Donderdag 31 augustus 2006

In vroeger tijden…
Overdag, als het weer het toeliet, zat de “spellewerkster”buiten voor het huis kant te klossen. Maar als de weergoden het lieten afweten en binnen alles somber en donker was, kon ze de fijne prikgaatjes niet meer zien.
Ook ’s avonds was het té donker om te werken. Daarom maakte ze gebruik van “kunstlicht”!!!!!
Omdat kaarslicht of het licht van een petroleumlamp, kinkee, onvoldoende was, gebruikte ze een bolvormige, glazen bokaal gevuld met helder water om de lichtintensiteit te versterken.
Deze bokaal fungeerde als bi-convexe lens, waardoor evenwijdige lichtstralen gebroken werden zodat die aan de andere kant, in één punt geconcentreerd, een intense lichtstraal vormden.
Deze zelfgemaakte, versterkte lichtbron was ingenieus bedacht en zelfs in de tijd dat de gas en elektriciteit haar intrede had gedaan, bleef deze uitvinding in zwang. Menig kantwerkster beweerde dat het “bollelicht” klaarder was dan gaslicht!!!