Tentoonstelling christel Verstreken II
Weer vijf dagen later ...
26 maart
De lente blijft zich doorzetten, de rabarber groeit bijna uur na uur. Ik heb aan mijn dochter nog wat affiches van het danscentrum gevraagd. ‘k Wil daar collages mee maken en proberen daarmee mijn emotionele betrokkenheid met de getroffen kinderen van Sierre en hun familie wat af te sluiten. Voor hen begint nu de lange periode van stilte, niet kunnen wennen aan de lege plaats. Proberen wat gebeurde een plaats te geven in het leven is zo gemakkelijk uitgesproken, maar hoe doe je dat in die concrete uren van dag na dag? Je moet het leven weer opnemen, d.w.z. dagelijkse handelingen verrichten van eten maken, naar het werk gaan, het huis poetsen … maar ook de kamer opruimen van zoon of dochter die zomaar heenging, dierbare spulletjes waaraan zoveel herinneringen kleven wegbergen, wellicht tekeningen en teksten ontdekken die de beginnende puber voor zichzelf getekend of geschreven had. Proberen ook aandacht te geven aan de andere kinderen … en moe zijn, ontzettend moe. Elk ademhalen is een opdracht, elk woord een onmogelijke taak. Alleen één schreeuw blijft: die dierbare naam die nu als in je lijf is gebrand.
En dan is het nog lente, met overvloedige zon, kinderen die nu buiten spelen. Waarom kan het leven voortgaan alsof er niets gebeurde? Toch merk ik overal planten die uitbotten, bloem vormen. Het bruin en donkergroen van de winter wordt doorsneden door fris groen en het prachtige geel van de forsythia.
Ondanks dat schrijnende gevoel van deernis om die vele concrete mensen die verder moeten met hun gemis kan ik niet anders dan me laten meenemen door al die aankondigingen van vernieuwd leven.
Voor de kinderen die men niet ziet staan
hij komt ’s middags eten
haastig
zijn aandacht nog op het werk
moeder schept zijn bord vol
ook het mijne
jongetje van net boven de tafel
ik hoor ze praten
schuifelende zinnen heen en weer
’t is lekker
‘t heeft gesmaakt
opstaan
jas aan trekken
moeder zoenen
hij vertrekt
ziet me niet staan
pa kijk ook naar mij
slik ik in
jaloers op mijn moeder
had ik ook maar borsten
dan zou hij me wel zien
knuffelen
liefste vriendje zijn
jaren van aandacht vragen
onmogelijke zoon zijn
na het werk
te moe om te reageren
op mijn
pa kijk toch naar mij
zo sterft hij
vreemden voor elkaar
hoe meer verantwoordelijkheden ik op me neem
om te bewijzen dat ik het ook alleen aan kan
hoe meer in mij
het jongetje blijft zeuren
pa kijk toch naar mij

