Ernst stond op de voorplecht van de trailer toen ze voorbij het kleine eiland Seymour Norte vaarden op weg naar Puorto Villamil op het eiland Isabella, het grootste van de archipel. Zijn gedachten dwaalden af naar Anemoontje en Jelena en hij werd weer dichterlijk ontroerd en schreef volgend gedicht op de boord van de reling
Mijn leven is gemeenschappelijke eigendom geworden.
Hunkeren
vanuit de krochten van de hel
als ‘t moet
Het maakt mij niet uit
wat hier nog kwaad is
De hartstocht lekt mij uit het bloed
Je adem omknelt mij als een boek
waarin ik slaapdronken slenterend
bodemloze lippen onderzoek
Wilde rozen voeden zonder enig geluid
dit appelbloesemzaadje op tot alpenweiden
vol jasmijn
Wat er overblijft ?
De marmerklank van water
in net op tijd gedroogde tranen
Slaapwandelaar in een gebroken lift
ik houd nu op met bestaan
volledig in jou opgegaan
Pjotr las het gedicht en wendde zich tot Ernst.
-"Weet je Ernst dit eiland doet mij aan een Vlaamse dichter denker."
Waarom dacht Pjotr aan een Vlaamse dichter en welke dichter bedoelde hij.
wordt vervolgd
|