Woensdag 17 augustus 2005
Zorgen.
Weer ben ik aan 't converseren
met, ik weet niet wie,
een geest, een engel,
de zon, de maan, een ster?
Ben ik jou, of jij mij,
of zijn we éénder?
Ik zie me wel een gezicht,
maar hoor geen stem,
nauwelijks een fluisteren,
maar ik voel wel tekens
wel leven
en een hartslag beven,
Wie ben jij dan wel?
Ik maak me zorgen om jou,
dat hoeft niet, zit je te zweren
maar ik,... ik weet wel beter
je zorgen wil je niet delen,
niemand moet je lasten dragen
is je redeneren
en toch binnenin weet je zeker
er is "iets" met dit leven.
Draag je lasten toch niet alleen
ik heb nog een onbezorgd leven,
waarom geef je me niet een beetje
van dat, van uw bezorgde leven?
Ik dacht, ik ken hem toch goed we zijn al zo lang samen ik ken zijn voorhoofd zijn bruine armen buik tot hij een keer op een winteravond bij…
Ik dacht,
ik ken hem toch goed
we zijn al zo lang samen
ik ken zijn voorhoofd
zijn bruine armen
buik
tot hij een keer
op een winteravond
bij me kwam zitten
en ik in het schemerlicht
dat van achteren viel
zijn roze oor aanschouwde
een grappig lapje huid
een schelp met van binnen
kloppend bloed
ik heb toen niets gezegd,
het zou goed zijn
een gedicht over zijn roze oor te schrijven
maar niet zo dat ze zeggen
ook een onderwerp om te kiezen
zij wil zeker origineel doen
zo dat niemand ook maar glimlacht
zo dat men begrijpt
dat ik een geheim onthul
ik heb toen niets gezegd
maar toen we die nacht
samen lagen
proefde ik voorzichtig
de exotische smaak
van zijn roze oor.
Sint-Ignatius, wit en vurig liep langs een roos, stortte zich op de struik waarbij hij zich verwondde met de klok van zijn zwarte pij wens…
Sint-Ignatius, wit en vurig
liep langs een roos,
stortte zich op de struik
waarbij hij zich verwondde
met de klok van zijn zwarte pij
wenstte hij te overstemmen
de bekoring van de wereld
die als uit een wond
uit de aarde gutste,
en toen bij op de bodem lag
van deze wieg van doornen zag hij
dat het bloed uit zijn voorhoofd
op de wimpers stolde
in de vorm van een roos
en zijn blinde hand
die de doornen zocht
werd door de zoete aanraking van
bloemblaadjes doorboord,
de bedrogen heilige huilde
terwijl de bloemen hem bespotten
doornen en rozen,
we zoeken het geluk.
Lieve Vrouwke, ik kom niet om te bidden, maar om een poos bij U te zijn. Ik heb U niets te geven, niets te vragen deze dag. Ik bezit alleen …
Lieve Vrouwke,
ik kom niet om te bidden,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te geven,
niets te vragen deze dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde
dat ik U bekijken mag.
Lieve Vrouwke,
ik kom niet om te spreken,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te zeggen,
niets te vragen deze dag.
Maar bewaar voor mij de grote vreugde
dat ik U bekijken mag.
Lieve Vrouwke,
ik kom niet om te zingen,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te bieden,
niets te vragen deze dag.
Laat voor mij alleen de grote vreugde
als ik Moeder zeggen mag.
Ik ga naar de zee om die stem te horen tussen de ene slag van de golven en de andere, maar er is geen stem alleen het oudemannengezeur van h…
Ik ga naar de zee
om die stem te horen
tussen de ene slag van de golven
en de andere, maar er is geen stem
alleen het oudemannengezeur van het water
het zouten niets, de vleugel van een witte vogel
vastklevend aan een steen.
Ik ga naar het bos,
waar het nooit onderbroken ruisen heerst
van de enorme clepsydra die bladeren in humus
sijpelen laat en humus in bladeren
waar krachtige insektenkaken
het zwijgen van de grond verteren.
Ik ga naar het veld.
platen groen en geel vastgeprikt met spelden
van insektenexistenties
rinkelen bij elke aanraking van de wind
waar is die stem?
hij moet zich laten horen
wanneer aardes onvermoeide monoloog
een ogenblik verstomt
niets dan ritselingen, trillers en explosies
Ik ga naar huis.
En mijn experiment neemt de vorm aan
van een alternatief of de wereld is stom
of ik ben doof,
maar misschien zijn we allebei
door kreupelheid getekend
we moeten derhalve
elkaar bij de arm nemen
voorwaarts gaan
naar nieuwe einders
naar verkrampte kelen
waaruit onbevattelijk geborrel
naar boven stijgt.
Als ik mijn gebeden tot U richt wordt mijn ziel door twijfel aangegrepen: een huiver overvalt mij en ik vraag in angst en vrees, wie bent U,…
Als ik mijn gebeden tot U richt
wordt mijn ziel door twijfel aangegrepen:
een huiver overvalt mij en ik vraag in angst en vrees,
wie bent U, Heer?
U, antwoordt nooit als ik tot U spreek,
uw naam weergalmt door heel het heelal:
ik zoek U over heel de wereld,
zonder U ooit in leven aan te treffen.
Zeg iets tegen mij, God, mijn toeverlaat,
laat mij uw Gezicht zien, onverhuld,
zeg mij U bent, wijs mij het licht,
neem mijn twijfel weg en geef mij de vrede.
Oh, hoe fleurig en hoe keurig glimlacht mijn lieve anoniem! En zijn hemdje is zo keurig zijn broek zit aardig mooi om te zien. Maar wat me '…
Oh, hoe fleurig en hoe keurig
glimlacht mijn lieve anoniem!
En zijn hemdje is zo keurig
zijn broek zit aardig mooi om te zien.
Maar wat me 't meest aan hem verheugt
van waar de Heer hem mee bedeelde,
is zijn gulden blos van weelde,
van ootmoed en zijn lieve deugd.
Samen lopen we op straat
terwijl ik ernstig tot hem praat
over alles wat mijn hart beroert:
wat ik fijn vind, wat beroerd.
Op de hoeken zonder zebrapad
waar de pas dient ingehouden
zeg ik zachtjes tot mijn schat
liefste willen we gaan trouwen?
Wat wil dat eenzame traantje? 't Vertroebelt mij de blik. Is zeker blijven hangen van vroeger nog, denk ik. Hij had veel glinsterende zuster…
Wat wil dat eenzame traantje?
't Vertroebelt mij de blik.
Is zeker blijven hangen
van vroeger nog, denk ik.
Hij had veel glinsterende zusters
die je nergens nu meer vindt.
Die zijn met verdriet en blijdschap
vervloeid in nacht en wind.
In de nacht zijn ook verdwenen
de sterretjes van geluk.
In de loop van al die uren
spatten ze één voor één stuk.
En heel m'n mooie liefde
vervloog in mist en rook.
't Wordt tijd, m'n eenzame traantje
dat jij nu eindelijk ook...
Toen ik de oude foto weer in m'n handen nam zag ik, hoe 't lief gezichtje opnieuw tot leven kwam. 't Was of om beide lippen een flauwe gliml…
Toen ik de oude foto
weer in m'n handen nam
zag ik, hoe 't lief gezichtje
opnieuw tot leven kwam.
't Was of om beide lippen
een flauwe glimlach hing.
In zijn ogen glansden tranen.
Weemoed? Herinnering?
En ook mijn eigen tranen
maakten m'n ogen nat
en ik kon wéér niet begrijpen
dat ik hem verloren had.
Zaterdag 13 augustus 2005
Eens zag ik de uit het zeevlak opgedoken zon 's morgens vroeg haar goudomrande schichten zo oogverblindend fel op de aarde richten dat alles…
Eens zag ik de uit het zeevlak opgedoken
zon 's morgens vroeg haar goudomrande schichten
zo oogverblindend fel op de aarde richten
dat alles door die vlammen werd ontstoken.
Ik zag hoe de ochtendgloed de pas ontloken
vochtige rozen zo scherp op deed lichten
dat 't uit de verte leek alsof in 't dichte
bottende doornhout brand was uitgebroken.
Ik zag in deze voorjaarszindering
hoe 't groen de grond uitkwam, bedekt met dauw,
en 't blad, zoals elk jaar, weer openging.
Ook zag ik een beeldschone knappe vrouw
die rozen plukte in 't gras bij de eerste zon
en door haar gratie alles overwon.
Donderdag 11 augustus 2005
De Kinderliefde Mijn vader is mijn beste vriend; Hij noemt mij steeds zijn lieve kind. 'k Ontzie hem, zonder bang te vrezen. En ga ik huppel…
De Kinderliefde
Mijn vader is mijn beste vriend;
Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.
'k Ontzie hem, zonder bang te vrezen.
En ga ik huppelend aan zijn zij,
Ook dan vermaakt en leert hij mij;
Er kan geen beter vader wezen!
Ik ben ook somtijds wel eens stout,
Maar als mijn ondeugd mij berouwt,
Dan wordt zijn vaderhart bewogen;
Dan spreekt zijn liefde geen verwijt,
Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt,
Dan zie ik tranen in zijn ogen.
Zou ik, door ongehoorzaamheid,
Dan maken dat mijn vader schreit;
Zou ik hem zuchten doen en klagen;
Neen, als mijn jonkheid iets misdoet,
Dan val ik aanstonds hem te voet.
En zal aan God vergeving vragen.
Er was een man, ik zeg niet wie hij was, die hield van de natuur, althans dat dacht hij, want hij had gehoord dat daar zoveel te vinden was,…
Er was een man, ik zeg niet wie hij was,
die hield van de natuur, althans dat dacht hij,
want hij had gehoord dat daar zoveel te vinden was,
de stilte, vrijheid, blijheid en jezelf en zo.
Genoeg in elk geval om daar eens heen te gaan.
Hij ging en kwam behouden aan.
En toen hij zijn boterhammen op had?
Stilte. Wie stilte wil beschrijven moet zijn mond maar houden.
Wie niets hoort luistert niet en heeft niets te vertellen.
Vrijheid. Het zou een heel leuke boel worden als de vrijheid
eens een beetje doorzette, ja jezelf zijn,
eindelijk zou niemand ons begrijpen.
Maar wij begrijpen elkaar helaas uitstekend.
Ook in de meest luxueuze bittertaal van dichters spreekt alles vanzelf.
Blijheid. De blijheid waar wij naar verlangen is er gelukkig niet.
We zouden dodelijk getroffen worden door een herfstblad,
tegen de aarde gesmakt door de wiekslag van een duif,
verbrand door de zon.
Wie niet sterk is moet bedroefd zijn.
Nee, toen hij zijn boterhammen op had hoorde hij de regen
die zijn hele leven door gevallen was, rook hij het gras waar hij zijn hele leven koekhappend en zaklopend door heen gestrompeld was onder het gelach van grote mensen, hoorde de regen en de stem van moeder uil die in de olmen huilde en riep om hem.
Donderdag 4 augustus 2005
Omdat het geluk een herinnering is bestaat het geluk, omdat tevens het omgekeerde het geval is, ik bedoel dit: omdat het geluk ons herinnert…
Omdat het geluk een herinnering is
bestaat het geluk, omdat tevens
het omgekeerde het geval is,
ik bedoel dit: omdat het geluk ons
herinnert aan het geluk, achtervolgt het
ons en daarom ontvluchten wij het
en omgekeerd, ik bedoel dit: dat wij
het geluk zoeken omdat het zich
verbergt in onze herinnering en
omgekeerd: ik bedoel dit; het geluk
moet ergens en ooit zijn, omdat wij dit
ons herinneren en dit ons herinnert.
Donderdag 4 augustus 2005
Er gebeuren dingen hier en ik ben de enige die weet welke, ik zal ze noemen en ook zeggen waarom, er staat een oude tuinbank onder de appelb…
Er gebeuren dingen hier en ik ben de enige die weet welke,
ik zal ze noemen en ook zeggen waarom,
er staat een oude tuinbank onder de appelboom, er ligt een oude
voetbal in het gras, er komen oude geluiden uit het huis, er is oud licht in de lucht, dit gebeurt hier: een tuin in de avond,
en wat je niet hoort en niet ziet, de plekken waar we kuilen groeven en die huilend dichtgooiden, ik vertel dit omdat ik niet alleen wil zijn voordat ik het ben.
Donderdag 4 augustus 2005
Vandaag zou ik een brief schrijven, een brief waarin ik iets wilde begrijpen maar ik deed dat niet, het ging te langzaam ik schreef en ik ke…
Vandaag zou ik een brief schrijven,
een brief waarin ik iets wilde begrijpen
maar ik deed dat niet, het ging te langzaam
ik schreef en ik keek naar mijn hand
hoe die hand langzaam woorden tekende
er ontstond in dat handschrift iets als
een huis, ik wilde weten waarin we woonden
om dat te begrijpen zou ik een brief schrijven,
maar ik zag alleen de voorzichtige woorden
die ik tekende voor ik ze begreep.
Donderdag 4 augustus 2005
Waar komen de grote mensen vandaan en waarom hebben die geen kinderen van die eeuwige vragen het gesprek is voorbij, ik had die eeuwige verh…
Waar komen de grote mensen vandaan
en waarom hebben die geen kinderen
van die eeuwige vragen
het gesprek is voorbij, ik had die eeuwige verhalen verteld, maar die waren niet goed zei ze.
Ik zoek nog steeds naar een ander verhaal dat goed is voor ons beiden, we waren gaan zitten en ik weet nog precies hoe we daar ergens zaten, hoe dichtbij haar huid rook, hoe jong dat rook en hoe verweg, en dat ik precies dezelfde vragen moest denken als zij.
Waar komen de grote mensen vandaan
en waarom hebben die geen kinderen
ik moest weer denken
mijn verhalen zijn voorbij, ik had haar verteld van wat ik wist van die dingen, maar die konden niet, vond ze
Ik denk nog steeds: wat is het dan wat kan voor ons beiden,
zo'n lente waarin ik nooit weet hoe het voelt; oud gras en van die bloempjes, daar stonden we bij onze poppenwagen dat heel kleine vrouwtje en die man
ik dacht: ze heeft gelijk en het geeft niet dat ik niet weet waarom.
Die nachtegaal, die zo vol tederheid treurt om zijn kroost of om zijn lieve gade, vult met zijn zoet gegorgel wijd en zijd de hemel en de ve…
Die nachtegaal, die zo vol tederheid
treurt om zijn kroost of om zijn lieve gade,
vult met zijn zoet gegorgel wijd en zijd
de hemel en de velden en de paden.
En als ik in de nacht hoor hoe hij schreit,
dan word ook ik met zorgen overladen,
en ik beklaag mezelf omdat ik lijd,
want ook mijn papa is door de dood verraden.
Hoe licht wordt wie zich sterk waant overrompeld!
Want wie had ooit gedacht dat zijn gelaat
zo snel tot aarde en stof zou zijn verschrompeld!
Ik zie nu, wijsgeworden door het kwaad
dat me in een stroom van tranen onderdompelt,
hoe aards geluk vergaat vóór het bestaat!
Ik had met je door de weiden willen gaan langs de sloten de bruine pluimen van het riet maar een dunne zon daalde al over boomkruinen en boe…
Ik had met je door de weiden willen gaan
langs de sloten de bruine pluimen van het riet
maar een dunne zon daalde al over boomkruinen
en boerderijen en ik wist dat ik niet kon
verdragen dat onze schaduwen lang en eenzaam
over de weiden zouden gaan.
Ik ben bang zei je.
Ik had met je door de dorpen willen gaan
door de verlaten middag in de tuinen de straten
naast een cafe waar de zon voor ons zou spelen
in de vitrage maar ik wist dat ik niet kon
verdragen dat de stilte lang en eenzaam
tussen ons mee zou gaan.
Ik ben bang zei je.
Ik had met je willen slapen, willen gaan
met mijn ogen mijn handen mijn mond als de zon
over het vreemde landschap van je lijf
maar ik wist dat ik niet kon verdragen
dat we een leven lang eenzaam
op zouden staan.
Ik ben bang zei je.
Wat onmeetbaar is je mee te delen,
Dat is een opgaaf die ik niet volbreng:
Dat ik, gestorven, nog in leven ben,
En ’t voor de mensen dage…
Wat onmeetbaar is je mee te delen,
Dat is een opgaaf die ik niet volbreng:
Dat ik, gestorven, nog in leven ben,
En ’t voor de mensen dagelijks moet verhelen.
’t Is niet bijzonder. Ik ben één uit velen,
één die je nu toevallig beter kent:
en raak je aan mijn leegten niet gewend,
je doet je best die uit mij weg te strelen.
Maak je niet ongerust, het gaat voorbij;
Wanneer ik deze tijd mag overleven,
En jij blijft bij me, word ik wel weer vrij.
Mocht die vervulling ons niet zijn gegeven,
Dan maakt misschien, daar is het voor geschreven,
Dit vers, zo vaak het donker wordt, je blij.
Weet je wat verdriet is? Dikwijls, zó dicht bij je ogen dat ik je ziel haast zie, red ik een kleine bange vogel die fladderend in een vijver…
Weet je wat verdriet is? Dikwijls, zó dicht
bij je ogen dat ik je ziel haast zie,
red ik een kleine bange vogel die
fladderend in een vijver tranen ligt;
maar als ik hem een huis geef in mijn hand
en daarin warmte van vriendschap en brood
van zachte woorden, vind ik hem al dood
eer ik in mijn eigen ziel ben beland.
Als ik iets van je denk te hebben dat
misschien wel eens je eerlijkste ik verried,
is het over, ben je weg, mag het niet.
En als ik alleen maar zou weten wat
die vogels doet komen,- liefste, dan had
je mij nooit te vragen: heb je verdriet?