De bonte haakbladroller (Ancylis badiana) is een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
De vlinder heeft een spanwijdte tussen de 12 en 16 mm.
De bonte haakbladroller komt verspreid over het palearctische gebied voor.
Bonte haakbladroller
auteur: Stuart Donegal-wildlife.blogspot
In Nederland is de soort zeldzaam en in België is de soort schaars, maar wordt in alle provincies aangetroffen.
Ze zijn te verwarren met Ancylis paludana die een bleke achtervleugel heeft en over het algemeen een blekere indruk maakt en Ancylis uncella die veel bruiner is en de karakteristieke tekening mist.
De vlinders zijn vooral actief rond zonsopkomst en zonsondergang en komen matig op licht.
De bonte grasuil heeft als waardplanten diverse soorten klaver (trifolium), wikke (Vicia), Lathyrus en grote kattenstaart (Lythrum salicaria).
De bonte grasuil (Cerapteryx graminis) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 12 en 17 mm.
Cerapteryx: keras = een horen en pteux = een vleugel. Naar de vertakte lengtestreep op de voorvleugel die aan een gewei doet denken. Gewei is antler in het Engels, vandaar de Engelse naam Antler Moth.
graminis: gramen, graminis = gras.
Engels : Antler Moth Duits : Dreizack-Graseule Frans : la Noctuelle du gramen
De bonte bessenvlinder (Abraxas grossulariata) of Harlekijn is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
Abraxas: abraxas is een Koptisch woord toegeschreven aan Egyptische gnostiek (2e eeuw v.C.); dit woord moet 365 aangeven (de dagen in een jaar) onder toevoeging van de getalswaarde van de Griekse letters. Als versieringen te gebruiken bij toverformules en bezweringen, gecombineerd met mystieke figuren, dieren en menselijke vormen. Abacadabra is ook zo'n woord. Verder heeft het geen enkele enthomologische betekenis.
grossulariata: Ribes grossularia (tegenwoordig R. uva-crispa), kruisbes, een van de voedselplanten van de rups
Engels : Magpie Duits : Stachelbeer-Harlekin, Stachelbeerspanner Frans : la Zérène du groseillier , la Phalène mouchetée
Bonte bessenvlinder
auteur: Tim Bekaert vrije foto
Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.
De vlinder heeft een spanwijdte van 18 tot 25 millimeter.
Lijkt wel enigszins op de porseleinvlinder (A. sylvata).
De bonte bessenvlinder heeft als waardplanten diverse (bessen)struiken en -bomen.
In tuinen worden kruisbessen soms volledig kaal gegeten; soms ook massaal op gecultiveerde kruipende kardinaalsmuts.
Rups van de bonte bessenvlinder
auteur: jean pierre Hamon (14) CC 3.0
De bonte bessenvlinder is vooral te vinden in (volks)tuinen; ook heiden, struwelen en bosranden.
De vliegtijd is van half mei tot eind augustus in één generatie.
Ze worden soms rustend waargenomen op bladeren van onder andere braam en houden zich dood als ze worden gevangen of aangeraakt.
Zowel de vlinders als de rupsen worden vanwege de opvallende signaalkleuren niet door vogels gegeten.
De soort overwintert als jonge rups laag op de waardplant of in de strooisellaag en verpopt zich op de plant in een losse doorzichtige cocon, waarin de zwart met geel gekleurde pop goed zichtbaar is.
Oude Nederlandse naam : bessenspanrups, harlekijn
Bron : Wikipedia CC 3.0
http://www.vlindernet.nl/
tinternet
De bonte beer (Callimorpha dominula) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie Arctiidae, de beertjes.
De aanduiding beer heeft deze soort gemeen met de grotere soorten uit de familie van de beervlinders (Arctiidae).
De naam beervlinders heeft deze familie te danken aan het uiterlijk van de rupsen die dicht behaard zijn en daardoor aan een beer doen denken.
De vlinder van de bonte beer is opvallend bont getekend.
Een zeer zeldzame soort die alleen in het uiterste zuiden van Nederlands Limburg inheems is.
De vlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 55 millimeter.
Lijkt wel enigszins op de roomvlek (Arctia villica).
De bonte beer heeft als waardplanten diverse planten en struiken, waaronder gewone smeerwortel, koninginnenkruid, brandnetel, braam, wilg, kamperfoelie en moerasspirea.
De bonte beer is vooral te vinden in moerassen, op rivieroevers, natte graslanden en andere vochtige gebieden.
De vliegtijd is van begin juni-begin juli in één generatie.
De vlinders vliegen overdag, bezoeken bloemen van onder andere distels en zitten vaak te rusten op bladeren.
De mannetjes vliegen aan het eind van de middag en het begin van de avond in wilde patrouillevluchten heen en weer.
Ze vliegen ook ´s nachts en komen op licht.
De rups foerageert overdag bij zonnig weer.
De soort overwintert als rups.
Oude Nederlandse naam : jonkvrouw, juffertje, spaanse vlag
Bron : Wikipedia CC 3.0
http://www.vlindernet.nl/
tinternet
De bonte bandspanner (Epirrhoe tristata) is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
Epirrhoe: epirrhoe = een rivier, een overstroming. Dit verwijst naar de golflijnen op de vleugels.
tristata: tristis = somber, triest; dit wijst op de zwart/wit tekening die droefheid uitstraalt.
De vlinders vliegen zowel in de schemering als overdag.
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 11 en 13 millimeter.
Engels : Small Argent and Sable Duits : Fleckleib-Labkrautspanner Frans : la Mélanippe triste
Het bont zandoogje (Pararge aegeria) is een dagvlinder uit de subfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
Het bont zandoogje komt in een groot deel van het Palearctisch gebied voor, maar niet in Midden- en Noord-Scandinavië.
Engels : Speckled Wood Duits : Waldbrettspiel Frans : Le Tircis
Pararge aegeria tircis - mannetje
auteur: sannse CC 3.0
Het bont zandoogje kan in heel Vlaanderen waargenomen worden.
In Wallonië, Nederland en Duitsland is het Bont zandoogje een algemene standvlinder, die in de laatste twee landen schaarser wordt naar het noorden toe.
Men onderscheidt twee ondersoorten
Pararge aegeria aegeria, met oranje vlekken, voorkomend in Zuid-Europa, Noord-Afrika en Libanon, Pararge aegeria tircis, met flets-gele vlekken.
Pararge aegeria tircis - vrouwtje
auteur: sannse CC 3.0
Het Bont zandoogje is vooral te vinden in open loof- en naaldbossen of aan bosranden, maar wordt ook waargenomen in tuinen in bosrijke omgevingen en tuinen met een bosaspect, in holle wegen en beschutte houtkanten.
De vlinder vliegt meestal in twee generaties per jaar waarvan de eerste vliegt van midden april tot midden juni (met een piek tussen 20 april en 20 mei) en de tweede van eind juni tot begin oktober (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus).
In warme jaren kan een kleine derde generatie vliegen.
Pararge aegeria tircis - onderzijde vleugel
auteur: Luis Miguel Bugallo Sánchez CC 3.0
De eerste vlinders van de tweede generatie kunnen samen vliegen met de laatste van de eerste generatie, terwijl de laatste vlinders van de tweede generatie kunnen samenvliegen met de eerste van een partiële derde generatie.
De vliegactiviteit is afhankelijk van zonneschijn en beide geslachten gebruiken zonbeschenen delen van de vegetatie om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5°C te houden.
Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras.
De rups leeft van gras, zoals roodzwenkgras, kortsteel, straatgras, veldbeemdgras, kropaar, pijpenstrootje en witbol.
Bron : Wikipedia CC 3.0
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
tinternet
Het bont schaapje (Acronicta aceris) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 18 en 22 millimeter.
De soort komt voor in heel Europa.
De soort overwintert als pop, blijft soms meerdere jaren “overliggen”.
Engels : Sycamore Duits : Ahorn-Rindeneule, Ahorneule, Rosskastanieneule Frans : noctuelle de l'érable
Het bont schaapje heeft als waardplanten allerlei loofbomen, zoals eik, paardenkastanje, Spaanse aak (Acer campestre) en berk.
Overdag worden ze soms rustend aangetroffen op een boomstam of een paaltje.
Rups van de Acronicta aceris
auteur: A. Abrahami CC 2.5
Het bont schaapje is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien.
De vlinder kent één generatie die vliegt van begin mei tot halverwege augustus.
Het bont halmuiltje gebruikt diverse grassen als waardplanten.
De rups is te vinden van augustus tot mei en overwintert.
De vlinder kent één generatie die vliegt van halverwege mei tot halverwege augustus.
Doordat met deze soort veel determinatiefouten worden gemaakt (vooral verwarring met het gelobd halmuiltje (O. strigilis) en het donker halmuiltje (O. latruncula)) is de verspreiding niet goed bekend;
waarschijnlijk een zeldzame soort die vooral in Noordoost- en Zuidoost-Nederland voorkomt.
In het zuidoosten lijkt de soort zich de laatste jaren uit te breiden.
Het bont dikkopje (Carterocephalus palaemon) is een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
In België meest voorkomend in de Kempen. In Nederland is het Bont dikkopje een vrij zeldzame standvlinder die in twee gescheiden gebieden leeft: de Achterhoek aan de grens met Duitsland en de Kempen.
Engels : Chequered Skipper, Arctic Skipper Duits : Gelbwürfelige Dickkopffalter, Bunter Dickkopffalter Frans : L’échiquier, hespérie du brome
Het bont dikkopje komt voor in grote delen van Europa voor, waaronder in Nederland en België Daarnaast strekt zijn areaal zich uit tot Japan en Noord-Amerika. In Groot-Brittannië tenslotte komt hij zeer lokaal voor. De vlinder geeft de voorkeur aan bossen en vochtige graslanden als leefgebied.
Op de Vlaamse en Belgische Rode Lijst staat het Bont dikkopje in de categorie Kwetsbaar.
De vliegtijd is van april tot en met juli. Hoewel de rups in het najaar reeds volwassen is, verpopt hij pas in het volgende voorjaar. De waardplanten en voornaamste voedselbronnen van het Bont dikkopje zijn grassen zoals dravik en kortsteel. Het wijfje legt elk eitje afzonderlijk.
De boksbaardvlinder (Amphipyra tragopoginis) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 18 millimeter. De soort komt verspreid over Europa en het westelijk deel van Azië voor en is geïntroduceerd in Noord-Amerika.
Hij overwintert als pop.
Engels : Mouse Moth Duits : Dreipunkt-Glanzeule, Dreipunkteule, Bocksbarteule Frans : Triponctuée, Noctuelle du salsifis