De vergeetput van Vorst


Op het nieuws: hoog bezoek aan de gevangenis van Vorst. Na het meer dan twee uur durende bezoek: verontwaardiging. De accommodatie is onmenselijk. Er moet onmiddellijk iets aan gedaan worden.
De dag ervoor had ik het boek beëindigd: Gevangenisherinneringen van een anarchist van Alexander Berkman. Alexander Berkman werd geboren in 1870 geboren in Vilna (Rusland) uit Joodse ouders. In 1888 emigreert hij naar de Verenigde Staten. Ondertussen was hij een vurig aanhanger geworden van het Anarchisme. In de Verenigde Staten probeert hij Frick te vermoorden, een man die de staking van staalarbeiders trachtte te breken door met een leger van 300 gehuurde stakingsbrekers een bloedbad aan te richten. In dit boek probeert de schrijver een beeld te schetsen van zijn veertienjarige opsluiting in de Western Penitentiary, een staatsgevangenis in Pennsylvania.
Sinds de ervaringen van Alexander Berkman en het bezoek van de rechters aan de gevangenis in Vorst zijn iets meer dan honderd jaar verlopen … maar blijkbaar is de tijd blijven stilstaan achter gevangenismuren. Het is al jaren geweten dat het er in Vorst niet zo best voor staat. Maar materiële veranderingen kosten geld … en gevangenissen zijn niet direct geliefd kiesvoer, integendeel.
Hoe vaak hoor ik geen uitspraken in de zin van: ja, die gevangenen hebben een luxe-leven, ze zijn als in een hotel gelogeerd zonder er iets voor te moeten doen. Stemmen om de doodstraf in te voeren gaan steeds luider klinken: waarom zouden we voor die moordenaars, kinderverkrachters … gans ons leven belasting moeten betalen.
Sinds Dutroux is er in de samenleving iets veranderd t.o.v. de gevangenisstraf. Voor Dutroux accepteerde men de rechterlijke uitspraak: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. Nu wil men naast de rechterlijke straf nog een extra straf opleggen, een soort wraak, zodat er een emotioneel genoegdoening volgt. Dutroux en konsoorten worden het licht van de dag niet meer gegund. Als ze niet ter dood gebracht kunnen worden: opsluiten in een kerker waar geen licht of geluid doordringt, zodat ze uit de maatschappij helemaal verdwijnen, met alleen het aller-noodzakelijkste om in leven te blijven. Het verwondert me telkens dat het christelijk gebod van de naastenliefde en het aanbieden van de andere wang dan plots verdwijnen als sneeuw voor de zon. Terwijl ons huidig gevangenissysteem van straffen ‘op cel’ ontstaan is om de gestraften de kans te geven tot inzicht te komen, berouw te tonen en terug te keren naar de maatschappij als een waardevol burger. De Quakers hebben daar een enorme rol in gespeeld. Jan De Hartog beschrijft dit op zeer aangrijpende wijze in zijn geschiedenis van de Quakers, vier turven van boeken.
Ik ben er nogal voor om me aan de wet te houden. Een rechtbank doet uitspraak en die zal opgevolgd worden. Is deze uitspraak altijd correct? Neen. Is de wet perfect? Neen. Wordt het juridische spel mede bepaald door de sociale klasse? Ja: wie geld heeft om een gekende advocaat te betalen heeft een voorsprong op de tegenpartij. Biedt een volksjury een objectieve uitspraak? Neen: de jury wordt door uitsluiting zo samengesteld dat ze de meest beïnvloedbare mensen eruit pikken, liefst geen intellectuelen, liefst vrouwen van middelbare leeftijd uit de middenklasse, die beleven dan de soap van hun leven.
Ondanks het gehele systeem discutabel is, kies ik ervoor om de wetten te eerbiedigen. Ook bij de strafuitvoering. Als gevangene heb je rechten en plichten. Daar van afstappen is het individu uitleveren aan willekeur. Wil je iets veranderen: verander de wet. Met gevoelsmatig te reageren in de zin van: ze moesten hem (haar … dat is al iets moeilijker) opknopen kom je niet verder dan een western waar ze zonder vorm van proces iemand lynchen.
Ik pleit criminelen niet vrij. Maar iemand die uitbundig de staat oplicht door belasting te ontduiken kan in een riante villa de rest van zijn leven in alle overvloed doorbrengen, hoewel hij in feite ook een crimineel is. Dat we voor de belastingoplichter mee betalen vinden we niets om over na te denken, maar wee als we vernemen dat de pot choco in de gevangenis niet van een wit product is.
Welke politieke partij zal de moed opbrengen om de problematiek van de gestraften ter sprake te brengen? Het is al zo moeilijk om een uitspraak te verkrijgen om in een ver afgelegen land iets te formuleren over mensenrechten die geschonden worden. Daar spelen economische motieven mee. Om een menswaardig leven in de gevangenis te eisen is nog moeilijker: de kiezer mag niet voor het hoofd gestoten worden.
Zoals bij een volksjury worden we tijdens de verkiezingscampagne bespeeld met bestudeerde slagzinnen. Gevangenis is zo’n afschrikwekkend woord, niet direct bruikbaar in een veroveringstocht.
* Jan de Hartog: Het koninkrijk van de vrede (bestaande uit De kinderen van het licht; Het heilig experiment; Het uitverkoren volk; De oorlog van het Lam). Aanbevolen!


