Vol au Vent


Het gerecht is door iedereen gekend en word ook redelijk op prijs gesteld.
Kijk maar in alle cafetaria’s , snack bars en wegrestaurants is het wel te vinden.
Het is gewone kost geworden. Dit is zeker niet altijd zo geweest.
Het bladerdeeg is “uitgevonden”, zegt men door Carême maar dit is twijfelachtig. Gerechten ontstaan niet zo maar, er altijd een aanloop. Deze aanloop ligt reeds in de middeleeuwen waar men pasteien gaat maken.
Een uitgehold brood kan dienst doen om allerlei spijzen in saus te bevatten.
Later kwam men wel op het idee om brooddeeg in een vorm te leggen en daarin dan stukjes vlees of gevogelte te leggen en het geheel af te bakken in een oven.
Op een zeker moment heeft men dus ontdekt als er tussen dit deeg laagjes boter gelegd worden of als er olie word op uitgestreken dat het deeg dan opblaast.
Carême zal het deeg misschien wel op punt gezet hebben. In alle geval was hij er zeer fier over dat zijn deeg zo licht was dat het kon “vliegen in de wind”. Dit was de geboorte van het bladerdeeg en de vol au vent.
Nu kon men pasteien maken met een luchtig knapperig deeg waarop men zich niet meer de tanden kapot beet.
De vol-au-vent , want zo heetten de eerste baksels werden gevuld met allerlei ragouts, zowel van gevogelte als van vis of wild of slachtafval. Montglas, is er één met ossentong en is ook redelijk bekend, ook met kalfsvlees, zwezerik en dergelijke worden er nog gemaakt.
De populairste is wel de vol au vent à la Reine. Deze was gevuld met een kippenragout.
Deze “Reine” of koningin was Marguerite de Valois. Zij heeft haar naam hier voor eeuwig vastgelegd
Marguerite de Valois was de echtgenote van Henri IV. Zij is ook bekend onder de naam la Reine Margot of kortweg, la Reine. Alle gerechten, à la Reine, zijn aan haar gewijd.
Voor de “bouchée à la reine” dient wel een opmerking gemaakt te worden, want dit is een naam die ingevoerd is door Maria Leczinski, vrouw van Louis XV. Zij at zo graag vol-au-vent à la reine, dat ze opdracht gaf om kleine vol-au-vents te laten maken voor haar alleen: het koninginnehapje !
Eenpersoons porties als het ware.
Een beetje woordverklaring :
Bouchée ; een mondvol, een kleine vol au vent.
Vidée; zo worden de kleine bladerdeeggebakjes dikwijls genoemd! Dit is omdat na het bakken er een restje ongebakken deeg in de bakjes zit, dit moet er uit gepeuterd worden, leeg gemaakt, van het Franse werkwoord vider; een leeggemaakt gebakje is een vidée !
Vol au vent ; een groot bladerdeeg gebak meestal bedoeld voor een achttal personen.
De eerste vol au vent’s waren echte kunstwerken. Op een laagje bladerdeeg werd een dikke bolvormige prop papier gelegd. Daarop kwam een tweede laag bladerdeeg, die goed aangedrukt werd tegen de onderste laag. Er werden allerlei versieringen en decoratieve insnijdingen aangebracht. Na het afbakken sneed men het deksel uit de vol au vent en het papier werd er voorzichtig uit gehaald.
De klassieke vulling bestaat uit een ragout van kippenvlees met champignons en soms met zwezeriken of kleine gehaktballetjes in een witte gevogelteveloutésaus. Afgewerkt met wat room en citroensap.
Door allerlei begripsverwarringen hoor ik nu dikwijls dat deze kippenragout ook wel eens vol au vent genoemd wordt. Dit is onterecht !
Het geheel, bladerdeeggebakje gevuld met de kippenragout is een bouchée à la reine, een koninginnehapje. De grote is de echte!
Ook de gewoonte om er frieten of aardappelpuree bij te serveren zijn (slechte) vrij recente gewoontes.
Ook het woord koninginnehapje kan voor taalpuristen niet door de beugel. Kippenpasteitje is beter. Koningin wordt niet gegeten, evenmin als boerenkop of Chinees…
Een grappige anekdote !
Het allereerste “feestje” bij mensen thuis, dat ik ooit opdiende, ik was toen veertien jaar of zo wat, had als warm voorgerecht een vol au vent, de grote dus.
Van serveren kende ik toen nog niet zoveel en de eenvoudigste oplossing was dus om het gerecht aan te bieden aan de gast, op een schotel met een lepel en een vork erbij. De gast bedient dan zichzelf. Service à la Française heet dat…
Ik met knikkende knieën naar binnen en presenteer de schotel met de grote vol au vent aan de eerste persoon aan de tafel. Een dikke meneer, deze bekijkt dat even , neemt de lepel en vork en schuift de ganse vol au vent op zijn bord …
Hoe het uiteindelijk opgelost geraakt is weet ik niet meer; ik was totaal van de kook. Alleen herinner ik mij nog zeer goed dat ik nadien “wreed” veel drinkgeld gekregen heb !












