Over 'n domineer en veldwachter Jalving....

In de zaterdagbijlage van het Dagblad van het Noorden wordt altijd aandacht
besteed aan iets speciaals uit de streek, vaak ook aan de taal. Dit keer vertelt
Lamert Kieft over de beleving van Pinkstern deur domineer Nijlunsing, terwijl
hij zich aan het bezinnen is over zijn preek. ”Preken hef zowat gien nut meer
Aaltje’, liet Lamert hem tegen zijn vrouw zeggen in zijn eigen eenvoudige
woordgebruik, ‘de mèensen geleuft ja gien bliksem meer. Aj volk trekken wilt kuj
veule beter ’n old wief tegen de karke op krujen. En weej wat nou zo verrekte
mooi was van Pinkstern, in de tied van de Bibel, Aaltje… dat alleman iniens in
vrömde talen begunde te prooten!’.' ‘Was ’t Nedersaksisch der ok bij, Marinus
dan?', vroeg zij. ‘Nee, mien magie’,aldus domineer.' ’t Nedersaksisch wordde
toen ok al gewoon negeerd deur de hoge Heren. ’t Fries was der wel bij vanzölf;
die lui staot overal met de bek veuran; mag ik barsten.’ En domineer as in
vervoerink met luider stemme declareerde: ’De boargemaster fan Snits hat sein:
It skite ûnder de brêge moat ophâlde!’ ‘Wat zeg ie daor nou, Marinus? Dat leek
wel Fries wat a’j daor opdreunden!’, wat vreemd zou zijn, daar domineer
Nijlunsing helemaal geen Fries praat en dan nu ineens wel?!! ‘Of zul ’t van
Pinkstern komen, Aaltje?’ aldus domineer verrast,’da’k nou iniens wel Fries kan?
Zul ’t nog altied warken? Halleluja!’, aldus hij.Jalving, de oude opperwachtmeester heeft helemaal niks met Pinksteren, daar hij wel wat anders te doen heeft. Hij leek dan ook knapjes verstoord toen hij op patroellie aangesproken werd door twee vrouwlui. Het waren weduwvrouw Minie Moesker- Hemel en die sterk veramerikaniseerde schoonzuster Ruby Heavens- Farmerman (voorheen Roeffie Hemel- Boermans), welke over is uit de States op de moment. ’See Ruby', aldus de wed. Minie Moesker- Hemel,’this is nou police Jalving', aan haar cleansister uit Amerika. ‘Ah just… so you are now police Jelving! So so! Now, now', waarals de opper Jalving geprikkeld kennis van nam. ‘Ja, wat hadden ie dan gloeiende garriet edacht da’k ware’, gromde hij. ‘Jan Lul uut de biertente of zo? John Cock out de beertente, glowing gary in no end, aj dat anmit better verstaot?', aldus opper Jalving.
'Goh, Jelving, ik wus aginnig niet daj Cocks waren’, meende de wed. Minie Moesker- Hemel,’dat had ik nou nooit van oe edacht, heur! Ok niet an ’t proten te heuren. Mar afijn, wat as wij oe even melden wollen: de dorpsenten zit op ’t moment de omgeving van ’t bruggie over de dorpsviever finaal vol te drieten. ’t Mut òf elopen weden met die bende. Ruby, hein?’, wat door de cleansister Heavens- Farmerman one hundred procent bevestigd.
‘Yes’, aldus zij. ‘I myself made a terribel sliding in de duckmesst, look police Jelving: alles sit under de shit, you see’ en inderdeed zij een paar malle plekken viezigheid op haar paar van de pijpen had.
Ze vergat zomaar even dat zij veramerikaniseerd was. ‘k Heb geern daj der ie ’n maol goed deurhen knapt mit ’t pistool, Jalving’ en beide dames namen afscheid. ‘Veul plezier in de karke mit Pinkstern, Jelving', aldus Minie Moesker- Hemel, ‘mien lieve stumper, daj zo fanatiek Cocks bint op ’t moment. The mouth falls me der van open.'
P.s Cocksen is de bijnaam voor Gereformeerden, oorspronkelijke volgelingen van ds Cocks.













