Cees Nooteboom
In mijn leven worden de winters langer
De kleuren valer, de vrienden banger
De liefde verdwijnt uit mijn gezicht
Ik berg mij op in mijn gedicht
Cees Nooteboom
In mijn leven worden de winters langer
De kleuren valer, de vrienden banger
De liefde verdwijnt uit mijn gezicht
Ik berg mij op in mijn gedicht
Cees Nooteboom
Het doodsbericht
Langzaam zie ik hen gaan
die ik nog bij me had,
de bocht om van het pad.
Wat gouddoorschenen stof,
dan wordt het in de hof
nog stiller dan voorheen.
De liefsten. - Eén voor één .
Ida Gerhardt
Uit: De ravenveer 1970
Later
Slechts een schrale bries was ik
in het leven van enkele mensen.
Niet eens een rimpeling
op het fabuleuze water.
Later is nu te laat.
Het verleden
zal mij nooit verlaten.
De toekomst
kan ik niet inhalen.
Later komt altijd veel te vroeg.
Uvi
Ontmijner
Nee, liefde was dit niet, dit was te vol gevaar.
Mijn handen die voorzichtig tastten naar,
naar jouw borst, als handen van een ontmijner.
Liefde was dit niet, het was tegelijk groter en kleiner.
Zo groot als je borst en zo klein
als je tepel, zo klein als je zwijgende mond
en zo groot als je lachende mond.
Zo groot als het strelen, dat nu al de wond
wil genezen die later pas komt.
En zo klein als je wou dat de pijn zou zijn.
Herman de Coninck
Aubade
hoe zij de ochtend
nog in haar haren
draagt
het licht rondom
haar lenden
ligt te lonken
naar de jager
en zij een preutse prooi
twee knopjes van haar blouse
open laat
als een belofte.
Uvi
link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"


Never are voices so beautiful as on a winter's evening,
when dusk almost hides the body,
and they seem to issue from nothingness
with a note of intimacy seldom heard by day.
Virginia Woolf
uit: Night and Day
Misschien vergis ik me wel
Mijn lief,
jij laat me sterven dus
nu ik door jou vergeten ben
geen ogenblik
geen geur
geen licht gemis
dat mij voor even maar
laat leven
in een streling door je haar
of een aarzeling
van je stem
je lippen
o, regen wil jij dan voor mij wenen
o, wind wil jij huilen in de bomen
o, zee wil jij in twijfel je even terugtrekken
misschien vergis ik me wel.
Uvi
Waakvlam
Warrig zucht de vrouw om wat er is:
niet meer de nachten die een man vol vuur
voor haar verzon, maar de lakens
van een witte slaap. Ze leest
een blad in deinend licht, telt af
en toe een schaap en ademt dieper
opdat kalmte om haar dicht.
Maar het duister blijft breed als de borst van de man
die ze mist, en het bed is een boek
waarin de vrouw zich keer op keer
van pagina vergist.
Reine De Pelseneer
Uit: Aan alles vast
Zonder vraagteken
Hoe hark ik me samen
in de herfst van m'n jaren.
Wat valt er te oogsten.
Hoe hard zal de winter zijn.
Kunnen mijn dagen nog trager.
Wie zal er mij dragen.
Als de ochtend en de avond
één zullen zijn.
Voor het venster achtergelaten.
Wie zal er mij nog iets vragen.
Uvi
Verhouding
Wij kwamen aan mijn oude bos, maar
wat er stond had omvang van een oog-
opslag. Een man die er zicht op had
gaf te verstaan - nooit was er gerooid.
Mijn zoon versprong van stam naar stam
en terug, verwisselde de handvol bomen.
Zo zag hij hout voor heel wat staan,
het schoot tot woud op in zijn ogen.
Wat hij voor huilen van wolven
hield was wind die, vlaagziek
als in polder, aan je oren trok.
Hoe ik ook wilde, ik zag niet meer
dan wat er was. Ik werd mijn vader
die de maat der dingen kende.
Victor Vroomkoning
Kier
Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijkse bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.
Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed.
Laat alle deuren
Op een kier.
Leonard Nolens
Uit: Liefdes verklaringen


En nu
nu dat ik je nog enkel herken
in de kleur
van een herfstblad
de geur van de ochtend
je parfum
overstemt
en je gebroken bent
in de rimpelingen
van een plas water
hoe schrijf ik je
weer hier
in het nu.
Uvi
link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"
Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groenen heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -
En 't hart ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet - een glimlach lang -
wat het bedroeft.
laatste twee strofen uit "Fuguette"
Martinus Nijhoff
Nu
Ik adem niet, ik zing.
zelfs als ik zucht, klinkt het
per ongeluk alsof ik
een paar noten neurie
die me vannacht, terwijl
ik sliep, zijn voorgezongen.
Het is alsof de lucht
mijn deken is en ik
mijn hoofd het liefst
te rusten leg op het kussen
van mijn longen, de plek
waar ik mijn hartslag hoor
in vierkwartsmaat:
dat ik besta, dat ik besta.
Bart Moeyaert
uit: Gedichten voor gelukkige mensen
Alleen de liefde
Wij kruipen met weerloze verlangens
tussen krakende lakens
en ademen elkaars hunker en honger
naar het licht van de maan.
Als de duisternis ooit valt
zullen we elkaar lezen
langzaam en voorzichtig
met ogen als sneeuw
zo zacht.
Claire vanden Abbeele


Herfst
Herfst is de tijd van vermoeden, niet van weten.
Van tasten, niet van grijpen. Van eerst met mijn duim
het waas wegvagen van een purperen pruim
en van voelen en van dàn pas eten.
Herfst is rustig doende, niet als zomer doende was,
met dat druk ondernemen, proclameren en oprichten
en met uitbreiden en met weer iets anders stichten.
Herfst vertraagt een ogenblik de pas.
Een krekel zit nog vol te houden in het gras.
En op de grintweg snort een laatste bij.
Wat vorig jaar nog komen moest, is nu voorbij.
Maar de geest is vrij.
Om te berekenen en te weerleggen en te ijken.
En om te rangschikken en te bevragen, te beschouwen en te kijken.
Herman de Coninck
Uit: Ter ere van de goedertieren maan.

.

De zoon
Hij heeft geen eigen naam meer.
Draagt véél namen
van hen die gingen en niet wederkwamen
naar waar hun jeugd maar schier begonnen was.
Hij ligt alleen of ligt met velen samen
in zijn vergeten graf onder het gras.
Wie denkt aan hem die verder leven
die met hun droom en toekomst overbleven
en rechtdoor liepen op hun eerste weg?
Hij werd niet méér dan een herinnering, even,
een foto bij zijn brieven neergelegd.
De ouders zijn mét hun verdriet gestorven
de broers en zusters in hun kleine dorpen
teruggetrokken met zorg en gezin,
de vrienden, weergekeerd of weggezworven,
dreven de maalstroom van het leven in.
Soms, op zijn zerksteen, maakt de zomerregen
de bijna uitgewiste lettertekens een ogenblik weer leesbaar,-en de wind
legt er bewegelijk een bloemtak tegen.
De hemel is de aarde goedgezind.
Anton van Wilderode
Zacht Gesprek
je leert mij wennen aan mijn ledematen
je neemt mijn hand en wandelt naast mij voort
je leert mij wennen aan mijn eindeloos praten
omdat je ook nog naar mijn zwijgen hoort
en als wij 's avonds saam de dag verlaten
dan zeg je slapend haast een laatste woord
om mij zelf niet met mijzelf alleen te laten
zo ga je door de slaap nog naast mij voort.
Max Croiset - 13 augustus 1912 - 7 april 1993
o, ik weet het niet
o, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien
zeg: het leven is een brood
om in te bijten
en de appels zien rood
van plezier, en nog,
en nog, zeg iets.
leer me huilen,
en als ik huil
leer me zeggen:
het is niets.
Herman de Coninck
Uit: 'De lenige liefde'
Foto
Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.
Herman de Coninck uit: Met een klank van hobo