Naar de inhoud

Het bruidsboeket dat het beter wist

klikgevoelige poëzie (het blog van Baron Ernst)
seniorennet.beseniorennet.be
door Ronald Milo >

Berichten van 1 november 2010 tot 30 november 2010

We zagen net de definitie van de apostof of aanspreking. De apostrof is eerder gênant. Het is een aanspreekvorm van de tweede persoon  die niet de lezer is en deze tot toehoorder maakt en aldus een kortsluiting veroorzaakt in de communicatie tussen lyrisch subject en de lezer. Het is een duidelijk gedateerde, kunstmatige en eerder lachwekkende aanspreekvorm, die alleen in een gebedssituatie of in poëzie nog toelaatbaar is. Maar de hedendaagse poëzie heeft het er moeilijk mee en ook in besprekingen wordt de apostrof nog nauwelijks aangehaald alhoewel hij nochtans een van de wezenlijke kenmerken van de poëzie naar voor brengt; namelijk het lyrisch subject dat de rug keert naar de lezer en deze tot afluisteraar maakt.  In de huidige poëzie zal de apostrof nog weinig gebruikt worden en dan meestal nog alleen om een humoristisch effect teweeg te brengen.

   
O, ophelia ik zag het aan
het moest er wel van komen
als jij naakt in het woud gaat staan
zie ik alleen nog bos
en niets meer van de bomen



Ernst 04.1999.

Het burlesk effect van de omkering van de spreuk "door de bomen het bos niet meer zien ", en de zinspeling op  bos, (bush, schaamhaar) wordt hier nog verhoogd door de plechtige toon van de apostrof. 

(Wordt vervolgd )

Ondertussen nog wel dit

een gekregen woord terug verloren

 

de ene bloem sterft

al wat voortreffelijker dan de andere

fluister je

terwijl je de kamer verlaat

wij metselen ons lot

in hun gladgestreken rouwlinnen 

de handpalmen nog  verwachtend

de tepels nog gericht naar een kindertijd

het hoofd afwezig

zoals altijd

vernielde hersenen

geschrapte  eeuwigheid


Ernst 23.11.2010


Geschreven door Ernst-Georg om 17:18 1 reactie Reageer op dit bericht

We zegden al dat één van de kenmerken van de poëzie is dat het "lyrisch subject" zich niet tot de lezer wendt maar tegen zichzelf spreekt of tegen één derde, soms zelfs tot levenloze dingen zoals bloemen of tot  het gedicht zelf. In onderstaand gedicht zijn  het bij voorbeeld de lettergrepen die het gedicht aanspreekt. Dit is wel kenmerkend voor poëzie want romans of novellen zijn vaak tot de lezer gericht. De lezer is hier geen afluisteraar maar de direct aangesprokene. En als lezer niet direct aangesproken wordt dan wordt dit in de taalsituatie van een verhaal echt wel impliciet verondersteld. De lezer wordt geacht van de gebeurtenissen op de hoogte gesteld te willen worden.

 Naast de poëtische , de verhalende en  de dramatische taalsituatie kan men nog een vierde groep teksten onderscheiden namelijk "de betogende"  taalsituatie. Deze heeft met de verhalende gemeen dat ze zich direct tot de lezer richt , maar in plaats van een opeenvolging van gebeurtenissen ( =verhaal) nu een standpunt of een theorie wil uiteenzetten. Deze tekst is een duidelijk voorbeeld van zo een betogende taalsituatie.

In volgend gedicht richt het lyrisch subject zich tot woorden en lettergrepen. Tweemaal gebruik ik hier  de wat oubollig aandoende uitroep "o" . Deze aanspreekvorm in de tweede persoon  ( een jij, u of jullie ), wordt in de retorica's uit de klassieke oudheid tot de tropen of stijlfiguren gerekend en "apostrof" genoemd.
(wordt vervolgd)



naar de keel   gegrepen letters

 

o, jullie,

lettergrepen

uitgestoten

nevel

die paart met de schors van het katern

tot  onzichtbaar  zichtbaar wordt

o, jullie

medeklinkers van de nacht

die de slaap niet kunnen vatten

in de stroomversnelling

van het angstig  bericht

“ik hou niet meer

van jou “

nu stokt de buikademhaling 

omhelzing  uitgebloeid

zes woorden worstelen

met de diepgang

van een alleenstaande

waterput

waarop nog een koppelteken drijft

tevergeefs



Ernst 20.10.2010


Geschreven door Ernst-Georg om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht


We hebben de poëzie gedefinieerd als een specifiek taalspel met eigen regels . Hierbij nu moeten we onderscheid maken tussen de spreekhouding van de dichter en de leeshouding van de poëzielezer en dienen wij ons te realiseren dat de woordvoerder van het gedicht het zogenaamd "lyrisch subject "  niet mag verward worden met de dichter. Een gedicht, zelfs in de "ik"-vorm is geen autobiografisch gegeven. De dichter is de persoon die het gedicht schrijft. Het "lyrisch subject" daarentegen  is een functioneel personage, het is de woordvoerder van een gedicht maar het is niet de dichter . De dichter is de schrijver , het lyrisch subject de verteller van het gedicht. Maar anders dan een verteller staat het lyrisch subject het woord nooit af. Het houdt een monoloog en  specifiek aan deze monoloog is dat deze meestal niet gericht is aan de lezer maar een denkbeeldige derde. De lezer neemt dus stiekem kennis van de monoloog gericht aan deze derde. Een gedicht wordt dus als het ware afgeluisterd.

 ( wordt vervolgd)

massagraf Srebrenica

 

modder en speeksel met de

lippen van mijn liefde  opgedroogd

in mijn mond

de vingerafdruk van de rode zonnebloem

op het voorhoofd 

het gedicht in de vestzak

met de laatste ogen gesloten

de kreet  ongerust en ongeduldig

de dood nabij

en zorgvuldig 


Ernst 15.11.2010



Opgave:  wie is het lyrisch subject in dit gedicht ?

Geschreven door Ernst-Georg om 13:32 4 reacties Reageer op dit bericht

We hebben reeds gezien dat we poëzie niet kunnen definiëren door de vormkenmerken van de tekst en dat ook een definitie via thema's ons in de steek laat . We zullen poëzie dan ook moeten definiëren als een  bijzondere vorm van communicatie tussen de lezer en de schrijver van de tekst. De tekst kan, maar hoeft niet, zekere vormkenmerken te hebben en kan, maar hoeft niet, over zekere thema's te handelen maar wordt wel al lezend tot poëzie gemaakt. Het is een communicatief taalspel tussen schrijver en lezer. De taal krijgt hier dus bepaalde functies toebedeeld  (want ook taal heeft geen universele rol maar een specifieke rol naargelang de situaties waarin ze gebruikt wordt) die de tekst tot poëzie maakt.  Maar als poëzie een taalspel is  houdt dit in dat er specifieke spelregels worden gehanteerd die er toe leiden dat in de poëtische situatie de poëtische taal een specifieke functie krijgt. Om het concreet te stellen ;bekijken we de twee versregels van onderstaand gedicht :

jouw  maanlicht half  veerkrachtig  nog

jaagt in de zeilen van mijn onderhuid 

Wanneer de lezer dit zou lezen als een feitelijke (referentiële) mededeling dan is dit onzin, slechter wartaal zelfs.. Een huid bezit immers geen zeilen en maanlicht is niet veerkrachtig. 

Maar in de poëtische situatie weet men dat deze beweringen niet langer betekenen wat ze in gewoon taalgebruik zouden betekenen. Merkwaardig hierbij is dat deze versregels hierbij geen taalkundige of formele kenmerken vertonen die iemand zouden beletten om ze referentieel gaan te lezen. Alleen houdt de bewering dan geen steek. Het is de een van de regels van de poëzie die de lezer aanzet om de bewering niet louter referentieel te gaan lezen.

(wordt vervolgd)



de rusteloze nacht van een dag als geen ander

 

jouw  maanlicht half  veerkrachtig  nog

jaagt in de zeilen van mijn onderhuid

sapstroom begeeft zich op lastig  pad

waarmee ik je in

mijn afdruk sluit

je vraagt mezelf en al mijn bondgenoten

-die zijn als dood voor vragenderwijs-

ze besloten

"onbuigzame

je zal haar buik niet ontzien

al boog zij zich  het spiegelbeeld te pletter

in al het spaarzaam zwijgen van haar rode schort"

het bed was hard

adem te kort

en huiveringwekkend deze sprookjesmoeder

en dat ik haar

om hels

te keer te gaan 

het oerbegin zal openbreken

en manmoedig

het thuiskomen vermijden


Geschreven door Ernst-Georg om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Van nu af zullen we trachten bij elk gedicht wat theorie over de poëzie te geven zodat na een tijdje termen als daar zijn : de jambische hexameter, de alexandrijn, de metafoor, de apostrof, metonymie, rondeel , synecdoche , omarmend rijm en andere gedrochten zoals anapest en amfibrachys voor jou geen geheimen meer zullen hebben.
We beginnen de uiteenzetting  met de herkenning en de definitie van de poëzie. Poëzie herkennen is in feite niet zo moeilijk. De grote hoeveelheid wit op de bladzijde, de indeling in versregels en strofen, het rijm enz.  Het zijn allemaal FORMELE ( = afgeleid van de vorm) kenmerken van een poëtische tekst. Maar om te definiëren wat nu precies het poëtische aan een tekst is daar is meer voor nodig dan deze formele kenmerken alleen. Want b.v. de moderne poëzie zal ondermeer het rijm en de strofen verwerpen.

Vroeger werd de poëzie vaak van andere tekstsoorten onderscheiden op basis van THEMA'S. Men verdeelde de literatuur in epiek, dramatiek en lyriek en beriep zich daarbij op de Oude Klassieke Griekse Poëtica, welke voorschreef welke thema's konden worden behandeld in deze genres. Epiek moet heldhaftige thema's beschrijven, drama zou dan conflictsituaties uitbeelden en lyriek zou zich moeten bezig houden met gevoelsuitingen. Veel poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw zet zich echter af tegen het feit dat poëzie uit gevoelsuitingen zou moeten bestaan. Dus een definitie op basis van thema's is evenmin wenselijk. Tracht maar eens het onderstaande gedicht in één van deze drie genres onder te brengen.
(wordt vervolgd)  

geschatte marktwaarde ..oneindig ?   

 

ze huilt nogal volwassen

beschonken

door de pijn die nu al 3 dagen duurt

de spreidstand

die door haar bekken schuurt

met de helm geboren

wicht  

gewicht

dat onbeholpen beslag legt

op zijn plekjes in haar buurt   

dit  wasdom wast

zich de onschuldige handen

scheurt haar privacy onherroepelijk aan banden

zijn zoekmachine vindt haar tepels

die hun  jongste

vriend op haar facebook 

echter koudweg dumpen

voor een flets flesje melk

vermomd als social networking 

toch herkende ik haar als mijn moeder


Ernst 03.11.2010



NB: Met de helm geboren = geboren met vrijwel intacte vruchtvliezen, waarbij het vruchtvlies dus het kind nog volledig of gedeeltelijk omringt.



Geschreven door Ernst-Georg om 13:53 4 reacties Reageer op dit bericht

Wanneer men een gedicht leest plaatst men zich als lezer in een poëtische lees houding, men accepteert dat men gedicht voor ogen heeft en gaat lezen volgens het taalspel van de poëzie waarbij men aanneemt dat de woorden en de zinnen die men leest méér dan alleen maar referentiële betekenis hebben. Elementen die in een referentiële tekst eerder storend zouden werken, zoals herhalingen enjambementen , rijm, metrum, strofen krijgen nu wel een zinvolle betekenis. Daarom kan het ook voor de dichter zinvol zijn zijn afwijkend taalgebruik eens te ordenen naar een klassiek schema zoals een sonnet bijvoorbeeld . 1 november , de dag der doden die de wonde open legt die door de zomerkleren van mijn herinneringen waait en vloeibare herfstkleuren schildert in de mist - gemist en gemis slechts één letter scheidt deze woorden zoals slechts luttel ons scheidt van hen die we vandaag missen-- inspireerde mij tot dit klassiek sonnet


1 november

 

de grote regels zullen weldra hervatten

met hun onbehagen dit mager grondgetal omvatten

en puin weer zullen wij ruimen uit ons dagelijks brood

tederheid beneden laten wachten in de schoot

 

het  ongewapend tegen de nekslag van  dood

op een lineaal  van tijdsgebrek - oog in ‘t  rood

uit de omarming - vibratie  als een viswijf kou laten vatten

tussen  gekrabbel "plicht  & co" terug post laten vatten

 

kraaienpoten van verzuim gepleisterd op het aangezicht

slecht ingelogd op  kernfusie -waarheid die in een gedicht

geen herberg vindt  met koopmanschap  de  boedelverheffing dan maar  klaren

 

en op een inlegblad  het saldo   voor het nageslacht   bewaren

alsof men  de verantwoording   die men per slot  in zichzelf moet zoeken

als tweeverdieners in moraal  op hun rekening mag  overboeken

Geschreven door Ernst-Georg om 11:23 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Het bruidsboeket dat het beter wist

↑ Terug naar de berichten