Zondag 10 mei 2020
Moederdag


Vanuit jouw stilte
waaien woorden aan.
Zachter nog
dan fluisteringen.
Zij doen mij
liefdesliedjes zingen
Ik kan ze woord
voor woord verstaan.
Toon Hermans


Vanuit jouw stilte
waaien woorden aan.
Zachter nog
dan fluisteringen.
Zij doen mij
liefdesliedjes zingen
Ik kan ze woord
voor woord verstaan.
Toon Hermans
Berceuse
Zie mij aan met zachte ogen.
Bewaar voor later het doffe staren,
de kalme taxatie, de gêne
die wegkijkt en afglijdt.
Kom, leg je oog op mijn oog.
Open de zwarte poort en laat mij
dwalen in het donker, een rondgang
langs de ramen en muren van je hart.
Dan zal ik zachtjes voor je zingen,
een liedje van de wind en het wezen
van de dingen.
En ik zal je aanzien met zachte ogen.
Dwaal af in mijn zwarte domein.
Je zult daar veilig zijn.
Alexis de Roode
Bron: Geef mij een wonder
Uitgesproken
praat met mij en doe dat
honderduit, vertel me zwijgend
waarover een leven gaat
hoeveel tederheid er nodig is
en adem gulzig tot het eind
spreek dit lichaam zonder
een spoor van schroom, spreek
het, spel het volledig uit
laat me duizelen breng me
in totale ademnood geef je
eindelijk helemaal bloot
Marc Tritsmans
(Studie van de schaduw, laureaat Herman de Coninckprijs voor het beste gedicht 2011)
Ik schrijf omdat ik wil schrijven
Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven-
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen;
ik ben gelukkig.
Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.
Toon Tellegen
Uit: Gewone gedichten
Querido Amsterdam 1998
Mijn lief,
jij laat me sterven dus
nu ik door jou vergeten ben
geen ogenblik
geen geur
geen licht gemis
dat mij voor even maar
laat leven
in een streling door je haar
of een aarzeling
van je stem
je lippen
o, regen wil jij dan voor mij wenen
o, wind wil jij huilen in de bomen
o, zee wil jij in twijfel je even terugtrekken
misschien vergis ik mij wel.
Uvi
Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
Toon Tellegen
uit: Alleen liefde
de winter neigt zich traag ten einde
of beter nog: hier ligt geen oor
hier klinkt het zingen van een koor
wanneer je over weiden loopt
je hoofd te luisteren legt
met ook je vingers diep in d’ aarde
en woelend voelen, ruiken
de geur van leven die je daar omringt
in melodie van lente die reeds zingt
de winter neigt zich traag ten einde
sunset 14-01-2020
Liever alleen
zegt ze
met een rechte rug
en een zekerheid in haar ogen
die elk moment
kon omslaan
In het tegendeel.
Ze houdt zich sterk
door niet te missen
wat ze mist
Door niet te verlangen
wat ze verlangt
Door niet te dromen
waarvan ze droomt
Stef Bos
Zij
Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.
Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.
Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past?
Bernard Dewulf
Gedicht van Herman de Coninck (vrij naar Edna St.Vincent Milay)
Als ik te lang gezeten had bij jou,
te weerloos en te dicht tegen je aan,
wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,
want van te grote warmte krijg je gauwer kou.
En als ik langer dan een mens verdragen kon
gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar
dan ging ik duizelen en werd ik raar
zoals van te lang kijken naar de zon.
Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer
waar alles donker is en koud en klein,
rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer
omdat ze me vervreemd geworden zijn.
Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister
tot ik weer gewoon word aan het duister.
Herman de Coninck
VERBODEN LAKENS
De tuin is al ingedommeld.
Zonder haar voetstappen
voelt hij zich verlaten.
De beukenhagen klagen.
Het is de geur van haar haren.
Die ze missen. Vooral na de regen.
En de golf van haar snelle heupen.
Het aura van laat gevaar
dat blijft haperen
tussen
de vermetele lakens van een minnaar.
Zij geurt naar rozen op een zachte zomeravond.
Uvi

.

HERFST
Herfst is geen verval,
herfst is toedekken
is wachten...
De lente en zomertooi verdwijnt,
humus voor nieuw leven.
En nooit heb ik de herfst
die me vroeger triest stemde
zo prachtig gevonden als dit jaar.
© Janina
Uit Herfst - Janina
Muzee
Liefste
alsof ik niet meer
dan een hand ben
en mijn verlangen
een plooi in je huid
waarin mijn gemis verdwaalt
zoals zand in de wind
gaat liggen
voor de zee
mijn eindeloze bruid.
Uvi
Link naar: Dagboek van de onvoltooid verleden tijd
.
De anatomie van weemoed
Opwaaiend gras
acht noten Bach
en appels aan de bomen
het blozen van haar wangen
pimpelmezen in de hagen
en zon over het gele koren
een oude ansichtkaart
met blauwe woorden
en onze koffers in de gang.
Uvi
Ik heb gezwegen
zoals appelbloesem in de vrieskou
en het jonge gras dat ik heb plat gelegen
zonder maar één woord te spreken
uit angst
dat het niet zo mooi was
als de avond
die ons begreep
maar ik hoopte
dat je wel zou lezen
in mijn ogen
wat ik nog niet gebroken had.
Uvi
uit: "Witsand"
En ik loop door de jaren
langs een eindeloos strand
En ik probeer te verklaren
Hoe ik hier ben beland
Hoe sterk is het toeval
Hoe sterk is het lot
Ben ik wie ik zijn wou
Is het dit wat ik zocht
En ik praat met de zee
En ik praat met de doden
En ik mis soms een god
Om in te geloven
Zoals ik toen ik klein was
Vlak voor het slapen
Wist dat er iemand
Over mij waakte
Nu sta ik hier ’s nachts
Ik kijk naar de sterren
En weet niet goed meer
Wat ik moet zeggen
Ik voel me soms moe
Ik voel me soms leeg
Hoe langer ik leef
Hoe minder ik weet
Stef Bos
A thing of beauty
Maar wie zal zeggen wie jij bent.
En wie is het die jou herkent.
Als zelfs de liefde niet te vatten is.
In woorden.
Hoe de tijd jou telkens weer vervelt.
Verminkt.
Met nieuwe kleren.
En slechts de kleermaker wordt verwend.
Tot God verheven. Met roem en handgeklap.
En geld.
Maar jij versmacht wordt.
En vergeten.
Uvi
Het woord
Hoe wij elkander vinden
In het zacht omhulsel taal.
Hoe wij draden binden
Van het hakkelend verhaal.
Hoe wij leven zonder vinden.
Hoe wij zoeken met omhaal
Van woorden, op de tenen
Van de taal. Houden wij
Elkander, o elkander
Houden wij elkander
Toch maar even vast.
Lieve van Hoestenberghe