Altijd handig als iemand je even komt helpen opruimen in de tuin. Dat gaat binnenkort gebeuren. Gek is dat. Dan wil ik de boel een beetje klaar hebben, tenminste voor het deel dat ik zelf kan natuurlijk. In het begin dat we hier kwamen wonen kwam er eens per week een trouwe hulp om beneden de boel een extra beurt te geven. En wat deed ik dan? De avond ervoor was ik zo druk met opruimen dat ik net zo goed door had kunnen gaan met de stofzuiger en dweil. Ik heb nog wel het een en ander van haar geleerd. Ze begon altijd om de bovenkant van de hoge kast schoon te maken. Zo werkte ze naar beneden toe. Die bovenkant deed ik maar eens per jaar.
Zo heb ik nu voor de tuinman komt helpen al heel wat blad in de tuin weg geharkt. De houten tuinset is al in de beits gezet en violen en rozen zijn gekocht om de boel wat op te fleuren. Ik heb meteen maar de hoezen van de tuinset gewassen en te drogen gehangen en een schapenvacht in de wasmachine gehad. Of zou zoiets toch ‘schoonmaakwoede’ heten…?
Archief
Hoe is 't er mee?


Hoe is het ermee?’, vraag ik aan de oude dame die naast me zit bij het koffiedrinken na de kerkdienst. ‘Slecht’, antwoordt ze meteen. ‘Is het zo erg?’ Ja, zegt ze, ‘ik ben aan het dementeren. Gisteren was ik hier ook al, ik dacht dat het zondag was. Ze waren hier druk bezig om de stoelen allemaal goed te zetten.’ Ze heeft er duidelijk erge moeite mee. Ze woont nu gelukkig in De Schans, het Zorgcentrum hier vlakbij. Binnenkort krijgt ze een soort kalender met klok en dag en datum. Dat zal vast iets helpen. Dan vraag ik haar wat ze vroeger voor werk gedaan heeft. Ze zat in de verpleging, vertelt ze, en in het dorp deed ze veel vrijwilligerswerk, was ze zelfs gespreksleider bij het buurtwerk. Ze noemt een dorp ergens aan de Rijn. Ik vraag haar hoe ze dan toch in Emmen terecht is gekomen. Nadat haar man gestopt was met werken waren ze naar Emmen gekomen, vertelt ze. Hij is intussen al overleden en ligt vlak bij ons begraven op begraafplaats het Oeverse Bos. Dat weet ze me allemaal zonder haperen te vertellen. Het lange termijn geheugen doet het nog en ze is ineens weer opgewekt.
Wim heeft met de Cantorij ook een muzikale bijdrage geleverd. Het is een geweldige ondersteuning bij kerkdiensten. Wim is nu aardig ingeburgerd in dat koor èn de liederen. In het begin raakte hij wat gefrustreerd van al die nieuwe liederen. Elke avond kwamen er een stuk of drie bij.. Ze hebben meer dan 200 liederen op hun repertoire. Maar intussen is hij getraind....en dat voor een man die nooit bij een koor wilde omdat hij geen zin in oefenen had. Nu oefent hij twee keer per week. Maandags Cantorij en dinsdags Valerius en dan hebben we het nog niet over de optredens, kerkdiensten en begrafenissen…
En even later fietsen we, in het mooiste lenteweer ooit op 9 maart, naar huis.


Er hoort toch een haan bij, vind je niet? Deze foto is van een paar jaar terug.
Hebben jullie nog belang bij een mooie gespikkelde haan op jullie erf?’, mailde onze trouwe schapenman Rob. Alle kippen die we op dit moment hebben komen bij hem vandaan. Van de eerste gespikkelde toom is er nog maar eentje over. De rest is uitgedund door steenmarter en kiekendief. Maar de volgende die we van hem kregen, donkere Barnevelders, doen het nog steeds goed. Alleen de mooie zwarte haan is gesneuveld. Kort erna, toen we in september met Rick op vakantie door Schotland trokken, kwam er onverwacht een kloek met kuikens uit de struiken zetten, vertelden Ben en Niesje die de oppas verzorgden. Daar zijn er nog vier van over. Ik denk dat er twee haantjes bij zijn. De staarten zijn nog niet helemaal ontwikkeld en ik heb ook nog geen hanengekraai gehoord, maar toch. Rob moet er maar even naar kijken als hij de Schoonebeker ooien komt omweiden. Want in mijn ogen hoort er een haan bij de kippen. Voor Wim hoeft het niet… helemaal niet zelfs, hij ziet de bui al weer hangen van broedse kippen en haantjes waar je van af moet zien te komen. Alles hebben we hier al meegemaakt. Buurman Jans heeft ons in het verleden al van heel wat haantjes afgeholpen. Nu houdt de natuur het aantal in evenwicht...
Veurjaor...


He’j et veurjaor in de kop?’, zeiden ze vroeger wel eens als je je even druk maakte terwijl je anders graag op je lauweren rustte. Zo’n dag was het vandaag.
Het zwemmen vanmorgen ging uitbundig, we zongen als lijsters voor een jarige mede aqua jogsters, deden extra oefeningen in het warme bad, dronken samen koffie in ’t café en gingen daarna ieder ons weegs.
Mijn bezoekje met Susan aan onze vaste stek Het Goed verliep wat rustiger. We deden ons rondje en bij de tosti Hawaii werd lief en leed besproken en daarna ging het op huis aan.
Maar toen ...kreeg ik het te pakken. Ken je dat? Er moet dan gewoon wat gebeuren. Ik heb emmers vol water met azijn gebruikt om hek en tuinmeubelen met sponsjes af te boenen. Het groen zat er dik op. Morgen ga ik nieuwe buitenbeits halen om het houten tuinstel op te fleuren. Terwijl ik vanavond mijn spieren ontspan in een luie stoel merkt Wim op: ’Ie hadd’n toch gewoon de hogedrukspuite der op können zetten… geet völle makkelijker… Kön ie ok wel.’ Da’s achteraf praten… toch? Zelf was hij de hele dag in de weer voor de Voedselbank. Kan hem nergens de schuld van geven… Moet ik dan toch die apparatuur eens gaan proberen?
Dat komr ervan....
Dat komt ervan als je er een snoeppaleis voor de vogels van maakt. Terwijl ik nog wat na zit te genieten van de actie van de grote visser en hem zie zitten verder op het land zie ik vanuit mijn linker ooghoek een andere rover voorbij schieten. 'Den is kleiner as een buizerd', zeg ik tegen Wim. 'Wat is het?' De vogel zet zich neer op dezelfde stronk waar nog geen 10 minuten ervoor de reiger doodstil stond te staren. Deze staarde niks. Er staat vlakbij aan de rand van de vijver een grote blad-houdende struik die het speelplein van de mussen is. Ik voer ze uitbundig door vetbolletjes op te hangen en de voederhuisjes bij te vullen en na het snoepen schieten die al spelend de hulst in. Ik kon nog net een keer klikken met mijn cameraatje voor de sperwer in een flits ook die hulst indook. Even bewoog alles in de struik en toen werd het stil... heel stil. De sperwer was weg en de mussen moesten eerst van de schrik bijkomen.
Met natuurlijke vijanden is trouwens te leven. Onze kippen trekken steeds half lopend, half vliegend een sprintje als ze van de ene groep struiken naar de andere verhuizen.
De grote visser...
'Ik zou hier niet willen wonen'. Ik hoor het nog het Hengelose vriendje van Mark zeggen. Veel te stil... niks te beleven. We reden op dat moment richting Coevorden om hem weer terug te brengen na een logeerpartij bij ons. Het is ook wel een kale vlakte moet ik zeggen. Ik zie ook liever een bosrand.
En daar zit ik nu te kijken met een kopje koffie voor het grote achterraam. De mussen zijn druk in de weer bij het voederhuisje van Jans en ineens wordt mijn oog getrokken naar de oude boomstronk die naast de vijver ligt, ooit met veel moeite door Mark vanuit het Oeverse bos hierheen gekruid. De grote visser is er. Hij staat doodstil op de stronk. Het licht hier is uit, dus ziet hij me niet. Heel even komt hij op de rand van de vijver staan en loert het water in. Ik zie niks, de vissen zitten nog diep, dacht ik. Maar ineens met een flinke graai heeft hij een dikke goudvis te pakken. Eerst dwars in de bek, maar met een elegante zwaai gaat die in de lengte de bek in en... weg. Tevreden vliegt hij weg.... dacht ik. Nog geen vijf minuten later is hij er weer. Dat wordt me te gortig. Ik geef een schreeuw en weg is hij. Dan Storm maar naar buiten, die krijgt er een taak bij. Als hij buiten is houdt hij de kiekendief al op afstand en nu mag hij die brutale reiger ook erbij in zijn pakket.
Geliefde plek
Dit plekje aan het Schoolpad, ingesloten door boerenland en de weg, is bij mens en dier geliefd. Ik doe mijn best om de vogels te helpen de winter door te komen, de Schoonebekers van Rob kijken me iedere morgen nog nieuwsgierig aan, de kippen lopen los zoals het vroeger was en verstoten lammetjes krijgen een kans. Deze week zijn we beiden niet in orde, nog steeds hoesten meneertje.
Gelukkig heeft buurvrouw Anja zich net over onze Drentse fleslammetjes ontfermd. ’Ik doe de Drentjes wel, jij straks de Schoonebekers’, besloot ze begin van de week. Loedertje trakteert ons regelmatig op een muis en Storm houdt ons bezig door te melden wanneer er post, onraad of voorbijlopende wandelaars zijn. Als ik weer eens op het erf loop zie ik dat er nog meer dieren van ons plekje houden. De mollen vieren hun feestje, nee niet op het land van de boer, dat is vergeven van allerlei gif. Je wilt niet weten hoe vaak die er langs komt om de aardappelen te spuiten. Er is dan ook voor mollen geen insect in dat land te vinden. Wel bij ons. In het verleden hebben we er wat aan proberen te doen.... aan die mollen dan. Johan is al eens geweest, er zijn gaspatronen geplaatst, maar nu…? Ik maak de hopen plat en het gras groeit wel weer. Eigenlijk moet ik blij met ze zijn.


De zes Schoonebeker heideschapen lopen nu weer in onze wei.
Het zijn net baby’s … die lammeren. De drie R’s van dr Spock zijn ook hier van kracht: Rust, Reinheid en Regelmaat. Op vaste tijden de fles, lekker spelen om moe te worden, schoon bedje maken, en daarna heb je er een paar uur geen omkijken naar. Ze ontwikkelen zich alleen wat sneller, maar ja… hun leventje is ook heel wat korter dan een mensenkind. Als Jansie wakker wordt springt hij al uit de bak en Tinus weet al dat de vacht in de grote stoel heel lekker ligt. Ze zullen in elk geval een mooie zomer hebben. Mijn oude krantenvoorraad is er bijna door want wat er bij een lam ingaat komt er ook weer uit. Ze zijn er aan toe om naar de schuur te gaan.
Nu is Rieksie afgelopen vrijdag al met Anja meegegaan en heb ik alleen nog Jans en Tinus. Vanmorgen belde herder Kievit alweer. ‘Ik heb-t- er weer ene of za’k Anja bellen?’ Ik liet hem Anja bellen. Vanmiddag ging ik er op kraambezoek. Ze heeft het kleine ding nog in een grote door vader Alle getimmerde kist in de kamer en Rieksie zit alleen in de stal op de deel. Daarom hebben we een afspraak gemaakt: Anja de Drentse heidelammeren en ik de Schoonebekers die er ongetwijfeld nog zullen komen. Morgen brengen we Jans en Tinus naar Anja, kunnen ze bij Rieksie in de stal totdat ze naar buiten kunnen en bij de andere schapen en geiten kunnen.
Rob heeft gisteren de zes ooien gebracht die hier vanaf begin april zullen lammeren. Dat duurt nog even. De rest van zijn 200 ooien die op verschillende plekken lopen moeten dan ook lammeren. Hij gaat er van uit dat er nog wel wat flessenlammeren zullen komen. Daar wacht ik maar op. We hebben er goede afspraken over gemaakt. Ja ja… het voorjaar is op komst.
Liefde in de Poëzie
Onze werkgroep ‘Ontmoeting en Inspiratie’ van de Schepershof in Emmen- Oost had de neerlandicus Bavinck uitgenodigd om een poëzie-middag te verzorgen met als thema: ’Liefde in de Poëzie’, met een knipoog naar Valentijn. Dhr Friso Bavinck kwam vanuit Haren onze kant op en had een mooie verzameling gedichten uitgezocht die deels voorgelezen werden en deels met de beamer werden voorzien van beeld en geluid. Co had het boekje met de gedichten verzorgd. Er was behoorlijk animo voor deze middag, al moet ik ook zeggen dat me toevertrouwd is dat een gespreksgroep deze middag spontaan hierheen kwam.
Er zijn zoveel soorten liefde dat Dhr Bavinck ze in hoofdstukjes aanbood, liefde tussen een paar, liefde voor kinderen of juist ouders. Hij bracht het allemaal met de nodige humor. Er was één gedicht bij die mij nogal aansprak en meerdere moeders met mij die voor het eerst zonder kinderen op vakantie gingen.. typisch de humor van Ivo de Wijs.
De moeder
Ze is op reis, maar min of meer gedwongen.
Haar man zei: Kom de caravan staat klaar.
Nu zit ze ergens in het Schwarzwald, maar
Ze wordt door zorg en zenuwen besprongen.
Ze mist haar teerbeminde kinderschaar.
De één is naar een scoutingskamp in Dongen,
De tweede zit in Spanje- met een jongen,
De derde zit in Griekenland maar wáár.
Hoewel haar echtgenoot intens geniet
Van alles wat het Zwarte woud hem biedt
Kijkt zij niet naar de hoge boomgevaarten
Maar naar de brievenbussen langs het pad.
Het moederhart verlangt naar ansichtkaarten
Die liggen thuis in Makkum op de mat.
Meer over 'Weerspiegeling' en liefde voor poëzie op www.hettysite.nl weblog 2
Maar.....
als het op eten aankomt zijn ze allemaal van de partij. Wim maakt vaak een broodje ei tussen de middag en als ze allemaal binnen zijn dan weet je het wel. 'Dat kump der van a'j ze één keer wat geeft.'
Suze meldt zich voor een flintertje kaas, Storm en Queeny lusten alles en Rieksie wil alleen maar dichtbij zijn. Die krijgt zo weer z'n flesje.
Suze moet trouwens niet veel van die kleine indringer hebben....
Er werd al gesuggereerd om dit huis maar Huize Beestenboel te noemen.

