Dinsdag 18 augustus 09.
Toen ik deze morgen in de woonkamer kwam en de draperieën opende, waren ze al dapper bezig aan de opknapbeurt bij den bakker, recht over de deur. Terwijl de schilders buiten aan de gevel hun stelling aan het opbouwen waren, zag ik enkele werklieden met volle kruiwagens steen afval buiten rijden naar de afvalcontainers. In elk geval zijn dat formidabele veranderingswerken bij onze overbuur.
De schilders mogen het wel hebben, met de twee hete dagen in het verschiet en gans de dag in de brandende zon staan schilderen. Vanaf ’s morgens tot een eind in de namiddag staat die zon op hun rug te branden, zij liever dan ik.
Deze namiddag moest ik eventjes naar de opticien, want er was een vleugeltjes van m’n bril afgevallen en dat is lastig op je neus en op de lange duur begint dat pijn te doen aan je neus. Voor een stielman (vrouw) is dit zo geklaard.
Om toch maar beweging te hebben gaan we ditmaal morgen in de voormiddag een wandeling doen en zijn we terug binnen voor de te verwachtten hitte van morgen. Morgen vroeg zo snel mogelijk de zonnetent aflaten, om alzo de zon van de ruiten te houden en dan alles goed tegen elkaar open zetten en dan zal het wel te doen zijn.


















