K3 = Koe, kant, klos

Een hobby die een obsessie werd !!
Niet alle afgebeelde kant is door mij gemaakt,
dat zou trouwens onmogelijk zijn.
Ik wil alleen
ALLE
facetten van
KANT
belichten !!

K3 = Koe, kant, klos
k3 = Koe, Kant, KlosK3
Koe, Klos, Kant
Jaren geleden was ik op kantreis in Engeland en daar heb ik iemand “benen” klosjes zien draaien. Terug thuis vertelde ik vol enthousiasme hoe mooi die klosjes wel waren!!
Net ivoor!
Mijn man, die nogal een handige Harrie is, wilde het ook wel eens proberen.
Ik dus naar de slager om mooie soepbeenderen. Het is van belang dat het witte gedeelte dik genoeg is want met de poreuze binnenkant kun je niets doen.
De slager gaf de stukken been van net onder de knie. Omdat het witte gedeelte niet bij alle beenderen even dik is, is het niet mogelijk om alle klosjes identiek te draaien. Zo zijn het stuk voor stuk unieke klosjes geworden!
Wordt vervolgt!
Wat kan een koe te maken hebben met kant ?
Wild klossen
Wild klossen
Een andere en aparte benadering van kant!
Zoals de naam laat vermoeden is men bij dit kantwerk niet gebonden aan strikte regels zoals bij de klassieke kantsoorten.
Meestal gaat men er van uit dat er
"in ‘t wilde weg "
gewerkt wordt maar niets is minder waar!!!
Wil men een prachtig werk bekomen, gaat er heel wat studie aan vooraf.
De compositie die ik hier toon is het werk van Mevr. Jeanine D’Hondt-Van de Gejuchte, een kantvriendin uit Diksmuide.
Deze werken zijn pareltjes qua techniek en kleurencombinatie.
Ik moet eerlijk bekennen…ik zou het ook zo willen kunnen!
Proficiat, Jeanine, en ik kijk vol verwachting uit naar jouw volgende werken!

Herfst

Herfst
Moeke, van die hoge bomen
Vallen bruine blaadjes neer
En op ‘t grasplein waar ik speelde
Lopen nu geen kindjes meer !
Moeke, kijk eens … al die blaadjes
‘k Stap zo diep in ’t dik tapijt
Ik doe ze krikkrak, krikkrak kraken
En ik ben net mijn voetjes kwijt !
Toen ik nog les gaf in het eerste leerjaar was dit het favoriete herfst versje!
Letter na letter
Valse start

Valse start
Gisteren was het dus de eerste les voor de “ anciens “ van Eeklo, tenminste dat was de bedoeling!
We stonden echter voor een gesloten deur want de verantwoordelijke voor het lokaal, was ons vergeten.
We lieten het echter niet aan ons hart komen en zochten soelaas in
’t VOUTJE
op de Markt te Eeklo!
Initiaal
Morgen is het de eerste les voor de dames die hun initiaal gaan klossen volgens de techniek van de Milanese kant. Zoals beloofd, heb ik in de vakantie niet stil gezeten.
vuurpotjes

Verwarming
Bij kil en guur weer moest de kantwerkster zich proberen te verwarmen. De thuiswerkende kantklosster kon bij de “stove” zitten maar moest wel voorzichtig zijn dat de kacheldampen het fijne en dure garen niet bevuilde!!
Daarom behoorde de individuele vuurpot tot de typische kantwerksters uitzet. Deze aarden, ijzeren of houten “ vierpotjes “ bevatten een uitneembaar ijzeren schaaltje waarin gloeiende houtskool werd gelegd. Het vuurpotje werd onder de lange rokken geschoven en men plaatste de voeten op de treden. Voorzichtigheid was wel geboden!!
Sommige kantscholen hadden een grote vuurpot die een aangename warmte verspreidde. Maar niet iedereen kon dicht bij de warmtebron zitten en daarom verwisselden de kinderen regelmatig van plaats.
Vuurpot
Vuurpot
Ook in Engeland gebruikten de kantwerksters “ vuurpotten “. Deze waren vervaardigd uit aardewerk, koper of ijzer en waren voorzien van gaten om de warmte door te laten.
Deze vuurpotten werden gevuld met gloeiende steenkool of houtskool en de kantwerksters zetten ze naast hun voeten soms ook onder hun lange rokken.

In vroeger tijden!!!

In vroeger tijden…
Overdag, als het weer het toeliet, zat de “spellewerkster”buiten voor het huis kant te klossen. Maar als de weergoden het lieten afweten en binnen alles somber en donker was, kon ze de fijne prikgaatjes niet meer zien.
Ook ’s avonds was het té donker om te werken. Daarom maakte ze gebruik van “kunstlicht”!!!!!
Omdat kaarslicht of het licht van een petroleumlamp, kinkee, onvoldoende was, gebruikte ze een bolvormige, glazen bokaal gevuld met helder water om de lichtintensiteit te versterken.
Deze bokaal fungeerde als bi-convexe lens, waardoor evenwijdige lichtstralen gebroken werden zodat die aan de andere kant, in één punt geconcentreerd, een intense lichtstraal vormden.
Deze zelfgemaakte, versterkte lichtbron was ingenieus bedacht en zelfs in de tijd dat de gas en elektriciteit haar intrede had gedaan, bleef deze uitvinding in zwang. Menig kantwerkster beweerde dat het “bollelicht” klaarder was dan gaslicht!!!
Ordinaal
ORDINAAL
Een glazen bol met meestal korte hals die gevuld werd met water. Deze werd opgehangen of op een metalen statief geplaatst met daarachter een brandende kaars of petroleumlamp. Het effect hiervan was dat het licht op een bepaalde plaats werd gecentreerd. Schoenmakers, kantwerkers en graveurs maakten hiervan gebruik. Ook kerken pasten deze manier van verlichten toe.

Op de foto aan de linker kant zie je hoe het licht weerkaatst door het ordinaal en zo het kantkussen verlicht!
Ordinaal 2

Ordinaal 2
Ook in de kantscholen werd deze methode toegepast.
In de opening, in ’t midden van een speciaal daarvoor gemaakt tafeltje, werd een kaars of beter nog een “kinkee” gezet en vier bollen, gevuld met helder water stonden er kruisgewijs rond.
De meisjes zaten met 16 rond dit tafeltje maar diegenen die het fijnste werk maakten zaten dichtst onder de straal van een bolle.
Op de foto zien we een “ bollelicht “ uit Engeland.
Jack leeft nog !!!
Het verhaal van het “Levende Jack” klosje
Einde 19de eeuw woonde er in de omgeving van het dorp Lavendon, een kantwerkster wiens zoon JACK zeeman was.
Overal ter wereld waar hij kwam, liet hij een klosje maken voor zijn moeder en stuurde het op. Telkens zij een klosje kreeg wist ze dat haar zoon nog in leven was!!

Hanging bobbins
Hanging Bobbins
In Engeland was en is het nog altijd de gewoonte om bij speciale gebeurtenissen een klosje uit te geven.
Zo werd er iedere keer als er iemand werd opgehangen een klos verkocht met daarop de naam van de gehangene en de datum van de ophanging.
Zo ook het verhaal van William Worsley.
Worsley en Welch hebben in 1868 een man vermoord in Luton. Welch werd vrijgesproken maar Worsley werd opgehangen. Het was de laatste publieke ophanging in Bedford en het gelegenheidsklosje was bijzonder populair!!!
Het was het laatste uit een reeks van zes.

Kantwerkster
Het garen
Het garen waarmee kant wordt geklost hangt af van de kantsoort.



Tegenwoordig echter gebruiken we voor de hedendaagse kant allerlei soorten garens en soms ook wel hele fijne metaaldraad.
prentkaarten
Brugse kantdagen - Polen

Eén van de deelnemende Poolse kantklossters.
Wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat ze op zo'n rolkussen zulke mooie kant kunnen klossen!!!
Zij zijn dat echter gewoon en de resultaten liegen er niet om .
26ste Brugse Kantdagen 2
26ste Brugse Kantdagen

Mevr. G. Roels - Hendrickx
26ste Brugse kantdagen
Elk jaar, de week van 15 augustus, zijn er
BRUGSE KANTDAGEN!
Het Walplein en meer bepaald de Huisbrouwerij Straffe Hendrik
worden dan “ geteisterd” door honderden enthousiaste kantwerksters.
Spijtig dat het weer zo tegenviel want de straatanimatie en de kantdemonstraties vielen letterlijk in het water!!
Maandag was het een ware zondvloed.
Naast binnen en buitenlandse kantorganisaties werd er speciale aandacht besteed aan het 25-jarig bestaan van kantkring
“ ’t Sneeuwvlokje “ uit Kortenaken.
Ik heb al vele tentoonstellingen bezocht maar zelden heb ik zo’n prachtig, verzorgd werk gezien.
Proficiat aan de lesgeefster Mevr.Greta Roels – Hendrickx en de dames van de groep.
The flower of Scotland
The flower of Scotland
De distel staat niet alleen symbool voor het onofficiële Schotse volkslied, maar is ook het uithangbord van de groep doedelzakspelers waar mevr. Vera Huylebroeck deel van uit maakt.
Ze maakte dit mooie werk als geschenk voor de dirigent van de groep.
Prentkaarten

Chromo’s
In mijn jeugdjaren was ik een verwoed verzamelaarster van prentkaarten, chromo’s noemde men het toen.
Filmsterren, ’s Lands glorie, Ken uw land e.a.
Het was een rage.
Spijtig genoeg heb ik nooit geweten dat er “kantchromo’s” van Liebig waren want dan zou ik nu de gelukkige eigenares zijn.
Ik heb er enkele ontdekt op internet en zeg nu zelf…is dat geen pure nostalgie ?

Lodewijk XIV en Colbert
Sint Anna
Sint Anna
Sint Anna was de patroonheilige van de, devote Brugse kantwerksters. Op 26 juli was haar feestdag en dat werd in de Brugse kantscholen uitbundig gevierd.
Deze “mesdag” ,waarvoor ze het hele jaar spaarden, was het hoogtepunt van het jaar !!
Op een kar, versierd met bloemen en slingers en getrokken door fraai uitgedoste paarden, ging het richting Blankenberge of Oostende. Deze karren werden “serrebank” (char-à-bancs) genoemd.
Onderweg werd gelachen en vooral veel gezongen.
“’t Is St Annetje-feestje
de nunnetjes zijn zo geestig
z’hen hunder kappetje an
en rijen met de serreban” !
Een eindje verder ging het zo :
Wij zijn bijeen en we trekken naar St Annetje
Wij gaan op zoek al achter een ander mannetje,
Wij zijn bijeen
En wij zullen niet meer scheên,
Wij zijn gezworen kameraden.
En ze zien aan onzen trein
Da’me van Sint Anna zijn ! bis

Sint Anna “ten drieën” , een beeld zoals men veel in Brugge ziet.
Sint Anna, Maria en kindje Jesus.
Een vleugje kantgeschiedenis 7

Portet van Philippe Néricault-Destouches door G. Dubuisson
Een vleugje kantgeschiedenis 7
Volgens de ene bron is de “CRAVATE” ontstaan uit de “Col rabat”, een andere bron vermeld dat Kroatische soldaten aan de oorsprong liggen.
Feit is dat de “Cravate” ook wel “das” of “jabot” genoemd, lange tijd in het modebeeld aanwezig blijft.
De cravate bestaat uit een lange strook fijne linnen stof met kanten uiteinden. Men slaat de cravate tweemaal rond de hals en afhankelijk van tijd en plaats, wordt hij op diverse manieren gestrikt.
Na 1692 wordt hij “STEENKERKENDAS” genoemd!
Een slordig geknoopte das.
Hier is een anekdote aan verbonden.
In de slag bij Steenkerken moesten de officieren zich in allerijl naar het strijdtoneel begeven zonder de tijd te hebben om hun das fatsoenlijk te knopen.

Buste van Lodewijk XIV door Coysevox Antoine
Initiaal
Een vleugje kantgeschiedenis 6

Lodewijk XIV , col rabat
Een vleugje kantgeschiedenis 6
In de 2° helft van de 17de eeuw verschijnt de “BEF” of “COL RABAT” ten tonele.
Het dragen van lange pruiken maakt een brede kantstrook op schouder en rugzijde overbodig.
Men legt het accent van de kraag nu op de voorzijde.
Deze voorzijde bestaat uit 2 rechthoekige lappen die door middel van koordjes met elkaar verbonden zijn. De koordjes eindigen in kwastjes.
Het gebruik van het linnen wordt tot een minimum herleid.
De kant aan de voorzijde, meestal naaldkant, is één geheel en de tekening is speciaal hiervoor ontworpen.
Een vleugje kantgeschiedenis 5

Portret van een vrouw door Dirk Santvoort
Sjaalkraag met Van Dijckkant.
Een vleugje kantgeschiedenis 5
Vanaf 1620-1630 verandert de mode van het dameskostuum en de halsuitsnijding wordt rechthoekig.
Daardoor verliezen rechtopstaande kragen aan populariteit!
Om de vrouwelijke vormen (borst) te verdoezelen, legde men een diagonaal gevouwen en met kant afgeboorde sjaal over de schouders.
Er was een onderscheid tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.
Dames uit de Noordelijke Nederlanden droegen onder de open kraag een hoog in de hals gesloten onderhemd. In de Zuidelijke Nederlanden daarentegen, durfde men het aan om met een open décolleté te verschijnen!!
Ook de mannenmode bleef niet achter! Door de langere haardracht was het onmogelijk om een gepijpte kraag te dragen en de liggende manskraag werd dan ook enthousiast onthaald.
Men werkte de kant in delen en dat resulteerde in een geschulpte kraagrand.
Door zijn barokke uitzicht sprak men van Lodewijk XIII of Van Dijck-kant naar de beroemde Vlaamse schilder.

Portret van een jongen door Jan Cornelisz.Verspronck
Liggende kraag met Van Dijckkant.
Een vleugje kantgeschiedenis 4
Een vleugje kantgeschiedenis 4
De gepijpte kraag, die helemaal rond de hals sluit, evolueert in de damesmode naar een waaiervormige kraag.
Deze waaiervormige, rechtopstaande kraag laat het décolleté vrij.
Maria de Medici, gehuwd met Hendrik IV in 1600, zou aan de basis liggen van deze kraagmode. Men spreekt dan ook van de “Medici kraag”.
In heel Europa heeft deze kraag een groot succes maar het Engelse hof spant de kroon!!
Vandaar dat men ook spreekt van de
“Stuart kraag”.

Portret van Maria de Medici door Pourbus, Frans de jonge
Medicikraag afgeboord met naaldkant
Een limerick voor GiselaEen pronte dame uit het Waasland raakte verweven in Vlaamse kant. De échte, zulle want die met tule maakt alleen de Lierenaar plezant.
Deze prachtige limerick werd speciaal voor mij gemaakt door Aramis
https://blog.seniorennet.be/dagverse_limericks/
Een vleugje kantgeschiedenis 3
Een vleugje kantgeschiedenis 3
Van het ogenblik dat de gepijpte kragen volop in de mode kwamen, steeg de vraag naar kantstroken aanzienlijk.
Volgens de overlevering heeft Hendrik II van Frankrijk, deze mode ingevoerd om een litteken in zijn hals te verbergen!
De kragen kregen evenwel zulke gigantische afmetingen dat de dragers nog nauwelijks in staat waren hun hoofd te draaien.
Hendrik III was met zijn enorme kragen een voorwerp van spot. Toen hij in 1579 een bezoek bracht aan Saint Germain, werd hij bespot, door met papieren gepijpte kragen uitgedoste studenten, met de woorden : “A la fraise on connait le veau”.
Reine Margot moest, toen ze haar soep wilde eten, iemand om een lepel van twee voet sturen.
In de Nederlanden sprak men satirisch van “molensteenkragen”.

Albrecht en Isabella geschilderd
door Pieter Paul Rubens
Een vleugje kantgeschiedenis 2
Kant in kledij
Omstreeks 1540 liet men het met gefronste kant versierde halsrandje van het hemd, heel discreet boven de kledij uitkomen.
Jaar na jaar groeide dit randje tot het een echte kraag werd.
Gepijpte kraag
Midden 16de eeuw evolueert de gefronste halsrand tot een “pijpkraagje”.
De gepijpte kraag, bevestigd op een gesteven boord, wordt hoog in de hals gedragen en belemmerde daardoor de bewegingsvrijheid

Portret van de Infante Isabel Clara Eugenia, dochter van Filips II.
Hoog in de hals gedragen gepijpt kraagje met getande kant afgeboord.
Een vleugje geschiedenis
Een vleugje kantgeschiedenis
Kant was een luxeartikel bij uitstek!
Men kan zich moeilijk voorstellen dat deze exclusieve nijverheid ontstaan is uit huishoudelijke spaarzaamheid. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de randen van het linnen, die het meest aan slijtage waren blootgesteld, te verstevigen.
Het is dus logisch dat kant een voorname rol gaat spelen in de mode.
Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw dringt “kant” binnen in de meeste lagen van de bevolking en de herenmode doet niet onder voor de dames!!!
Op het einde van de 17de eeuw wordt het gebruik van kant overdreven…kostuums werden rijkelijk met kant versierd, vaak zelfs tot in het absurde.
Laarzen, haartooi en harnassen ontsnapten niet aan de rage!!
Het was soms zodanig erg dat men tijdens een gevecht een pauze inlaste om de kant op harnassen en laarzen te vervangen !!
Het zal tot einde 18de eeuw duren eer de “kantrage” tot zijn normale proporties wordt herleid.

Portret van Frederik Hendrik, Prins van Oranje
Geschilderd door : van Miervelt Michiel Janszoon
17de eeuw
Het resultaat
Ach meneer...
Ach meneer...
Ach meneer,
Ik weet het ….beter één vogel in de hand dan tien in de lucht !!
Maar ik zie ze zo graag vliegen dus…
vogel nummer twee.

Vakantie
Vakantie!

De kantlessen zitten er weer op!!
Ik dank de dames voor de welgemeende attenties.
In september beginnen we met een nieuwe lei en de “anciens” uit Eeklo starten met hun initiaal in Milanese kant.
Omdat ik de letters zelf teken en uitwerk, zal ik niet te veel mogen stilzitten. Ik hoop dus van harte dat het een beetje minder warm wordt want met dit weer is het praktisch onmogelijk om te klossen want de klossen PLAKKEN gewoon aan de vingers!
Ach meneer...

Ach Meneer…
In 1985 heb ik deze vogel getekend en uitgewerkt. Ongetwijfeld met het liedje , De Vogel van Tim Visterin, in mijn achterhoofd.
Wie kent het refrein niet ?
De knaap zei onbevreesd "meneer, meneer, ach meneer,
Ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn
Met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
Een mooie vogel in de lucht met pluimen, poten en een vlucht
En alle kleuren van de regenboog aha
Ach meneer een mooie vogel wil ik zijn!
Met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
Dan kan ik slapen op een wolk, de lucht doorklieven als een dolk
En het zonlicht vangen met een boog
Ach meneer een mooie vogel wil ik zijn!
Bloggen.....

De heer Debersaques is per toeval op mijn blog terecht gekomen en was aangenaam verrast zijn gedicht te zien.
Ik kreeg dan ook een leuk bericht in mijn gastenboek.
Het vervolg is deze mail en bijbehorende foto !!!
Waartoe bloggen toch kan leiden !
Hallo Gisela,
De foto die ik u doorstuur is van een reeds overleden familievriend. Moest de vrouw nog leven dan was ze reeds meer dan honderd jaar. Bertha was geboren in 1900 en was weduwe en een zeer goede kantwerkster. Jammer genoeg bezit ik enkel wat foto's van haar waaronder degene die ik doorstuur. Je mag hem vrij gebruiken daar ik hem zelf nam.
Hartelijke groeten
Eric Debersaques
Gedicht : Ode aan de kant !!De heer Debersaques is blijkbaar ook een kantliefhebber !!!
Ode aan de kant
Als wij nu eens klosjes waren?
Kantwerkklossen aldoorheen.
Vriendschap namen wij als garen,
’t Werd een kantwerk als geen één.
Rusteloos wriemelen op het kussen,
Werken aan het groot patroon…
Met ons kruisen als spelden ertussen.
Och, ’t ware toch al te schoon.
Mocht ons garen nimmer kort zijn,
Het kussen nimmer vrij.
Laat ons, met de spelden, klossen zonder pijn.
Zo, ja zo maken wij ons Here blij.
Klikklakklikkend door elkaar,
’t garen vliegt, ’t een al over ’t andere.
Zo, komt ’t levenskantwerk klaar.
En garenloze klosjes ruimen plaats voor andere.
’t Klinkt simpel, rijmelaarswoorden
En toch… denk eens na!
’t Komt uit dieper zielsakkoorden.
Daarom is ’t dat jij en ik besta.
Eric Debersaques
Doordenkertje
Doordenkertje
Als je de bloem die verwelkt is,
Niet meer mooi vindt…
Heb je haar schoonheid niet begrepen.
G.A.

La dentelliere
Kantwerkster uit Le Puy

Bij mijn bezoek aan Le Puy-en-Velay, enkele jaren geleden, heb ik een paar postkaarten gekocht.Op één ervan staat dit gedichtje.
Quand la neige couvre la terre
Quand il fait froid, quand il fait noir,
Dans plus d’ une pauvre chaumière
On veille bien longtemps le soir.
M.D.B.
Kantwerkster
Kantwerkster
Een prachtig voorbeeld van een “ kanten “ kantwerkster !!
Dit is het werk van een dame uit de groep van Eeklo. Het ontwerp is van de Finse Eeva Liisa Kortelahti.

Will Tura en de kantwerkster
Jaren geleden heb ik eens een liedje gehoord van Will Tura, waarin hij het leven van een kantwerkster bezong. Ik heb toen dat bandje gekocht, heb het grijsgedraaid maar daarna uit het oog verloren.
Nu was ik er al een tijdje naar op zoek maar helaas…het was verdwenen!!! Tot deze morgen, ik deed mijn beklag bij mijn echtgenoot en wat kwam er te voorschijn? Inderdaad …het bandje met het betreffende liedje.
Ik heb de tekst nu genoteerd en geef hem jullie graag mee.

M. Goth(1873-1944)
De kantwerkster
De zon ontwaakt, een klokje slaat
’t Is nog maar half zeven
En ’t vrouwtje zit al voor het raam
ijverig kant te weven.
Dat doet ze nu al 50 jaar
Zonder het op te geven
Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
Ied’re dag van haar leven!
Klosjes vliegen door elkaar
Vlugge vingers weven.
Het oudje laat van hier naar daar
Haar gedachten zweven
Ze denkt terug aan de tijd
Aan haar kinderjaren
Toen ze hier op moeders schoot
Kantjes leerde maken.
Als speelgoed heeft ze niets gekend
Dan draad en schaar
Werken was ze al gewend
Vanaf haar 13 jaar !
Zonnetje straalt, de klok slaat 12
Tijd om wat te rusten.
De klosjes liggen naast elkaar
Op het speldenkussen (dichterlijke vrijheid)
En gans alleen zit ’t vrouwtje daar
Stil haar brood te eten
Een kort gebed en ’t is al tijd
Om haar werk te hernemen!
Klosjes vliegen door elkaar
Vlugge vingers weven.
Het oudje laat van hier naar daar
Haar gedachten zweven.
Ze denkt terug aan vroeger tijd
Aan die blijde jaren
Toen man en kinderen elke dag
Aan haar zijde waren.
Maar de jongens gingen weg van huis
Één voor één
En vader is er ook niet meer
Moeke zit alleen!
Zonnetje daalt, ’t klokje slaat
En wekt haar uit haar dromen
De klosjes rusten naast elkaar
De avond is gekomen.
Morgen wordt weer kant gemaakt
Al doen haar vingers pijn.
Tot haar lange levensdraad…
Zal afgesponnen zijn!
(J.Kluger/N.Byl)
mijn vriendin
Mijn vriendin ANNA
Op 15 juni e.k. is mijn vriendin ANNA jarig !!
Ik noem haar mijn “ tuinvriendin” want samen hebben we al menig uurtje gevuld met “tuinpraatjes” ! Zij heeft groene vingers en als ze een stekje in de grond steekt…je raadt het al, HET GROEIT!!!
Omdat haar tuin, volgens mij, toch al vol staat met alle mogelijke planten en struiken, heb ik deze keer haar initiaal geklost. Ze zal er reuze blij mee zijn, dat weet ik zeker, want ze houdt heel veel van kant.

Mijn eigen postzegel
Mijn zegel
Een eigen zegel aanmaken is één van de diensten van de POST.
Het is een leuke manier om je briefwisseling een persoonlijke ” touch “ te geven want zeg nu zelf…een stukje Chantilly kant oogt toch beter dan koning Albert, nietwaar!

Hoera !!!
De dames van de kantkloskring - gedichtEen gedicht dat echt perfect aanleunt bij de realiteit...ik kan er van meespreken!!!
De dames van de kantkloskring
De dames van de kantkloskring
Die hebben grote zorgen
Ze staan zo vaak in “dubio”
Ik denk haast elke morgen
Wat zal ik nou het eerste doen ?
Het “moeten” of het “leuke”?
Want, oh, als ze het kussen zien
Dan gaan hun vingers jeuken!
Nee, flink zijn, eerst de afwas doen
De wasmachine aan, en…
Oh, gut, daar gaat de telefoon!
Daar gaan de goede plannen!
Als ik soms op visite kom
Dan zie ik ze staan vrezen…
Oh, heb ik wel goed afgestoft
Zou het wel netjes wezen?
Maar ik kom daar toch echt niet voor
Geen vingers langs de randjes
Ik zie beslist dat spinrag niet
Want ik kom voor de kantjes!
Dus, lieve dames, wees gerust,
Open uw deur…ik stel geen vragen.
Want wie als kantvriend binnenkomt…
Die denkt alleen aan slagen!
derveen
het kantklosje
Kantklosje
Het klosje is meestal een houten of benen (ivoor) spoel waarop de kantwerkster het garen windt zodat er kan geklost worden.
De vorm en de grootte zijn afhankelijk van de kantsoort en de dikte van het garen.
In de vroegere kantscholen zat er vooraan in de klas een “windster” die niets anders deed als klossen opwinden met een molentje. Als één van de kinderen zijn hand opstak, gaf de windster onmiddellijk een nieuwe klos zodanig dat er geen tijd verloren ging.
Tegenwoordig worden klossen ook uit andere materialen gemaakt, zelfs uit plastiek, maar dat zijn meestal sierklossen.

Klosjes

België
Verschillende kantsoorten zijn de revue gepasseerd.
Nu is het de beurt aan de klosjes !
Vroeger was het zo dat iedere kantsoort zijn specifieke klos had. Hoe dikker de draad, hoe zwaarder de klossen.
De klossen voor het grof Brugs bloemwerk waren meestal gemaakt uit palmhout en zijn bolvormig aan het uiteinde.
De klossen van de Rosalinekant zijn sierlijk van vorm , glad en hebben een puntig uiteinde om het doorhalen te vergemakkelijken.