Initiaal

Morgen is het de eerste les voor de dames die hun initiaal gaan klossen volgens de techniek van de Milanese kant. Zoals beloofd, heb ik in de vakantie niet stil gezeten.
Een hobby die een obsessie werd !!
Niet alle afgebeelde kant is door mij gemaakt,
dat zou trouwens onmogelijk zijn.
Ik wil alleen
ALLE
facetten van
KANT
belichten !!

Initiaal
Morgen is het de eerste les voor de dames die hun initiaal gaan klossen volgens de techniek van de Milanese kant. Zoals beloofd, heb ik in de vakantie niet stil gezeten.
vuurpotjes

Verwarming
Bij kil en guur weer moest de kantwerkster zich proberen te verwarmen. De thuiswerkende kantklosster kon bij de “stove” zitten maar moest wel voorzichtig zijn dat de kacheldampen het fijne en dure garen niet bevuilde!!
Daarom behoorde de individuele vuurpot tot de typische kantwerksters uitzet. Deze aarden, ijzeren of houten “ vierpotjes “ bevatten een uitneembaar ijzeren schaaltje waarin gloeiende houtskool werd gelegd. Het vuurpotje werd onder de lange rokken geschoven en men plaatste de voeten op de treden. Voorzichtigheid was wel geboden!!
Sommige kantscholen hadden een grote vuurpot die een aangename warmte verspreidde. Maar niet iedereen kon dicht bij de warmtebron zitten en daarom verwisselden de kinderen regelmatig van plaats.
Vuurpot
Vuurpot
Ook in Engeland gebruikten de kantwerksters “ vuurpotten “. Deze waren vervaardigd uit aardewerk, koper of ijzer en waren voorzien van gaten om de warmte door te laten.
Deze vuurpotten werden gevuld met gloeiende steenkool of houtskool en de kantwerksters zetten ze naast hun voeten soms ook onder hun lange rokken.

In vroeger tijden!!!

In vroeger tijden…
Overdag, als het weer het toeliet, zat de “spellewerkster”buiten voor het huis kant te klossen. Maar als de weergoden het lieten afweten en binnen alles somber en donker was, kon ze de fijne prikgaatjes niet meer zien.
Ook ’s avonds was het té donker om te werken. Daarom maakte ze gebruik van “kunstlicht”!!!!!
Omdat kaarslicht of het licht van een petroleumlamp, kinkee, onvoldoende was, gebruikte ze een bolvormige, glazen bokaal gevuld met helder water om de lichtintensiteit te versterken.
Deze bokaal fungeerde als bi-convexe lens, waardoor evenwijdige lichtstralen gebroken werden zodat die aan de andere kant, in één punt geconcentreerd, een intense lichtstraal vormden.
Deze zelfgemaakte, versterkte lichtbron was ingenieus bedacht en zelfs in de tijd dat de gas en elektriciteit haar intrede had gedaan, bleef deze uitvinding in zwang. Menig kantwerkster beweerde dat het “bollelicht” klaarder was dan gaslicht!!!
Ordinaal
ORDINAAL
Een glazen bol met meestal korte hals die gevuld werd met water. Deze werd opgehangen of op een metalen statief geplaatst met daarachter een brandende kaars of petroleumlamp. Het effect hiervan was dat het licht op een bepaalde plaats werd gecentreerd. Schoenmakers, kantwerkers en graveurs maakten hiervan gebruik. Ook kerken pasten deze manier van verlichten toe.

Op de foto aan de linker kant zie je hoe het licht weerkaatst door het ordinaal en zo het kantkussen verlicht!
Ordinaal 2

Ordinaal 2
Ook in de kantscholen werd deze methode toegepast.
In de opening, in ’t midden van een speciaal daarvoor gemaakt tafeltje, werd een kaars of beter nog een “kinkee” gezet en vier bollen, gevuld met helder water stonden er kruisgewijs rond.
De meisjes zaten met 16 rond dit tafeltje maar diegenen die het fijnste werk maakten zaten dichtst onder de straal van een bolle.
Op de foto zien we een “ bollelicht “ uit Engeland.
Jack leeft nog !!!
Het verhaal van het “Levende Jack” klosje
Einde 19de eeuw woonde er in de omgeving van het dorp Lavendon, een kantwerkster wiens zoon JACK zeeman was.
Overal ter wereld waar hij kwam, liet hij een klosje maken voor zijn moeder en stuurde het op. Telkens zij een klosje kreeg wist ze dat haar zoon nog in leven was!!

Hanging bobbins
Hanging Bobbins
In Engeland was en is het nog altijd de gewoonte om bij speciale gebeurtenissen een klosje uit te geven.
Zo werd er iedere keer als er iemand werd opgehangen een klos verkocht met daarop de naam van de gehangene en de datum van de ophanging.
Zo ook het verhaal van William Worsley.
Worsley en Welch hebben in 1868 een man vermoord in Luton. Welch werd vrijgesproken maar Worsley werd opgehangen. Het was de laatste publieke ophanging in Bedford en het gelegenheidsklosje was bijzonder populair!!!
Het was het laatste uit een reeks van zes.

Kantwerkster
Het garen
Het garen waarmee kant wordt geklost hangt af van de kantsoort.



Tegenwoordig echter gebruiken we voor de hedendaagse kant allerlei soorten garens en soms ook wel hele fijne metaaldraad.
prentkaarten
Brugse kantdagen - Polen

Eén van de deelnemende Poolse kantklossters.
Wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat ze op zo'n rolkussen zulke mooie kant kunnen klossen!!!
Zij zijn dat echter gewoon en de resultaten liegen er niet om .
26ste Brugse Kantdagen 2
26ste Brugse Kantdagen

Mevr. G. Roels - Hendrickx
26ste Brugse kantdagen
Elk jaar, de week van 15 augustus, zijn er
BRUGSE KANTDAGEN!
Het Walplein en meer bepaald de Huisbrouwerij Straffe Hendrik
worden dan “ geteisterd” door honderden enthousiaste kantwerksters.
Spijtig dat het weer zo tegenviel want de straatanimatie en de kantdemonstraties vielen letterlijk in het water!!
Maandag was het een ware zondvloed.
Naast binnen en buitenlandse kantorganisaties werd er speciale aandacht besteed aan het 25-jarig bestaan van kantkring
“ ’t Sneeuwvlokje “ uit Kortenaken.
Ik heb al vele tentoonstellingen bezocht maar zelden heb ik zo’n prachtig, verzorgd werk gezien.
Proficiat aan de lesgeefster Mevr.Greta Roels – Hendrickx en de dames van de groep.
The flower of Scotland
The flower of Scotland
De distel staat niet alleen symbool voor het onofficiële Schotse volkslied, maar is ook het uithangbord van de groep doedelzakspelers waar mevr. Vera Huylebroeck deel van uit maakt.
Ze maakte dit mooie werk als geschenk voor de dirigent van de groep.
Prentkaarten

Chromo’s
In mijn jeugdjaren was ik een verwoed verzamelaarster van prentkaarten, chromo’s noemde men het toen.
Filmsterren, ’s Lands glorie, Ken uw land e.a.
Het was een rage.
Spijtig genoeg heb ik nooit geweten dat er “kantchromo’s” van Liebig waren want dan zou ik nu de gelukkige eigenares zijn.
Ik heb er enkele ontdekt op internet en zeg nu zelf…is dat geen pure nostalgie ?

Lodewijk XIV en Colbert
Sint Anna
Sint Anna
Sint Anna was de patroonheilige van de, devote Brugse kantwerksters. Op 26 juli was haar feestdag en dat werd in de Brugse kantscholen uitbundig gevierd.
Deze “mesdag” ,waarvoor ze het hele jaar spaarden, was het hoogtepunt van het jaar !!
Op een kar, versierd met bloemen en slingers en getrokken door fraai uitgedoste paarden, ging het richting Blankenberge of Oostende. Deze karren werden “serrebank” (char-à-bancs) genoemd.
Onderweg werd gelachen en vooral veel gezongen.
“’t Is St Annetje-feestje
de nunnetjes zijn zo geestig
z’hen hunder kappetje an
en rijen met de serreban” !
Een eindje verder ging het zo :
Wij zijn bijeen en we trekken naar St Annetje
Wij gaan op zoek al achter een ander mannetje,
Wij zijn bijeen
En wij zullen niet meer scheên,
Wij zijn gezworen kameraden.
En ze zien aan onzen trein
Da’me van Sint Anna zijn ! bis

Sint Anna “ten drieën” , een beeld zoals men veel in Brugge ziet.
Sint Anna, Maria en kindje Jesus.
Een vleugje kantgeschiedenis 7

Portet van Philippe Néricault-Destouches door G. Dubuisson
Een vleugje kantgeschiedenis 7
Volgens de ene bron is de “CRAVATE” ontstaan uit de “Col rabat”, een andere bron vermeld dat Kroatische soldaten aan de oorsprong liggen.
Feit is dat de “Cravate” ook wel “das” of “jabot” genoemd, lange tijd in het modebeeld aanwezig blijft.
De cravate bestaat uit een lange strook fijne linnen stof met kanten uiteinden. Men slaat de cravate tweemaal rond de hals en afhankelijk van tijd en plaats, wordt hij op diverse manieren gestrikt.
Na 1692 wordt hij “STEENKERKENDAS” genoemd!
Een slordig geknoopte das.
Hier is een anekdote aan verbonden.
In de slag bij Steenkerken moesten de officieren zich in allerijl naar het strijdtoneel begeven zonder de tijd te hebben om hun das fatsoenlijk te knopen.

Buste van Lodewijk XIV door Coysevox Antoine
Initiaal
Een vleugje kantgeschiedenis 6

Lodewijk XIV , col rabat
Een vleugje kantgeschiedenis 6
In de 2° helft van de 17de eeuw verschijnt de “BEF” of “COL RABAT” ten tonele.
Het dragen van lange pruiken maakt een brede kantstrook op schouder en rugzijde overbodig.
Men legt het accent van de kraag nu op de voorzijde.
Deze voorzijde bestaat uit 2 rechthoekige lappen die door middel van koordjes met elkaar verbonden zijn. De koordjes eindigen in kwastjes.
Het gebruik van het linnen wordt tot een minimum herleid.
De kant aan de voorzijde, meestal naaldkant, is één geheel en de tekening is speciaal hiervoor ontworpen.