpoten zeer licht van kleur, en heeft de borst een witte vlek.
De rat heeft een vrij korte snuit en is, vooral voor een knaagdier, stevig gebouwd.
Het is één van de grotere soorten van het geslacht Rattus.


1286722-f4c3b057b82233031766981647512e7d.jpg
Bruine rat
auteur : Sciadopitys f    CC 2.0

De bruine rat is een cultuurvolger, wat kortweg inhoudt dat het dier de menselijke beschaving volgt en, voor een deel, ook afhankelijk is van de mens.
Van oorsprong komt de bruine rat voor in steppegebieden van Oost-Azië.
Aan het eind van de Middeleeuwen heeft de bruine rat zich in kleine aantallen verspreid richting Europa.
In de 18e eeuw werd de bruine rat voor het eerst gesignaleerd in West-Europa.
Via handelsroutes en door middel van de scheepvaart heeft het dier zich daarna over alle continenten verspreid, behalve naar Antarctica.
Noord-Amerika werd rond 1775 bereikt.

De bruine rat komt over bijna de gehele wereld voor, maar ontbreekt in enkele onbewoonde tropische en subtropische gebieden, voornamelijk omdat de concurrentie met andere knaagdieren te groot is, en in al te koude streken (Antarctica, ver boven de noordpoolcirkel, hoog in de bergen) en op enkele kleine eilandjes, ver van de kust.
Sinds de jaren vijftig heeft de provincie Alberta in Canada een ratvrije status door volhardend optreden van rattenvangers en alertheid bij de bevolking (veel graanboeren met eigenbelang in bestrijding).
Ook is het houden van een rat als huisdier verboden.
De ernaast gelegen provincie Saskatchewan heeft de laatste jaren aangekondigd vergelijkbare acties te willen ondernemen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:14 Reageer op dit bericht

Bruine maki

Bruine maki
bru
B     b    B     b    18  u 74
Bruine maki

De bruine maki of zwartkopmaki (Eulemur fulvus) is een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).

De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door É. Geoffroy in 1796.

Deze halfapen zijn endemische dieren op het eiland Madagaskar.
De bruine maki leeft in vochtige bergbossen en regenwouden in het oosten en in de drogere bossen in Noordwest-Madagaskar.

Engels : Common brown lemur, Brown lemur
Duits : Braune Maki
Frans : Le Lémur fauve, Lémur brun, Maki brun

1280793-bb5a0a7c7ced507178301ba129a51203.jpg
Bruine maki
auteur : David Dennis    CC 2.0

Een volwassen bruine maki een kop-romplengte van 43 tot 50 cm, een staartlengte van 41 tot 51 cm en een lichaamsgewicht van 2 tot 3 kg.
De vacht is kortharig en overwegend bruin tot grijsbruin van kleur.
Het gezicht en de snuit en de vacht op de kop zijn donkergrijs of zwart, met bleekwitte vlekken bij de wenkbrauwen.
De ogen zijn oranje tot rood.
Er is weinig of geen verschil in uiterlijk tussen mannetjes en vrouwtjes.


1280793-71a97fab3b76ebc296581e43c801acfe.jpg
Eulemur fulvus
auteur : Frank Vassen    CC 2.0

Er zijn vier populaties, drie op het hoofdeiland, twee in het westen en een in het oosten.
Daarnaast bestaat er een populatie op het eilandje Mayotte tussen Madagaskar en Mozambique.
Mogelijk is deze populatie ontstaan door introductie door de mens.

ZHet is een bosbewoner die voornamelijk overdag actief is.
Hij zoekt zijn voedsel in boomkruinen, waaronder vooral vruchten, jonge balderen, verder insecten zoals cicaden en spinnen maar ook boombast en rode klei.
De bruine maki komt ongeveer 2% van de tijd op de grond en spendeert de meeste tijd hoog in de bomen.

Na een draagtijd van 120 dagen wordt meestal één jong geboren, er zijn meldingen van tweelingen.
Na vier tot vijf maanden zijn de jongen zelfstandig en na 1,5 jaar zijn ze volwassen.
Ze kunnen meer dan 30 jaar oud worden.


1280793-dfd6a043c5729f82d2eca30bfb9bb591.jpg
bruine maki
auteur : David Dennis    CC 2.0

De bruine maki leeft in familiegroepjes, bestaande uit 5 tot 12 individuen.
Volgens schattingen leven er 40 tot 60 dieren per km².

De bruine maki heeft te maken met de vernietiging van zijn leefgebied door ontbossingen voor de productie van houtskool en illegale houtkap.
Ook wordt er op gejaagd; jacht is een toenemend probleem, soms worden hele groepen bruine maki's gevangen.
De populaties zijn gemiddeld met 20 tot 25% afgenomen over een periode van 24 jaar (1% per jaar).

Daarom staat de bruine maki als gevoelig op de internationale rode lijst.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 02:55 Reageer op dit bericht

Bruine lemming

Bruine lemming
bru
B     b    B     b    18  u 72
Bruine lemming

De bruine lemming (Lemmus trimucronatus) is een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.

De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Richardson in 1825.

De oorspronkelijke benaming was de Siberische lemming (Lemmus sibiricus, Kerr in 1792), later opgesplitst in twee soorten.

Engels : North American Brown Lemming, Siberian brown lemming
Duits : Brauner Lemming, Sibirischer Lemming
Frans : Lemming brun

1279677-9bf1dd4c2a7711a99e3cdcb54a0a3112.jpg
Bruine lemming
foto op www.factzoo.com

De bruine lemming heeft een bruine grondkleur met een roodbruine rug en romp.
Kop en schouders zijn grijs.
In de winter wordt de vacht langer en grijzer.

De vrouwtjes hebben een gemiddelde lengte van 12,5cm en een gewicht van 58gr.
De mannetjes hebben een gemiddeld gewicht van 68cm en een lengte van 13cm.

Zoals alle lemmingen hebben ze kleine oortjes, korte pootjes en een heel kort staartje.
De voetjes, zowel zolen als tenen zijn bedekt met haartjes en aangepast om te graven.


1279677-844322bfda5ae8a9e030682120620e6f.jpg
Lemmus trimucronatus
auteur : foto op vdinets.livejournal.com

De lemming is te vinden in de toendra gebieden van Noord-Canada (Nunavut, Northwest Territories, Yukon) en Alaska.
Ze worden ook gevonden op de westkust van British Columbia bijna zo ver zuidelijk als Vancouver Island.

Ze voeden zich voornamelijk met grasscheuten en eten ook toendra gras, zegge, mos, schors, bessen, korstmossen en wortels.

Als vijanden hebben ze de meeste carnivoren en bepaalde vogels, er zijn enkele aanwijzingen dat ze worden gegeten door.
In jaren waarin de bruine lemming schaars is, neemt een aantal roofdieren af, zoals de poolvos(lemmingen als hoofdvoedsel) die zich niet kan voortplanten met te weinig voedsel.


1279677-b97b4752fc62f90b88e69a7a823c5e1a.jpg
bruine lemming
auteur : foto op vdinets.livejournal.com

Ze leven onder de grond, in kolonies, en hebben tot drie nesten per jaar, ook onder de sneeuw in de winter.
Na een draagtijd van 23 dagen, zal het vrouwtje bevallen van vier tot negen jongen.
De bruine lemming is niet trekkende en wanneer overbevolkt (en tijdens het paarseizoen), vechten ze onder elkaar.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:00 Reageer op dit bericht

Bruine kapucijnaap

Bruine kapucijnaap
bru
B     b    B     b    18  u 65
Bruine kapucijnaap

De bruine kapucijnaap (Cebus apella), ook wel kuifkapucijnaap, apella of kesi-kesi genoemd, is een algemene apensoort uit het geslacht der kapucijnapen (Cebus).
Verscheidene andere kapucijnapen, als Cebus libidinosus, Cebus nigritus en de geelborstkapucijnaap (Cebus xanthosternos) worden soms als ondersoorten van de bruine kapucijnaap beschouwd.

De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758.

Deze soort komt voor in de noordelijke Amazonebekken van de Guyana's en Brazilië ten oosten van de Rio Negro, noordwaarts tot de Orinoco in Venezuela.

Engels : Tufted capuchin, brown capuchin, black-capped capuchin, pin monkey
Duits : Gehaubte Kapuziner, Haubenkapuziner
Frans : L’Apelle, Sapajou apelle, Sajou noir, Sajou apelle, Capucin à houppe noire

1275921-552f2731b70b084f0dae7335edc2429b.jpg
Bruine kapucijnaap
auteur : Glen Bowman    CC 2.0

De bruine kapucijnaap is steviger dan de andere kapucijnapen, met een ruwere vacht en een kortere, dikkere staart en ledematen.
Op het voorhoofd staat een bos of rij lange, verharde haren, die rechtop kan worden gezet als een soort "pruik".
Hij heeft een grijzig bruine vacht.
De buik is lichter en de handen en voeten zijn zwart.
Het gezicht is lichter van kleur, en omgrensd door een zwarte kap en bakkebaarden.
De staart is sterk en kan als grijpstaart gebruikt worden.

De kapucijnaap heeft een kop-romplengte van 32 tot 57 centimeter, een staartlengte van 38 tot 56 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,9 tot 4,8 kilogram.
Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes.
Een volwassen mannetje heeft meestal een kop-romplengte van 32 tot 56 centimeter, een staartlengte van 38 tot 56 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,9 tot 4,8 kilogram, een volwassen vrouwtje heeft meestal een kop-romplengte van 33 tot 48 centimeter, een staartlengte van 38 tot 47 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,9 tot 3 kilogram.


1275921-034bb330a6d6dd4b9bf813a30e1d1c7b.jpg
Cebus apella
auteur : Arthur Chapman    CC 2.0

De soort komt voor in een grote verscheidenheid aan bostypen, voornamelijk in het tropisch regenwoud, tot op een hoogte van 2700 meter.
Ook in meer open bos komt hij voor, waar hij zich door open veld over de grond voortbeweegt om van boom naar boom te gaan.
De soort waagt zich zelden op de cerrado's(een savanne-achtig gebied in het centrale westen van Brazilië) en savannes.

Het verspreidingsgebied overlapt met dat van andere soorten kapucijnapen, zoals dat van de witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus).
In dergelijke gevallen is er minder overlap in dieet tussen de soorten.

De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven.
Bij grote karkassen houden zich zelden meer dan drie dieren op.
Tijdens het foerageren kunnen ze afstanden afleggen van wel 54 kilometer.


1275921-e8ba87fbb4c549f34bbb2e26f8e9ae38.png
Bruine kapucijnapen
auteur : Frans de Waal    CC 2.5

De bruine kapucijnaap is een dagactieve, boombewonende soort.
Vaak waagt hij zich ook op de grond, om te zoeken naar voedsel of om afstanden af te leggen tussen verder staande bomen.
's Nachts verblijft de kapucijnaap in een holle boom of tussen dichte takken.

De bruine kapucijnaap leeft alleen of in groepen van twee tot twintig dieren.
Vaak heeft de groep slechts één volwassen mannetje, maar gemengde groepen met meerdere mannetjes komen ook voor.
Één mannetje is dominant.
Hij duldt slechts enkele apen, voornamelijk jongere dieren en enkele vrouwtjes.
Het dominante mannetje en de apen die het dichtst bij hem staan eten het eerst bij voedselschaarste, terwijl ondergeschikte dieren moeten wachten tot zij klaar zijn.
Ook zijn praktisch alle jongen binnen een groep nakomelingen van het dominante mannetje, alhoewel ook andere mannetjes binnen een groep met de vrouwtjes paren.

Anders dan enkele andere kapucijnapen heeft een groep bruine kapucijnapen geen territorium.
Woongebieden overlappen meestal en verscheidene groepen worden regelmatig naast elkaar aangetroffen.
De bruine kapucijnaap verzorgt zijn vacht regelmatig en zorgvuldig.


1275921-c001db677fad587e9f57f038be1370d2.jpg
Bruine kapucijnaap in het Ambiental reservaat, Brazilië
auteur : Dario Sanches    CC 2.0

Na een draagtijd van 180 dagen wordt één jong geboren, zelden een tweeling.
Het weegt bij de geboorte ongeveer 200 tot 250 gram.
Jongen worden op de rug van de moeder gedragen.
De zoogtijd duurt ongeveer negen maanden. Pas na zeven jaar wordt hij geslachtsrijp, wat vrij laat is voor een primaat van zijn grootte.

Bruine kapucijnapen kunnen vrij oud worden.
Een dier werd in gevangenschap meer dan 45 jaar oud.
De belangrijkste natuurlijke vijanden van de kapucijnaap zijn grotere roofvogels.
Ze zijn zo op hun hoede voor roofvogels, dat ze zelfs alarm slaan bij ongevaarlijke vogels.


1275921-bd91cc0c2b3dbe2558bc0347ddaf6ee4.jpg
Bruine kapucijnapen in familiepark Harry Malter
auteur : Donar Reiskoffer    CC 3.0

Het is van deze apensoort bekend dat hij harde voorwerpen als stenen als gereedschap gebruikt om noten mee open te breken.
Hierbij legt hij de noot op een grote, platte steen, waarna hij met een kleinere steen net zo lang op de noot slaat totdat deze breekt.
Naast noten eet hij ook vruchten, insecten, larven, eieren en jonge vogeltjes, en kikkers, hagedissen en zelfs vleermuizen.

Bruine kapucijnapen foerageren in groepen.
Als een groepslid voedsel heeft gevonden, slaakt hij een hard fluitend geluid, waarop de andere dieren naar hem toe komen.
De opbouw van de groep is zeer georganiseerd en wordt bepaald door de rangschikking in de hiërarchie.
Het dominante mannetje bevindt zich meestal vlak achter de voorhoede van de groep, waar het zowel veilig is (dieren in het midden zijn meer beschermd tegen aanvallen van predatoren) als voldoende voedsel te vinden is.
Hij bietst daarbij het voedsel dat door de voorhoede wordt ontdekt.
De voorhoede bestaat meestal uit hogergeplaatste vrouwtjes die worden getolereerd door het dominante mannetje, en hun oudere nakomelingen.
De voorhoede heeft de beste toegang tot voedsel, maar is ook het kwetsbaarst voor aanvallen van roofdieren.
De achterhoede bestaat uit ondergeschikte mannetjes en vrouwtjes.
Het dominante mannetje kan zeer agressief worden tegen deze dieren en zij proberen hem zoveel mogelijk te mijden.


1275921-56ea764654c67fd84ba5deb634d1da26.jpg
jong bruin kapucijnaapje
auteur : MatthiasKabel    CC 3.0

De bruine kapucijnaap is vrij algemeen en niet bedreigd.

Één ondersoort, Cebus apella margarita is ernstig bedreigd.
Deze ondersoort komt enkel voor op Isla Margarita, waar niet meer dan 250 dieren leven.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 23:15 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten