België voor Dummies (deel 2)
We hebben al gezien dat België bestaat uit
- drie gewesten (Vlaanderen- Franstalig gewest waarbij het Duitstalig landsgedeelte is aangesloten en het Brussels Hoofdstedelijk gewest)
- Drie gemeenschappen de Vlaamse gemeenschap ( Vlamingen en de Vlaamse Brusselaars), de Franstalige gemeenschap (Walen en franstalige Brusselaars) en de Duitse gemeenschap.
- Verder uit 10 provincies (Oost- en Westvlaanderen, Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant, Henegouwen, Namen, Luik en Luxemburg) en de Brusselse agglomeratie van 19 gemeenten.
De gemeenshappen zijn er gekomen omdat er in België grote CULTURELE verschillen bestaan tussen deze drie gemeenschappen. Oorspronkelijk waren de bevoegdheden van de gemeenschappen dan ook beperkt tot culturele aangelegenheden ( beleid over cultuur, bibliotheken, jeugd, radio en televisie). Later zijn daar andere bevoegdheden bijgekomen. De zogenaamde persoonsgebonden aangelegenheden: beleid voor gezondheid (--voornamelijk preventief want de gezondheidsZORG en de ziekteverzekering blijft federale, Belgische materie--) en verder welzijn en beleid voor gehandicapten en bejaarden. Maar ook het beleid voor het onderwijs en het gebruik der talen behoort tot de bevoegdheid van de gemeenschappen
De gewesten zijn eigenlijk tot stand gekomen door ECONOMISCHE verschillen tussen deze gewesten. De bevoegdheid van de gewesten liggen dan ook op het gebeid van de economie en de materie die economische gevolgen kan hebben ( landbouwbeleid, huisvestingsbeleid, energiebeleid maar ook tewerkstelling, openbaar vervoer en openbare werken). Daar de gewesten ook territoriaal bepaald zijn ( dus begrensd zijn) hebben zij ook hun zeg over plaatsgebonden aangelegenheden zoals milieu en ruimtelijke ordening.
Voor alle andere zaken is de Belgische federale regering via kamer en senaat bevoegd.
Nu moeten in al die instellinge beslissingen genomen (parlement) en uitgevoerd (regering) worden daarvoor is dus een regering en een parlement nodig.
Aan de top staat dus de Belgische of federale regering , die bij Verhofstad III bijzonder klein gehouden is :veertien ministers en geen staatssecretarissen. Een premier, zes Nederlands- en zeven Franstalige ministers. Het Belgisch federale parlement bestaat uit de senaat met 71 senatoren en een kamer met 150 leden. Verder:
- De Duitstalige gemeenschap beschikt over een parlement (25 leden) en regering
- De Franstalige gemeenschap beschikt over een parlement (94 leden) en regering
- De Vlaamse gemeenschap en het Vlaamse gewest beschikken over één parlement en regering (124 leden)
- Het Brussels gewest beschikt over een parlement (72 Fr + 17 Vl = 89 leden)en regering
- Het Franstalige gewest beschikt over een parlement en regering (75 leden)
In totaal dus 628 man in de praatbarakken.
Het Vlaams parlement en de Vlaamse regering is zowel bevoegd voor gewest als voor gemeenschap. In Wallonië zijn er voor gewest en gemeenschap twee aparte parlementen en regeringen. Dat er voor gewest en gemeenschap in Vlaanderen maar één parlement en regering is geeft soms eigenaardige toestanden. Na het vertrek van Yves Leterme en Inge Vervotte werd Kris Peeters Minister president. Voor de opengevallen posten van Welzijn en Openbare Werken waren er twee kandidaten Hilde Crevits ( uit West-Vlaanderen ) en de Brusselaar Steven Van Ackere. Deze laatste kon alleen maar minister van Welzijn worden ( een gemeenschapsmaterie) want Openbare Werken is een materie voor het gewest en Van Ackere is een Brusselaar en Brussel behoort niet tot het gewest Vlaanderen maar als als Vlaamse Brusselaar maakt hij wel deel uit van de Vlaamse Gemeenschap en dus kan Welzijn tot zijn bevoegdheied behoren. Eenvoudig toch !
Een ander typisch voorbeeld is bv dat het Brussels gewest kan afkondigen dat er in het gewest geen jachtzeizoen bestaat er mag dus niet gejaagd worden. Een evenzwijn in het Zoniënwoud bedreigd door een Vlaamse of Waalse boswachter rept zich dus best naar het Brusselse deel van het woud om daar asiel te vragen. Leg dat maar eens uit aan een Nederlander of een Fransman.
Maar het is nog niet gedaan want in Brussel kregen zowel de Vlaamse als de Franstalige gemeenschap een Culturele Commissie: de Nederlandstalige Comissie voor Cultuur van de Brusselse Agglomeratie en haar Franstalige tegenhanger die van naam veranderd zijn in de Vlaamse en Franse Gemeenschapscomissie. Er is ook nog een Gemeenschappelijke Gemeenschapscomissie.
Begin 2007 veranderde de communauté Française in alle stilte haar briefhoofden met als titel "Communauté Wallonie-Bruxelles", daarme een claim op Brussel leggende.
Maar helaas zijn we nog niet rond want aan het hoofd van elke provincie staat ook een gouverneur, bijgestaan door een bestendige deputatie ( soort regering) en een provincieraad (allen metook hun bevoegdheden). Voor Antwerpen telt de provincieraad 84 leden, Oost-Vlaanderen 74 leden, Vlaams Brabant 84 leden. Laat ons gemiddeld 10 x 80 man nemen = 800 provincie raadslenden
Op het laagste echelon vindt men dan de burgemeesters en hun schepencollege ( ook een soort regering) en de gemeenteraad. Er zijn 589 gemeenten met, afhankelijk van de grootte van de gemeente 7 tot 55 gemeenteraadsleden. Laat ons een gemiddelde van 25 gemeenteraadsleden nemen . Dit maakt 14.725 gemeenteraadsleden.
In totaal ( alle parlementen enz bij elkaar komt dit ongeveer neer op 16.153 of 1 verkiesbaar persoon per 650 inwoners of 1 per 2 km²). Dit aantal lijkt dus niet zo gek veel maar de structuur is te ingewikkeld.
Moet er nog zand zijn ? Welke kat vind nog haar jongen terug in deze wirwar van van regeringen, parlementen, comissies, bestendige deputaties, schepencolleges. en raden. Om nog niet te spreken over wie nu precies bevoegd is waar en waarom en vooral voor wat ? Een staatshervorming in de zin van een staatsvereenvoudiging lijkt mij geenszins een overbodige luxe.
wordt vervolgd.
17 reacties op dit bericht
Goede nacht
oei mijn mager plaatje gaat afsteken hier denk ik ..hahaha
Er wordt hier aardig wat
Prima
...
Ik blijf het een goed gedicht vinden. Mag ik het van je overnemen om te bewaren?
Mijn gedacht
'Ik grijpt...' ?
ik grijp drinkt vandaag geen thee
...
Die laatste zin..
*
Want ik vraag mij af of je bij dit gedicht niet hard zit te schuddebuiken van het lachen.
Verklaring?
Eigenzinnige interpretatie!
sehr sheun- sehr sheun!
Jetz habe ich maain sheunhaaids slafke neutig!
Euvgenia Petrovna
*
Want ik vraag mij af of je bij dit gedicht niet hard zit te schuddebuiken van het lachen.
Verklaring?
Eigenzinnige interpretatie!
---
Voor mij mag die zin best blijven staan. Zo hebben begin en einde éénzelfde cadans: Iets te drammerige dromen, iets te zielige ziel. Zonder, lijkt het slot nogal kortaf. Pijn verlichten lijkt me toch ook een langzaam proces.
Een tegenargument zou zijn, dat die ‘zielige ziel’ iets te zelfdestructief overkomt. ‘Melancholische’ zou passender lijken, maar niet doen, want dan is de cadans verbroken. Een intriest gedicht met een ironische ondertoon op het zelfmedelijden, wat al aanvangt bij de titel; ‘Lievelingsverdriet’. Hoe kom je er op? Ook, ‘ik grijpt gretig…’.
‘Lievelingsverdriet’ met ‘de iets te zielige ziel’ is mooi, mooi als glooiende weiden!
@Thea
...
Ik vind het trouwens een mooi gedicht, alhoewel ikzelf in het laatste couplet 'de pijn' maar één keer zou noemen.
bescheiden mening
Het is slot is dan meer 'le clou van d'affaire' ...
..
maar lieve dichter, naar een leek moet je absoluut niet luisteren!
Hou je maar lekker vast aan je dichterlijke vrijheid. Wij komen hier bij u in de leer en niet andersom.