Laat - Leonard Nolens
Laat
Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen.
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd.
En laat de tijd je nemen -
Laat.
Leonard Nolens
Laat
Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen.
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd.
En laat de tijd je nemen -
Laat.
Leonard Nolens
Nieuwjaarsbrief
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,
Kier
Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijkse bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.
Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed.
Laat alle deuren
Op een kier.
Leonard Nolens
Uit: Liefdes verklaringen
Wij maken lange dagen
Jij blijft mijn grote liefde
In de maak, jij maakt
Mijn nachten wachtenwit
Als dit papier, jij maakt me
Zwart als het gat in het blad
Gebrand van dit gedicht,
Een vergezicht van niets.
Zo blijven wij vervuld
Van al het onvervulde
Jij bent mijn vraag, jij bent
Mijn bange vragen voor.
Wij maken lange dagen.
Die staan hier in een koor
Van hoog tot laag bijeen
Te dansen in mijn keel.
Ik neem hier geen verhaal
Op jou, ik haat het hiaat
Dat ons heeft afgesproken.
Ik blijf je grote liefde
In de maak, ik maak
Je nachten wachten wit
Als dit papier, ik maak je
Zwart als een gat in het blad
Gebrand van dit gedicht.
Leonard Nolens
Huiselijke aubade
Nog
En nog
En nog
Ben jij mijn liefste.
Dag en nacht en dag
Ben jij mijn liefste
Tot vervelens toe.
Ik hoor je slapen, ik hoor
In de ochtend je slaap
Zijn ogen opendoen.
Licht loopt op kousenvoeten
Door de kamer, gaat
De trap af, dekt
De tafel met trage ovalen.
Gerinkel en koffie beklimmen
Het trapgat en roepen.
Ik slaap nog wat na
In je afdruk, zink weg
In je diepdruk, verdwijn
In die vormvaste leegte.
Ik slaap op de wijze van jou.
En het zingt in mijn slaap
En je zingt het mij na, ja
Nog en nog en nog
Ben jij mijn liefste
Tot vervelens toe.
En dag en nacht en dag
Ben jij mijn liefste.
(Leonard Nolens, Hart tegen hart)