Het boek
Een volgende fase in de ontwikkeling van het bewustzijn is de studietijd. In onze samenleving zijn we er vroeg bij: vanaf 2,5 jaar kunnen de kinderen al terecht in een school. Leren lezen, schrijven en rekenen is de hoofdopdracht van het lager onderwijs. Daarna kunnen ze het middelbaar onderwijs in en zich voorbereiden voor een verdere studie of op de intrede in de arbeidsmarkt om als zelfstandige mensen in hun levensonderhoud te voorzien.
Wie leert lezen en schrijven krijgt een geschenk dat niet genoeg kan gewaardeerd worden: de ganse wereld komt op je af. Zeker nu met het internet.
Automatisch komen boeken als ‘beeld’ aanzetten. Boeken zijn in onze maatschappij een evidentie. Maar probeer maar eens een wereld zonder boeken, kranten, reclame … voor te stellen.
Mijn schooltijd ligt al vele jaren achter me. Maar mijn dagboek is me bijgebleven, ook een boek. Daar schreef ik mijn dagelijkse wel en wee in. Grootse dingen waren het niet: wat was er te beleven tussen de vier muren van een pensionaat van een halve eeuw terug. Wat ik pas later besefte: ik leerde door dit dagboek ‘schrijven’, iets over mezelf verwoorden. Het gaf me de kans om andere woorden uit te proberen dan de devotionele uitspraken van de opvoedsters. Indien ik het nu zou teruglezen zou ik waarschijnlijk heel duidelijk de puber van die tijd herkennen, opgesloten in een gedachtewereld die gekenmerkt was door de naoorlogse tijd. Ik zou het echte leven nog moeten confronteren om los te raken uit die beslotenheid die me toen als verstikkend overkwam, zonder dat ik dat verder kon duiden. Maar de ontdekking dat ik kon schrijven, los van het voorgekauwde gedachtegoed van die tijd, hield me overeind: ik was iemand, had een eigenheid.
Ik lees graag dagboeken. Er zijn erg gekende dagboeken in de literatuur, denk maar aan dat van Anne Frank. Een tijdje geleden ontdekte ik in het Spit (een tweedehandswinkel) een ander dagboek, een soort tegenhanger van dat van Anne Frank: het dagboek van Zlato Filipovic, een meisje van elf wanneer de oorlog in Sarajevo begint.
Virginie Loveling liet ook een dagboek na met aangrijpende verslagen hoe WOI ingrijpt in het concrete leven van een Gentse vrouw en schrijfster. En boven alles staat het dagboek van Victor Klempener, een Joodse taalkundige gehuwd met een Duitse vrouw. Hij probeert het leven van alledag, van de gewone man en vrouw in de straat te beschrijven tijdens WOII in Dresden. Hij zet zijn dagboek later voort, maar bereikt niet meer de beklemming van zijn oorlogsdagboek. Hij wordt een verbitterd man die ook zijn droom over het communisme ziet ten onder gaan.
Aanvankelijk denk ik ook iets te doen met woorden. Daarom dat ik bij het ontwerp met krantenpapier werk: letters vormen woorden, worden verhalen, zeggen leven uit. Later laat ik dit idee echter rusten. Wellicht ooit een andere keer wanneer woorden me weer eens overvallen.





