Een groot doek
Zaterdag neem ik deel aan een workshop waarin een groot doek van 2 m x2 m beschilderd wordt. We zullen schilderen op moderne muziek, zoals bv. ‘Le Sacre du Printemps’ van Stravinsky. Ik ben enorm enthousiast. Thuis kan ik niet echt goed op zo’n grote oppervlakten schilderen, daarvoor moet je toch een atelier hebben dat aangepast is.
Ooit kocht ik mij een overschot van een linnen rol van 2 m x 2 m, een koopje. Ik dacht daar een viertal kleinere doeken uit te maken, maar dat bleef een ‘voornemen’. Nu dacht ik: als ik eens aan de slag ga in het bijgebouwtje aan de garage. Het is de ruimte waar Karel zijn timmergerei opbergt. Het is er nogal opeengestapeld: tijdens de winter nemen we niet veel tijd om op te ruimen. Eerst opmeten of het de moeite loont op te ruimen, ik moet minstens een plaats kunnen maken van 2,5 m x 2,5 m. Met meter in aanslag bekijk ik de ruimte, indien dit weg, dat opzijgeschoven krijg ik toch wel iets van die afmeting vrij. Bij nameten maak ik innerlijk een sprong in de lucht: 2,30 m x 2,30 m, op deze oppervlakte moet het lukken. Nadien kan ik de vrijgekomen ruimte dan benutten om me te installeren voor olieverf. Karel vindt olieverf nogal doordringend rieken, dus doe ik dat buiten … of in het bijgebouwtje.
Ondertussen heb ik de CD van ‘Le Sacre du Printemps’ opgezet. Die muziek ligt me wel. Ooit heb ik eens een uitvoering op die muziek van Het Ballet van de XXste Eeuw onder leiding van Maurice Béjart meegemaakt. Grandioos.
Karel en ik hebben de slechte gewoonte van weinig weg te gooien zolang er plaats is om het te bewaren. Een naoorlogse reflex zeg maar. Soms heeft dit wel eens leuke gevolgen, zoals nu. Met overschotten van spaanderplaat formeer ik een vierkant met de gepaste afmetingen. Het vraagt wel wat zoeken om de platen zo te leggen dat er niet al te veel lege ruimtes ontstaan. Maar het lukt me. Eerst leg ik een groot plastieken folie als onderlegger, want je weet nooit waar die overschotten van spaanderplaat nog voor kunnen dienen. Ik haal het linnen doek uit zijn vergetelheid. Dit doek moet nog geprepareerd worden: eerst beenderlijm erop en daarna een laag gesso, een primerverf. Ik spreid het doek open en pin het vast met de nietmachine: door het te bewerken met beenderlijm en gesso heeft het de neiging om te krimpen, als het vastgeniet is zal het mooi gespannen staan na de bewerking en dat is leuk om op te werken.
De beenderlijm heb ik reeds gisterenavond in het water laten zwellen. Nu nog in ‘bain marie’ helemaal laten smelten tot een vloeiende dunne brij en dan op het doek smeren. Ooit kocht ik in het SPIT (een winkel voor herbruikbare goederen) twee potten die voor dit karwei kunnen dienen. Het is de eerste keer dat ik dit alleen doe en ‘k vind het toch wel spannend. In de academie wordt elk jaar aan de nieuwelingen de kans gegeven dit procedé te volgen, vanaf een doek opspannen op een lijst tot het prepareren met beenderlijm en gesso. … maar tegenwoordig koopt iedereen klaargemaakte doeken op een lijst. Je hoeft niet altijd linnen doeken aan te kopen en dan vallen de prijzen wel mee.
Denkelijk heb ik veel te veel beenderlijm in het water gezet. Ik schep drie vierden in plastieken kommetjes die ik bijhoud van voedingswaren. Ik hoop dat de beenderlijm terug uitdroogt zodat dit later opnieuw gebruikt kan worden. Nu water bij de resterende beenderlijm, de grote kom vullen met water en ze plaatsen op een afgedankt fondueonderstel (gelukkig dat we dit niet weggooiden), de kleinere kom met de beenderlijm erin, vuur aan zetten en roeren. Het duurt wel lang eer het water warm wordt: dat was ook de reden dat we dat onderstel liquideerden. Maar uiteindelijk lukt het me de beenderlijm om te zetten in een vloeiende brij.
Ik moet denken aan mijn vader. Ik herinner me nog als kind, dat ik hem bezig zag met een roodbruine pot, ik vond het wel een mooie kleur, in een andere pot te warmen en waaruit een vieze lucht kwam. Nu weet dat hij beenderlijm klaar maakte. Het ontroert me.
En dan waag ik me op het doek. Met een grote borstel zet ik het doek in. Ik heb het gevoel, dat de beenderlijm de juiste dikte heeft en dat het me gaat lukken.
Het is ontzettend warm geworden en met al die ongewone bewegingen voel ik het zweet langs mijn gezicht en rug lopen. Maar ‘k ben ontzettend tevreden. Dat doek lag al jaren lang onbenut en nu moet ik alleen nog wachten tot het opdroogt om er een laag gesso op te zetten en dan kan ik beginnen schilderen.
Door het doek in het bijgebouwtje te prepareren heb ik me al vertrouwd gemaakt met de afmetingen, dat zal me helpen in de workshop. Ook de muziek is me nu wat vertrouwd. Ik kan bijna niet wachten, ik lijk een klein kind dat uitziet naar een schoolreis.










