Naar de inhoud

Het laatste woord is ~ zacht ~

akke.beakke.be

Testament - Ingmar Heytze



2471928-a4dfefdf813b86957b1a3c7f07f4149b.jpg



Testament


Ik heb een oude ster ontmoet

die valt wanneer ik sterven ga.

Soms, als ik naar de hemel staar,

knikken we even naar elkaar.

Ik heb een afspraak met een boom

dat hij zich over mij ontfermt

en witte bloesems bloeien laat

wanneer ik in zijn wortels slaap.



Ingmar Heytze



Ik wil - Bo Vanluchene



Ik wil je in woorden wikkelen
je vangen in metaforen
me verstoppen in de gaatjes
die je blikken in me boren
ik wil het licht dat jou draagt
langzaam in mijn ogen druppelen
langs de vezels van je
trui naar je lippen huppelen
urenlang harp spelen op je wimpers
en languit liggen in je zij
ik wil de zee horen in je oorschelp
en eindelijk kunnen zeggen: je ruist in mij


Bo Vanluchene

Sprookje - M.Vasalis

.



2470663-6418fa047c6a7415534650e15d9ab473.jpg


Sprookje

Voor mijn moeder en dochtertje



Zij luisteren beiden naar haar oud verhaal,
wondere dingen komen aangevlogen,
zichtbaar in hun verwijde ogen,
als bloemen, drijvend in een schaal.

Er is een zachte spanning in hun wezen,
zij zijn verloren en verzonken in elkaar,
- het witte en het blonde haar -
geloof het maar, geloof het maar,
alles wat zij vertelt is waar
en nooit zal je iets mooiers lezen.



M. Vasalis




Eb - M.Vasalis



2470503-183a54b4d6cfdaec200a53063790c246.jpg



Eb


Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


M.Vasalis


Wie gaat, wat blijft - Anton van Wilderode

Wie gaat, wat blijft


Als ik verdwijn bestaat de wereld voort
de jonge bomen waaiend en volwassen
boven het glijdend groen van zoveel grassen,
de vogels gaan gewoon met zingen door

de sterren draaien met dezelfde naam
voor mensen met veranderende namen
in haar voor altijd uitgezette banen
zolang de zon duurt en de zomermaan,

er zal een menigte van rozen zijn
en ronde sneeuw des winters op de wegen
en speelse pirouettes van de regen
en dag en nacht en dag, als ik verdwijn.




Anton van Wilderode



Ga weg - Stijn De Paepe

Ga weg


Ik had gedacht de honderd net te halen
Rollatorloos en in gestrekte draf
Ik wou nog een miljoen gedichten af
Musea wachtten , en theaterzalen

Ik wilde nog oneindig vele malen
Verwijlen waar ik mij het liefst begaf
Ik fietste fluitend tussen wieg en graf
De voeten geen moment op de pedalen

Helaas , daar is ineens de eindigheid
Die plotsklaps als een niets ontziende tanker
De gevel sloopt , de kamer binnenrijdt

Het leven gaat genadeloos voor anker
Gehoorzaam aan de grillen van de tijd
Ga weg , gezwinde grijsaard , met je kanker



Stijn De Paepe



Naar binnen - Bernard Dewulf

Naar binnnen


Ik zou haar willen kennen,
deurtje in haar hoofd en zo
naar binnen. Omzichtig door
de doolhof die zij is.

Daar is een kamer vol met
alles wat zij mist. Feiten,
dagen, mensen door elkaar.
Het heeft gewaaid in haar.

Een man is hier die dood is.
Een kind dat niet bestaat.
Ik snuffel in een leven, kan
met alles niets beginnen.

Het is goed dat het vergaat.



Bernard Dewulf


Kwijt - Bart Moeyaert

Kwijt



Zo kwijt als dood
mag je niet gaan.
Hoe ruim ik op,
als ik niet eens
kan bellen, vragen
of je onze foto nog wel wil?
Dan blijft het eeuwig stil
in huis en ben je
niet eens weg, maar dood.
Nee, als ik je verlies,
dan hoop ik dat ik
op mijn zakken sla,
een poosje zoek
en dan ineens bedenk
dat jij allang
gevonden bent
door wie je liever ziet.
Dan zal ik kunnen rusten.
Anders niet.



Bart Moeyaert

Kleine akte van geloof - Ellen Warmond



Kleine akte van geloof


Hopend op meer dan dit:
hopend op geluk
de lachwekkend ontroerende bloesem
die geen vrucht draagt

iedere ochtend een kans
iedere avond een aanloop
naar later misschien
misschien?

en elke dag opnieuw
verwachten wat niet bestaat
dit weten tot in de polsslag
dit weten met elke vezel

en toch?

en toch.



Ellen Warmond

De herfst blaast op de horen - Felix Timmermans


De herfst blaast op de horen



De Herfst blaast op de horen
en ’t wierookt in het hout;
de vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen
van gouddraad over ’t woud,
met reeën, die verbaasd verschijnen
uit varens en frambozenhout,
en sierlijk weer verdwijnen -
De schoonheid droomt van boom tot boom,
doch alle schoonheid zal verdwijnen,
want alle schoonheid is slechts droom,
maar Gij zijt d’ Eeuwigheid!
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de luchten;
nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
Ik ben bereid.




Uit: 'De herfst blaast op de horen'

Felix Timmermans





Tot waar je weer bij me bent - Uvi


Tot waar je weer bij me bent


jij, mijn liefste misverstand

ik lees je
verkeerd en telkens weer
ontkleed ik je zinnen

ontleed ik je voor de zoveelste keer

van ochtend tot avond
van winter naar zomer
en luister naar het zingen

van de weemoed op je lippen

ik vertaal je
ik laat je
ik verlaat je

tot waar je weer bij me bent


Uvi


Link naar: Dagboek van een roerloze reiziger



Winterochtend - Herman de Coninck

Winterochtend



Ik hou van ochtendlijk vrijen,
voor alles weer moet
nog even mogen. En nadien buik aan rug
nog wat tegen elkaar aanliggen in de klaarte
van net-klaargekomen-zijn.

Buiten ligt alles helder vastgevroren
een klare vriesochtend is altijd klaarder
dan een klare zomerochtend, ongeveer zoals
helderheid in een zwart-wit film
helderder is dan kleuren.
Alles is zichtbaar. De naakte feiten
hebben kou.

Maar wij niet. Na de liefde buiten komen
is zoiets als van de sauna
in ijskoud water springen; je voelt het
nauwelijks. Je voelt het net genoeg
om je ijzersterk te weten.



Herman de Coninck




Ter ere van de goedertieren maan (4) - Herman de Coninck

 

Als jouw verdwijnen maar betekenen zou
dat ik nu verder met mezelf kon leven
– ik sluit de deur, waar waren we gebleven, ik gooi wat blokken in het vuur tegen de kou,

een boek van Chaucer ligt nog op de bladzij open
van voor je binnenkwam. Ik heb nog donker bier
en Bach: vandaag alleen al is een eeuw of vier –
dan zou verlies op winst nog mogen hopen.

Als jouw verdwijnen maar zou zijn: met rust
gelaten worden, ga dan, geef mij dan die rust,
laat mij gelàten worden, laat mij niet meer horen

hoe ik (wie, ik?) in donkere dagen en in blanke nachten
op niets en niemand lig te wachten,
jou kwijt zijnde, mezelf verloren.

(Vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay)


Herman de Coninck

Uit “Zolang er sneeuw ligt”



Laten wij al afscheid nemen - Dimitri Verhulst



Laten wij al afscheid nemen,

nu het niet moet,
nu het nog vrolijk kan.
Wij zijn niet donker in ons drinken
deze wijn deugt niet
om wonden mee te wassen,
het zijn geen zorgen
die onze gezangen hebben ingezet.
Houden wij het weerzien warm
en bezoeken wij elkaar
alleen in de herinnering.
Laat ons met honger nog
van tafel gaan, verlaten
vol verlangen. Wij zullen
elkander niet vervelen met ons verval
en sterven stil, zonder tijding,
zonder deining, wetend:
wij zijn in wezen
nooit kapotgegaan.

Dimitri Verhulst


De lenige liefde - Herman de Coninck



2392269-4bc20e952e3f96bf6fc4bb6e0889444a.jpg


De lenige liefde


Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? Ook hier, zei je.

Je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
En daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
Een oortje, waarin ik het lange woord
'lieveling' uitgoot, zonder morsen



Herman de Coninck






Meer van Het laatste woord is ~ zacht ~

↑ Terug naar de berichten