Naar de inhoud

Het laatste woord is ~ zacht ~

akke.beakke.be

Categorie: de Coninck Herman

Toekomst - Herman de Coninck



TOEKOMST


Weggaan. En terugkomen.
Dromen. En niet meer dromen.
En niet meer weggaan.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was
maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.
De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

Ik steek nog even een sigaar
niet op, drink nog even niet van een glas Marc,
wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

Want we hebben de tijd.
Je bent in mij als schemer in de kamer.
We hebben de verleden tijd.


Herman de Coninck
Uit: Met een klank van hobo



Ik kom van ver - Herman de Coninck


Ik kom van ver

van waar jij mooi was tussen je haren
als een eiland tussen het riet.
En je mond viel traag, traag
over mijn gezicht als avond
over de landen, als stilte
over dit gedicht.

Hoe zijn mijn handen wit
sindsdien, als om te leggen in een schrijn:

in de droom dat wij nog samenzijn.


Herman de Coninck




Slaapliedje voor Laura in Gigaro - Herman de Coninck

.



2490384-feeee8438b02f424bdb673557df20352.jpg



Slaapliedje voor Laura in Gigaro


Een miljoen vissen houden zich stil
en daardoor slaapt de zee.
Moge ook jij een paar duizend gedachten
niet hebben, en daaronder slapen.

 

(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.
Ze waren de moeite niet.)
En moge je ontwaken door vogelgekwetter
God is vrij vertaald in het Hebreeuws,

maar dit is naar de letter.

Herman de Coninck





Winterochtend - Herman de Coninck

Winterochtend



Ik hou van ochtendlijk vrijen,
voor alles weer moet
nog even mogen. En nadien buik aan rug
nog wat tegen elkaar aanliggen in de klaarte
van net-klaargekomen-zijn.

Buiten ligt alles helder vastgevroren
een klare vriesochtend is altijd klaarder
dan een klare zomerochtend, ongeveer zoals
helderheid in een zwart-wit film
helderder is dan kleuren.
Alles is zichtbaar. De naakte feiten
hebben kou.

Maar wij niet. Na de liefde buiten komen
is zoiets als van de sauna
in ijskoud water springen; je voelt het
nauwelijks. Je voelt het net genoeg
om je ijzersterk te weten.



Herman de Coninck




Ter ere van de goedertieren maan (4) - Herman de Coninck

 

Als jouw verdwijnen maar betekenen zou
dat ik nu verder met mezelf kon leven
– ik sluit de deur, waar waren we gebleven, ik gooi wat blokken in het vuur tegen de kou,

een boek van Chaucer ligt nog op de bladzij open
van voor je binnenkwam. Ik heb nog donker bier
en Bach: vandaag alleen al is een eeuw of vier –
dan zou verlies op winst nog mogen hopen.

Als jouw verdwijnen maar zou zijn: met rust
gelaten worden, ga dan, geef mij dan die rust,
laat mij gelàten worden, laat mij niet meer horen

hoe ik (wie, ik?) in donkere dagen en in blanke nachten
op niets en niemand lig te wachten,
jou kwijt zijnde, mezelf verloren.

(Vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay)


Herman de Coninck

Uit “Zolang er sneeuw ligt”



De lenige liefde - Herman de Coninck



2392269-4bc20e952e3f96bf6fc4bb6e0889444a.jpg


De lenige liefde


Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? Ook hier, zei je.

Je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
En daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
Een oortje, waarin ik het lange woord
'lieveling' uitgoot, zonder morsen



Herman de Coninck






Herman de Coninck - Edna St.Vincent Milay



Gedicht van Herman de Coninck (vrij naar Edna St.Vincent Milay)




Als ik te lang gezeten had bij jou,

te weerloos en te dicht tegen je aan,
wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,
want van te grote warmte krijg je gauwer kou.


En als ik langer dan een mens verdragen kon
gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar
dan ging ik duizelen en werd ik raar
zoals van te lang kijken naar de zon.


Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer
waar alles donker is en koud en klein,
rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer


omdat ze me vervreemd geworden zijn.
Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister
tot ik weer gewoon word aan het duister.


Herman de Coninck



Moeder - Herman de Coninck




Moeder


Wat jij met de tijd doet
is wat een ouwe grootmoedersklok
ermee doet: twaalf uur slaan
en daar alle tijd voor nemen.
Jij bent de klok: de tijd gaat voorbij
maar jij blijft. Jij wacht.

Wachten is wat een tuin overkomt
onder sneeuw, een boomstam
onder mos, hoop op betere tijden
in de 19de eeuw,
woorden in een gedicht.

 Want poëzie heeft te maken met het lang
samen laten liggen beschimmelen van dingen,
het alkohol laten worden van druiven,
het konfijten van feiten, het inmaken
van woorden, in de kelder van jezelf.


Herman de Coninck

Winter - Herman de Coninck




2200502-d38537e775d58dd97a6f925f63a4f669.jpg


Winter


winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.


Herman de Coninck

uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)

 


Ontmijner - Herman de Coninck



Ontmijner



Nee, liefde was dit niet, dit was te vol gevaar.
Mijn handen die voorzichtig tastten naar,
naar jouw borst, als handen van een ontmijner.

Liefde was dit niet, het was tegelijk groter en kleiner.
Zo groot als je borst en zo klein
als je tepel, zo klein als je zwijgende mond

en zo groot als je lachende mond.
Zo groot als het strelen, dat nu al de wond
wil genezen die later pas komt.

En zo klein als je wou dat de pijn zou zijn.


Herman de Coninck

Meer van Het laatste woord is ~ zacht ~

↑ Terug naar de berichten