
Mijn dochter is drie weken terug vertrokken voor een reis naar India en nu komt ze terug. Gisteravond al op internet gekeken of ik haar vlucht kon vinden. Tussen die vele vliegtuigen die landen op Zaventem komt haar vlucht te voorschijn, even een kippenvel moment. Deze morgen, bij het opstarten van de pc direct op zoek naar de situatie in de lucht. Haar vlucht blijft op het voorziene uur aangekondigd.
Ik ga met het openbaar vervoer naar de luchthaven. Je kan daar uitstappen en met een paar automatische trappen ben je in de aankomsthal, makkelijker kan niet.
Dertig jaar terug was ik ook naar Zaventem: mijn dochter kwam uit India. Toen ze in mijn armen werd gelegd zag ik een klein, donker mormeltje van goed zeven maanden, dat huilde. Wat een pracht van een dochter. Eerst een verse luier, want hoe het kwam wisten ze niet, maar onderweg naar België kregen alle kinderen diarree en de adoptievereniging had ons daarop voorbereid.
Soms vragen ze me: geven adoptiekinderen niet meer problemen? Waarop ik altijd antwoord: heb je met eigen kinderen nooit problemen? Ik geloof niet in sprookjes die vertellen dat kinderen opgroeien zonder de minste problemen, dat de oorzaak van problemen bij kinderen en jongeren te zoeken zijn bij afstamming of opvoeding. Ofwel wil men geen weet hebben van problemen of wel is men blind. Elk kind volgt een eigen weg. Als ouder kan je een kind graag zien, je best doen om het op te voeden. Gelukkig wil een kind zelfstandig worden en zal het niet van de perfectie van de opvoeding afhangen of het al dan niet een gelukkig iemand wordt. Opvoeden kan soms helpen of belasten, waarschijnlijk beiden, maar het is aan het kind om de weg naar volwassenheid te gaan.
En zo is mijn volwassen dochter de weg terug gegaan, op zoek naar haar wortels. Om de twee drie dagen hadden we contact met elkaar via email. Toch een zegen internet. Haar berichten klonken veelbelovend. Het belooft een lang verhaal te worden.
In de aankomsthal eerst even naar de vluchtsituatie kijken: ze zijn net geland. Ik installeer me op een bank en probeer wat te lezen: het zal nog wel wat duren eer ze haar bagage heeft. Maar het lezen lukt me niet. Dan maar wat rondwandelen. Ontroerende taferelen: twee geliefden vallen in elkaars armen en stralen van geluk. Een kleinkind rent naar oma en opa, juichend van vreugde. Ik blijf staan achter het hekken, rechtover de uitgangsdeur.
Soms komen de passagiers in golven, dan weer is er een enkeling. Ik kijk uit naar mensen van Indische signatuur: onder hen zal mijn dochter en haar vriendin zich bevinden. Maar voorlopig zijn het allemaal blanken, soms wel eens een donkerder huid. Dan weer een golf vooral mannen die reizend werken: keurig pak, kleine koffer op wieltjes achter zich aan, zekerheid van bewegen, recht op de uitgang en hun doel af. Daartussen zie je dan mensen die bijna wanhopig staan te zoeken naar een bekend gezicht tussen de menigte. Ik voel mijn hart bonzen, net of ik trappen op en neer gehost heb. Maar in de volgende golf zie ik weer geen Indiërs. Later vertelt ze me dat er nauwelijks Indiërs op hun vlucht zaten, wel veel Japanners. Ik probeer mezelf tot rust te manen: straks zal zij er bij zijn. Een ouder koppel: de man duwt een bagagewagentje met eerst twee grote koffers en daarop de vrouw met een been in het gips. Een leuke oplossing: een eerste koffer met handvat en aan die koffer een twee koffer vastgemaakt, het rijdt als een trein. Je moet er maar opkomen. En dan plots verschijnt ze in de deur: even staat de wereld stil. Ze ontdekt me en zwaait en lacht met haar heerlijke witte tanden bloot.
Zoen, knuffel. Ja, ze is een beetje moe: een lange reis en nauwelijks geslapen. Maar het was goed.
Het is even wennen om van een warmte van bij de 30 graden over te schakelen naar het herfstweer hier, maar de blijheid van elkaar weer te zien geeft voldoende warmte om het temperatuurverschil te overbruggen. De ouders van B., haar vriendin, zijn ook komen opdagen en E., een andere vriendin die in de buurt werkt. Kennismaken … en wie heeft zin in een koffie?
We gaan buiten koffie drinken, dan kunnen de rokers ook aan hun trekken komen. Gelukkig is het zacht buiten en kunnen de warme jassen die de mama van B. meebracht ongebruikt mee naar huis.
Afscheid nemen. Sangeeth en ik nemen de trein: ze woont maar een paar meter van het station. Ondertussen telefoon van de oudste zus: heeft ze zin om vanavond samen iets te gaan eten? De uitnodiging wordt in dank aanvaard.
Terug in Leuven nemen ook wij afscheid. Ik wil vanavond nog naar de academie en zij gaat uitpakken en aan het leven hier terug wennen. We spreken af voor het weekend, dan is er tijd voor verhalen.