






Aquarel in Mol


Met zijn vieren gaan we op stap:Ludo rijdt met de wagen en Christel, Karel en ik rijden mee. Richting Mol voor het 34ste aquarelsalon, ditmaal rond het thema zand.
De tentoonstelling is op twee locaties te bezichtigen: enerzijds in ’t Getouw, anderzijds in het Jakob Smitsmuseum. We vertrekken rond 11 uur, zodat we tegen de middag toekomen in Mol. Voor ‘t Getouw is een grote parking, dat valt mee, want bij het door Mol rijden staan de wagens bijna op elkaar.
’t Gebouw zelf heeft een restaurant, dus gaan we daar maar heen, dan hoeven we ons niet meer ver te verplaatsen voor een bezoek aan de tentoonstelling.
We kiezen allemaal voor een dagschotel à € 13: soep, hoofdgerecht (goulash) en koffie na. Het is wat geleden dat we elkaar nog uitgebreid zagen, dus is bijpraten nodig. Gek hoeveel je elkaar te vertellen hebt: de kinderen nemen een uitgebreid hoofdstuk in, Karel zit met plannen om de computer wat betere netaansluiting te bezorgen en Ludo is de geknipte man om met raad en daad te helpen, natuurlijk hebben Christel en ik het over onze schildersactiviteiten en als gepensioneerden luisteren we graag naar de verhalen van op de werkvloer.
De tijd is zo om als de sfeer goed is. Netjes betalen en via een binnendeur naar de expositieruimte.
Wat we te zien krijgen is de verplaatsing overwaard. Het verschil in aanbod is groot: van bijna fotografisch figuratief tot abstract. Elke kunstenaar (m/v) heeft een eigen manier van werken. Ik probeer te ontdekken hoe ze het technisch realiseren. Er zijn virtuoos uitgewerkte schilderijen bij. Want bij aquarel kan je je niet permitteren om een fout te maken: elke kleurlaag die je op het papier legt is niet meer weg te werken.
We mogen geen foto’s maken, maar niet getreurd: er is een boek te koop waarin van elke deelnemende kunstenaar een werk aan bod komt. En ondanks dat het boek maar €15 kost zijn de afgedrukte foto’s van prima kwaliteit. Ik kan dat zeker niet laten liggen en neem nog een ander boek in aanbod mee met een overzicht van vorige salons.
Bij het binnenkomen krijgen we een papier waarop we de voor ons beste twee werken moesten aanduiden. Het is moeilijk om kiezen, want er zijn er zoveel die me aanspreken. Uiteindelijk maak ik toch een keuze en het papier verdwijnt in de grote doos. Over enkele dagen eens op internet opzoeken wie de publieksprijs mag ontvangen.
Dan naar de tweede locatie: het Jakob Smitsmuseum. We gaan best met de auto want het is een eindje van ’t Getouw. Maar ook daar vinden gemakkelijk een parkeerplaats. En weer komt dat feestelijke gevoel op me af te mogen kijken naar schilderijen die me aanspreken. Ook hier wordt gevraagd je liefste schilderij te kiezen.
Het Jakob Smitsmuseum heeft ook een vaste collectie van de schilder wiens naam het draagt. Ik deponeer mijn brief met mijn gekozen schilderijen in de doos en neem dan de tijd voor de werken van Jacob Smit.



Foto's nemen
Daar ik mijn fotoapparaat vergeten was tijdens de opening van de tentoonstelling wil ik er terug heen om wat foto’s te maken.
Ik kom er toe rond etenstijd. Enkele mensen zitten in de kleine living, waar een groot tv scherm gans de dag beelden geeft met nauwelijks klank, samen aan tafel: het eten zal zo opgediend worden.
Gelukkig moet ik hen niet storen, want ik moet in de gang zijn, waar op dat moment niemand is. Ik neem vlug wat foto’s op de drie verdiepingen en spoed me naar beneden.
Terwijl ik voorbij het groepje kom dat zwijgend aan tafel zit, wens ik de mensen smakelijk te eten. Er is één stem die ‘dank je’ zegt, een reflex uit een vroegere periode. Voor de rest stilte. Ze nemen een hap uit hun boterham, in zichzelf opgesloten. Toch zien ze er verzorgd uit, wat hen nog aantrekkelijk maakt om ze aan te raken. Ik hoop voor hen dat de familie het vol houdt om hen te komen bezoeken en dat dit bezoek toch nog doordringt tot het minimale bewustzijn dat ergens nog aanwezig is.
De confrontatie met die dementerende bejaarden grijpt me telkens erg aan. Ooit waren dat mensen in volle levensbloei, nu zitten ze dag na dag te verschrompelen, nog een schaduw van zichzelf.
Ik moet voorbij een eetzaal en een tiental loopwagentjes staan daar netjes in rij tegen de muur geparkeerd. Na het eten zullen die wagentjes weer vastgenomen worden en hulp bieden bij de verplaatsing.
Feitelijk ben ik blij weer in de buitenlucht te komen en terug naar huis te kunnen waar ik nog heel wat projecten wil realiseren terwijl Karel al of niet commentaar geeft. Samen oud worden zonder teveel problemen, geen beter geschenk te bedenken.
Twee vrouwen en één man stellen ten toon in het Geriatrisch Centrum Damiaan


Vrijdag was het de grote dag voor Bertine Verhaegen, Irène Bryse en Patrick Nupie: samen zorgen ze voor een nieuwe tentoonstelling in het Geriatrisch Centrum Damiaan.
Zoals altijd is het welkom hartverwarmend: onmiddellijk krijg je een glas wijn, op hoge ronde tafeltjes staan chips maar ook gezonde gesneden groenten met dipsaus (wellicht iets minder gezond, maar wel lekker). Bertine en Irène ken ik van uit de academie. Patrick is de man van Bertine.
Gezien ik mooi op tijd ben kan ik iedereen rustig een goede dag zeggen. Bertine straalt, dat doet ze altijd een beetje, er zit iets heel vrolijks in haar en dat weerspiegelt zich in haar schilderijen. Maar dat is voor later. Eerst moet er gesproken worden.
De directeur van het Geriatrisch Centrum verwelkomt iedereen. Vertelt over de ‘grote verhuis’ die over enkele weken zal plaatsvinden: dan zal de nieuwbouw af zijn en kunnen de huidige bewoners van het oude gebouw een kamer krijgen in het nieuwe gebouw. Het bewonersaantal wordt niet uitgebreid, maar het woon- en zorgcomfort wordt wel uitgebreid. Het is een prestatie die toch eens mag vernoemd worden.
Daarna komt gewoontegetrouw de burgemeester. Hij zit wat weggedoken en daarom bereikt zijn stem mij nauwelijks. Nu, veel nieuws zal die man niet te vertellen hebben: om de drie maanden is hij er bij om het lint te helpen doorknippen. Gewoontegetrouw hoor ik hem wel Gesigneerd bedanken voor de inzet in de gemeente. Daarna spreekt een neef van Patrick. Hij heeft het kort over de drie kunstenaars. Hij zegt telkens iets over de werken die er hangen.
Daarna richting de tentoonstelling waar ook weer gewoontegetrouw bij de ingangsdeur een lint wordt doorgeknipt door de kunstenaars en de foto wordt genomen.
Zelf ben ik echt benieuwd naar het resultaat. Ik heb wel al iets gezien van Bertine en Patrick, Irène zag ik vaak in de academie aan het werk, maar een tentoonstelling biedt toch een andere kijk op het werk.
Bertine schildert figuren, meestal vrouwen. Heel fris, kleurrijk. Elk schilderij doet heel spontaan aan. Ze probeert de figuren niet in een portret te wringen, maar met enkele lijnen laat ze de vrouwen spreken. Er zit ook iets van humor in. Ik voel het borrelen in mij.
Patrick is nogal gevarieerd in zijn aanbod. In sommige schilderijen neigt hij naar het hyperrealistische en dat is niet direct een aanspreekpunt bij mij. Maar de schilderijen die het zuiden oproepen kan ik wel appreciëren.
Irène heb ik bezig gezien aan de schilderijen en pastels die er nu hangen. Pas nu komen die werken tot hun recht, vooral de pastels: ze zijn mooi ingekaderd en dat verandert een ‘tekenblad’ in een kunstwerk.
Ik ben mijn fotoapparaat vergeten … daarvoor zal ik eens moeten terugkomen, dom van me.
Na de rondleiding gaan we met de groep terug een laatste glas drinken. Ik geraak aan de praat en plots is het veel later dan ik vermoed. Ik neem afscheid van de weinigen die nog overblijven. Tot over drie maanden.

