De kus , een perpetuüm mobile
|
*********** Zij, die voor ons, de anderen waren en de liefde, onder de arm, onderhands wel eens hadden beetgenomen zij zwegen niet, de roekelozen, uit angst voor de schoonheid zwegen zij niet Maar herkauwden de gebenedijde steigers van het onvermogen waarbij hun spieren openspatten door het Groot Verdriet Hun ongevlochten harten beefden als de botten in een prinsengraf wanneer de aarde ademhaalt En ik op zwarte zijden kousen reik en raak je kussen aan als een nieuwgeboren mes dat aan beide zijden snijdt je zachtjes tussen de ribben port waarbij een lichte pijn paart met een opgefriste huivering Bloed kleeft in speeksel maar stolt niet Het hart in mijn vingertoppen Herhaalt zich op mijn lippen En wat het schrijft blijft voorlopig voor eeuwig onleesbaar ..voor de menigte Zij, die voor ons de anderen waren.. |

