* Het maakbare brein * van MARGRIET SITSKOORN

Het
maakbare breinvan
Margriet SITSKOORNUITGEVERIJ -BERT BAKKER
paperback :256 BLZ.
ISBN
9035130367Het continu blootstaan aan prikkels of het prikkels najagen is ‘absoluut’ niet bevorderlijk voor de creativiteit. ‘Ik heb hiervoor in de bedrijfskunde gezeten. Organisaties zouden hun werknemers bij tijd en wijle moeten dwingen tot nietsdoen.’ Al was het alleen maar omdat we anders opgebrand raken, aldus neuropsychologe Sitskoorn: ‘Ons lichaam en onze hersenen hebben hersteltijd nodig.’
***
Aan de hand van de laatste inzichten uit het hersenonderzoek en voorbeelden uit de praktijk laat Margriet Sitskoorn zien hoe we door ons gedrag zélf onze hersenen kunnen vormen en zo beter kunnen functioneren.
In een zestal hoofdstukken ontrafelt Sitskoorn het mysterie dat rond ons brein hangt. Zijn en Worden, daar draait het om is de ondertitel van het boek. Zowel titel als ondertitel klinkt enigszins afstandelijk voor de lezer die op neurologisch, psychologisch of filosofisch vlak niet is onderlegd. Echter, al lezende ontdekt men dat dit onbekend terrein op beschouwende wijze toegankelijk wordt gemaakt.
Er is aangetoond dat onze hersenen zich voortdurend aanpassen en veranderen. Onze hersenen zijn plastisch, ook bij schade en ouderdom. Deze plasticiteit kun je op allerlei manieren beïnvloeden. Hierdoor kun je je hersenen en gedrag ontwikkelen. Onze hersenen zijn dus maakbaar. Maar hoe? Hoe kun je ingrijpen in het brein zonder gebruik te maken van medicijnen, neurochirurgie of electro-magnetische stimulatie. Het antwoord op deze vraag is het onderwerp van dit boek.
Het maakbare brein suggereert dat je de hersenen kunt vormen en volgens de schrijfster is dat ook zo. Mensen hebben invloed op de ontwikkeling van hun eigen hersenen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond wat er met de hersenen gebeurt als we denken, dromen, studeren of sporten.Niet alleen weten we nu meer over de invloed van ziekten op de hersenen en de aftakeling die daar soms mee gepaard gaat, maar ook hebben wetenschappers meer inzicht gekregen in de werking van de hersenen bij gezonde mensen en de relatie met hun gedrag.
Hersenen blijken plastisch te zijn en kunnen veranderen en zich aanpassen. Hersenen doen ook aan zelfvernieuwing door het aanmaken van nieuwe verbindingen tussen hersencellen. Plasticiteit en zelfvernieuwing blijk je op verschillende manieren te kunnen beïnvloeden waardoor je dan weer je hersenen en je gedrag kunt ontwikkelen.
Onze hersenen wegen tussen 1 en 1,5 kilo en hebben een volume van 1,6 liter.Ze zijn opgebouwd uit meer dan duizend miljard zenuwcellen, die elk weer verbonden zijn met duizenden anderen zenuwcellen, wat in totaal zo'n triljoen hersenverbindingen geeft.Het aantal mogelijke posities waarin onze hersenen kunnen verkeren,is dus groter dan het aantal elementaire deeltjes in ons hele universum.Het is dus niet verbazend dat onze hersenen 20 procent gebruiken van de zuurstof die we inademen en evenveel van al het bloed dat door ons hart door ons lichaam wordt gepompt.
Maar professor Dr.Margriet Sitskoorn gaat in haar nieuwe boek nog verder.Dat onze hersenen een rol spelen bij heel ons gedrag en al onze vaardigheden
was bekend.Maar nu heeft recent onderzoek ook uitgewezen dat de mens in staat is zijn brein te màken, te verànderen, te stimuleren,door zijn hersencellen te dwingen nieuwe verbindingen aan te maken.Onze hersenen zijn geen vaststaand gegeven, ze zijn plastisch, ze kunnen zich reorganiseren op basis van de input die ze ontvangen.We kunnen de vorm en de werking van ons brein daadwerkelijk veranderen door ons gedrag te veranderen en dat aangepaste brein stelt ons dan weer in staat nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.
Dr.Sitskoorn zegt het in haar inleiding in één zin: door je hersenen te vormen kun je worden wie je wilt zijn.
Gedrag en vaardigheden wordt door Sitskoorn omschreven als het Zijn. Je Zijn kan voortdurend veranderen ofwel Worden. De ondertitel van het boek is nu uitgelegd en zij staaft haar stelling in de volgende hoofdstukken aan de hand van casussen, anekdotes en wetenschappelijke bevindingen. Het eerste hoofdstuk handelt over het tweerichtingsverkeer tussen hersenen en gedrag. In het tweede hoofdstuk wordt het functioneren van de hersenen uitgelegd. Plasticiteit, reorganisatie en fantoompijn komen aan bod in de volgende hoofdstukken. Evenals de invloed van opvoeding en de keuzes die je maakt. Beter functioneren blijkt voor iedereen een potentieel dat kan worden aangeboord. Geestelijke inspanning door studie blijkt voor alles goed te zijn. In dit boek legt de schrijfster in de uitspraak ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ de klemtoon meer op het effect van de gezonde geest. We blijken daar minstens zoveel aan te kunnen werken dan op het effect van het gezonde .
Ze legt een en ander uit aan de hand van een tekening van de somatosensorische hersenschors, dat deel van ons brein dat de prikkels uit ons lichaam verwerkt.Als we een plekje aan ons lijf aanraken, stimuleert deze prikkel een specifiek gebied in onze hersenen.Die locaties in onze hersenen zijn over het algemeen logisch verdeeld : net zoals de rest van ons lichaam, liggen ook in ons brein het gebied van de lippen naast de wangen en naast de tong.
Maar er zijn ook " vreemde buren "; het hersenplekje voor ons gezicht ligt niet naast dat van onze nek, waar je het zou verwachten, maar naast de handen. Het plekje voor de geslachtsdelen ligt in onze hersenen niet tussen onze benen, maar onder onze voeten !
Het verhaal achter deze ontdekking is fascinerend.
In 1991 las de hersenspecialist prof.Ramachandran over de zeventienjarige Tom Sorensen, die in een verkeersongeluk zijn linkerarm verloren had.
De arm was afgezet tot boven de elleboog, maar Tom ervoer wat 80 procent van de mensen ervaart na zo'n amputatie.Het was alsof hij zijn vingers nog kon bewegen en zijn arm kon strekken.Zijn arm was een fantoomledemaat geworden.
Prof. Ramachandran nodigde Tom uit voor een experiment.
Met een wattenstaafje raakte hij bij zijn proefkonijn verschillende lichaamsdelen aan en vroeg hem wat hij voelde.Bij aanraking van zijn borst, voelde Tom gewoon zijn borst, bij aanraking van zijn been , zijn been.
Maar toen de onderzoeker Toms wang aanraakte,voelde Tom niet alleen zijn wang maar ook de duim van zijn afgezette arm!
Toen zijn bovenlip werd aangeraakt, voelde hij zijn wijsvinger en bij de aanraking van zijn wang voelde hij ook zijn ontbrekende pink. Prof Ramanchandran vond de verklaring van dit fenomeen op de kaart van de somatosensorische hersenschors.Het gebied in onze hersenen dat reageert op prikkels van onze hand, ligt vlak naast dat van ons gezicht.
Omdat de delen van het brein die correspondeerden met Toms ontbrekende linkerhand niet meer werden gebruikt, hadden de buren(het gezicht) het nutteloze deel van Toms hersenen overgenomen, zeg maar :' gekraakt .'
De conclusie die dr. Ramanchandran uit dit en een aantal soortgelijke experimenten trok, lag voor de hand : als je een deel van je mogelijkheden(lees: Toms arm) niet meer gebruikt, beginnen je hersenen zich voor je eigen bestwil te reorganiseren.
Wat niet gestimuleerd wordt, verliest in onze hersenen terrein.
Niet sporten, niet zingen,niet denken, betekent dat al deze mogelijkheden zich niet ontwikkelen en dat we de capaciteit ervoor zelfs kunnen verliezen.
Maar ook het omgekeerde is waar ; als we ons in en bepaalde richting willen ontwikkelen, moeten we ons blootstellen aan dié informatie die we van belang vinden voor die ontwikkeling en moeten we vermijden wat we er schadelijk voor vinden.
Train wat je wil ontwikkelen en laat wat je stoort.
Dr Sitskoorn maakt zich sterk dat iedere normale mens na tien jaar training, zeven dagen per week, vier uur per dag, beter gitaar kan spelen( dansen, schrijven, Russisch leren,hardlopen) dan iemand met meer aanleg die minder hard oefent.
" We zijn te veel gebruiker van onze hersenen", zegt ze en te weinig architect ervan.
We consumeren ons leven in plaats van het te produceren"." Dat is prima" is haar conclusie, " als je je maar realiseert dat je behalve producent ook architect van je hersenen kunt zijn.
Margriet SITSKOORN.

Margriet Sitskoorn promoveerde in de neuro- en ontwikkelingspsychologie. Momenteel is ze hoofd van de afdeling Neurocognitie van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht, en is ze lid van de Gezondheidsraad. Bovendien is ze sinds 2000 directeur van Het NeuroCognitief Centrum Nederland.
Zij doet onderzoek naar de relatie tussen gedrag en de plasticiteit van het menselijk brein.
Op televisie is ze vaste gast in het wetenschaps- en actualiteitenprogramma Nieuwslicht (vara). Daarnaast schrijft ze voor internationale vaktijdschriften en populair-wetenschappelijke bladen.
































