jaagt in de zeilen van mijn onderhuid
Wanneer de lezer dit zou lezen als een feitelijke (referentiële) mededeling dan is dit onzin, slechter wartaal zelfs.. Een huid bezit immers geen zeilen en maanlicht is niet veerkrachtig.
Maar in de poëtische situatie weet men dat deze beweringen niet langer betekenen wat ze in gewoon taalgebruik zouden betekenen. Merkwaardig hierbij is dat deze versregels hierbij geen taalkundige of formele kenmerken vertonen die iemand zouden beletten om ze referentieel gaan te lezen. Alleen houdt de bewering dan geen steek. Het is de een van de regels van de poëzie die de lezer aanzet om de bewering niet louter referentieel te gaan lezen.
(wordt vervolgd)
de rusteloze nacht van een dag als geen ander
jouw maanlicht half veerkrachtig nog
jaagt in de zeilen van mijn onderhuid
sapstroom begeeft zich op lastig pad
waarmee ik je in
mijn afdruk sluit
je vraagt mezelf en al mijn bondgenoten
-die zijn als dood voor vragenderwijs-
ze besloten
"onbuigzame
je zal haar buik niet ontzien
al boog zij zich het spiegelbeeld te pletter
in al het spaarzaam zwijgen van haar rode schort"
het bed was hard
adem te kort
en huiveringwekkend deze sprookjesmoeder
en dat ik haar
om hels
te keer te gaan
het oerbegin zal openbreken
en manmoedig
het thuiskomen vermijden













1 reactie op dit bericht
Zo klaar als pompwater ;-)
Gaat dit gedicht over de ‘volwassen’ verwerking van een sprookje? “Bondgenoten”: Sneeuwwitje en de dwergen? Of Roodkapje? Of is het een grote-mensen-sprookje? Tussen “ “: is dit geleend goed, een uitspraak? Het helpt me niet verder. Hoe mysterieus ook, het spel van woorden en de kracht die ze uitdrukken zijn mooi!