* Zondagskinderen * van : MARIA STAHLIE

Zondagskinderen : Uitgeverij : Prometheus " De spanning, de taal , de sfeer , de karakters , alles werkt samen en resulteert in opwindend proza ."
***
Maria Stahlie schrijft in de verhalenbundel Zondagskinderen voornamelijk over vrouwen die plots met een innerlijke crisis te maken krijgen.Haar personages zijn vaak verkrampt van haat : jegens een vader, een broer of een echtgenoot, een enkele keer jegens hun noodlot , maar meestal haten ze zichzelf.
Een simpele gebeurtenis kan daarom voldoende zijn om volledig te ontsporen.
In deze bundel toont Maria Stahlie zich een begenadigd schrijfster, die haar personages diep in hun kwetsbare zielen weet te treffen.
Met minimale middelen roept de schrijfster hele werelden op , waar men als het ware in meegezogen wordt.
Maria Stahlie :-1955
Maria Stahlie (pseudoniem van Madelien Tolhuisen ) werd in 1955 geboren in Arnhem, maar groeide op in Breda, waar ze op veertienjarige leeftijd haar latere partner Dick Schouten leerde kennen.
Beiden gingen studeren aan de Universiteit van Amsterdam, waar Stahlie in 1984 cum laude afstudeerde in de Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Na haar afstuderen begon zij haar loopbaan als beoordelaar van manuscripten en vertaler bij uitgeverij Bert Bakker.
Ze was recensent bij Vrij Nederland, maar koos uiteindelijk voor het schrijverschap.
In 1987 verscheen haar eerste boek, Unisono..
Maria Stahlie verbleef in 1988 en 1990 langere tijd in de V.S., eerst als partner van Dick Schouten, die writer-in-residence was op de University of Minnesota, later als writer-in-residence.op dezelfde universiteit.
Stahlie en Schouten woonden gedurende een jaar op een Grieks eiland in de Egeïsche Zee. De verblijven in de V.S. en Griekenland hebben hun sporen nagelaten in Stahlie's verhalen en romans. Dit geldt ook voor haar woonplaats Amsterdam (vooral de buurt De Pijp, waar ze samen met Dick Schouten woont).
In 2000 schreef Stahlie enige tijd een column in de Volkskrant, 'de Leesclub'.
Haar oeuvre is bevolkt met in hart en geest onbevangen personages die zich altijd in de nesten werken maar steeds opnieuw gered worden door de goedertierenheid van de auteur (die het hen natuurlijk wel eerst knap moeilijk heeft gemaakt).Is het niet de zorg voor anderen die hen in een stroomversnelling doet belanden, dan is het wel hypochondrie of schuldgevoel.
De drijfveer van haar schrijverschap is niet haar persoonlijke visie op de maatschappij of op het bestaan, maar haar liefde voor de taal.
Ze vindt het wonderlijk geheimzinnig dat je met taal verhalen kunt vertellen, personages leven in kunt blazen, spanningsvelden en ritmes kunt creëren om komische en aangrijpende gebeurtenissen uit de verf te laten komen
."Vol, rijk en complex, dat is de wereld en zo moet mijn werk zijn."-zegt ze
Ubi amor, ibi oculus luidt een Latijnse spreuk die haar lijfspreuk zou kunnen zijn; daar waar liefde is, is het oog.
Je ziet pas echt hoe de wereld in elkaar steekt als je er met liefde naar kijkt.
"Stahlies "kracht ligt in haar eigenzinnigheid, haar direct herkenbare, glimlachende stijl en een bijna on-Nederlandse luchtigheid die, gekoppeld aan een telkens verrassende plot, verhalen opleveren die nu en dan 'juweeltjes' mogen heten.
De allergrootste indruk echter maakt de wijze waarop Stahlie het thema van de verbeeldingskracht in haar verhalen verwerkt.Haar proza is lyrisch, intelligent en lichtvoetig. Ze dompelt de lezer onder in een door haar zorgvuldig geschapen wereld, een wereld die intrigeert en hongerig maakt naar meer. Zij is in staat het onmogelijke te laten gebeuren zonder dat het ongeloofwaardig wordt.’
In Stahlie’s boeken treden vaak avontuurlijke en ondernemende meisjes en vrouwen op.
‘Mijn hoofdpersonen zijn afsplitsingen van mijn onverschrokkener zelf. Als kind hield ik van voetbal en klom in bomen, er werd nooit meisjesachtig gedrag van mij verwacht. Maar misschien ben ik in mijn herinneringen heel wat stoerder dan ik in werkelijkheid was, ik kan dat niet meer controleren, want mijn vader heeft bij de scheiding alle foto’s meegenomen,’ aldus Maria Stahlie
Het oeuvre van Stahlie (…) kenmerkt zich door vakkundig overdachte maar tegelijk verfijnd ironische taalvirtuositeit, vol van snelle kracht. Talloze prachtig geslepen zinnen en spitsvondige gedachten lichten er als juweeltjes uit op. Dit maakt haar werk buitengewoon spannend en meerduidig. Juryrapport Anna Bijnsprijs 2003.
Knap en vakkundig is de manier waarop zij uitwijdt en zijpaden bewandelt, zonder ook maar één moment de compositie van het verhaal uit het oog te verliezen of afbreuk te doen aan de opgebouwde spanning. Zij is heer en meester over haar verhaal, op elk moment.
Op het gebied van de verbeelding moet je het achterste van je tong laten zien,’ heeft Stahlie eens gezegd, en dat is precies wat deze rasvertelster op ongeëvenaarde wijze doet.Zij is in staat het onmogelijke te laten gebeuren zonder dat het ongeloofwaardig wordt. Net als haar personages – grotendeels vrouwen – toont ze zich overmoedig, neemt ze risico’s met het verhaal, laat ze de fantasie het gezonde verstand vaak overwinnen.Haar verhalen zijn rijk en complex, omdat het leven dat ook is.
Reviews :
Zij doet dat zo uitbundig en tegelijkertijd zo subtiel, dat 'Zondagskinderen' voor eens en voor altijd duidelijk maakt dat Stahlie, zo zij ooit als 'een jonge vrouw, een meisje' getypeerd kon worden, gerijpt is tot een volwassen verhalenverteller die het vak tot in haar vingertoppen beheerst." (Trouw, 27 februari 1999)
Uitspraak van de schrijfster:
‘als schrijven schrappen zou zijn, zou schrijven wel schrappen héten.’
Bibliografie:
Unisono (roman, Bert Bakker, 1987)
Verleden hemel toekomst (verhalen, Bert Bakker, 1988)
In de geest van de Monadini's (verhalen, Bert Bakker, 1989)
De sterfzonde of de ingebeelde dode (roman, Bert Bakker, 1991)
De vlinderplaag (verhalen, Bert Bakker, 1992)
Het beest met de twee ruggen (roman, Prometheus, 1994)
Genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuurprijs
Honderd deuren (roman, Prometheus, 1996)
Onderscheiden met de Multatuliprijs .
Zondagskinderen (verhalen, Prometheus, 1999)
Genomineerd voor de Generale Bank Literatuurprijs .
De lijfarts (roman, Prometheus, 2002)
Genomineerd voor de Anna Bijnsprijs
Galeislaven (verzamelde verhalen, Prometheus, 2004)
Sint-Juttemis (roman, Balans, 2005)




















